zaterdag 31 december 2011

Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand





Eindelijk had de Chassékerk een goede bestemming gekregen. Na veel geheen-en-weer bleef het gebouw behouden en ontkwam aan de sloophamer. Tot mijn groot cultureel genoegen werden er voorstellingen gehouden waarvan ik vorig jaar op mijn blog reeds gewag maakte:  iLLUSEUM presenteert en dag van de doden  

In Het Parool van enige weken geleden trof mijn oog een curieus artikel: Ymere worstelt met 'onwaardige' kunst in vroegere Chassékerk (ook wel Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand genoemd).
Bij het lezen van de eerste zinnen gingen mijn haren recht overeind staan:
... Eerst dwong 'een rooms-katholieke beeldenstorm' kunstenaarsgezelschap iLLUSEUM haar 'onwaardige' beelden uit de Chassékerk te verwijderen. En nu heeft corporatie Ymere de kunstenaars gemaand hun filmpjes, waarin de Chassékerk en de 'onwaardige' kunst figureren, van internet te verwijderen...

Al eerder bleek bisdom Haarlem razend te zijn over het heidens kunstwerk Hieros Gamos, geplaatst op het altaar van de Chassékerk.
Dit beeld, symboliserend het heilig huwelijk tussen zon en maan was een doorn in het oog van het bisdom.
Als buurtgenoot c.q. straatgenoot dacht ik aanvankelijk nog: het zal zo'n vaart niet lopen...
Getuige zijnde van een walgelijke vertoning en houding van de katholieke kerk bleek tot mijn diepe leedwezen echter niets minder waar. 
Het kunstenaarsgezelschap is de kerk uitgezet en inmiddels zijn onlangs de fraaie glas in lood ramen deels verwijderd. Ook vernam ik dat alle ornamenten afgevoerd zullen worden en het prachtige mozaiek vernietigd.

Zonder enig schuldbesef pleegt het bisdom deze nietsontziende barbaarse daad: verkrachting van alles wat mooi en kunstzinnig is.

Het drama rondom de uitzetting kun je hier lezen: La Quinta Essentia



Hieros Gamos

foto overgenomen van La Quinta Essentia

donderdag 29 december 2011

madame Blavatsky

                                      tuin van Blavatsky
                                      kosmische evolutie
                                       haar geheime leer

 

Chennai
foto: Frans Perquin

bloemen

Gelukkig krijg ik nooit bloemen. Zo’n attentie waar een ander wat prachtig opzegt, is voor mij een regelrechte ramp. Al mijn kennissen weten dat.
Met de beste intentie neemt het bezoek voor de gastvrouw een blommetje mee.
Vervolgens moeten de stelen gekortwiekt worden. Als je met rozen te maken hebt, is het moment aangebroken om de doornen eraf te halen en mag je je gelukkig prijzen als je niet je handen openhaalt.
Voorts een geschikte vaas zoeken. Het volgend probleem dient zich aan als je er geen een in huis hebt. Dan een juiste plek zien te vinden waar je er dagelijks in volle teugen van kunt genieten.
Vervolgens begint het na enige dagen verdacht te ruiken in de kamer. Je vraagt je af waar die bedorven geur vandaan komt. Juist ja de vaas met bloemen. Eigenlijk had het allang verschoond moeten worden, helemaal vergeten.
De inmiddels verwelkte, stinkende gecultiveerde bonenstaken worden weggegooid. Met het nodige gelek belanden de dooie dienders in de vuilnisbak die gelijk helemaal vol is. De volgende gang is onmiddellijk naar de container in verband met een ondraaglijke stank in de keuken.
Neen voor mij geen bloemen in huis.
Ik kijk liever naar ze in het veld en als men dan toch iets mee wil nemen: een mooie fles wijn is nooit weg.

maandag 26 december 2011

helder en inzichtelijk 2012


zichtbaar op driesprong
van de ruimte plaats en tijd
barst het oudjaar los
bezield door onthulde maan
van vaag uitzicht naar inzicht



***

zondag 25 december 2011

schietijzer

                                                             een prachtig stuk staal
                                                             zei de wapenproducent
                                                                met ijzeren kracht



(afbeelding Giger)

vrijdag 23 december 2011

het zevende zegel

auteur: José Rodriques Dos Santos

Van de cover:
... Howard Dawson, hoofdwetenschapper van de Amerikaanse basis op Antarctica, wordt vermoord. Net voor hij een rapport wilde opstellen over een onheilspellende gebeurtenis rondom de opwarming van de aarde die hij als ooggetuige in Antarctica meemaakte.
Prof. Tomás de Noronha, gespecialiseerd in cryptografie, wordt door interpol gevraagd om de moord op te lossen. De moordenaar heeft een velletje papier naast zijn slachtoffer achtergelaten met daarop de cijfers 666 - het getal van het beest uit de Openbaring van Johannes. Het mysterie rond dit getal stort Tomás in een adembenemend avontuur dat hem dwingt het confronterendste moment van de mensheid te doorstaan: de Apocalyps...

***
In deze literaire thriller, al even fascinerend als zijn vorige boek: de godsformule, gaat Tómas de Noronha in opdracht van interpol op zoek naar de spoorloos verdwenen Filipe, geoloog en jeugdvriend. 
Hoe bestaat het dat de maffia hem vindt op Olchon, een eiland in het Bajkameer in Siberië, en later in Yulara, de woestijn midden Australië, in the middle of nowhere.
Een schokkend relaas van realiteit verpakt in een spannende thriller waarin het energievraagstuk, het opraken van de olie en de opwarming van de aarde van alle kanten belicht worden.
Zoals de schrijver in het beginwoord zegt: de historische, technische en wetenschappelijke informatie in dit boek berust op waarheid.

... Hij gebaarde naar de rustige, sfeervolle hotelbar. 'Kijk eens naar dit alles en stel je voor wat er zou gebeuren als de energievoorziening plotseling onderbroken zou worden. In zo'n situatie zouden alle dingen waar we aan gewend zijn, alle luxe waar we op rekenen, van het ene moment op het andere moment in lucht opgaan.' Hij begon de problemen op zijn vingers af te tellen. 'We zouden ons niet kunnen verplaatsen voor ons werk, het goederentransport over de wereld zou komen stil te liggen, fabrieken zouden geen grondstoffen meer binnenkrijgen, de productie zou worden opgeschort en de distributie eveneens, de economie zou plat komen te liggen, bedrijven zouden achter elkaar failliet gaan, de mensen zouden niet meer in hun onderhoud kunnen voorzien, het vervoer van voedingsmiddelen naar de markten zou stil komen te liggen, de openbare orde zou worden verstoord, oproeren, plunderingen, landen zouden onbestuurbaar worden, overal zou honger uitbreken en het zou een grote chaos worden.'
Tomás dacht na over dit scenario. 'Het zou niet makkelijk zijn.
Het zou het einde van de beschaving zijn.'  (pag.337)


José Rodriques dos Santos: het zevende zegel
vertaling uit het Portugees : Kitty Pouwels
uitgeverij: Querido

donderdag 22 december 2011

uitgestorven


vanuit een onderontwikkeling
zoekt het beest naar ontwikkeling
wikkelt laag voor laag af
om verwikkeling te voorkomen

het wenst zich niet
het lot van de sabeltandtijger
die aan overontwikkeling
van eigen slagtanden is gestorven

maandag 19 december 2011

nachtspinsels


door Erika de Stercke

Zweet trekt zeurende cirkels in maagdelijk bedlinnen
druppels langs huidplooien heen
de nacht speelt geeuwt en verteert
naar ruimte snakt de geest
het lichaam naar zondige zeden
de sluier van het weten
donker als stoofkolen
verwarmt het afgekoeld lijf

zondag 11 december 2011

hooglied

de naamdag van zuster Catharina (rond 1958) 
en wij -ik ken 'm nog uit mijn hoofd- zingen uit volle borst:

de vlag in top, de klok geluid
het is feest, het is feest, wij zingen
de naamdag van het hoofd der school
een dag gevierd met pret en jool
ook de kleinste mag mee zingen

vandaag niet meer denken aan Engels Duits en Frans
daarvoor in de plaats komt toneel en dans
met zuster Catharina te midden van ons
weg de zorgelijke frons, narigheid krijg nu de bons
vele uren lang, vele uren lang

vrijdag 9 december 2011

de stinkende scharrelpapegaai

Als één dier met recht een pechvogel genoemd kan worden is het wel de kakapo. Om te ontdekken hoe deze dappere maar klunzige papegaai ooit heeft kunnen ontstaan moeten we op reis naar Nieuw-Zeeland, een paar duizend jaar geleden.

