gevleugelde uitdrukkingen

VROEGER THUIS:


Mijn vaders graag gebezigde citaten:

Je bent een dief van mijn nachtrust... als ik 's nachts te laat thuis kwam.

Je bent een nagel aan mijn doodkist... die kreeg ik geregeld naar m'n hoofd geslingerd toen ik me als lastige, recalcitrante puber afzette tegen het ouderlijk gezag.

Jouw wil staat achter de deur met een grote stok... jij moet als kind je mond houden en je hebt niets te willen.

Met jou is het water naar de zee dragen... het heeft allemaal toch geen zin met jou (dat werd schertsend gezegd, anders had ik er een aardig minderwaardigheidscompexje aan over kunnen houden).

Ik heb copieus gedineerd... als m'n moeder weer eens heerlijk had gekookt.

De broodkruimels steken je... is het je weer te min.

Je moet het huisje bij het schuurtje laten... als ik iets groter maakte dan het was.

Daar komt een schip met zure appelen aan... als er bij een ogenschijnlijk mooie dag een donkere wolk aan kwamzetten duidend op een regenbui.

De schenker is vrij en de bakker zal hangen... hij citeerde graag uit de bijbel.

Afgewaaid goed... als mijn moeder rot fruit had meegenomen.

Mijn moeders citaten:

Komen de tijden komen de plagen... zei mijn optimistische moeder altijd.

Dat is opgelegd pandoer... dat spreekt voor zich.

's Avonds er niet in en 's morgens er niet uit... dat sloeg toen op mijn favoriete nachtleven. Dat geldt nu nog steeds.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen