donderdag 31 december 2009

inzicht

van oud naar nieuw 
cyclische aard van de ouroboros 
slang die in zijn eigen staart bijt
zijn oude versleten huid
slechts nog schaduw

ik wens u allen een oogverblindend 2010

dinsdag 29 december 2009

blikken

     veertig bezoekers
honderdzeventig pageviews
   wie weet het verschil

 

maandag 7 december 2009

papegaai gezocht


Alweer een maand geleden overleed Ko: necrologie van Ko
Aanvankelijk zouden zijn spullen weggeruimd worden maar ik zie dat ik daar niet toegekomen ben, zijn essenboom staat nog steeds kaal in een hoek van de kamer.
Nou nee, niet helemaal kaal, een foto van Ko prijkt op zijn lege plek. Papegaaienconditionering van enige jaren slijt langzaam.
Het moment is aangebroken voor een waardig opvolger. Dat schijnt echter niet zo eenvoudig te zijn, gezien het papegaaiencircuit: louche.
Ik zal geen namen noemen maar naar verluidt zijn er een aantal handelaren die zieke vogels verkopen voor gigantische bedragen.
Een jonge vogel is sowieso geen optie gezien mijn eigen leeftijd. Bovendien is een oudere -net als ik- wat bezadigder en bedaarder.
Met dit schrijven stuur ik een oproep -oftewel bestelling- de ether in.
Dus aan iedereen die dit leest, ziet, hoort: spits de oren en open de ogen bij het woord papegaai.
Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt.
Stel: De kinderen zullen maar geen uitweg weten met de lieveling van hun net overleden opa, oma, vader of moeder.

Hier en nu wordt een goed tehuis aangeboden voor een vrolijke fladderaar. Het hoeft geen hoogvlieger te zijn maar een zingende, pratende of lachende groene olijkerd.

donderdag 3 december 2009

hes van Es


 
Veertig jaar geleden kocht ik op het Waterlooplein een zoveelstehands hesje van zwart fluweel met opgestikte motieven van wat eens zilvergalon moet zijn geweest. Vermoedelijk ooit gecreëerd in de jaren twintig/dertig, wellicht afkomstig uit de Balkan?
Ik heb het letterlijk en figuurlijk stukgedragen. Tot mijn groot leedwezen kon ik er niet meer mee voor de dag komen. De vellen hingen erbij, het fluweel was deels gaar en uitgeteerd en de voering vergaan. Nu heb ik niets tegen vergane glorie, integendeel, maar dit was van een deplorabele toestand waar de honden geen brood van lusten.
Toch kon ik er geen afstand van doen. Ik hecht nogal aan kleding wanneer het lekker zit. Eigenlijk woon ik er dan in en loop doorgaans ogenschijnlijk dagelijks in hetzelfde omdat ik een prettig dragend kledingstuk vaak in drievoud koop. Zwart en rood zijn mijn favoriete kleuren. Modieus ben ik helemaal niet en van trendy moet ik ook al niets hebben.
Ik kocht een lapje zwart fluweel en voeringstof en zou het op mijn manier oplappen, dacht ik. 
Omdat ik niet zo handig ben met naald en draad als het om verfijning gaat en meer neig naar het grove ros- en reupwerk of met grote stappen gauw thuis, begon ik langzamerhand te vrezen dat dit geen werk voor mij was. Ik werd er al moedeloos van voordat ik begonnen was.
Toen mijn zus deze zomer op bezoek was, kwam het hesje ter sprake. Zij zou het wel mee naar huis nemen en er naar kijken.
Wie schetst mijn verbazing toen zij mij afgelopen zondag een pakje overhandigde waaruit ik mijn allang op sterven liggend gewaande hesje tevoorschijn toverde. Volledig hersteld en vernieuwd. Achter talloze gaatjes waren lapjes en bandjes fluweel gefrunnikt en met eindeloos geduld met ministeekjes vastgezet. De oude geperforeerde voering zat nog in het zakje als relikwie. 
Nu ben ik nooit zo snel aangedaan maar dit raakte me compleet. Hier was ik stil van. Wat een monnikenwerk, welk een zusterliefde. 
Hoeveel handwerkuren zijn dit, Zus? 
Nou, minstens honderd!
Ik heb het aangetrokken en behalve tijdens het slapen niet meer uitgedaan. De eerstvolgende tijd zal men mij tot vervelends toe met mijn gerestaureerde hes zien rondstruinen wanneer ik in de buurt ben. 
Misschien wel de komende veertig jaar.
 
 

maandag 9 november 2009

necrologie van Ko


Gistermiddag 8 november 2009 is huisvriend Jacob de papegaai, roepnaam Ko, gestorven.
Vorige week zondag kreeg hij kramp in zijn vleugels na een vlucht van boom naar tafel. Hij zakte door z'n poten en had last van evenwichtsstoornis. Het leek op een epileptische aanval. Ook zat er de laatste dagen bloed in z'n poepjes.
Wat moet je dan. Het dier laten verkommeren of naar de arts en hopen op een levenselixer.
Dinsdag naar de academie voor diergeneeskunde in Utrecht gegaan, hogeschool op gebied van papegaaien. Ko moest daar een nachtje blijven en er zou eerst een bloedonderzoek plaatsvinden.
Reeds op de terugweg naar Amsterdam ging de telefoon met de mededeling dat Ko dik bloed had. Hij was uitgedroogd en kreeg vocht toegediend. In de namiddag werd verteld dat hij ook leverfalen had en de toestand zorgwekkend was maar er nog allerlei onderzoeken moesten gebeuren.
Na kort beraad werd besloten om Ko op te halen de volgende ochtend. Niet nog meer onderzoeken, hij was al zo gestrest. Liever het einde van zijn leven in oude vertrouwde omgeving samen doorbrengen dan in een steriele ziekenhuisomgeving.
Hij was weer zo blij toen hij thuis was, at en dronk en deed net alsof er niets aan de hand was maar takelde langzamerhand af. De poepjes zagen er nu zeer bloederig uit, hij moest kotsen en viel af en toe om. Zaterdagavond nam hij niets meer tot zich. Gisterochtend was hij zo verzwakt dat hij helemaal niet meer op de poten kon staan en rond twee uur kreeg hij zijn spuitje. Begrafenis heeft later in de middag in eigen tuin plaatsgevonden naast de allang overleden kippen, hazen, eend en parkiet.

Hoe oud Ko is geworden, weet ik niet maar ik veronderstel minstens veertig jaar of veel ouder. De eerste -ruim- dertig jaren heeft hij een goed leven geleid bij een oud echtpaar. Daarna nog enige tijdelijke tehuizen totdat hij hier kwam. Hij had de jaren ervoor in een kooi gezeten maar hier pronkte in de kamer een klimboom van essenhout. Zeseneenhalfjaar lang.
Ko was niet meer volgens het plaatje moeders mooiste vanwege zijn ouderdom. Enigszins verkalkte poten, miste een teen, zat niet meer strak in het pak, zag er zelfs wat flodderig uit, maar juist daardoor van een expressieve Schoonheid.
Slim was hij. Ooit had ik gelezen dat papegaaien de intelligentie hebben van een kind van vier.
Zijn volledige vrijheid heeft hij nooit misbruikt. Hij vernielde niets maar had een wisselende aandacht voor touw, pennen en papier.
Lees: verscheurend slecht
Hij kon vliegen maar deed het niet vanwege zijn kooiconditionering en stond iedere keer versteld van zichzelf als hij zijn vleugels uitsloeg.
's Zomers zetelde hij vaak in de tuin en lachte de buurkinderen na. Hij was beroemd en berucht in de buurt, selectief en zeker geen allemansvriend. Als 't 'm niet beviel kon hij naar een bezoeker nog weleens uitvallen.
Wanneer er een reiger langs vloog of een roofvogel in de lucht zat, die ik amper met het blote oog kon zien, deinsde hij terug met een hoog specifiek geluidje: alarm!
Iedere ochtend vloog hij bij het ochtendgloren van boom naar tafel alwaar hij over de stoel klauterde en op de rugleuning van mijn stoel plaatsnam, wachtend op de dingen die komen gingen en alert op de eerste menselijke geluiden: Goeiemorgen, de dag is begonnen. Het wordt weer genieten vandaag!
Wat hij in zijn kop had, had hij niet in z'n staart en hij wist altijd wel duidelijk te maken wanneer hij iets wilde. Feilloos gaf hij richting aan. Dat kon naar de stok in de keuken zijn of op schouder bij de computer of zitten op de rugleuning van de stoel.
Zijn gelukzaligste momenten waren bij het bakken en braden. Ultieme verrukking bij het horen van gesis in de pan. Dan zakte hij door zijn poten en kwispelde met z'n staart. Hij was expert in aanvoelen van sferen.
Wanneer je iets at, zette hij zijn kop scheef en keek je aan: lekker hè...
Niet reageren.
Nu iets nadrukkelijker: lek-ker-hè...
Niet reageren.
Nu nog harder (heb je me nou nog niet gehoord): mmMMmm...
En hij kreeg z'n lekkernij. Het was een gezellige eter.
Op tafel had hij zijn eigen plaats en at met de pot mee. Gek op botjes van de kip waar hij het merg uitsnavelde.
Ko was een vrolijke rustige vogel. Schreeuwen deed hij nooit. Iedere namiddag vond onze lachsessie plaats. Hij kon jubelen en juichen. Lachte als een ouwe theetante en gooide dan vaak z'n kop in de nek. Zo hing hij de clown uit. Hij had z'n favoriete muziek. Bij sommige stemmen moest hij er bovenuit, de boventoon zingen en swingen op zijn stok bij it's only rock 'n roll. 

Ko, het is leeg en stil in huis zonder jou!



vrijdag 9 oktober 2009

Cuby & The Blizzards

 

Afgelopen zondag vierde stadsdeel Westerpark feest. De gehele dag waren er activiteiten in het Cultuurpark Westergasfabriek. Live muziek waaronder tot mijn verrassing een optreden van Cuby and the Blizzards, een uit het Drentse esdorp Grolloo afkomstige bluesband, ontstaan in de jaren zestig. Blueszanger John Lee Hooker was het grote voorbeeld van de nu 68-jarige Harry Muskee, oprichter van de band. Zijn boerderij was destijds het lustoord voor muzikanten, kunstenaars en hippies. Ook Herman Brood heeft als pianist enige tijd de band verrijkt. 
Ik was benieuwd. 
Nog niet zo lang geleden had ik een concert van Bob Dylan bijgewoond in de Heinekenhal. Hoewel het geluid perfect was, vond ik de omgeving steriel en zowel optreden als publiek gezapig, strak en stijf. Iedereen bleef keurig rechtop in zijn stoel zitten. Er waren swingende nummers bij maar ik trok m'n wenkbrauw op toen ik Bob Dylan voor de zoveelste keer als ouwe lul 'the times they are a-changin' hoorde zingen.
Inderdaad, wat zijn de tijden veranderd. De Rolling Stones, die ik vroeger geniaal vond, zijn tegenwoordig -zoals velen met hen- commercieel, gepolijst en treden gigagroot op. Waar het destijds bol stond van de idealen en protestsongs is men nu uit op het groot kapitaal. 
Dat geldt ook voor Boudewijn de Groot. Uitzondering is Armand die zijn idealen trouw is gebleven, naar verluidt. 
Waar vroeger rechtse ballen en driedeligekostuums zwaar afkeurend naar/over onze rockers keken/spraken, zag ik ze recentelijk staan heupwiegen. 
Tja, times are a-changin.
Dit optreden is vrij informeel. Een ongeveer honderdvijftigkoppig publiek staat voor het podium en enige personen zitten op een bankje onder de kastanjeboom.
Ik ben een blues- en rockliefhebber en prefereer contrabas, -snerpende- gitaren, drums, mondharmonica en een rauwe stem. Jammer dat er nu bij de Blizzards, in tegenstelling tot vroeger, naar mijn smaak te veel blaasinstrumenten zijn, zoals hoorn, trompet en saxofoon. 
Is het de wind of hoor ik af en toe een dissonant van een der blazers.
Aldra zit de swing erin en het alternatieve Staatsliedenpubliek deint mee in nostalgie.
Graag had ik Muskee met een glas whiskey in zijn hand gezien in plaats van water want in de zestiger jaren zouden bandleden het niet in hun kop gehaald hebben om nuchter te spelen. Spontaan ontstaan er beelden op mijn netvlies van vroeger: uitfreaken onder invloed van drugs en drank, apestoned en amper op hun benen kunnen staan, maar ze maakten een muziek.
Hoewel ik Cuby altijd graag hoorde en ik me nu ook heb vermaakt, mis ik de echte rauwheid, hartstocht en melancholie van de blues. Het raakt me niet tot diep in m'n ziel. 
Na ruim veertig jaar muziekmaken wellicht enigszins uitgeblust of op deze leeftijd niet meer kunnen voelen wat je toen overkwam?



 

fotografie: Ymie

donderdag 8 oktober 2009

paddestoelen

Vandaag zijn de paddestoelen bij mij in de tuin in grote getale uit de grond geschoten. Wie kan mij vertellen hoe deze paddestoelen heten. Blijft de hamvraag overeind: zijn ze eetbaar.
Ik heb ze met verschillende lichtval gefotografeerd. Ze voelen op de kop wat slijmerig aan.
Laat de deskundige(n) volgaarne opstaan.
















dinsdag 29 september 2009

Koekoek



Vier jaar geleden ontmoette ik schrijver en filmmaker Hans Koekoek op het Boekenbal voor Vrije -en Eigenzinnige- Schrijvers. Dit Boekenbal werd georganiseerd door Boekenmaker waar je je boek in eigen beheer kunt uitgeven en zo je wil directeur van je eigen uitgeverij worden. 
Buiten zang en dans was er gelegenheid om infostands over schrijven te bezoeken en een aantal auteurs droegen voor uit eigen werk.
Koekoek heeft ruim dertig boeken op zijn naam staan waarvan menig verhaal hilarisch, bizar en absurdistisch. Hij en ik wisselden elkaar onze boeken uit. Dit historisch moment werd fotografisch vastgelegd.
In 2006 was ik getuige van een van Koekoeks spectaculair jaarlijks cultureel geslaagde avondjes in Hilversum met velerlei optreden van schrijvers, dichters en musici. Ook was er een mentalist die illusionair en suggestief theater liet zien.  
Door de tijd heen onderhielden we zo nu en dan een goed-aardig vilein gevatte emailcorrespondentie dat resulteerde afgelopen zondag tot een voordracht bij Eijlders. Het dichtseizoen was daar weer begonnen. Ik zou Koekoek introduceren bij Ronald Offerman en hij zou een stukje proza weergeven. 

Als ik Eijlders binnenstap zit Koekoek al aan tafel. Hij heeft een Kennisje meegenomen dat, naar eigen zeggen, dolle herinneringen heeft aan Eijlders en ook graag van de partij wil zijn. 
Mijn plek is steevast achterin de kroeg op een van de verhogingen. Zo kan ik alles goed overzien met dekking in de rug. 
Ik strompel het trappetje op met Koekoek -zonder Kennis- in het kielzog. We hijsen ons het podium op. Een rondje dichters is voorbij en het is even pauze. 
Kennis wordt gesommeerd ook boven plaats te nemen maar blijft liever zitten waar gezeten wordt. Dit met oog op foto's die straks gemaakt moeten worden. 
De volgende ronde zijn wij aan de beurt: ik ben nummer vier en hij vijf. Altijd aangenaam op voorhand te weten, dan kun je je even instellen op de dingen die komen gaan. 
Eijlders thema van deze maand gaat over eten. Ik heb een oud gedicht uit de kast getrokken en enigszins bewerkt voor deze keer. Het is mijn ode aan een haring
Dan vertelt Koekoek een kort geestig verhaal over een pastoor. Sowieso krijg ik de indruk dat geloof en ongeloof heden ten dage zijn stokpaardjes zijn, gezien zijn boek: Ongelovige verhalen. In deze bundel heeft hij zijn tegendraadse religieuze verhalen bijeengebracht. 
Kennis knipt foto's maar wordt achteraf ernstig berispt over het feit dat, ondanks zijn instructies, de foto's uit een verkeerde hoek zijn gemaakt. Aan de horizontale shot is niet gedacht, het publiek is onzichtbaar maar natuurlijk kun je nooit technisch tippen aan iemand die filmmaker is. 
Gebrom alom.
Dan drinken we nog een wijntje en wordt het tijd om huiswaarts te gaan.
En hoe vond Koekoek de middag/avond, wordt hem bij het afscheid gevraagd. 
Hij had toch wel een wat dichterlijk hoger niveau verwacht. 
Tja, het is natuurlijk wel zo dat iedereen bij Eijlders, zonder enige selectie, mag voordragen. Maar dat is wellicht Eijlders charme: laagdrempelig.
Koekoek en Kennis stappen op. Dan hoor ik een kreet en zie verschrikte gezichten. Koekoek is zijn tasje met fototoestel kwijt dat op tafel heeft gestaan. Er wordt overal gezocht. 
Gestolen? 
Er wordt bij Eijlders nooit gestolen, hoor ik organisatoren van de dichtmiddag annex stamgasten roepen.
De grote tas wordt diverse keren op z'n kop gezet maar... geen tasje en al helemaal geen fototoestel. 
Dit is natuurlijk geen leuk Mokums grapje meer. 
Ben je een keer in Sodom en Gomorra, raakt je camera ook nog spoorloos.   
Totdat Kennis triomfantelijk met tasje en inhoud aan komt zetten. Iedereen blij en opgelucht behalve Koekoek die nog na-bozig uithaalt naar Kennis over vermeende slordigheid want het vermaledijde tasje met toestel lag uiteindelijk onder, in plaats van op, tafel waar Koekoek aanvankelijk heeft gezeten.  
Hij zou wel blij en dankbaar mogen zijn omdat ik het gevonden heb, hoor ik Kennis prevelen. 
Het waren aangename uurtjes.