Met deze eerste zinnen gaat het boek de stinkende scharrelpapegaai van Lucas Wenniger van start.
Hij beschrijft vol humor over het wel en wee van de kakapo. Verder passeren in dit boek nog andere bizarre dieren de revue. Om maar een greep uit de index weer te geven: de schaamteloze vampier, het bloeddorstige buideldier, de asociale amoebe, de zwartgallige beer, de listige fopmier, de alziende haai, de verwijfde ibis, de pacifistische pampatank, de langbenige amfibie, de vernieuwde bacterie, enzovoorts. 
Zelf twee papegaaien als huisgenoot hebbende, voel ik me onmiddellijk vertederd door deze aimabele vogel. De kakapo kan ongeveer zo'n zestig centimeter lang worden met een gewicht van drie tot vier kilogram zwaar. Hij kan niet vliegen en staat bekend als een lobbes bij uitstek. Verder laat ik er niets over los want wie geïnteresseerd is moet het boek zelf maar lezen. Ik vond het zeer de moeite waard.
Tot slot een filmpje over de kneuzige kakapo: gaat dit zien!


woensdag 30 november 2011

de godsformule

auteur: José Rodriques Dos Santos
Van de cover:
... Op de trappen van het Museum van Oudheden in Caïro wordt Tomás Noronha aangesproken door een hem onbekende vrouw uit Iran, die hem een kopie aanbiedt van een raadselachtig manuscript. Deze onverwachte ontmoeting markeert het begin van een reeks bloedstollende gebeurtenissen, waardoor Tomás tegen zijn zin betrokken raakt bij het Iraanse nucleaire ontwikkelingsprogramma.
Bij toeval komt hij een geheime ontdekking van Albert Einstein op het spoor, een vondst die hem naar het grootste van alle mysteries voert: het wetenschappelijk bewijs van het bestaan van God.
De godsformule is niet alleen een originele spionagethriller maar ook een fundamentele zoektocht naar de plaats van de mens in het heelal...

***
Met een zucht van ultieme voldoening sloeg ik het boek, 548 pagina's tellend, dicht.  

In de jaren zeventig/tachtig kocht en las ik de boeken:
Op zoek naar Schrödingers kat. Hierin beschrijft John Gribbin alle aspecten van de quantummechanica en laat hij je kennis maken met de geschiedenis van de moderne fysica en de belangrijkste figuren daarin zoals Einstein en Bohr. Een bizarre wereld van atomen, reizen in de tijd en het ontstaan van het heelal, een wereld vol paradoxen en mysteries.
De tao van fysica. Hierin tracht Fritjof Capra een brug te slaan tussen de diepzinnigste inzichten van de quantummechanica en die van de oosterse filosofie.
Dit alles om me te verdiepen in de quantumfysica en het fascinerende verschijnsel over het ontstaan van het universum. Toch waren deze boeken destijds vrij ingewikkeld te lezen voor een leek als ik.
 
Welnu, de godsformule is een roman waarin fenomen zoals o.a. relativiteitstheorie, kwantumtheorie, big bang, alfa en omega, vrije wil, tijd en ruimte, oorzaak en gevolg, zwaartekracht en elektromagnetische kracht aan de orde komen. En dat beschreven in een dialoog tussen wetenschapper en historicus waarbij de theorie van de natuurkunde op een zeer verstaanbare wijze wordt aangereikt.
Je zou kunnen zeggen: een uitleg voor dummies in een spannend, intrigerend en leerzaam verhaal.
Na de nodige reizen komt Tomás Noronha, Portugese cryptoloog en hoogleraar geschiedenis, met de Iranese natuurkundige en kernfysica  Ariana Pakravan in Tibet terecht. Op hun queeste naar de ontcijfering van de formule van Einstein bezoeken ze de bodhisattva Tenzing Thubten die in de jaren veertig wis- en natuurkunde heeft gestudeerd aan de universiteit van Columbia en persoonlijke betrokkenheid had met Albert Einstein. 

Bovendien in hoofdstuk XXXIII een fascinerende passage waarin de parallellen tussen westerse wetenschap en oosterse filosofie en mysticisme beschreven wordt. 

José Rodriques dos Santos: De godsformule
vertaling uit het Portugees : Kitty Pouwels
uitgeverij: Querido
2008

zaterdag 26 november 2011

donderdag 24 november 2011

travestiet

Deze week complimenteerde ik een goede kennis omdat ze een fraaie rok aanhad. Na een milde glimlach kreeg ik haar reactie.
- Ik ken je nu al jaren Es, maar ik zie jou altijd maar in een broek lopen.
Ik vertelde haar dat ik er uit zou zien als een travestiet met een rok aan. Haar eerste vraag was het waarom.
- Mijn vormen zijn niet zo vrouwelijk wat ikzelf overigens wel charmant vind.
- Je kunt dat toch verhullen met wat wijd zittende rokken, suggereerde ze.
- Ik heb helemaal geen zin om maar iets te verhullen en bovendien heb ik dan nog met mijn houding, loop, gedrag en manifestatie te maken.
In mijn jonge jaren werkte ik bij Sluizer, een eetcafé in de Utrechtsestraat, waar vrij veel nichten kwamen. Als ze me van achteren zagen, hoorde ik vaak een bewonderend: wat een lekker jongenskontje. Als ik me dan omdraaide hoorde ik een hilarische gil: ohhhh 't is een meid!
Toch is mijn testosterongehalte kennelijk niet extreem hoog aangezien ik met m'n enigszins mannelijke uitstraling me nooit seksueel tot vrouwen aangetrokken heb gevoeld. 
Als kind speelde ik graag met jongens. Ik was een wildebras. Dagelijks kapotte knieën en geschaafde armen van het klimmen en klauteren. Met een brandende fakkel door de straat rennen en thuis op m'n duvel krijgen omdat ik zo naar rook stonk. Het getrut van meisjes vond ik maar niks. Mijn dag kon niet meer stuk als ik met mijn poppenwagen naar buiten mocht. Zo gauw ik de hoek van de straat om was en uit het alziend oog van mijn moeder was verdwenen, gooide ik de poppen uit het wagentje en ging er zelf inzitten. Dan commandeerde ik mijn respectievelijke vriendje het wagentje te duwen zo hard hij kon.
Eigenlijk voel ik mezelf een mannenvrouw. Ik kan buitengewoon goed met de meeste heren overweg. Per definitie als het een platonische relatie is. Vaak heb ik van mijn mannelijke vrienden gehoord dat ze zo'n leuke vriendschap met mij hebben. Seks gooit doorgaans altijd weer roet in het eten. De verliefde man wordt dan opeens opeisend en jaloers. Doet er alles aan om me in mijn vrijheid te beperken en als ik daardoor helemaal m'n eigen liederlijke gangetje wil gaan, is het hek van de dam. Eerst een teleurgesteld gezicht. Als dat niet werkt komen de verwijten, daarna het sarcasme en ligt het cynisme om de hoek. Al mijn relaties zijn dan ook met het nodige geweld beëindigd. Ik heb het nooit gepresteerd om met welke ex "goede vrienden" te blijven. Sommigen wilden ineens in relatietherapie en als dat niet hielp dachten ze met stalken hun doel te bereiken. Nu ben ik allergisch voor wat voor therapie dan ook en dwang staat al helemaal niet in mijn woordenboek. Ik los mijn eigen zaakjes zelf wel op.

zondag 20 november 2011

jij gaat me dat even vertellen

en nog wel ongevraagd, repliceert zij
een vage kriebel wegkrabbend

ja, je moet...
ik heb een hekel aan moeten, spreekt zij met lichte spot

nou ja, je mag niet...
en mogen is ook niet te verteren, grimlacht zij

zullen we dan samen...
daar kom je nu te laat mee
dag mevrouw Von Kerkhoff

donderdag 17 november 2011

geschiedenis van een idioot door hemzelf verteld

Het lezen van Dagboek van een vernederd man van Felix de Azúa inspireerde me dusdanig dat ik me onmiddellijk naar de bibliotheek spoedde om daar het andere boek Geschiedenis van een idioot door hemzelf verteld uit de kast te trekken. Helaas was het boekje al sinds 1995 zoek. In de reguliere boekhandel was dit exemplaar niet verkrijgbaar. Na enig googelen kwam ik bij antiquariaat Franke & Seij terecht die het mij voor vijf euro toestuurde.
Binnen een paar dagen was het in huis en ik zette alles aan de kant om dit 101 pagina tellend boekje te proeven want verorberen daar was geen sprake van. Ik zou het woord voor woord tot me nemen en deze zoektocht naar de illusie van het geluk genieten.
En zo geschiedde.

Allereerst de tekst van de cover:
... Wij zijn allen bevangen door de illusie van het geluk: we dromen van paradijzen op aarde, van harmonieuze relaties, van bevredigend werk. De hoofdpersoon van Azúa's roman wil niet zozeer die illusie doorbreken maar haar onderzoeken. Hij maakt van zijn leven een queeste naar de betekenis van het begrip geluk.
De kindertijd, de school, de universiteit, seks, politiek, zij alle worden in de loop van de tijd op de ontleedtafel van deze ironische en filosofische Don Quichot gelegd. Na een flirt met de dood moet ten slotte ook de kunst het ontgelden. De schrijver verwijst onder andere met satirische zelfspot naar zijn eigen literaire loopbaan. Azúa's zoektocht leidt tot een amusante maar tegelijk onverbiddelijke ontmaskering van de 'ideologie van het geluk'...


***

Een uitstekende vertaling (1986) van Barber van de Pol. Helaas is dit het tweede en laatste Nederlands vertaalde stuk vakmanschap waarvan ik eveneens bijzonder heb genoten.

Enige reacties op dit boek waar ik niets meer aan toe te voegen heb omdat hiermee al het nodige gezegd is:

Dit boek realiseert zijn denkbeelden via glasheldere zelfironie, via bijtende esthetische reflectie, via hekelende parodieën op het taalgebruik en idioom van de in intellectuele kringen. (Il Mattino)
De schrijver stelt met een meedogenloze opgewektheid de komedie van het geluk aan de kaak. Een wanhoop die aanzet tot levenslust. (Nouvel Observateur)

De eerste twee en een halve pagina lezende, zit je er onmiddellijk in en is de toon gezet. Ik citeer:

Als ik wel eens stuit op foto's uit mijn kindertijd, wat al een poos niet is gebeurd, verbaas en erger ik me altijd over dezelfde curieuze bijzonderheid. Op allemaal - tien, twintig foto's die mij laten zien vanaf het doopvont tot aan mijn zesde of zevende levensjaar- sta ik afgebeeld met dezelfde, onuitstaanbare glimlach. Die glimlach is steeds in alle opzichten identiek, alsof het om een masker gaat, alsof hij losstaat van mijn werkelijke stemming. Dit onmiskenbare teken van lafhartigheid heeft mijn leven, een van de ongelukkigste die ik ken, gestuurd, en steevast in dezelfde richting. Vanaf mijn eerste indrukken wist ik dat ik verplicht was een aanhoudend geluk voor te wenden en dat een gelaatsuitdrukking die daar bij paste net datgene was waardoor ik kon overleven, de enige burcht waarin ik me veilig zou voelen voor de talloze aanvallen met mij als doelwit. En inderdaad heeft een halsstarrig, constant voorgewend geluk mij in staat gesteld het er tot op heden levend af te brengen, zij het tegen de prijs van vreselijke kwellingen en grenzeloze verveling. Toch stel ik me liever niet voor wat er was gebeurd als ik openlijk had laten merken hoezeer ik niet gelukkig was en hoe weinig behoefte ik eraan had het wel te zijn.
Ik herinner me nagenoeg niets van mijn kindertijd en dat brengt mij op de gedachte dat die tijd, heel anders dan in het geval van bijna alle ander mensen, wier oude dag is vervuld van gelukkige herinneringen aan hun vroegste jeugd, in mijn geval grijs, saai, bureaucratisch en abstract was. Zo is het enige speelkameraadje dat ik me min of meer concreet herinner dankzij het feit dat hij op drie of vier foto's naast mij staat in een ernstige, waardige, grootmoedige pose, een volmaakt onbekende, van wie ik de naam zou zijn vergeten als hij niet enkele jaren geleden met een schotwond in zijn nek, als een pakketje opgevouwen, naakt, weer was opgedoken in de kofferruimte van zijn eigen auto die geparkeerd stond bij het vliegveld. Hij lag daar al twee dagen en werd ontdekt door zijn vrouw toen deze besloot dat het tijd werd om de wagen terug te halen, zoals mij niet zonder enige morbiditeit werd verteld. Deze nobele, gewelddadige dood, waar mijn huidige vegetatieve doodsstrijd schril tegen afsteekt, geeft een duidelijke betekenis aan die serene, fiere figuur naast dat wurm van drie dat ik, hoe ik het ook wend of keer, als mijzelf moet erkennen.
De kindertijd was voor mij net zoiets als de militaire dienst; iets onontkoombaars dat werd afgekondigd in de Staatscourant en zijn beslag kreeg tijdens twee plechtigheden, te weten de oproep en de eed op de vlag. Over de oproep kan ik niets melden, omdat ik niet beschik over de vereiste informatie, maar ik weet wel dat ik knarsetandend ter wereld kwam, en de eed op de vlag vond plaats op de dag dat ik voor het eerst een lel om mijn oren kreeg - naar het schijnt omdat ik publiekelijke het woord 'kut' had gebezigd dat ik nauwelijks met iets anders in verband kon brengen dan met 'grut', want dat gebruikten volwassenen nog al eens als ze, in de war gebracht door mijn eeuwige glimlach naar mijn leeftijd informeerden. Een lel om mijn oren, die mij nog scherp bijstaat vanwege de nabijheid van een deur die ik moest vastgrijpen om niet op de grond te vallen. Dat beslissende voorval bracht mij in aanraking met enkele uitersten van het geluk, waar ik later volop mee te maken heb gekregen. Op deze eerste confrontatie met een van buitenaf opgelegde definitie van jezelf, met dat Object dat ons voor afdoende bezwaren plaatst, met het begrip autoriteit, volgden talloze soortgelijke confrontaties, want ik was een van de als kind en puber meest geslagen burgers die de zogeheten Catalaanse burgerij heeft voortgebracht.
In ieder geval had die lel, die uit de hemel viel als een zaak zonder oorzaak, als een Prima Causa, iets dat op zichzelf onbegrijpelijk was maar al mijn toekomstige begrip zou ordenen, een algeheel vormende uitwerking, want ik maakte kennis met het verschijnsel bedachtzaamheid, met de blik die je van buitenaf in de gaten houdt, en met het besef dat je je glimlach geen minuut mag verwaarlozen als je niet het loodje wilt leggen in een wereld die is ingericht volgens een paar wetten waarvan ik al direct zag dat ze weinig ruimte lieten om je ongeluk kenbaar te maken, wilde je daar enig profijt van hebben. Dus besloot ik op mijn vijfde een volmaakte geluksveinzer te worden, een beroepsgelukkige, en tegelijk startte ik mijn befaamde onderzoek naar de inhoud van datzelfde geluk...

***
Bronvermelding:
Félix de Azua: Geschiedenis van een idioot door hemzelf verteld
vertaling uit het Spaans: Barber van de Pol
Uitgeverij: Contact
1989

donderdag 10 november 2011

noodsprong

Of ik nou om half acht in de ochtend wakker wordt van een geluid in de tuin of iets anders, kan ik me niet herinneren. Wanneer ik door de gang loop, zie ik nog net het schijnsel van alarmlichten door het raam. Vervolgens staat de straat vol met 112 wagens.
De eerste kijkers hebben zich al gemeld.
In de tuin bij de buren wemelt het van politie- en ambulancevolk en vaag zie ik op nog geen tien meter afstand van mijn schutting een paar witte benen tussen de struiken liggen.
Vluchtig in de kleren geschoten ga ik naar hiernaast. Buurvrouw met een wit verschrikt gezicht vertelt mij dat ze een doffe klap en enig gekreun hoorde en daarna stilte.
Ook ik kijk of ik de persoon wellicht zou kunnen herkennen. Ik zie een onbekende jongeman in korte broek liggen, zijn gezicht half verborgen in het groen.
Geruchten gaan dat hij wellicht van het dak zou zijn gesprongen. Misdaad zal moeten worden uitgesloten.
Iedere leek kan zien dat het om een lijk gaat dus het ambulancepersoneel vertrekt.
Ik ga nog maar even naar bed hoewel er van slapen weinig komt want het 'grote beschouwen' is toegeslagen.
Wat beweegt iemand om van het dak te springen. Het getuigt toch van grote triestheid als een mens dergelijke gruwelijkheid moet uithalen om een eind aan zijn bestaan te maken. Dat men het leven zat is, of niet meer mee wil doen in deze maatschappij of eeuwig depressief is waardoor er geen enkel lichtpuntje aan de verre horizon te bespeuren valt, kan ik me nog voorstellen. Ondanks alle ideeën over zelfdoding pleit ik voor een mogelijkheid om op humane wijze er een eind aan te kunnen maken wanneer leven lijden wordt.
Een uur later cirkelt met veel geraas de politiehelikopter boven ons huis, waarschijnlijk om foto- of filmopnames te maken.
Rond tien uur, mijn sponde verlatend, zijn de specialisten van de forensische opsporing gekomen en zie ik- althans dat denk ik want hij is de enige die in burger is- de patholoog-anatoom onderzoek verrichten. Over de inmiddels van kleding ontdane jongeman staat een tent zodat niet iedereen op de balkons kan meekijken naar het drama.
Rond half twaalf is de lijkwagen gearriveerd en wordt de dode door twee kraaien op de brancard gelegd en afgevoerd naar het mortuarium.

woensdag 2 november 2011

dagboek van een vernederd man

Van de cover:
... Wie kan er nog een gewoon leven leiden in een wereld die gevuld is met grote gedachten, hemelbestormende ideologieën en navolgbare prestaties? Een wereld die bovendien bepaald wordt door platheid en zinloosheid?
De hoofdpersoon in dit boek doet er een poging toe. De geest en het denken -de verstoorders van de naïviteit en de directheid- zweert hij af, maar ook de weg van de minste weerstand, die leidt tot het laffe meedrijven op de golven van de leegte, kiest hij niet. De vernederde man besluit te streven naar de echte banaliteit en probeert zo de waardigheid te bereiken van de volstrekt onbetekenende mens. Van zijn ontwikkeling doet hij verslag in zijn dagboek, dat precies negen maanden beslaat.
De lezer volgt hem op zijn tochten door de stad, ontmoet met hem duistere lieden uit de onderwereld en een gevaarlijke cijferaar voor wie de man gaat werken. Ook de overpeinzingen van de vernederde krijgt de lezer onder ogen, notities over de problemen om betaalde moordenaars te vinden, de mogelijkheid wettige kinderen te krijgen en over de dodelijke gevolgen van het lezen, de schone kunsten en intelligentie.
Maar lukt het de hoofdpersoon na negen maanden te bereiken wat hij zich ten doel heeft gesteld? ...

***
Dagboek van een vernederd man, geschreven door Félix de Azúa.
Ook dit boek is wederom een aanrader, vol filosofische beschouwingen en heldere zelfspot met bovendien een scherpe en kritische kijk op maatschappij, kunst, cultuur en godsdienst. Uitstekend vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu. Ik heb ervan genoten.
De schrijver doceerde literatuur in Oxford en filosofie aan de Baskische Uiversiteit en is nu hoogleraar esthetica in Barcelona. 
Graag laat ik de Azúa zelf aan het woord. Enige passages smulwerk uit zijn boek. Ik citeer:
... Wij treden binnen in een universele geeuw; de zwakken zullen worden verpletterd, zoals altijd, maar een beetje meer dan altijd. De minder zwakken zullen, zoals altijd, worden gekneveld, maar een beetje meer dan altijd. Vandaag hebben we, zoals altijd, sterke mannen nodig en er kunnen geen sterke zonder zwakke zijn, zoals altijd. De oude kameraden zijn, aan handen en voeten gebonden, bij de verdeling aanwezig. De massa helpt mee met de verdeling, dankbaar voor de terugkeer van de bazen en de heren die in staat zijn de dingen op hun plaats te zetten. De rest staat sprakeloos wanneer ze constateert dat ze nog maar één vijand tegenover zich heeft: de vriend. De kaarten zijn weer verdeeld en de kosmos krabt een onbeduidende kriebel weg. (pag. 78/79)
... Want, laten we wel wezen, in dit duet van wolven en schapen is een redelijkheid die nooit helemaal verdwijnt: het arbeidsloon. Ik fantaseer dit, maar het is voor alle twee gunstig om hun positie niet te hoeven bevechten met het mes. Voor mij is dit verbazingwekkend; net als de betaling van de schulden aan de bankiers, toen de oorlog die zijn hadden gefinancierd, was afgelopen. Maar er zou geen beschaving zijn zonder bankiers. Zo is dit semicriminele of schavotrijpe leven louter bureaucratie. Het is allemaal pure kazerne; het depot stinkt naar de kazerne, het straalt het toonloze licht van de kazerne uit; de apathie en het verval en de vuiligheid en de latrines worden opgepept met obscene tekeningen. Dit hier is een centrum van walgelijkheid, net als de grote barakken, spoorwegstations, sacristieën, hangars... plaatsen waar plassen bloed met vier zwaaien kunnen worden opgedweild. Hier ligt het leven in coma. (pag. 142)
 
... Ik vind hem ondoorzichtiger en pedanter dan ooit, alleen heeft hij een nieuw ritueel dat dichter in de buurt komt van de Byzantijnse dienst dan bij die van de mandarijnen. De Heilige Vorm verbergt zich achter de kaars, en de priester met zijn sticharion, zijn epitrachelion, zijn epimanikion, zijn felonion en zij kamilafkion van zwarte wol en zwaar goudborduursel, suggereert, looft, insinueert als een marskramer van het transcendentale die achter het gordijn van zijn eigen gekrulde en met geurige olie ingewreven baard zit. (pag. 230)
... Vandaag zei hij, ik ben alleen geïnteresseerd in voorwerpen zonder karaat. Diamanten, bij voorbeeld, zijn afstotelijk; er zit een zelf opgelegde en zelfs bevredigende slaafsheid in ze. Mensen die diamanten verzamelen hebben een lichaam dat onderworpen is aan domme wetten, met een woestijnachtige regelmaat. En parels? Parels zijn belachelijk! Het soort vrouwen dat ze omhangt is volmaakt bolvormig. Amber, daarentegen, wat een raadsel! Het mismaakte, het misvormde, dat is hemels. En toen, na een geeuw, wees hij vaag in de richting van de nacht: sterren zijn grotesk, het enige aanvaardbare van de hemel zijn de wolken. (pag. 233)

Bronvermelding:
Félix de Azua: Dagboek van een vernederd man
vertaling uit het Spaans: Mariolein Sabarte Belacortu
Uitgeverij: Contact
1989

donderdag 27 oktober 2011

grillroom Jeruzalem

auteur: P.F. Thomése

Eind 2010 reisde P.F. Thomése door Israël en de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook om een indruk te krijgen over het langdurige conflict tussen Palestijnen en Israéli's. Sceptisch en zonder geloof begaf hij zich als waarnemer naar het Heilige Beloofde Land.
De delegatie bestond verder uit Antoine Bodar -intellectueel, priester en azijnpisser van het zuiverste water- en de schrijvers Rosita Steenbeek en Jan Siebelink. Zij werden gevolgd door een cameraploeg.


Zeer goed bespiegelend geschreven en flink cynisch. Ondanks alle ellende over de religieuze en politieke idiotie aldaar, schoot ik af en toe in de lach om zijn laconieke beschouwingen. 

P.F. Thomése
Grillroom Jeruzalem
uitgeverij: Contact

woensdag 26 oktober 2011

boekenmaniak

Van tijd tot tijd ben ik een periodiek maniakale boekenwurm. Als ik het -weer- op m'n heupen krijg, verslind ik literatuur. Alle recensies worden afgewerkt, selecteer boeken naar mijn smaak en ga vervolgens met mijn lijstje naar de bibliotheek waar ikzelf een kritisch oog laat vallen op de inhoud om uiteindelijk een keuze te maken. Een bezoek aan de bibliotheek kost mij enkele kostbare uren. Het is niet sporadisch dat ik met tien boeken thuis kom. Dit kan maanden duren tot de verwoede leesdrift overdrijft en er weken lang geen boek meer wordt aangeraakt. Ik heb me zelfs weleens afgevraagd of dit pathologisch is.
Boeken kopen doe ik allang niet meer omdat inmiddels mijn boekenkast uitpuilt. Ik kan zeer goed 'snellezen'. Bij een oninteressante passage of een oeverloze uitweiding snel ik door de regels heen. De draad van het verhaal raak ik zelden of nooit kwijt omdat ik alles registreer. Daartegenover, als ik getroffen wordt, kan ik ademloos letter voor letter tot mij nemen.
Ik heb een zeer onhebbelijke gewoonte, althans dat is mij aangepraat door mijn omgeving.
Menig huisgenoot heeft mij betrapt. Men heeft mij zelfs een literaire barbaar genoemd. Als ik aan een nieuw boek begin en na enige pagina's goed in het verhaal zit, wil ik onmiddellijk weten hoe het afloopt. Ik sla dan het achterste hoofdstuk of de laatste bladzijden op om de clou of het plot te lezen. 
Dit onderwerp heb ik onlangs besproken in mijn kennissenkring. Ik was toch reuze nieuwsgierig of anderen dat herkennen. De koppen knikten allen ontkennend. Natuurlijk wilde iedereen z'n zegje hierover doen:

... Es, ik ben geshockeerd - volgens mij heb je geen geduld om je mee te laten voeren - je zoekt veiligheid en wil alles onder controle houden - je bent nieuwsgierig - weerzinwekkend, omdat je de spanning eruit snijdt - tegen alle leesregels in - dit ruikt naar instantbevrediging - bij de konijnen af - je bent geen boek waardig ...

Ik ging in zelfbeschouwing, nam het -goedbedoelde- rijtje kritiek nog eens door en kwam tot de volgende conclusie: Als het begin van een boek bij mij aanslaat, wil ik het nauwkeurig lezen. De spanning van een ooit naderend einde wordt mij te machtig waardoor de kans groot is dat ik het inhoudelijk ga afraffelen. Dat vind ik zonde van het boek. Als ik in den beginne alvast de clou weet, heb ik rust en kan ik uiterst voldaan en op mijn gemak vanaf het begin tot het einde doorlezen. Het allerbelangrijkste is dat ik er zelf vrede mee heb. Met een film is dat hetzelfde. Ik hoor graag van tevoren waar het over gaat en hoe het afloopt, liefst tot in de details. Dan ga ik het zelf bekijken.
Ik hou niet van verrassingen. Een onaangekondigd gezelschap mensen voor mijn huisdeur is de grootste nachtmerrie. Een surpriseparty kan me gestolen worden en van een onverwachts verrassingsreisje ga ik over m'n nek.
In het verlengde hiervan maar dan wat anders komen we op het volgende. Anderen vertellen mij dat ze bij een maaltijd het lekkerste voor het laatst bewaren. Ook dit werkt bij mij tegengesteld. Ik eet allereerst mijn lekkerste hapje op.
Stel dat de bom valt!

dinsdag 25 oktober 2011

Tom Turbeau

geboren in negentienzevenenvijftig
een wolk van een baby wij noemen hem Tom
een rechtschapen jongen ja, dat spreekt voor zich
een spruit uit het mos, een nog jonge blom

het was op een vochtige dag in oktober
op de vijfentwintigste wel te verstaan
een tijd van veilig, behoudend en sober
van stamppot met worst, een lach en een traan

precies om kwart over acht in de avond
kwam jij ter aard, je eerste levenskreet
een luide hier ben ik klonk uit jouw mond
jouw moeder, zij werkte zich in het zweet

alweer een jaar later, je tante was veertien
je moeder ging week'lijks naar het Hoofdstadkoor
op woensdagavond kwam ik sindsdien
op jouw passen, dat ging zo jaren door

wie gaf jou de luier, wie gaf jou de fles
je kunt het wel raden, dat was tante Es
wie deed jou lachen, wie trok een gek gezicht
wie deed gordijntje open en gordijntje dicht

op bezoek in de Tuinstraat, je was dertien toen
we klopten de kleedjes, we veegden de vloer
Herodus in 't visnet, aten kip of kalkoen
eenendertigen en pesten, een opgelegd pandoer

je grapjes die ben ik nog lang niet vergeten
zo lag je die ene keer met billen bloot
in bad en hoe kon ik het weten
ik schrok me rot en dacht die is dood

of die andere keer in de Ardennen
je liep hollend vooruit, je nam de wijk
er was daar verder geen mens te bekennen
en bij de auto lag jij daar voor lijk

en dan die ene vakantie naar Napels en Rome
je trok rare gezichten en als een halve zool
daar achterin die auto, een ieder die jou zag komen
dacht, ach die arme mensen hebben een mongool

toen ging jij een kraakpand bewonen
dat was in de Kerkstraat bij het Frederiksplein
je ging daar zelfs samenwonen
maar bleek algauw geen rozengeur en maneschijn

ik hield me bezig met bewustzijn en prana
en als ik de deur uitging
dan paste jij op Iwana
onvoorwaardelijk en zonder beding

bij tij en ontij, door weer en wind
mijn rots in de branding
jij zorgde voor mijn kind
als ik me sublimeerde in zelfontwikkeling

negentien jaar geleden, met veel vermaak
wij waren een dankbaar object
kroop jij uit de kist onder het nodige gekraak
en deed op deze wedding jouw act

op m'n verjaardag verschijnt vaak een schildering
eigener dan het duurste cadeau
een collage of pentekening
gemaakt door de hand van Tom Turbeau

altijd heb ik op jou kunnen bouwen
kan immer van jou op aan
daarom mijn grenzeloos vertrouwen
en ben ik jou zeer toegedaan

je kunt bij mij een potje breken
voor de een ben ik je tante voor de ander je zus
ik hou op met verder preken en spreken
en dat voor een criticus, cynicus, agnosticus

Tom vijftig vandaag
dit is wat ik jou wil geven
je familie bijeen; wat ik jou toedraag
is een lang en heel mooi leven

eS
25 oktober 2007

maandag 24 oktober 2011

dans dans dans (Murakami)

Ik was al onder de indruk van de jacht op het verloren schaap van Haruki Murakami, toen nog niet wetende dat dans dans dans een verrassend vervolg is dat zich vier jaar later afspeelt. (We zitten in 1983) Het kan los worden gelezen van voorgaand boek. 

Ik citeer een stukje smulwerktekst. Even ter intro: de (naamloze) ik-figuur, wars van de perverse hyperkapitalistische (nep)maatschappij, betreedt in zijn queeste het in luxueus nieuwe stijl verbouwde Dolfijnenhotel, waar hij reeds eerder (maar toen nog vervallen, shabby en mysterieus) was geweest. 

... Zo'n dertig seconden later kwam ze terug in het gezelschap van een man van rond de veertig in een zwart pak. Overduidelijk een ervaren rot in het hotelwezen. Ik had voor mijn werk al meerdere keren met dergelijke figuren te maken gehad. Het ware rare jongens. Ze spreidden te allen tijde een glimlach tentoon, maar voor elke situatie een andere. Ze beschikten over wel vijfentwintig soorten. Van de beleefde onderkoelde grijns tot de voldane, maar perfect beheerste grimas. Die lachgradaties hadden allemaal een nummer, van één tot en met vijfentwintig. En die gebruikten ze afhankelijk van de situatie, alsof ze een gofstok uitkozen. Zulke types waren het.
'Hoe kan ik u helpen?' zei hij, terwijl hij me hoffelijk toeknikte met een lach ergens uit het middensegment van zijn repertoire. Mijn kledij leek geen al te beste indruk op hem te maken, want zijn glimlach zakte drie geledingen. Ik droeg een warm halflang jachtvest met bont aan de binnenkant (en een Keith Haring-badge op de borst gespeld), een wollen muts (het type dat het Alpenkorps van de Oostenrijkse landmacht draagt), een robuuste broek met tal van zakken en stevige werklaarzen bestemd om op besneeuwde wegen te wandelen. Het waren allemaal degelijke kwaliteitsproducten, practisch ook, maar een tikkeltje te heavy duty voor deze hotellobby. Maar dat was mijn schuld niet. Het ging om een verschil in levenswijze, een verschil in opvattingen. De man monsterde mijn Disneyhorloge met de blik van een dierenarts die de verstuikte voorpoot van een kat bestudeert...  
 

In zijn boeken, tot op heden door mij gelezen, verkent hij de grenzen van het bewustzijn. Prachtig hoe Murakami schrijft over de saaiheid van het bestaan. Daartegenover heeft hij eveneens oog voor de verwondering.
 Het was wederom lezend genieten en de volgende gedachte kwam spontaan bij me naar boven borrelen: er wordt continue strijd gevoerd. Een tweegevecht van ik en de wereld. Daar waar tweeheid is, is echter ook eenheid. Duel in dualiteit als tegenstelling tussen twee polen. Een polariteit in uitersten waarin beweging en leven onontkoombaar verbonden zijn. 


Duelleren, schaken, schieten, schermen. Polemiek of duel per gitaar:


zondag 23 oktober 2011

de Schopenhauerkuur

Afgelopen week heb ik een uitermate fascinerend boek gelezen: 'de Schopenhauerkuur'. Een mix van literatuur, psychobiografie, filosofie en psychotherapeutische pedagogiek.
Geschreven door de auteur Irvin Yalom. Onder andere schrijver van: 'Nietzsches tranen' en 'de therapeut'.

Van de cover:
... Op de dag dat psychiater Julius Hertzfeld te horen krijgt dat hem waarschijnlijk nog maar één jaar rest, begint hij met een onderzoek naar de betekenis van zijn leven. Hij zoekt daartoe na meer dan twintig jaar contact met Philip, een aantrekkelijke, arrogante, contactgestoorde, seksverslaafde man, die drie jaar bij hem in therapie zat, zonder enig resultaat. Philip blijkt tot Julius grote verbazing intussen gepromoveerd te zijn in de filosofie en een opleiding te volgen tot therapeut. Julius biedt zich aan als zijn supervisor, onder voorwaarde dat Philip aan zijn therapiegroep zal deelnemen. Al snel blijkt een van de andere leden van de groep een traumatische ervaring met Philip te hebben gehad. Zij is hier nooit overheen gekomen. Terwijl de groepsleden proberen om te gaan met deze ontvlambare situatie en Julius einde schrikbarend dichtbij komt, stijgt het niveau van de therapie tot ongekende hoogte, met buitengewone veranderingen bij elk groepslid als gevolg...

