RONALD
Niet Meer Hier
***
***
*** dichtende ober van Eijlders
*** Ronald i.m.
Posts tonen met het label amsterdamse cafés. Alle posts tonen
Posts tonen met het label amsterdamse cafés. Alle posts tonen
woensdag 13 mei 2020
dinsdag 26 december 2017
De Zwarte Kat
Hoewel café De Zwarte Kat
een steenworp afstand van Amsterdam heeft gelegen
plaats ik dit eigenzinnige typisch bruine café
bij mijn favoriete label: Amsterdamse cafés
met groot leedwezen
namen we vorige maand afscheid van Jack de eigenaar
en van ons jarenlange stamcafé aan de Amstel
een bijzondere plek waar ik vanaf begin jaren tachtig
heel wat voetstappen heb liggen
zelfs in de jaren vijftig dronk ik weleens
-tijdens een vermoeiende fietstocht-
met mijn ouders
een glas ranja aldaar
alweer een stuk nostalgie erbij:
verdwenen maar niet vergeten...
* en dan, tot slot... zomaar een dag in de week:
zondag 13 november 2016
traditionele cafés in Amsterdam
in de Amstelkerk
een expositie zwart-witfoto's gezien
van het duo Pijffers-Brizzi
onderstaande foto's zijn een selectie van 50
die behoren tot het project Kopstoot
een café waar ik regelmatig kom
op het terras met -prettig- rieten stoelen
is het goed toeven
kroegen -met name bruine cafés- hebben door de jaren heen
mijn grote interesse

waar het hele interieur onveranderd is gebleven
doe je in
en wie er nog niet genoeg van heeft
hieronder een inkijk
in mijn kroegleven door de tijd heen
***
hoe de jaren zestig eruit zagen
jaren zestig /zeventig
een van mijn favoriete kroegen destijds
sloot de deuren in al zijn authenticiteit eind 2007
is nu verworden tot een
toeristenfuik
existentialistische gesprekken
hielden we destijds in
de laatste vierde onlangs de jaardag
5 decennia geleden
was het ieder weekend feest in
het legendarische
oftewel Bet van Beeren
na jarenlang sluiting
zitten de gasten weer aan de bar
heden eveneens als museumstuk te zien
***
ter aanvulling
vandaag 28/11/16 in Het Parool:
maandag 19 september 2016
eijlders 75 jaar
gisteren voorgedragen bij Eijlders
vanwege dit 75-jarig jubileum werd een 'diamanten bundel' uitgegeven
***
Ode aan Eijlders
vanwege dit 75-jarig jubileum werd een 'diamanten bundel' uitgegeven
***
Ode aan Eijlders
gezien de eerbare leeftijd van vijfenzeventig lentes
is en blijft Eijlders leeftijdsloos
zonder enige klacht of kwaal over de kroeglippen
kunnen wij generatiegenoten
met geschonden hoofd en gelichte schedel
hieraan reflecteren?
leven en jolijt in de herberg ter lering en vermaak
het glas geheven, drinkgelag
jouw scheuren en barsten onzichtbaar
wij genieten een scala aan liesbreuk
hypertensie, lange en jubeltenen
aambeien en prostaatvergroting
jouw kortademigheid niet hoorbaar
in een ambiance van discussie en debatten
ons euvel bronchitis, artritis, osteomyelitis
gal en nierstenen, ouderdomswratten
maar om even bij mezelf te blijven
een bestaan van ouder en toekomstloos
wijzer en weten
levensgenieten als grootste hobby
waarbij, lang leve Eijlders,
Bacchus en Dionysos graag bezochte gasten zijn
*** https://vimeo.com/183216772?ref=fb-share&1

*** foto en video: Tine van Wijk
zie ook: Eijlders dichters facebook
vrijdag 1 november 2013
Scharrebier
scherp schraal en dun
was het scharrebier
gedronken door
plebs en gepeupel
het bier is best
in café Scharrebier
te midden van het
scheepvaartkwartier
maandag 7 mei 2012
De Engelse Reet
Na een bezoekje aan de Slegte loop ik graag door de rustige Schuttersgalerij die grenst aan de drukke Kalverstraat. Een fraai stuk historisch Amsterdam.
In deze galerij hangen in het openbaar een aantal grote 17e eeuwse schuttersdoeken.
Richting Spui ligt het Begijnhof en links de Begijnensteeg met café De Engelse Reet. Hier ben ik in meer dan vier decennia niet meer geweest.
In tegenstelling tot heden ten dage behoorde de kroeg in de jaren zestig bij mijn bijna dagelijkse bezigheden. Of ik bleef in de Jordaan bij Café de Westertoren, lees ode aan onze iconen of ik ging het centrum in.
Scheltema aan de N.Z. Voorburgwal was dan mijn eerste aanleg. Tegenover dit café hadden in die tijd veel uitgeverijen van kranten zich gevestigd. Het publiek bij Scheltema bestond uit kunstenaars, schrijvers en journalisten. Het was niet ongewoon wanneer ik bijschoof aan de stamtafel om met nog een paar schrijvers improviste gedichten of limericks te creëren en voor te dragen na het vooraf verzinnen van een paar thema's.
Vervolgens waren De Koningshut met Harry Sr. achter de bar en Hoppe of De Zwart een optie om te bezoeken.
Via de Leidsestraat kon ik regelmatig achterop het pierement zittend meeliften richting Leidseplein naar Reijnders en een paar huizen verderop Eijlders.
Soms zwenkte ik af naar De Engelse Reet.
De moeite waard om dit etablissement, dat uit 1893 dateert, weer eens te bezoeken. Tot mijn grote genoegen is alles nog steeds bij het oude gebleven en daar hou ik van, nostalgisch als ik ben.
Letterlijk en figuurlijk een bruin café. Opvallend is het ontbreken van een bar en muziek.
Teun, de uitbater, die hier al bijna dertig jaar de scepter zwaait, schuift een schilderij opzij en laat mij het verschil van kleur zien.
Vijfenveertig jaar geleden zijn de muren door mijn vader voor het laatst geschilderd, glundert hij.
Het café heet eigenlijk De Pilsener Club maar sinds 1920 kreeg het een alias: De Engelse Reet.
Waarom Engelse Reet, wil ik weten.
Wat had je gedacht, riposteert hij.
Reet, kier, spleet, kloof...
Ja, dus de nauwe doorgang van de Engelse kerk op het Begijnhof naar hier.
Had ik eerder kunnen bedenken met mijn associatief vermogen.
Hoeveel bieren worden hier geschonken?
Ongeveer tweeëntwintig, telt Teun.
Als je hierachter mijn tap wilt zien, ben je welkom.
Dat laat ik me geen twee keer zeggen, ik betreed graag een authentiek domein waar de sfeer van zo'n 120 jaar spiritualiën voelbaar is en mijn fantasie gevoed wordt.
Links van het gangetje is de tap in een nisje verdekt opgesteld.
Ik zie een schilderij van een valk met een kroon op zijn kop hoog aan de muur hangen en wil weten of dat enige symbolische betekenis heeft.
Jazeker, daar zit een heel verhaal bij.
't Zou niet zo zijn.
De Engelse Reet schenkt het unieke Van Vollenhoven's Stout op fles. Eens per jaar vindt er een presentatie plaats dan komt dit bier van het fust. Het is een jaarlijkse traditie die druk bezocht wordt, aldus Teun.
Ik mag het genoegen smaken het bier te proeven maar je moet ervan houden, het beste vergelijk is de Quinness, van een koffie-achtige bitterheid, dus een échte Stout.
Via het getoonde foto- en knipselboek over de historie van de brouwerij van de familie Van Vollenhoven word ik weer een en ander wijzer.
De gekroonde Valk was een bierbrouwerij gelegen tussen de
Hoogte Kadijk en de Nieuwe Vaart. Rond 1900 was het bedrijf de grootste brouwerij van de stad.
* De brouwerij en azijnmakerij, werd in 1733 in Amsterdam opgericht door Jan van den Bosch. De familie Van Vollenhoven nam het bedrijf in 1791 over en gaf haar naam aan verschillende bieren. Het op de bierflessen afgebeelde beeldmerk toonde een valk met een kroontje op de kop.Ter gelegenheid van het 100 jarige bestaan van het bedrijf in 1891 werd op een 5,5 meter hoge zuil bij de toegangspoort een gietijzeren beeld van een gekroonde valk geplaatst. Tegenwoordig staat de zuil met daarop een replica van het beeld op de hoek van de Hoogte Kadijk en de Buiten Kadijken.
* citaat uit Gekroonde Valk historie
Mijn volgende gang is naar de Hoogte Kadijk om daar de Gekroonde Valk in al zijn glorie te aanschouwen en voor eeuwig vast te leggen. Een afzakkertje op steenworp afstand daarvan, bij café Scharrebier op het Rapenburgerplein, ligt voor de hand.
zondag 15 april 2012
Willem Waterman (deel I)
In die tijd draaide ik rond in een kringetje van kunstenaars, semi-kunstenaars en intellectuelen. Een scènetje van veel pathetisch gepraat, gedrevenheid en geëxalteerdheid met natuurlijk een maximum aan drank. Al gauw hadden we het predikaat van langharig werkschuw tuig.
Zo was er Willem Waterman, met verschillende pseudoniemen waaronder Willy van der Heide en Willem van den Hout. Schrijver was hij van beroep, bekend van de Bob Eversserie.
Hij had het rauwe uiterlijk van een zeebonk met zijn kapiteinspet op en grote snor. In die tijd leefde hij op een schip. Dagelijks peddelde hij met z’n bootje door de grachten en meerde dan aan bij een bootterras aan de Prinsengracht waar ik en m’n vriendinnen in het zonnetje aan het borrelen waren.
Vloekend kwam hij aan en vloekend met bulderende lach vertrok hij weer. Geregeld ergerden we ons aan zijn gescheld en getier, een kakofonie van woorden. Naarmate de alcohol vloeide, ontstond er een overmaat van woorden, een crescendo van blaaskakerij en gelal, een ware terreur.
In de verte zagen we Willem alweer aan komen tuffen. We besloten hem een lesje te leren. De niets vermoedende Willem verankerde zijn bootje, stapte ‘godverdomme middag dames’ kretend op het terras, begon met overslaande stem te oreren en werd meteen door een paar potige meiden vastgegrepen. Vervolgens rukten we hem het hemd van zijn lijf en scheurden de broek van zijn kont en gooiden de heftig tegenspartelende Willem in de gracht. Z’n kleren erachter aan.
Zo droop hij af met een zwaar onthutst gezicht en uitgelachen door al die pimpelende dames op het terras. Het temperde enigszins zijn seksistische gelul.
zaterdag 14 april 2012
Willem Waterman (deel II)
Hij schreef beeldend zoals hij sprak en andersom. Door de tijd heen ontmoetten we elkaar geregeld in de kroeg en hielden contact.
Nadat hij zijn boek: Toen ik een nieuw leven ging beginnen en andere waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig had geschreven, ontving ik eind '78 een brief van hem. Daarin stelde hij voor om samen met mij een boek te gaan schrijven.
Hij had al twee titels in zijn hoofd.
Het zou: De man die vrouwen begreep worden en hij veronderstelde dat geen enkele vrouw zo'n boek zou kunnen laten liggen.
Deze brief kwam ik onlangs tegen in een oude doos. Ik heb 'm gescand en doe er hieronder gewag van.
Begin '85 werd een verwaarloosd hartinfarct Willem fataal.
Ons boek is er nooit gekomen en het manuscript is tot mijn leedwezen verloren geraakt.
zie ook: Willem Waterman (deel I)
woensdag 4 april 2012
arbeid adelt
Ik vraag me vaak af waarom ik zo naar randfiguren trek of naar mensen die op het scherp van de snede lopen. Niet uit idealistische overweging en ook niet omdat ik met ze te doen heb of dat ik ze zo nodig moet helpen. Nee, waarschijnlijk haal ik er voor mij zelf iets uit. Doorgaans hebben ze een eigenheid die mij kennelijk aantrekt. Ik kan heel slecht tegen gebaande wegen, ook op persoonlijk niveau en ben niet vies van sensatie maar dan wel met stijl. Ik ben allergisch voor platvloersheid.
In de jaren zestig had ik een vriend, Sjoerd genaamd. Het gerucht ging dat hij van adel was en ooit stinkend rijk was geweest. Daar zag je niet veel meer van. Blootshoofds en barrevoets verplaatste hij zich door Amsterdam. De kleding die hij droeg bestond uit niet meer dan een paar aan elkaar geknoopte draadjes katoen. Hij had lang grijzend haar en een baard tot aan zijn navel. Menigeen zag hem voor de vleesgeworden Christus aan en ook hij hield die mythe graag in stand. Zijn grijsblauwe ogen lagen wat verzonken in zijn magere gezicht en zijn van nature rijzige gestalte neigde zich te buigen.
‘s Nachts stond hij weleens voor mijn bed, dan dacht ik dat ik ‘een verschijning' had. Als ik me dan realiseerde dat het Sjoerd was die langs de regenpijp omhoog was geklommen en vervolgens door het geopende raam naar binnen was gestapt, wist ik dat het om een borreltje ging.
Eentje maar, zei hij met een kwajongensachtige lach op zijn gezicht.
Nou, eentje dan, verzuchtte ik, je weet de weg.
Na dat borreltje klom hij het raam weer uit en bracht de nacht door in de zandbak naast het huis waar ik woonde. Hij had bijna nooit geld maar als hij het had, was het binnen een dag op. Hij had eens een briefje van honderd gulden op zak en stak het zomaar in de fik en zei: Ach, als ik iets nodig heb dan neem ik het wel. Op die manier liet hij zien wat hij van geld vond.
Eentje maar, zei hij met een kwajongensachtige lach op zijn gezicht.
Nou, eentje dan, verzuchtte ik, je weet de weg.
Na dat borreltje klom hij het raam weer uit en bracht de nacht door in de zandbak naast het huis waar ik woonde. Hij had bijna nooit geld maar als hij het had, was het binnen een dag op. Hij had eens een briefje van honderd gulden op zak en stak het zomaar in de fik en zei: Ach, als ik iets nodig heb dan neem ik het wel. Op die manier liet hij zien wat hij van geld vond.
Op een dag belde mijn vriendin Gertie al vroeg in de ochtend bij me aan. Zij stoorde me in mijn winterslaap. Sjoerd heeft gisteravond een ongeluk gehad, zei ze ongerust, hij ligt in het ziekenhuis.
Een paar uur later toen we bij hem in het Wilhelminagasthuis waren, zat Sjoerd alweer monter en frisgewassen tussen de witte lakens. Een verpleegster zat op het randje van zijn bed en draaide vlechtjes in zijn baard. Grinnikend zei hij dat het geen kwaad kon om in deze barre tijden eens even in een echt bed te slapen en lekker verzorgd te worden. En ach ja, die auto had hem lichtelijk aangereden en toen de ambulance kwam, dacht hij laat maar gaan, ik zie wel hoe het loopt.
Drie dagen later haalden Gertie en ik hem weer op uit het ziekenhuis. Ik geloofde mijn ogen niet. Daar kwam Sjoerd aangelopen. In een keurig pak, zijn haar pas gewassen, kortom: spic en span. Hij droeg een grote koffer.
Wat zit daar in die koffer, Sjoerd, vroeg ik, het meest vreselijke vermoedend. Armen en benen op sterk water, of zo ?
Dat laat ik je straks wel zien, grijnsde hij.
In mijn Fiatje 600 scheurden we door de straten want met mijn grenzeloze nieuwsgierigheid kon ik het moment suprême bijna niet afwachten.
Een paar uur later toen we bij hem in het Wilhelminagasthuis waren, zat Sjoerd alweer monter en frisgewassen tussen de witte lakens. Een verpleegster zat op het randje van zijn bed en draaide vlechtjes in zijn baard. Grinnikend zei hij dat het geen kwaad kon om in deze barre tijden eens even in een echt bed te slapen en lekker verzorgd te worden. En ach ja, die auto had hem lichtelijk aangereden en toen de ambulance kwam, dacht hij laat maar gaan, ik zie wel hoe het loopt.