Finis coronat opus.







donderdag 3 september 2009

grijze golf

De Gemeente Amsterdam heeft het beste met zijn inwoners voor. Ontvang je een uitkering, behoor je tot de minima of heb je de leeftijd van 65 jaar bereikt dan kom je voor de stadspas in aanmerking. De stadspas geeft kortingen op culturele, sportieve en educatieve attracties en activiteiten. Met de stadspasbon krijg je, net als vroeger bij De Gruyter, extra snoepjes -reductie- van de maand waaronder in augustus een uur met de Pannenkoekenboot.
Kost het normaliter vijftien euro voor een volwassene, nu slechts drie, enne... zoveel pannenkoeken eten tot je er dood bij neer valt.
Dat is letterlijk en figuurlijk even smikkelen en smullen voor onze stadspasgebruiker.
Kleinzoon is allang beloofd om eens gezellig met grootouwelui een vaartochtje over het IJ te maken. Vorige week was het dan eindelijk zover. Om half vijf zou de afvaart geschieden en om kwart over vier zal de poort naar de boot worden geopend.
Niet wetende dat de hele grijze golf is uitgerukt met dezelfde gedachte, zien we daar voor de hekken de oudjes met stadspas in de hand staan dringen. Met zachte drang wordt onze medemens in de herfst van zijn leven door de bemanning vriendelijk verzocht wat afstand te nemen.
Ik sta er geamuseerd bij en kijk ernaar. Collectieve zelfspot slaat toe. Wat bezielen ze toch om altijd weer die ellebogen te gebruiken en zich, zelfs op deze leeftijd, als eerste door een deur te persen. Temeer daar de plaatsen gereserveerd zijn dus ze niet bang hoeven te zijn om over de reling te hangen.
Eindelijk wanneer alle ouders en grootouders met (klein)kinderen op hun plaats zitten en de boot vertrekt, kan het eetfestijn beginnen.
De bemanning, door ervaring wijs geworden, legt door de microfoon uit dat we per tafel worden uitgenodigd om een pannenkoek te halen met spek, kaas of naturel en verder is er een zelfbedieningstafel met allerlei lekkernijen. Dat is maar goed ook want in gedachte zie ik de massa douwen, persen, porren, stoten, een zet geven om als eerste de grootste pannenkoek te bemachtigen.
We krijgen een plaats aangewezen naast de zelfbedieningstafel, eerste rang dus. Zo kan ik het ene moment een blik naar buiten werpen om het IJ voor de zoveelste keer te bewonderen en de andere maal heb ik een riant uitzicht over de mensheid die zich na een haastige eerste ronde tegoed doet aan een volgende pannenkoek.
Nu ben ik van huisuit een kleine eter en vruchten uit blik kan ik sowieso al niet uitstaan vanwege het zoetige geleigehalte.
Ik zie deze en gene de spekpannenkoek, grijp en graai, beleggen met de ene lekkernij na de andere. Laat ik duidelijk zijn: Eerst een laag hagelslag, dan de brie, daarbovenop vijf plakken salami en ham en dan nog eens de perziken uit blik, overdekt met een lepel stroop.
Men is uitgehongerd. Met het bord torenhoog beladen, waggelt men naar zijn plaats.
Dan wordt de ballenbak geopend, het speelparadijs voor kinderen. Ze stormen massaal naar het vooronder. Menig kleinkind gaat met opa of oma aan de hand de ballenbak in. Wel schoenen uit. Het is daar dolle pret.
Het uur vliegt voorbij. Wat hebben we genoten en kleinzoon heeft er weer een dierbare herinnering bij.

vrijdag 28 augustus 2009

ferme jongens stoere knapen

Gingen we ooit als ferme jongens stoere knapen op de fiets door weer en wind, nu zie je bijna alle vaders en moeders met hun kroost met helmpjes op en in bakfietsen gepropt door de stad trekken.
Het zal je toch gebeuren dat veel van deze schatjes zelf actie zouden moeten ondernemen en kou vatten. Een zeiltje erover heen want ze kunnen weleens natregenen. Een ramp, dat bakfietsengebeuren en een grote ergernis. In de volle breedte worden ze op de stoep geparkeerd zodat de voetganger nauwelijks doorgang vindt. Mobiel bellend zit moeder op zo'n fiets, let niet op het verkeer en zwenkt naar links. Dan passeert een auto die haar en de vier kinderen schept. Het hele gezin ligt op straat. 
Gingen we ooit op ons negentiende of twintigste de deur uit, menig ouderpaar zit heden nog steeds opgescheept met de allang volwassen zoon of dochter. Ze zijn me daar gek om op eigen benen te staan. Moeders pappot is wel zo gemakkelijk: aanschuiven, verzorgd worden en potverteren. Levenslang in de watten leggen of liever gezegd liefdevol doodknuffelen.
Collectief zie je niets anders. Onder het mom van alles onder controle wordt er zo langzamerhand een angstcultuur gekweekt in ons eens zo nuchtere Nederlandje. Nuanceren en relativeren is er nagenoeg niet meer bij. Het beste te illustreren met het zogenaamde noodweer van vorige week. Donder en bliksem werden voorspeld. In mijn eigen kringen werden twee afspraken afgezegd. 'Noodweer zou kunnen toeslaan onderweg', werd ons met waarschuwend opgeheven vingertje toegeroepen. Op de radio hoorde ik de volgende dag een opname van een dame die door de luidspreker schalde: wil iedereen zo spoedig mogelijk strand en zee verlaten want er is noodweer op komst. Er waren diezelfde dag in mijn contreien drie druppels regen gevallen.
Zo komt de regering, alias Pleegzuster Bloedwijn, met haar goedbedoelde adviezen.
Betutteling alom. Nog even en niemand kan meer eigen initiatief ontwikkelen of nemen. Het wordt ons ingefluisterd, wat heet: gedicteerd, door Hogerhand.
Eigen verantwoordelijkheid wordt op voorhand reeds in de kiem gesmoord. Ongeveer een half jaar geleden werd ons de Mexicaanse griep beloofd. Het zou wereldwijd een pandemie worden, achteraf niet veel erger dan een gewoon griepje. Tallozen zouden getroffen worden en het moeten bekopen met de dood. Magere Hein zou op vele deuren kloppen. Voor kapitalen is er geïnvesteerd in tamiflu, zodanig dat er weer een gat in de zorgverzekeringskas zit en onze premies volgend jaar wederom vrolijk met tien euro per maand verhoogd worden.

donderdag 20 augustus 2009

P.C.