***

Ik beoordeel boeken met een cijfer. Nooit deel ik een tien uit, maar dit boek kreeg van mij een negeneneenhalf. Weergaloos mooie roman.
Een aanrader!

Irvin Yalom
de Schopenhauerkuur
Uitgeverij: Balans

zaterdag 22 oktober 2011

Haruki Murakami

Als het om lezen van boeken gaat, ben ik akelig kritisch. Ze passeren niet zomaar mijn eenpersoonsballotagecommissie.
Na
De opwindvogelkronieken een door mij verslonden ongelooflijk goede pil van bijna 900 pagina's nam ik na een bibliotheekbezoek er gelijk drie mee naar huis.
De jacht op het verloren schaap sloeg ik met een zucht van genoegdoening dicht. Wat een schrijver, wat een fantasie.
Over de inhoud ga ik het niet hebben want dat is via internet te lezen.
Wél benadruk ik zijn eigenheid van schrijven. De lezer wordt in een wereld van alledaagsheid geslingerd waar realisme en mythologie de boventoon voeren. Metafysische vraagstukken en historische verkenningen worden je aangereikt. Beeldend bizar absurdistisch absurd met fenomenale dialogen, gedachtekronkels en taalgebruik. Het ging bij mij zover dat ik de landkaart van Japan erbij heb gehaald om de ikfiguur in het boek op zijn reis te volgen. Hij neemt je mee naar het noordelijkste deel van Japan: Hokkaido, waar 'de jacht' begint.

Zonder weerga: een aanrader!

De trilogie: 1q84 ligt nog op stapel.

vrijdag 21 oktober 2011

Bittere Bloemen

Hij ligt je of hij ligt je in het geheel niet, zijn laatste boek verguisd en bejubeld: Jeroen Brouwers.
De afgelopen week Bittere Bloemen gelezen, nou ja, zeg maar verslonden. Wat een schrijver!
In zijn lyrisch proza verhaalt hij over de hoogbejaarde, op sterven na dood zijnde, doctor emeritus Julius Hammer die na een langdurig ziekenhuisverblijf -plastic  slangen aan zijn lichaamsdelen, kunstmatig gevoed en beademd, – tegen zijn zin op reis wordt gestuurd door zijn onuitstaanbare, bedillerige en bemoeizuchtige dochter Eva. Los van geleerde, ex-rechter, ex-schrijver is hij ook nog aartskankeraar, criticus, cynicus, zwartgallige. Niets is goed of het deugt niet. De gehele mensheid krijgt een veeg uit de pan.
Totdat hij zijn vroegere leerlinge Leentje -ik heet Pearlene corrigeert zij hem steevast- tegen het lijf loopt. Dat maakt alles goed. Zij toen zeventien en hij vijfenveertig jaar ouder was verliefd op deze onbereikbare nimf. In lyrische bewoordingen en trefzekere metaforen vertelt hij over haar schoonheid in tegenstelling tot zijn aftands aflopende seniele, walgelijke ouderdom. Een absurdistisch meesterwerk.
Ik laat Brouwers graag zelf aan het woord in enige passages:

Onvast op zijn potloodbenen schuifelt hij langs de reling, die hij niet durft los te laten, naar de wenteltrap. Van bovenaf kijkt hij op de gewelven van parasols in de logokleuren van het reisbureau annex de scheepvaartonderneming: banen blauw, banen geel, assymetrisch afgewisseld. Daaronder het gedoe van de medepasssagiers, bijna zonder uitzondering zo goed als naakt, niet geplaagd door esthetische bezwaren die hemzelf ervan weerhouden er zo bij te lopen. Niet xe9xe9n jeugdig, fraai gesculptureerd lichaam om het verstolen welgevallen, ontroering ook, heel even vanuit de ooghoek naar te kijken, – het gaat om gevorderd middelbare mannen met puilpenzen en beplagde navel-, tepel-, rugpartijen, druipend van zweet, en hun vrouwelijke gezelschap, zelfde kaliber, even vet voorzien van uitstulpsels, ribbels en plooien, maar niettemin zich bh-loos etalerend, borsten, buiken, dijen als griesmeeldril… pag. 17

… terug naar het bed, terug de lange gang op, waar in het doodse licht niets dan dilettantenrotzooi aan de muren hing, in dit hele ziekenhuis niet xe9xe9n interessant schilderij. 
Bij aankomst zowel als bij het afscheid kuste zij zijn wang of voorhoofd, hem zo onder haar borstgewicht plettend dat hij het er benauwd van kreeg, – men kon dit vaststellen op de monitors, waar in regelmatige curvenpatroon opeens op- en neerwaarts uitschietende piepen vielen waar te nemen. Soms opende ze een van zijn ogen: 'Kan je me zien, pappie?'
Ja, het kwam voor dat hij haar even kon zien, in wazig clair-obscur, in korrelige mist, waarna hij dankbaar was als ze het ooglid weer over zijn netvlies terugvouwde. In ieder geval kon hij haar altijd ruiken als ze in de buurt was: een niet precies te definixebren, toch opdringerige vrouwengeur, ongeveer zoals kippen ruiken als ze zijn natgeregend.
Ze had haar intrek genomen in zijn huis, waar ze samen met de hoofddoekvrouw was gaan rondrauzen in kamers, kasten, kisten, laden en dozen, zodat hij bij thuiskomst, half juni, niets meer op de vertouwde plaatsen terugvond, zelfs niet zijn vulpennen, die altijd in het gelid als van orgelpijpen rechts naast het van vlekken doortrokken vloeiblad op zijn schrijftafel lagen. Ook dat vloeiblad: weg…  pag. 52

'Uw veter is los.' Pearlene zakt voor hem neer.
Hij zet meteen een stap achteruit, stel je voor. Hij kan zelf de knopen van zijn hemd, de rits van zijn broek, zijn schoenveters beheren, hij heeft daar geen assistentie bij nodig, van ziekenhuisvrouwen niet, Eva niet, Mittra niet, hij slaat iedereen met de opgerolde krant van zich weg. Leentje staat hij uit liefde niet toe dat ze voor hem knielt, hij zou voor haar willen knielen.
Zijn benen buigend om de veter te kunnen strikken slaat hij voorover. Boven op haar. Zij klapt met een schreeuw, in zijn oor, ruggelings tegen de tegels met keizerlijke leliemotieven, zijn stokkerige lijf languit over zich heen, zijn hete zweet als ijskoude spatten in haar gezicht. Neerstortend tussen haar kniexebn botst zijn schaambeen op het hare, voelt hij haar tepels tegen de zijne, zijn wang schampt haar wang en slaat tegen de vloer.
Wat mij hier in alle eigenlijkheid overkomt, is het vonnis voor mijn kledderige bestaan. Waarom, dit denkt hij achteraf, niet nu meteen gestorven, nu hij haar lichaam onder zich voelt, zijn armen raar verstrengeld met die van haar. Hij stottert al verontschuldigingen op het moment dat hij zijn evenwicht verliest, waarbij er iets kraakt in zijn kleren en er iets gebeurt met zijn knie… pag. 100/101

Verlatenheid is eenzaamheid in eindeloos meervoud. Zoals het uitzicht nu bestaat uit grauwe leegte waar wind doorheen giert, zo verlaten beseft men altijd te zijn, gevoegd bij het zekere weten dat daar geen verandering in zal komen. In de steek gelaten, zoals dit panorama suggereert te zijn, zo is hijzelf, mijmert hij, zonder dramatiek, die is er allang vanaf, en zonder zelfcompassie, die hij ook niet meer tot zich toelaat, het is niet meer dan een objectieve vaststelling. Hij is niet van was, dus nooit gesmolten. Hij is integendeel van ijzer, dat niet is gaan roesten van zijn tranen, want die slikt hij door bij het ophalen van zijn neusinhoud… pag. 227

Eerder gelezen van deze schrijver:  o.a. Datumloze dagen, geheime kamers e.a.
Weergaloos mooi.

Jeroen Brouwers
Bittere Bloemen
Uitgeverij: Atlas, 2011

dinsdag 18 oktober 2011

van de liefde ende rook



verliefdheid
het veelbezongen wonder

stokpaardje van menig dichter
tijdelijke verstandsverbijstering
met obsessief gedrag

de hele wereld vergeten
enkel en alleen die ene
ultieme verblinding
nog beter dan god

zweer mij eeuwig trouw
zal sterven zonder jou
claimgedrag en jaloezie

ik ben zeer selectief
niet gauw verliefd
zie altijd weer een haak of oog
van die splinter en die balk

ode aan de vergankelijkheid

Oh  vergankelijkheid
zonder schone beloftes
sta jij volop in het leven
fluistert mij zeer pril
een inherente nabije dood
inmiddels meer dan een halve eeuw

met al jouw schoonheid en verval
neem je deel aan de algehele vernietiging
ben je mooi van lelijkheid
waarbij iedere rimpel jou vertelt
een geschiedenis van leven en wellicht lijden

jouw dwingende dominantie
straalt macht en kracht uit
een ieder is onder de indruk
van jouw overweldigende manier van aanpak
je gaat over lijken

jouw overheersing kent geen grenzen
destructie is jouw wapen
jij confronteert en transcendeert
jij werkt ondergronds en ondermijnend
maar bovenal diep penetrerend

jij verwoest ziel en zaligheid
verwelking, bederf, verrotting en stank
zijn jouw uitgesponnen draden
je beheerst mutaties en transmuteert tot stof der aarde
het wezen van jouw heerschappij is diep en duister

zo worden wij wijselijk ouder
aan algehele aftakeling onderhevig
koester ik jou tot de dood
mij vertellend
carpe diem, quam minimum credula postero


beschouwingen van een virus

zoals de macrokosmos zich verhoudt
tot microkosmos
zo sta ik ten opzichte van het virus

ik ben een submicroscopische ziekteverwekker
een volmaakt biologische eenheid
zonder celstructuur leidt ik een zelfstandig leven

overleven is mijn credo
mijn capsule bevat erfelijk materiaal
zodat ik in mens en dier kan dringen

dan vangt mijn euforie pas aan
uit de buurt blijven voor de wrattenbijter
die lust mij wel rauw

ik lift mee met mijn gastheer
waar ik mij kwaadaardig verstop
en kom te voorschijn bij het eerste contact

ik hou van de gemeenschap
infectieus dring ik me bij haar naar binnen
en vermenigvuldig me volgaarne

mijn gedrag is als een autokatalysator
zonder mezelf te veranderen
bespoedig ik chemische processen

dan neemt mijn uitbreiding en vermeerdering een aanvang
ik rijp dag na dag, week na week
creëer de fraaiste eeltachtige uitwassen

de verdikte opperhuid laat verlengde huidtepeltjes zien
sommige ogen als vijgwratten
ze groeien uit tot bloemkolen

mijn gastvrouw rent naar de cryotherapeut
daar word ik bevroren, ik lach erom
ik condyloma ben geen kop kleiner te krijgen

mijn grootste overwinning is
de uiteindelijke vernietiging van mijn gastheer
dan pas heb ik rust
dat is het leven, eindeloozzz...


maandag 17 oktober 2011

nog wat te zeggen

ik heb geen zin
om tegen je aan te praten
of naar je te schreeuwen

ik wil je wel wat vertellen
zodat je hoort
wat ik te zeggen heb

als jij niet kunt luisteren
zeg ik geen woord meer
en zal voor eeuwig zwijgen

is het dan nooit genoeg

meer dan genoeg
naar mijn genoegen
tekort aan patronen
van volle verwachting
swing ik door het bestaan

zet de tering naar de nering
ga me geregeld te buiten
aan verdoving van versnapering

geniet het leven optimaal
val me niet gauw een buil
aan teloorgang en tegenslag

maak me niet druk
om triviale triomfen
transcendentie en transparantie
vallen mij ten deel

zo beleef ik mijn dag
van komische tragiek
spot en zelfspot
eenheid in polariteit

is dit wel gezond

vraag ik mij zelden af
ik denk voel en doe
volgens eigen inzicht

kabbelen op de levensstroom
van beweging wijsheid en weten
het bestaan vieren met
nectar en ambrozijn

morbide melancholie
in vergetelheid en fluistering
van de nacht
het ochtendgloren tegemoet

zondag 16 oktober 2011

wie denkt ze wel dat ze is

zij kijkt in de spiegel
sporen van geleefd leven
reizigster in de geest

staat er middenin en neemt afstand
arrogant en verlegen
wie denkt ze wel dat ze is

op het scherp van de snede
lijdt aan dilemma's, wetende
dat twijfel de enige zekerheid is

uitdaging en anarchie
vaststaande vorm doorbrekend
opgelegde regels overschrijdend

gotiek, vergane glorie en verval
ruïnes, begraafplaatsen en roofvogels
terugkerende elementen

introvert als extrovert
absurdisme, spot en zelfspot
geniet zij het leven optimaal 


goede verstaander

doet er niet toe
wat jij van mij vindt
voor vilein gevlei en gefleem
ben ik ongevoelig
kritiek glijdt langs me heen

gaat erom hoe ik jou
beleef, rijk aan belang
dat ik in jou stel
maakt jouw compliment
zinrijk voor mij

van jou de waardering
mij betekenisvol
is het mooiste compliment

wild geboren

start je motor
euforisch op de snelweg 
het avontuur tegemoet
wat je ook ontmoet

laat het gebeuren
omhels de wereld
verschiet meteen je kruit
explodeer in leegte

hou van rook en vuur   
heftig staalgeweld
ik speel met de wind
die mij zegt dat ik besta

als een onbevangen kind
geboren om wild te zijn
kunnen wij hoog stijgen
ik wil nooit sterven


(geïnspireerd, vertaald en bewerkt)


zaterdag 15 oktober 2011

ode aan een haring

aan de staart



ochtend gevallen
hevige kater heftig verlangen
focus ingedaald naar liefde en lust
tred versneld naar de kakerssteeg

moment aangebroken
blik gericht op 't goddelijk lijf
lichte huivering bevangt mij
van geuren proeven genieten

een ware catharsis
smaakvol aan de staart
zonder zuur
geen ui

vis moet zwemmen
mijn volgende handel en wandel
naar de kroeg

(2002)

column: mond en klauwzeer

je hebt het van geen vreemde

zijn wij niet één grote erfenis
van ons verleden
onontkoombaar geïdentificeerd
met werelden
van genetisch herkenbare oorsprong

net zo'n driftkop als zijn vader
de charme van zijn moeder
de gekheid van ome Piet
zijn oma stotterde ook
zijn opa... breek me de bek niet open

onze overeenkomsten in uiterlijk
zijn even groot als de verschillen
het innerlijk differentieëert zich
bepalend tot het fenomeen mens

een unieke combinatie
van chromosomen en bepaalde genen
die specifieke informatie bevatten
zo beleven we steeds weer
en altoos meer onze eigenheid

vrijdag 14 oktober 2011

't Huis te Vraag




Op een van mijn zwerftochten naar de Oeverlanden kom ik langs begraafplaats 't Huis te Vraag. Tussen 1891 en 1962 zijn daar zo'n 12.000 mensen begraven. Het kerkhof zelf is op sterven na dood, het zou initieel ontruimd worden maar door de nieuwe wet op lijkbezorging is de periode van grafrust verlengd tot latere datum. Sinds 1987 wordt deze necropolis beheerd door een kunstenaarsechtpaar. Zij wonen in de voormalige aula van de begraafplaats en hebben een waar eldorado geschapen van een eens zo dorre woestenij. Bij de ingang zie je een stenen brug over een grachtje. Het smeedijzeren hekwerk staat open. 
Ik vervolg mijn smalle pad. Bij het zien van deze dodenakker raak ik met terugwerkende kracht door nostalgie bevangen. Sowieso heb ik iets met kerkhoven: de stilte en rust die je daar aantreft. Hier hoor je het grote zwijgen van gene zijde. Een diep gevoel van gedenkwaardigheid voor dat wat ooit was, overvalt me.
Ik haal mijn hart op aan mijn geliefde vergankelijkheid en zie allerlei oude bomen en een ongelooflijk weelderige groei van klimop deels over graven en zerken, de paden zijn vrijgehouden. Ik ontwaar kastanjebomen en een toverhazelaar. Het lijkt of deze laatste ook is overleden, echter in verval blijft het zijn grilligheid behouden. Ik passeer oude cipressen en essen. Het is een bijzondere biotoop, een fraaie verzameling van bomen en heesters.
In gedachte filosofeer ik over dood en leven. Waarom een schrikbeeld over een ooit naderend einde dat ons allen te wachten staat, een angst voor de onherroepelijke toekomst. Dood is inherent aan leven, daar ontkom je niet aan. Het is de enige zekerheid die we hebben, buiten onze twijfel om. En verdomd, als ik mijn blik op een ander punt richt, zie ik daar de Man met de Zeis die met zwaaiende bewegingen het lange gras maait. Magere Hein nu reeds zichtbaar! Is het uur van sterf en bederf dan zo nabij?
Op de terugweg zit het echtpaar genietend in het zonnetje. Ze knikken mij vriendelijk toe en ik groet, opgewekt tussen de graven, terug.









ezelsoor

De ezel legde zijn gespitst oor te luister
men sprak over omgevouwen blad en omgekrulde hoek
smeerwortel, smalle weegbree, veldsla op bezoek
en ander gefluister in het duister

De ezel liet zijn oor hangen
haalde het paard van stok
samen gingen ze naar de bieb op het Oosterdok
een stemming vol weemoed en verlangen

Nostalgisch als ze zijn hadden ze na al die jaren
de hele bibliotheek met zijn boekenwijsheid
op de Prinsengracht willen bewaren

Bieb Oosterdok welk een ruimte wat een nieuwheid
balkte de ezel tegen het paard
mijn gemoed heeft velerlei bezwaren
een architectuur eigen aan deez' tijd

ode aan de nostalgie, toen oba Prinsengracht verhuisde naar het Oosterdok

donderdag 13 oktober 2011

prima materia

in den beginne
plaatste de schepper
zijn tabernakel
in de zon

raakte kosmos
bezield en verlicht

de aarde werd geboren


worteltrekken

groeiend onder de galgen
gedijend op zaad van gehangenen
ontwikkelen zich magische krachten

alruin de duivelse verleider
onthult zich
in de gedaante van een mens


nog wat te zeggen

wat ik nog zeggen wou
heb ik allang gezegd
een moordkuil van het hart
voor mij niet weggelegd

een blad voor de mond
is mij volkomen vreemd
en zeker niet iets
dat me de adem beneemt

wat ik toch nog zeggen wou
mij zo vaak gevraagd
de herkomst van mijn naam
heden daartoe uitgedaagd

koning der edelstenen
smaragd en geen prinses
ik heet esmeralda
edoch noem mij maar es

essiaans

ESSENLOOG










ik ben een kenner der essen
dit kennen verheft zich tot kunst en kunde

es is de oudste der psychische gebieden of instanties
de inhoud is alles wat bij de geboorte meegebracht
constitutioneel is vastgelegd

de som der genen
dit oudste deel van het psychisch gebeuren
blijft het hele leven door het belangrijkste

es is de eigenlijke levenskracht van het individu
es vanuit het spaans betekent: is

es vanuit het duits betekent: het
es is een loofboom met zeer taai hout dat voor stelen
hamers, harken en alpenstokken wordt gebruikt

es is een muziekstuk der diatonische toonschaal
eenhalve klanktrap lager dan de e
es is een akker of bouwland rondom een dorp

es is een vlagzalm
es is een schakel vanwege haar S-vorm.

zo... en dat is eS


dwalingen van een dichter



een dolende dichter te dwaalwijk
die gaf met zijn schrijfsels een inkijk
zijn duistere droom
het was een syndroom
van geestrijk en klankrijk en zinrijk

zestig

ben je helemaal zestig
zei ik als eind vijftiger
tegen een eenenzeventigjarige

neen, zei de laatste
ik ben zeventig-plus
dank voor je compliment

ode aan de Baarsjes



oh mooie Baarsjes
met je hondenpoep en kattenpis
fietsen schots en scheef
over stoepen en langs gevels
mij doet manoeuvreren


vrachtwagens lossend en ladend op trottoirs
versperrend de wandelgang
een gillende mercedes
door de straten scheurt 

mij de weg afsnijdt

loszittende straattegels
mij doen struikelen
was mijn tred vroeger
argeloos door de nacht
 

moet nu mijn waakzaam oog
speurend voor en achter
mij behoeden voor de val uit het duister
zomaar uit het niets
mijn mooie Baarsjes

... en  won met 'mijn mooie Baarsjes' in juli 2007 de derde prijs

grafschrift

naden barsten op de muur
waar profeten schreven
helder zonlicht beschijnt
instrumenten van dood

mens verscheurd door
nachtmerries en dromen
zonder lauwerkrans
als stilte schreeuwen verdrinkt

zaden van tijd gezaaid
tussen ijzeren poorten van het lot
water gegeven door handelingen
van hen die weten en gekend zijn

kennis als dodelijke vriend
door ongeschreven regels
lot der mensheid
in handen van dwazen

verwarring zal mijn weelderig
wervelende eenwording zijn
van horror en bovennatuurlijk
gebroken gebarsten weggekropen

als we het maken
kunnen wij rusten en lachen
ik vrees
dat ik morgen zal huilen

(geïnspireerd, vrij vertaald en bewerkt)



woensdag 12 oktober 2011

vier elementen

als aardworm op deez' aardkloot
vermeng ik mij in de materie van het hier en nu

als onweerstaanbaar water
wijst het mij de weg naar het weten

als lichtende lucht
beweeg ik me door de talloze tunnels van het labyrint

als vlammend vuur
versta ik de veelheid van de beperking

zo voel ik het verschil
zo duelleer ik in dualiteit
zo ervaar ik de eenheid
zo neem ik waar

zo existeer ik

(1976)

 

passie

reina claudia
gij zo zoet en sappig
gehuld in groen gewaad

ik verzeker u
met hand op het hart
mijn hoofse liefde

gelouterd
voor heden
en altoos
met edele groet
uw zeer toegenegen
hertog jan

zonnegod

verheven rijdt hij
koninklijke phoebus
in zijn triomfwagen

wapperend met gouden haren
heersend met scepter
regeert hij de wereld

ode aan I

daar waar verlichting is is warmte
daar waar een eenling is is een tweeling

de androgyne verschijning
symbool van samenvoeging der tegenstellingen

moge deze achtendertigste jaardag
38 = 11 = 2
2 de quintessens

wezen van dit jaartal
je veel geluk gezondheid harmonie en wijsheid brengen

in liefde

Es
10 juni 2010

ode aan Q

vandaag vieren we je eerste lustrum
de quint der getallen
om je te laten kennismaken
met de magische microwereld
heb ik een doosje gecreëerd
met spannende dingen
die je onder de loupe kunt nemen

het zal me niet verwonderen
wanneer jij over vijfig jaar
als oma allang onder de groene zoden ligt
dit kistje
wederom te voorschijn tovert
uit een oude doos

in liefde
oma Es
8 juli 2010

dinsdag 11 oktober 2011

ontheemd (1)


vier jaar oud
loop ik op kwade maandagochtend
argeloos aan de hand van moeder
naar het amstelstation

alles grauw en kaal
het vriest
mijn eerste treinreis
naar Zeist

niet wetende waarom word ik
in een koloniehuis gestopt

zeven weken om bij te komen
ik walg van voedsel

mijn stadsneus te bleek
boslucht zou goed zijn voor mij
hebben ze bedacht

mijn moeder onderweg
buitengewoon zwijgzaam

ontheemd (2)


ik ben zuster Bos
hoor ik haar zeggen
ze staat me tegen
op het eerste gezicht

eng mens koude vissenogen
vinnig gezicht lang en mager
in wit uniform gestoken

kapje op het hoofd
haar in een netje
samengebonden tot
een knotje in haar nek

een wrat op haar kin
een paar grote haren
verbouwen haar gezicht
tot heksenmasker

ontheemd (3)

u moet maar meteen gaan
anders is het afscheid zo zwaar
zegt ze met strenge blik
tegen mijn beduusde moeder

verslagen blik
ik zie pijn in haar ogen
haar tranen wegslikkend
prevelt ze dag kind

daar gaat ze
mijn steun en toeverlaat
haar die ik het meest vertrouw
in mijn korte leventje

weg...

het wordt zwart om me heen
ik blijf achter in een gevangenis
van verlatingsangst

waarom gebeurt dit
wat heb ik misdaan 

de boel bij elkaar gegild
geen land met me te bezeilen
word ik meteen in bed gestopt

ontheemd (4)

om bij te komen
zegt Bos
wie niet horen wil
moet maar voelen
is haar motto

ik ben onhandelbaar
niemand kan voelen
wat zich afspeelt
achter die muur van verzet

voel me verschrikkelijk
in de steek gelaten, verraden
eenzaam, verdrietig en verscheurd

kinderen om een lange 
tafel aan de dis
weeë geur door het huis
mijn keel op slot

als frites gesneden
ligt koolraap op mijn bord
mijn vaders aversie
ik hoor hem zeggen
dooie vingertjes

mij staat een ding te doen
het kostelijk voedsel
onder tafel gooien

al gauw wordt duidelijk
wat er gaande is
boosdoener is gauw gevonden
je verrader slaapt niet

ontheemd (5)

zuster Bos dat enge mens
komt met onheilspellend gezicht
dreigend op me af
sleurt me van tafel

lel om de oren
meegesleept naar de keuken
een stuk koolraap
in mijn mond gepropt

straal misselijk kots ik
de inhoud van de dag
over haar net
gestreken uniform

razend is ze
over de knie
met vlakke hand
op blote billen

naar bed want
dat doe je
met stoute kinderen

ziek van ellende
snik ik me in slaap