Drie dagen later haalden Gertie en ik hem weer op uit het ziekenhuis. Ik geloofde mijn ogen niet. Daar kwam Sjoerd aangelopen. In een keurig pak, zijn haar pas gewassen, kortom: spic en span. Hij droeg een grote koffer.
Wat zit daar in die koffer, Sjoerd, vroeg ik, het meest vreselijke vermoedend. Armen en benen op sterk water, of zo ?
Dat laat ik je straks wel zien, grijnsde hij.
In mijn Fiatje 600 scheurden we door de straten want met mijn grenzeloze nieuwsgierigheid kon ik het moment suprême bijna niet afwachten.
Toen we bij mij thuis kwamen, ging de koffer open en wat zagen we daar: een paar operatiejassen, een verpleegsterscape, twee doktersjassen, een stethoscoop en nog enige operatie-instrumenten.
Zo komt Splinter door de winter dacht ik bij mezelf oftewel: arbeid adelt maar de adel arbeidt niet.
Zo komt Splinter door de winter dacht ik bij mezelf oftewel: arbeid adelt maar de adel arbeidt niet.
***
Sjoerd met zoon Rufus
Sjoerd begin 1981
Sjoerd 1956
dinsdag 29 september 2009
Koekoek
Vier jaar geleden ontmoette ik schrijver en filmmaker Hans Koekoek op het Boekenbal voor Vrije -en Eigenzinnige- Schrijvers. Dit Boekenbal werd georganiseerd door Boekenmaker waar je je boek in eigen beheer kunt uitgeven en zo je wil directeur van je eigen uitgeverij worden.
Buiten zang en dans was er gelegenheid om infostands over schrijven te bezoeken en een aantal auteurs droegen voor uit eigen werk.
Koekoek heeft ruim dertig boeken op zijn naam staan waarvan menig verhaal hilarisch, bizar en absurdistisch. Hij en ik wisselden elkaar onze boeken uit. Dit historisch moment werd fotografisch vastgelegd.
In 2006 was ik getuige van een van Koekoeks spectaculair jaarlijks cultureel geslaagde avondjes in Hilversum met velerlei optreden van schrijvers, dichters en musici. Ook was er een mentalist die illusionair en suggestief theater liet zien.
Door de tijd heen onderhielden we zo nu en dan een goed-aardig vilein gevatte emailcorrespondentie dat resulteerde afgelopen zondag tot een voordracht bij Eijlders. Het dichtseizoen was daar weer begonnen. Ik zou Koekoek introduceren bij Ronald Offerman en hij zou een stukje proza weergeven.
Als ik Eijlders binnenstap zit Koekoek al aan tafel. Hij heeft een Kennisje meegenomen dat, naar eigen zeggen, dolle herinneringen heeft aan Eijlders en ook zij wil graag getuige zijn van de dichtmiddag.
Mijn plek is steevast achterin de kroeg op een van de verhogingen. Zo kan ik alles goed overzien met dekking in de rug.
Ik strompel het trappetje op met Koekoek -zonder Kennis- in het kielzog. We hijsen ons het podium op. Een rondje dichters is voorbij en het is even pauze.
Kennis wordt gesommeerd ook boven plaats te nemen maar blijft liever zitten waar gezeten wordt. Dit met oog op foto's die straks gemaakt moeten worden.
De volgende ronde zijn wij aan de beurt: ik ben nummer vier en hij vijf. Altijd aangenaam op voorhand te weten, dan kun je je even instellen op de dingen die komen gaan.
Eijlders thema van deze maand gaat over eten. Ik heb een oud gedicht uit de kast getrokken en enigszins bewerkt voor deze keer. Het is mijn ode aan een haring.
Dan vertelt Koekoek een kort geestig verhaal over een pastoor. Sowieso krijg ik de indruk dat geloof en ongeloof heden ten dage zijn stokpaardjes zijn, gezien zijn boek: Ongelovige verhalen. In deze bundel heeft hij zijn tegendraadse religieuze verhalen bijeengebracht.
Kennis knipt foto's maar wordt achteraf ernstig berispt over het feit dat, ondanks zijn instructies, de foto's uit een verkeerde hoek zijn gemaakt. Aan de horizontale shot is niet gedacht, het publiek is onzichtbaar maar natuurlijk kun je nooit technisch tippen aan iemand die filmmaker is.
Gebrom alom.
Dan drinken we nog een wijntje en wordt het tijd om huiswaarts te gaan.
En hoe vond Koekoek de middag/avond, wordt hem bij het afscheid gevraagd.
Hij had toch wel een wat dichterlijk hoger niveau verwacht.
Tja, het is natuurlijk wel zo dat iedereen bij Eijlders, zonder enige selectie, mag voordragen. Maar dat is wellicht Eijlders charme: laagdrempelig.
Koekoek en Kennis stappen op. Dan hoor ik een kreet en zie verschrikte gezichten. Koekoek is zijn tasje met fototoestel kwijt dat op tafel heeft gestaan. Er wordt overal gezocht.
Gestolen?
Er wordt bij Eijlders nooit gestolen, hoor ik organisatoren van de dichtmiddag annex stamgasten roepen.
De grote tas wordt diverse keren op z'n kop gezet maar... geen tasje en al helemaal geen fototoestel.
Dit is natuurlijk geen leuk Mokums grapje meer.
Ben je een keer in Sodom en Gomorra, raakt je camera ook nog spoorloos.
Totdat Kennis triomfantelijk met tasje en inhoud aan komt zetten. Iedereen blij en opgelucht behalve Koekoek die nog na-bozig uithaalt naar Kennis over vermeende slordigheid want het vermaledijde tasje met toestel lag uiteindelijk onder, in plaats van op, tafel waar Koekoek aanvankelijk heeft gezeten.
Hij zou wel blij en dankbaar mogen zijn omdat ik het gevonden heb, hoor ik Kennis prevelen.
Het waren aangename uurtjes.
Finis coronat opus.
woensdag 15 juli 2009
ode aan onze iconen
Toen ik afgelopen zaterdag vernam dat Simon Vinkenoog stervende was, flitste het door mij heen dat precies acht jaar geleden monumentje en rocker Herman Brood van het dak af was gesprongen, de dood tegemoet. Hoe ik zo goed weet dat dat op 11 juli plaatsvond, komt doordat een mij geliefd familielid op die dag jarig is.
Bij overlijden komen weer herinneringen boven van vroeger zoals in de jaren zestig in café de Westertoren op de Prinsengracht, inmiddels ook verleden tijd, lees: elegie voor café de Westertoren waar Vinkenoog en eveneens Johnny van Doorn (the Selfkicker) vaak onder invloed van drank en drugs hun voordrachten ten toon spreidden en ook Bart Huges, de man die een gaatje in zijn hoofd boorde om zijn bewustzijn te verruimen, regelmatig zijn neus liet zien.
Evenzo in de zeventiger jaren, wanneer we met een aantal dichters, schrijvers, filosofen borrelden in literair café Miller in de Binnen Bantammerstraat.
Dichter en spraakwaterval Vinkenoog had doorgaans het hoogste woord. In de jaren zeventig/tachtig was ik geabonneerd op de tweemaandelijkse Kroniek van onze beschaving: Bres, met artikels over (oosterse)filosofie, spiritualiteit, esoterie, tantrisme en zenboeddhisme. Daar schreef Vinkenoog jarenlang zijn rubriek Wereld in Beweging.
Het stemt mij enigszins weemoedig wanneer een icoon onze wereld verlaat. Zeker wanneer dit het fenomeen mens betreft dat niet slechts orakelt over vrijheid en authenticiteit maar het ook laat zien door op zijn eigen gedreven wijze aanwezig te zijn en te leven in een hier en nu waar morgen niet bestaat.
Verwijzingen naar autobiografische verhalen die zich afspelen in de zestiger jaren, waarvan de hoofdrolspelers inmiddels zijn overleden:
donderdag 10 januari 2008
elegie voor café de Westertoren
De fundering was aan het zakken en het pand stond op instorten, werd mij verteld.
Alweer een stuk nostalgie erbij en een mooi stuk eigen Amsterdam weg, drong het pijnlijk tot mij door.
Het publiek bestond uit een mengeling van een zooitje ongeregeld, eigenheimers, zonderlingen en randfiguren.
Erna, de uitbaatster van het café, zwaaide sinds de jaren zeventig daar de scepter. Jaren later met de onontbeerlijke hulp van haar dochter Lolita. Vrouwen met het hart op de goede plaats. Dat ze daar een sociale functie hadden, was duidelijk.
Voor iedereen een goed woord. De armoedzaaier mocht op de pof drinken, de alcoholist die zich had misdragen, kreeg een forse schrobbering en de agressieveling een duidelijke waarschuwing, alvorens hij een caféverbod kreeg van enkele weken. Ontheemden, eenzamen en verlaten zielen voelden zich hier thuis.
De dames hadden er flink de wind onder.
Ik kwam er graag en regelmatig. In geen enkel café voelde ik me zo veilig als hier.
Niemand viel je lastig, vooral daar een paar oudgedienden aan de bar zich geroepen voelden zich als edele ridder en beschermer te gedragen.
Nu kan ik heel goed m'n eigen vrouwtje staan maar deze charmanterie vertederde en werd bovendien op sommige momenten door mij gewaardeerd.
Op het terrasje voor het raam van de gevel zag je zomers de stamgasten zitten en op het grote terras aan de Prinsengracht zaten de toeristen. Je had een prachtig uitzicht op de Westertoren en ook kon je van hieruit zien dat Anne Frank de hele dag door bezoek kreeg.
Dit was het café vanuit de zestiger jaren, toen ik nog in de Jordaan woonde, waar ik veel herinneringen aan heb.
De feesten die daar werden gevierd, het dichten in de kroeg, de middagen doorzakken. De meeste kroegvrienden van toen die nu bijna allemaal dood zijn.
Weemoedig nam ik afscheid van alweer een stukje verleden.

Erna, de bardame
woensdag 12 december 2007
Maloe Melo
Bij binnenkomst lacht Jur, de man achter de bar met een altijd bungelende sigaar tussen de lippen, me tegemoet. Het is de avond van de jamsession.
Gelukkig voor mij, maar ik denk niet voor de band en de bar, zijn er niet veel mensen. Vaak krijg ik last van een lichte claustrofobie als het zo gigantisch druk is en er een adembenemende blauwe rookwalm hangt.
De bassist, annex zanger, valt me onmiddellijk op door z'n sterke gitaarspel. Na wat speurwerk op internet weet ik dat het om Otis Hornesby gaat.
Wat me een prettig gevoel geeft, is dat de sologitarist een jonge jongen is. Het doet me deugd als ik onze jeugd met de blues in de weer zie. Bovendien speelt hij zeker niet onverdienstelijk. Zijn houding laat wat te wensen over. Wellicht wat meer vuur?
De slaggitarist valt ook al bij me in de smaak en brengt een aardig gitaarspel ten gehore.
Je ziet en hoort het onmiddellijk wanneer de muzikanten goed kunnen luisteren naar elkaar. Dan pas is er werkelijke harmonie en raakt men goed op elkaar ingespeeld.
De (muziek)egotrippers onder ons vallen op door hun eigen liederlijke gangetje te gaan en, hoe goed hun spel dan ook, het zal in samenwerking met anderen nooit wat worden. Ook de drummer kan m'n goedkeuring wegdragen.
Het kost me altijd veel moeite om op m'n plaats te blijven zitten als ik muzikaal geraakt word. Dus ook deze keer is het heerlijk swingen.
Na de pauze komt er een dame stereotype Rockin Billy met Dolly Parton allures op het podium. Met haar elektrische gitaar vervalt ze in de bekende uit het hoofd geleerde loopjes en riedeltjes. Ik word er niet warm of koud van en ook de band raakt mijns inziens niet echt geïnspireerd. Bovendien zingt ze lichtelijk vals.
Na de pauze krijgen we een andere gitarist, een drummer en een contrabassist die in combinatie met de zang en het gitaarspel van Otis spetterende blues laten horen.
Het is weer als vanouds genieten.
Abonneren op:
Posts (Atom)