Noodgedwongen rij ik vanmiddag door de P.C. Hooftstraat en omstreken. Centrum van chique- en klatergoud-Amsterdam, in de plebs- en elitemond P.C. genoemd. Hier verkeert het episch centrum van Masserati, Ferrari, Alfa Romeo, Porsche, Lamborghini.
Tweede wagen in het poepchique gezin, speciaal voor moeder de vrouw, is een Hummer of SUV. Dit soort Range Rover, bedoeld als terreinwagen, scheurt, de waanzin ten top, met hoge snelheid door de stad, met name door de P.C.Hooft.
Je treft hier evenzo flanerende en winkelende dames aan op zoek naar het meest trendy japonnetje van de dag, om morgen voor eeuwig vergeten in de kast te laten hangen. Zo zie je keurige heren, net in het pak en ruim besprenkeld met de meest decadente geuren aftershave. Het is warm, enigszins broeierig.
Vanmiddag treft mij daar een vreselijke rioollucht, liever stank genoemd, alsof er een bus peuters met poepbroeken is uitgelaten.
P.C. wordt voor mij W.C.: Walgelijk Closet.
De kouwe kak ruikt echter niets vanwege riant geparfumeerde zelfbesprenkeling.
Zwoegend en zwetend gaat het leven verder obsessief op zoek naar het volgende merkkledingvermaak van couturier X.

maandag 17 augustus 2009

Taal is zeg maar echt mijn ding


Van de cover:
... Paulien Cornelisse schrijft over taal. Niet over hoe het zou moeten, of hoe verschrikkelijk het is dat er mensen zijn die 'groter als mij' zeggen. Nee. Het gaat over taal zoals die op dit moment gesproken wordt. Dat is soms walgelijk, en soms aandoenlijk. Wat volgens Paulien Cornelisse in ieder geval vaststaat, is dat mensen bíjna nóóit zeggen wat ze bedoelen. ('Als ik even heel eerlijk ben' lijkt de opmaat tot vriendelijk commentaar, maar is meestal de inleiding tot keiharde kritiek onder de gordel).
Veel mensen vinden dat wij ons vooral door het gebruik van taal onderscheiden van de wilde beesten. Paulien Cornelisse ziet taal niet als een teken van civilisatie, maar meer als een voortzetting van omgangsvormen uit de oertijd. We zijn nog steeds bezig elkaar te vlooien en tegen elkaar te gillen, alleen doen we dat nu op een veel ingewikkelder manier. Je hebt ook mensen die niet willen toegeven dat de discussie inmiddels een ruzie aan het worden is. Die zeggen bijvoorbeeld: 'Grappig dat je dat zegt,' terwijl het helemaal niet grappig is...

Met veel plezier en enigszins leedvermaak gelezen. Een boek naar mijn hart waar ik veel over zou kunnen zeggen maar dat doe ik niet gezien het aantal huidige recensies.
Voor een ieder die maar enigszins geïnteresseerd is in de NEDERLANDSE TAAL raad ik aan: lezen.

auteur: Paulien Cornelisse
Taal is zeg maar echt mijn ding
uitgeverij: Atlas Contact
april 2009

woensdag 15 juli 2009

ode aan onze iconen


Toen ik afgelopen zaterdag vernam dat Simon Vinkenoog stervende was, flitste het door mij heen dat precies acht jaar geleden monumentje en rocker Herman Brood van het dak af was gesprongen, de dood tegemoet. Hoe ik zo goed weet dat dat op 11 juli plaatsvond, komt doordat een mij geliefd familielid op die dag jarig is.
Bij overlijden komen weer herinneringen boven van vroeger zoals in de jaren zestig in café de Westertoren op de Prinsengracht, inmiddels ook verleden tijd, lees: elegie voor café de Westertoren waar Vinkenoog en eveneens Johnny van Doorn (the Selfkicker) vaak onder invloed van drank en drugs hun voordrachten ten toon spreidden en ook Bart Huges, de man die een gaatje in zijn hoofd boorde om zijn bewustzijn te verruimen, regelmatig zijn neus liet zien.
Evenzo in de zeventiger jaren, wanneer we met een aantal dichters, schrijvers, filosofen borrelden in literair café Miller in de Binnen Bantammerstraat.
Dichter en spraakwaterval Vinkenoog had doorgaans het hoogste woord. In de jaren zeventig/tachtig was ik geabonneerd op de tweemaandelijkse Kroniek van onze beschaving: Bres, met artikels over (oosterse)filosofie, spiritualiteit, esoterie, tantrisme en zenboeddhisme. Daar schreef Vinkenoog jarenlang zijn rubriek Wereld in Beweging.
Het stemt mij enigszins weemoedig wanneer een icoon onze wereld verlaat. Zeker wanneer dit het fenomeen mens betreft dat niet slechts orakelt over vrijheid en authenticiteit maar het ook laat zien door op zijn eigen gedreven wijze aanwezig te zijn en te leven in een hier en nu waar morgen niet bestaat.

Verwijzingen naar autobiografische verhalen die zich afspelen in de zestiger jaren, waarvan de hoofdrolspelers inmiddels zijn overleden:

vrijdag 3 juli 2009

kersenboom


Ik heb reeds twee jaar een kersenboom in mijn tuin. Dit jaar draagt hij voor het eerst vrucht. Dat wil zeggen, ik telde in totaal 21 kersen.
Eergisteren zag het ernaar uit dat er drie kersen geoogst konden worden. Wat een euforie. Ze smaakten sappig, zoet en knapperig. In een woord verrukkelijk. De andere waren nog niet geheel op kleur.
Tot vandaag. Deze ochtend, genietend van de koelte in mijn souterrain en daardoor laat uit mijn bed komend, ben ik van plan om het restant te plukken.
Ik maak een kop koffie om bij te komen van de nacht. Glunderend kijk ik naar de kersenboom. Opeens zie ik iets zwarts voorbijfladderen dat neerstrijkt in mijn boom. Ik kijk goed, nu ineens volkomen wakker en alert en zie dat een merel druk bezig is z'n maag te vullen.
Nu hebben alle vogels al m'n bessenboom geplunderd, wat ik niet erg vind, maar deze brutaliteit...
Ik schuifel de tuin in, betrap de merel op heterdaad en kan hem bijna aanraken, zo driftig is hij met de kers in de weer. Ik zie dat er vele aangevreten zijn maar wat nog erger is, er hangen er geen 21 minus drie meer. Verdomd, ze zijn me een slag voor. Er zit al een flink gat in m'n opbrengst. Onmiddellijk pak ik een bakje en ben blij dat ik er nog negen kan redden. Inmiddels zie ik dat een merel een kers tussen z'n snavel heeft en kwetterend z'n jong ermee voedert.
Rovers, dieventuig. In de gevangenis ermee of op z'n minst nestarrest of een enkelbandje.

dinsdag 30 juni 2009

donderdag 25 juni 2009

donderdag 28 mei 2009

donderdag 21 mei 2009

schubertiade

Afgelopen zondag was het weer dichtersmiddag bij Eijlders. Het lag allang in de lijn der verwachtingen dat ik met een van de dichters een Schubertvoordracht zou doen. De afsluiting van het dichtseizoen leek ons een geschikt moment.
Van tevoren hadden Jan Willem van Hamel en ik enigszins geoefend en besloten drie of vier liederen ten gehore te brengen.

Schubertiades zitten er bij mij ingeramd. Toen ik vier jaar oud was, leerde mijn vader me noten lezen. Ik was eerder met het notenschrift bekend dan met het alfabet. Kort daarop kreeg ik pianoles en op mijn zevende begeleidde ik mijn vader met Schubert, Mozart en allerlei klassiekers.
Noot voor noot maakten we ons de muziek vanaf het blad eigen. Van een opnameapparaat, bandrecorder of tapedeck hadden we nog nooit gehoord. Het was verbazingwekkend, me veel later realiserend, dat het hele repertoire er zo goed op maat en ritme inzat.
Mijn vader had voor mij een carrière in petto als concertpianiste of pianolerares. Naar het conservatorium zou ik gaan.
Iedere dag moest en zou ik een uur toonladders en etudes oefenen en na het avondeten werd mij min of meer bevolen aan de piano plaats te nemen om mijn vader met zijn sonore basbariton te begeleiden.
De piano stond bij ons thuis voor het raam en likkebaardend zag ik tijdens het spel mijn vriendjes op straat ravotten. Wat wilde ik daar graag bijzijn. Een corrigerende tik van mijn vader tegen mijn paardenstaart bracht mij weer bij de les en -schijnbaar- aandachtig volgde ik via het klavier zijn gezang.
Concertpianiste ben ik echter nooit geworden en pianospelen doe ik tegenwoordig sowieso niet zoveel behalve op verjaardagen. Met mijn familie rond de vleugel geschaard, kwelen we het repertoire van vroeger.

Bijzonder is dat je het pianospel nooit verleert. Net zoals fietsen en zwemmen. Een paar keer oefenen en het zit weer in de vingers.
J.W. en ik hadden afgesproken samen een eigen invulling te geven aan Schubert. We zouden het min of meer aan 'het toeval' overlaten.
Het eerste nummer vol weemoed en melancholie: 'Ihr Bild' uit 'Schwanengesang' tekst Heinrich Heine, zong en begeleidde ikzelf. Het lied eindigt in een tragedie: ...Auch meinen Thrähnen flossen mir von den Wangen herab. Und ach ich kann es nicht glauben dass ich dich verloren hab...
Na de dood van mijn vader kon ik de laatste regel niet meer met droge ogen uitzingen. Later, tijdens een onstuimige liefdesrelatie heb ik ooit samen met mijn uitverkorene de laatste zin veranderd in: ...Und ach ich kann es nicht glauben dass ich dich gefunden hab...
Vervolgens vertolkten we gezamenlijk 'der Tod und das Mädchen' uit 'Ausgewählte Lieder'.
J.W. zong 'Ungeduld' uit 'Die schöne Müllerin' -tekst Wilhelm Müller- met een geweldig elan. Bij het refrein:... Dein ist mein Herz, dein ist mein Herz, und soll es ewig ewig bleiben... nodigde hij het publiek uit om mee te zingen. Het was hilarisch, iedereen in de kroeg jubelde en juichte mee.
Tot slot 'Gute Nacht' uit de 'Winterreise' -evenzo tekst Wilhelm Müller-. We zouden kijken of het er van kwam en wisten dat er wat dissonanten inzaten maar die werden door J.W. slim en op eigen wijze ludiek opgevangen door improviserend ter plekke en tussen de bedrijven door Nederlandse tekst in te voegen. Het was een geweldige performance.

Prettig was de informele sfeer. Tekst kwijt of valse noot maakte niets uit. Iedereen was laaiend enthousiast. Zeker voor herhaling vatbaar. In september begint het dichtseizoen weer bij Eijlders.

donderdag 16 april 2009

verrijzenis


Opa Olivier was geen verliezer. Hij had zijn leven gestreden voor God, Volk en Vaderland. De strijd tussen recht en onrecht was zijn stokpaardje.
Ik jaag farizeeërs, schriftgeleerden en huichelaars mijn tempel uit, was zijn veel gehoord adagium. Daarmee gaf hij te kennen: wees oprecht, draai er niet omheen.
Hij had een hekel aan schijnheiligheid en haatte hoogmoed en arrogantie. Was hij het slachtoffer van zijn hoge leeftijd geworden waar werkelijkheid en verbeelding door elkaar heenliepen of was hij een ziener?
Opa Olivier liep doorgaans op een schoen en een slof. Hij was de held van Huize Sint Petrus. Hij had de respectabele leeftijd van 105 bereikt en had als oudste bewoner privileges verworven. Opa Olivier waande zich het eeuwige leven en zag zich als Gods Zoon.
Afgelopen goede vrijdag ging ik naar het bejaardentehuis. Daar zat opa Olivier met de doornenkroon op zijn hoofd, Christus Zelf te wezen. Hij had twaalf oude mannen om zich heen verzameld.
Aangenaam, de bende van twaalf mijn apostelen, zei hij met enige stemverheffing. Hij stond erop om die middag aan het kruis genageld te worden. Dan zou hij als lam Gods de zonde van de wereld wegwassen, had hij gepreveld. De mensheid zou zonder gewin of verlies voortgang maken. Als hij zou overlijden, moest men hem in doeken wikkelen en zou zijn begrafenis in aanwezigheid van zijn engelen -de bejaarden- moeten plaatsvinden, had hij verder gemompeld.
Alles in het juiste midden, opa? vroeg ik.
Alle hens aan dek, fluisterde opa Olivier die bijna verdronk in de oceaan van het  leven.
Tot ziens bij de wederopstanding, waren zijn laatste woorden.
Met Pasen is hij ten hemel gestegen.

woensdag 25 maart 2009

zaterdag 21 maart 2009

in Holland staat een huis

Weltevree en blijgeestig trek ik door het leven. Mijn idealen -als ze er al zouden zijn geweest- zijn verwezenlijkt zodat ik nooit zou hoeven zeuren, zoals mijn vader zaliger altijd weer deed, over zijn mislukte kansen.
Mij zou het in ieder geval nooit gebeuren, dat was helder. Het was levensles één -ongewild- door het tegendeel erin te stampen. Het heeft me een hoop frustratie en energieverlies gescheeld om niet te hoeven opboksen tegen het nutteloze en de machteloosheid. Dank u vader!
Druk kan ik me niet maken over de wereld. Het is en blijft een mensdom, met de klemtoon op de laatste lettergreep en zijn eigen problematiek. Hooguit zet ik m'n bewustzijn erop. De strijd aangaan met het wereldleed zou een gevecht tegen windmolens betekenen zoals Don Quichot ons al liet zien.
Ergeren en kankeren over trivialiteiten heb ik afgeleerd, wat rest zijn persoonlijke irritaties. Vooral wanneer het van zeer nabij, zonder dat ik er maar iets aan kan veranderen, plaatsvindt.
Ik woon in een straat waar de huizen gebouwd zijn rondom 1915. In april 1976 vestigde ik mij daar. Als je in die tijd zo'n huis betrok, volstond men slechts met het schilderen van plafond, muren, raamkozijnen en deuren. Tegenwoordig gaat men een hele verbouwing aan.
Het huis naast mij spant wel de kroon. In mijn column steigers van december 2007 spuwde ik reeds vuur vanwege overlast. Enige maanden daarna overleed mijn oude buurvrouw en vervolgens werd het huis gerenoveerd.
Roswerk de hele dag door, beginnend om zeven uur in de ochtend, voor mij als nachtmens niet te verteren. Alles werd in enkele maanden verkoopklaar gemaakt en opgeknapt.
Klaar... althans, dat dacht ik.
Ruim een maand geleden begon het feest opnieuw maar nu écht rigoureus. Het mooie plafond met ornamenten werd eruit gesloopt, paneeldeuren zomaar op straat gezet, alle muren weggeslagen, kortom de geest uit huis gehaald. Dit alles tot mijn grote leedwezen. Ik vraag me af waarom iemand een oud huis koopt, daar minstens drie ton voor betaalt, om vervolgens het hele huis te laten slopen en strippen. Ik zie iedere dag enige busjes in de straat staan, afwisselend: de aannemer, elektrotechnisch installatiebedrijf, de stukadoor, ontstoppingsspecialist, loodgieter, funderingsinspectie en deformatiemetingen.
Vorige week stond er een tien meter grote vrachtwagen met zand. Door een mix met een ander toeslagmateriaal werd er cement of mortel van gemaakt en in de kelder gestort. Door dit alles wordt het huis nog een paar ton duurder. Bovendien is het einde voorlopig nog niet in zicht.
Iedere dag kabaal en rotherrie van jewelste: beuken, elektrisch zagen, schuren en weet-ik-veel wat voor zwaar geschut nog meer.
Waarom koopt iemand niet gewoon een nieuwe villa in een rijke buurt in plaats van deze gigantische verbouwing in een toch wel gewoon onbeduidend wijkje.
Kijk, en hier kan ik me nou aan ergeren. Vooral omdat het hele gebeuren van hiernaast de sloper van m'n nacht- en ochtendrust is.

donderdag 12 maart 2009

Spaarndam

Dat de canta mij een ongelooflijke bewegingsvrijheid geeft, hoeft geen betoog. Zelfs de Amsterdamse stadsgrenzen worden tegenwoordig regelmatig overschreden. Zondag twee weken geleden was ik in Nes aan de Amstel. Daar werd een bridgedrive georganiseerd.
De opbrengst gaat naar een kindertehuis in Peru. De organisator zet zich hier met heel haar hart voor in. Doorgaans heb ik niet zo'n hoge pet op van goede doelen. Mij is regelmatig ter ore gekomen dat er nogal eens iets aan de strijkstok blijft hangen en allesbehalve terechtkomt bij de noodlijdenden. Dat meneer de directeur van zo'n instelling er een Mercedes aan overhoudt lijkt mij geenszins de bedoeling. Dergelijke geruchten dragen niet bij tot bijdragen. 
Toch zou ik de lezer graag willen attenderen op deze -nobele- kleinschaligheid: http://www.spelendewijsperu.nl/ 
Afgelopen zondag brengt mijn little red rooster me naar Spaarndam waar ik de expositie van Yvette en Marianne ga bezoeken. 
Door het mooie natuurgebied Spaarnwoude gaat de tocht naar dit beeldige dorpje met een schilderachtig haventje dat zeer de moeite waard is om aan te leggen. Boven een van de vijf sluisjes is een standbeeld van Hansje Brinker, de held van Haarlem, opgericht. De legende luidt dat hij met zijn vinger het gat in de dijk dichthoudt en het dorp redt van een overstroming.
Aan de Westkolk ligt café Spaarndam waar ik regelmatig bezoeker ben. Op terras aan het water kun je genieten van een heerlijke tripel van 8%, genaamd Hansje Drinker, onder hun motto: drink matig maar geniet mateloos
Laat dit café nou precies gelokaliseerd zijn naast de expositieruimte.

Om twee uur vindt de opening plaats. 
Yvette http://feltingyoursoul.blogspot.com een expressieve vrouw met een karakteristiek hoofd stelt daar haar mooiste vilten doeken ten toon. Een kleurenpracht, eenvoud in zijn evocatieve kracht, hier en daar verfraaid met amulet en sieraad.
Haar compagnon Marianne exposeert schilderijen. Herhaaldelijk sta ik stil bij haar machtige roofvogel. Vier maanden geleden heb ik hun artistieke creaties kunnen bewonderen tijdens een grote expositie met diverse kunstenaars in hun atelier te Haarlem.

 

donderdag 26 februari 2009

De Tuinen

 
Ik ben geen snoeper maar waar ik niet van af kan blijven is zwart-op-witachtige drop. Als kind bietste ik soms bij mijn moeder om voor vijf cent een dropveter of een puntje zwart-op-wit te kopen. Vaak zonder succes want vijf cent was in die tijd een hoop geld. Was ze echter in een royale bui en had ze een paar centen over dan was ik met mijn verworven dropbuit de hemel te rijk.
Zoetigheid kan me niet zo bekoren maar de lust naar drop is me nooit vergaan.
Als ik nou toch drop eet, prefereer ik de soort zonder geur- en kleurstoffen. Zo natuurlijk mogelijk en daarom kwam ik bij De Tuinen terecht. De heksendrop bleek m'n favoriet. Wel duurder dan de schepdrop van Etos en Kruidvat maar ik had het idee dat er minder rotzooi doorheen zat. Ook was het voorverpakt in tegenstelling tot het grote graaiwerk in de potten van genoemde drogisterijen en bovendien had het meer smaaksensatie.
Ik weet, het zijn luxe problemen maar onlangs werd ik geconfronteerd met een stukje elementair -in mijn ogen- misbeleid van De Tuinen. Ik stuurde ze een email.
Laat de volgende correspondentie maar voor zich spreken:

Was ik vandaag bij een van uw filialen van de Tuinen om onder andere mijn wekelijks geliefde heksendrop te halen, voelde ik onmiddellijk het verschil in gewicht.
Andere verpakking? Tot mijn grote verbazing was de prijs hetzelfde: 2 euro.
Thuis gekomen zag ik tot mijn verbijstering een verschil van 85 gram. Had de vorige verpakking een inhoud van 225 gram, deze was nu gedegradeerd tot 140 gram. Een exorbitante prijsverhoging, of liever gezegd een rigoureuze gewichtsverlaging van meer dan 60%.
En dat, nu de recessie is toegeslagen en er van hogerhand wordt beloofd in deze peperdure tijd voedingsmiddelen en lekkernijen in prijs te verlagen, want laat het gezegd zijn, dit is natuurlijk een belachelijk hoog bedrag: 2 euro -in mijn ogen nog steeds 4.40 gulden- voor nog geen anderhalf ons drop. Schande!
Gaarne hierop uw reactie.
Met vriendelijke groet,
Es van Essen


Beste Es van Essen,
Helaas heeft u helemaal gelijk.
Wij zijn echter veranderd van leverancier en kopen deze drop nu ook duurder in.
We kunnen helaas niets veranderen aan dit grote prijsverschil.
Het spijt ons verschrikkelijk.

Met vriendelijke groet,
Service Desk,
De Tuinen B.V
.


Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik nou met zo'n reactie aan moet maar jullie -beste webloggers- zullen hier wel een mening over hebben.
Ben benieuwd!

maandag 23 februari 2009

metamorfose

                                                               zij zet haar pruik af
                                                            kijkt in haar toverspiegel
                                                            en doft zich snel weer op

ozzy

ik ben niet moeilijk
glimlacht mijn neef verstolen
maar ook niet mak'lijk



schaakstuk

                                                               geen knol aanwezig
                                                         in een veld paardebloemen
                                                               zie wel een lam gods



vrijdag 20 februari 2009

... met gezondheidswijzer


Dat ik niet de enige ben die bijna dagelijks bestookt wordt met commerciële telefoontjes is me inmiddels duidelijk geworden. Dat het alom een ware terreur is, blijkt eveneens.
Doorgaans meldt men zich met de vraag of er met de vrouw des huizes wordt gesproken. Mijn vraag wordt met een wedervraag beantwoord: wat wilt u?
Eigenlijk wil ik zeggen: wat mot je, maar m'n ingeboren gevoel voor beleefdheid en stijl houdt het netjes.
Dan wil men mij in een spaarfonds stoppen, of beleggingen aansmeren, of een verzekering, of groene energie, of een abonnement en ga zo maar door.
Ik ben er in het geheel niet van gediend en maak ze onmiddellijk duidelijk dat ik geen zin heb in dergelijke opdringerige telefoontjes en nooit meer gebeld wens te worden. Mijn allergie groeit met de dag voor deze malafide praktijken. Ik wens met rust gelaten te worden en niet privé gestoord door Jan Rap en z'n maat.

Enige dagen geleden spande de telefonische terreur de kroon.
Op mijn antwoord apparaat: Miep Ossekop van Gezondheidswijzer. Zou u mij terug willen bellen. Ik ben morgen bereikbaar tussen -- en -- uur op telefoonnummer xxxxxxxxxx.
Het klonk urgent. Een scala aan gevoelens overviel me, waaronder nieuwsgierigheid.
Gezondheidswijzer, nooit van gehoord en al helemaal niet van Miep Ossekop.
Op voorhand wrevel, stel dat het weer eens reclame is en vervolgens ontstaat een bijna sardonisch genoegen om mevrouw Ossekop haarzelf de oren te wassen.
Ik wilde wel eens weten wat Ossekop te melden had, dus belde haar.
Met Miep Ossekop van Gezondheidswijzer...
U spreekt met Es van Essen, u stond op mijn antwoordapparaat...
Goede middag mevrouw Van Essen, kent u ons blad Gezondheidswijzer?..
Nooit van gehoord...
Ja, dat is een blad dat gaat over... en... want... als... maar...
Hoe haalt u het in uw hersens om mij over die reclametroep terug te laten bellen, wat een ongehoorde brutaliteit...
Maar mevrouw Van Essen, mag ik het u even uitleggen, andere mensen vinden dat niet erg en wij...
Wat heb ik in godsnaam met andere mensen te schaften...
Ja maar LIEVE SCHAT...
Lieve schat? Hoezo lieve schat! Nog familiair ook, ik ben uw lieve schat niet...
Maar wij...
Ik wil nooit meer iets van u horen...

tuut tuut tuut

dinsdag 17 februari 2009

jaardag

meer dan een halve eeuw gelee
de zeventiende
van de sprokkelmaand
gaf ik mijn eerste levenskreet

op deze gedenkwaardige dag
blijft mijn hart in eigen huis
bij mijn dierbaren

vrijdag 13 februari 2009

Marat/ De Sade



Ben ik net bekomen van de fascinerende uitvoering van die Zauberflöte jongstleden najaar, nam mijn dochter me mee naar het toneelstuk Marat/ De Sade vorige week vrijdagavond.
Leerlingen in de leeftijd van vijftien/zestien jaar van het Geert Groote College speelden daar de sterren van de hemel. Toen we de theaterzaal betraden stonden de 'krankzinnigen' allen in het wit gekleed in hun rol van gestoorden. Ik kon een associatie met one flew over the cuckoo's nest dat zich eveneens afspeelt in een psychiatrische inrichting, niet onderdrukken. Lange jaeger onderbroeken van Jansen & Tilanus met laaghangend kruis en halfkwijlende openhangende monden. Het was inderdaad een gekkenhuis. Mijn lach ging van oor tot oor.
De vervolging van en de moord op Jean-Paul Marat (1793) is een opvoering met verschillende dimensies in de tijd. We kijken naar een stuk in een stuk. Historische figuren -zoals Voltaire- passeren de revue. Het verhaal vindt plaats in 1808, na de Franse revolutie. Hij wordt vermoord door Charlotte Corday, een meisje van adellijke afkomst.
De directeur van het gesticht houdt toezicht en de verpleging moet de orde bewaren.
De Franse aristocraat markies de Sade is opgenomen in het krankzinnigengesticht van Charenton wegens zijn pornografische geschriften en sociaal opruiend gedrag. In de wasruimte van het gesticht regisseert hij toneelstukken.
Hoewel ze elkaar nooit ontmoet hebben, gaat De Sade, zittend in een crapaud, in dialoog met de Franse revolutionair en fanaticus Marat, die vanwege zijn huidziekte aan ongelooflijke jeuk lijdt en ter verlichting daarvan in bad zit. Het is een imaginair gesprek, een intellectuele discussie, met filosofisch getinte teksten en een kritiek op de moraal.
Wat betekent vrijheid nu werkelijk.
Marat, een gedreven journalist en tegen de monarchie, is vriend van het volk omdat hij alle misstanden aan de kaak stelt. Hij verkondigt de maatschappelijke bevrijding maar is ook verantwoordelijk voor de dood van honderden Fransen tijdens de Franse revolutie. Wie niet voor mij is, is tegen mij. Als je in de ogen van Marat vijand van de revolutie was, werd je opgespoord en was de guillotine je eindstation.
De Sade heeft het over persoonlijke bevrijding los van eigen remmingen. Hij valt de hypocrisie aan. Maatschappelijke revolutie zal niet werken als je je niet kunt bevrijden uit je eigen ketenen, je persoonlijke gevangenis.
Vrijheid gelijkheid broederschap. Een fel contrast tussen de individualist De Sade en de socialist Marat. Ze spreken zichzelf ook tegen. Marat blijft zijn sociale ideologieën volgen, De Sade ziet niets in een revolutie en gelooft niet in de absolute waarheid. Een uitbeelding van menselijke strijd en lijden waarbij de vraag gesteld wordt of ware revolutie komt uit het veranderen van de samenleving of het wijzigen van zichzelf.
Het is een stuk van tragikomisch, sardonisch leed-vermaak.

Het meisje dat De Sade speelt, vertolkt met heldere stem haar glansrol. Enige acteurs brengen met veel elan hun psychische aandoeningen over. Charlotte Corday wordt regelmatig benaderd en betast door een van de verliefde mannelijke patiënten.
Marat/ De Sade is een opvoering met muziek. De liederen geven commentaar op thema's en onderwerpen van het spel. Er wordt knap pianospel geleverd en de zangers en zangeressen laten zich -revolutionair- in volledige overgave gaan.
De verschillende belevingen in de tijd werken wat vervreemdend. Het is een voorstelling vol tegenstellingen, met een overdaad aan bewegingen en ingebouwde dramatische elementen, die een overweldigende indruk achterlaat. Ik heb buitengewoon genoten en spreek mijn waardering uit naar de regisseuse en alle spelers. Het is niet niets om zo'n moeilijk stuk op de planken te zetten.


De vervolging van en de moord op Jean-Paul Marat, opgevoerd door de verpleegden van het krankzinnigengesticht van Charenton, onder regie van de heer De Sade, opgevoerd in de theaterzaal van het Geert Groote College.

donderdag 5 februari 2009

parfum

Een van de verschrikkelijkste uitvindingen in de geschiedenis vind ik het parfum. Op zich heb ik er niets op tegen maar wat ik niet zie zitten is het overvloedig en mateloze gebruik ervan. Soms ruik je eerst de parfum, dan zie je pas de persoon en vervolgens laat hij of zij zijn/haar geurspoor na. De ene is wat beter te verdragen dan de ander maar doorgaans ben ik er allergisch voor.
Een van mijn meest uitstekend functionerende zintuigen is mijn reuk. Het verschaft me een breed scala van emoties.
Op de eerste plaats: genot en genoegen. Welk een ware vreugd te wandelen langs de branding en de zilte geuren te mogen ruiken en proeven van de zee. Welk een hoogtepunt me te mogen bevinden in een tuin van geurig tijm of een veld van weelderig welriekende jasmijn. Ik weet nog de pretentieloze bedwelming van de Patchouli. Eind jaren zestig geurde heel Amsterdam naar deze etherische olie.
Op de tweede plaats: grote ergernis.
Ik zat samen met een goede kennis in een restaurant me uitermate te verheugen op de dingen die zouden komen. Het etablissement was oogstrelend, keurig gesteven linnen tafellakens met bijpassende servetten kunstig gevouwen en fraai kristal- en zilverwerk.
Bij het binnenkomen werden onze jassen aangenomen en werden we naar onze plaatsen begeleid. Ik had een gezellige tafelgenoot, het kon niet beter. Een mooi glas wijn, de amuse stemde me prettig en er was een veelbelovende menukaart. Verrukkelijke geuren uit de keuken kwamen me tegemoet en het water liep me in de mond. De ietwat ouderwetse gastheer was een aardige hoffelijke man. Klant was hier -nog- koning. Het was echt voortreffelijk. Mijn humeur was stralend, het kon bijna niet meer stuk. Het zou een fantastische avond worden… 
Het voorgerecht werd geserveerd door de ober met een licht Frans accent. Bedreven, geduldig en beleefd legde hij uit wat er op het bord lag. We genoten, het was tong- en oogstrelend.
En toen, ja, toen werden we grof gestoord door de openslaande deur. Twee heren met hun dames kwamen zeer luidruchtig binnen. Ze werden begeleid naar een tafel uitgerekend pal naast de onze. Ineens rook ik van dame één haar parfum, een indringende walm van synthetisch-chemische geurstof. En gadverdamme, ook dame twee, haar parfum was nog penetranter en overheersender dan die van dame één. De heren wilden niet onderdoen. Zij hadden zich rijkelijk besprenkeld met aftershave. Tot overmaat van ramp stak het hele gezelschap ook nog een dikke sigaar op.
Mijn eetlust was weg, m'n goede humeur ook.

vrijdag 30 januari 2009

gedichtenbal

Vorige week schreef m'n gastcolumnist  ronald m.offerman reeds over de dichter des vaderlands. Hij nodigde me uit om met een aantal dichters, bekend van Eijlders waar we iedere derde zondag van de maand gedichten voordragen, mee naar Paradiso te gaan.
In het kader van 'poëzie en de stad' is daar het literaire Weerwoordfestival gaande en afgelopen woensdagavond het Gedichtenbal.
Bij Paradiso binnengekomen, kan ik meteen doorlopen, dankzij mijn plaatsing op de gastenlijst. Een jonge dame spreekt me, als welkom, dichterlijk aan en mij wordt een glas sprankelend op champagne lijkend vocht, dat later prosecco blijkt te zijn, aangeboden.
Dat is nog eens een aardige binnenkomer. Ik zie de bekende Eijldersgezichten: Ronald M.Offerman, de huisdichter Dirk Oudshoorn, Floor Voerman, Paul Lokkerbol.
Met de laatste ben ik zomer 2007 in de prijzen gevallen bij een poëziewedstrijd. Hij als eerste en ik als derde met m'n gedicht: ode aan de Baarsjes
Dit tot mijn grote verbazing omdat het eerder een anti-ode is over het stadsdeel waar ik overigens met veel plezier woon.
Jos Zuyderwijk, de alwetende op gebied van poëzie, proza en literatuur, altijd aanwezig op deze evenementen zwaait me hartelijk tegemoet en struint naar voren om een beste plaats te veroveren. Op de voet gevolgd door Sander Brouwer met wie ik doorgaans op de Eijlderszondagen achterin de kroeg op het podium zit.
Ze hebben een plaatsje tussen hen in voor me vrijgehouden.
Het spektakel kan beginnen. Vanavond zal de nieuwe stadsdichter van Amsterdam gekozen worden.
Manza, de Brusselse stadsdichter laat een Franstalige rap en enige gedichten horen. Op een groot scherm kan je de Nederlandse vertaling lezen.
Cees Nooteboom leest voor uit eigen werk. Hij neemt ons mee langs de graven van beroemde dichters en denkers. Zo vraagt hij zich af wie er in het graf van de dichter ligt. Niet de dichter zelf, is zijn eigen antwoord. Zo stond hij ooit bij een graf waar te lezen stond: Absint, afblijven, dit is voor de dichter.
We horen Theo Nijland aan de piano vol overgave een gedicht zingen van de voormalige, reeds overleden stadsdichter Adriaan Jaeggi.
Ben Zwaal draagt een gedicht voor uit zijn bundel Zouttong. Hierin onderzoekt hij het water. Zout water dat bij vloed terecht komt onder het lichtere zoete rivierwater.
Inmiddels haalt Jos nog een prosecco en brengt Luc de Vos, geïnspireerd door stadsdichter Robert Anker, een gedicht van hem ten gehore.
Tijdens de pauze wordt het tijd om de benen te strekken en genieten we van de hapjes die ons worden aangeboden.
Het woord is aan Remco Campert. Nostalgische gedichten uit de jaren zestig, zeventig. Hij sluit af met een gedicht van zijn vader Jan Campert.
Dan wordt op het einde van de avond de nieuwe Amsterdamse stadsdichter, de opvolger van Robert Anker bekend gemaakt. Het is de in Marokko geboren Mustafa Sitou. Hij leest zijn eerste stadsgedicht voor: Stadsdichter stamelt...
De eerste alinea uit zijn gedicht heb ik overgenomen:

Van wal steken 't eeuwige heden in
dat er geweest is en gaat komen?
Poldermoskee in Mokums Paradijs,
Spinoza en slavernij, Tante Leen de
tachtigers een sardonische halsband-
parkiet om maar iets te noemen,
twee november tweeduizend vier
en ook Lennon en de holocaust was hier...

Epiloog.
Dat Amsterdam zich volop in het mondiale gebeuren bevindt, laat dat duidelijk zijn.
De presentatie was in handen van een Vlaamse spreker. Twee meisjes droegen een gedichtje voor waarvan er één over Groningen ging.
De Brusselse stadsdichter liet zijn Franstalige rap horen en we hebben nu een Marokkaanse Amsterdamse stadsdichter.
Ramsy Nasr, in 2005 stadsdichter van Antwerpen en van Palestijnse origine is dichter des vaderlands geworden.
Anno 2009 hoeft het Nederlanderschap niet meer in je genen te zitten om uitgeroepen te worden tot een der groten.
Als dat geen integratie is dan weet ik het ook niet meer.

vrijdag 23 januari 2009

little red rooster


Ik heb een hekel aan reizen. Of dat nou per auto, trein, bus of vliegtuig is, mijn aversie kent geen grenzen. Chaos, opstoppingen, omleidingen en files zijn schering en inslag.
Ik keek verbijsterd mijn ogen uit toen ik onlangs noodgedwongen met iemand meereed richting zuiden des lands. Het verkeer is toegenomen in kwadraat, er worden almaar snelwegen aangelegd en steden groeien door hun expansie naar elkaar toe. Het polderlandschap krimpt en het zal me niet verbazen wanneer Nederland te zijner tijd nog eens de hoofdstad van Europa wordt: volkomen geasfalteerd en bebouwd.
We hebben nu al een der grootste vliegvelden ter wereld. Een vliegreisje naar de zon betekent uren voor vertrek op Schiphol aanwezig zijn.
Reeds tien jaar vlieg ik niet meer en vijftien jaar geleden zei ik m'n laatste voiture vaarwel. De tijd dat ik nog lang 's-heren rustige wegen trok met m'n ouwe eend is voorgoed voorbij. Mijn autogeschiedenis bestond doorgaans uit vehikels: fiatje 600, eend, renault 4, renault 5-bestel, en een volvo amazone. Met de laatste zoefde ik langs de weg. In die grote bak verzoop ik achter het stuur gezien m'n lengte maar aangezien ik nooit blootshoofds de deur uitging en ga, leek het nog wat met m'n hoed op.
Daar ik een rotpoot heb en me een val of gebroken been niet kan permitteren, gezien het risico van amputatie, is lopen of fietsen geen optie meer. Jarenlang maakte ik dankbaar gebruik van de scootmobiel, lees:  de elektrische stoel (deel I) + de elektrische stoel (deel II)
totdat mijn overgeërfde astmatische bronchitis en bronchiëctasie in een natte koude winter, via een griep, me de das omdeden en deze in een longontsteking ontaardde.
Dat was einde elektrische stoel.
De laatste jaren verbreedde mijn horizon zich niet veel verder dan de grenzen van Amsterdam, daarentegen reis ik oneindig in de geest. Sinds ik in een Canta rij, is er een nieuwe vrijheid ontstaan.
Dacht ik nog wel als geboren en getogen Amsterdammer alle plekken en paden van en rondom de hoofdstad van het land te kennen: mis, helemaal mis...
De eerste cantatocht was al een openbaring. Hoewel ik flinke vaart maak, zijn mijn medecantarijders doorgaans nogal sukkelig van rijaard. Daardoor word je door de doorsnee automobilist aangezien als 'niet volwaardig' maar dat is hun probleem. Het wordt lastiger wanneer je onvermijdbaar op een B-weg zit: snijden aan de orde van de dag en de wegpiraten halen je levensgevaarlijk in, nog net een obstakel tussen beide rijstroken ontwijkend, om vervolgens met een scherpe manoeuvre pal voor je neus met piepende remmen tot bijna stilstand te komen. Drie minuten later staan ze te wachten voor het stoplicht.
Er mag op het fietspad gereden worden met een Canta. In de stad vind ik dat geen optie gezien het rijtempo aldaar. Buiten de grenzen is het een ander verhaal. Dwars door het natuurgebied of polderland kom ik binnendoor- en buitenomweggetjes tegen van een arcadische schoonheid.
Mijn favoriete tripjes zijn:
* Door natuurgebied Spaarnwoude naar Spaarndam waar Hansje Brinker met zijn vinger het gat in de dijk dichthoudt om het dorp te redden van een overstroming.
* Langs het Noordhollandskanaal met de pont over naar Ilpendam en dwars door Waterland richting Monnickendam en over de dijk naar Marken.
* Via Ruigoord naar IJmuiden.
* De weg naar Den Ilp met op de terugweg het Twiske of het Ilperveld.
* Een kringetje stiltegebied Ronde Hoep, van de Botshol naar Nes aan de Amstel en café de Zwarte Kat bezoeken.
* Langs het Amsterdamrijnkanaal naar Weesp of via (Bl)ijburg naar Muiden en bij ome Ko een drankje drinken.
Als ik dan in de verte de snelweg zie met één grote lint van auto's, kan ik me de Majesteit zelve voelen in mijn kleine Red Rooster middenin het barre land.



donderdag 8 januari 2009

Sooph

Het was geen prettig uiteinde voor Sooph, een vriendin van mij, cum laude afgestudeerd filosofe.
De laatste dag van het jaar zou ze doorbrengen bij een bevriend stel in IJmuiden. In de bus onderweg nam ze een hap stokbrood en een vermaledijd krak waarschuwde haar voor hetgeen ze zou zien.
Een déjà vu van twee dagen terug viel haar ten deel: ja hoor, het bovengebit doormidden. Had ze nog wel zo met contactlijm geploeterd om de twee stukken aan elkaar te zetten, was het weer zover.
Naar huis terugkeren wilde ze niet, dus dan maar doorrijden.
Het gezellig avondje was gekomen. Tot diverse keren toe werd er gepoogd het gebit te lijmen maar zonder succes. Velpon werkte niet. Inmiddels had ze de helft van de tube lijm in haar mond gestopt.
Voor Sooph geen lekkere happen meer maar gelukkig nog wel rijkelijk stromende spiritualiën.
De volgende nieuwjaarsdag was ze gedoemd in bed te blijven want tandeloos was binnen haar beleving niet om aan te zien, hoewel gastheer en -vrouw haar verzekerden dat ze zich nergens voor hoefde te schamen.
Op 2 januari hadden we afgesproken bij een paar oude vrienden voor ons jaarlijks traditionele nieuwjaarsetentje waarbij iedereen een gerechtje maakt. Even gebruikelijk en van oudsher gaan Sooph en ik dan even een uurtje vooraf borrelen in een café.
Op punt van vertrek naar afspraak kreeg ik telefonisch te horen dat het wat later zou worden en het hoe en waarom zou mij dan aldaar duidelijk gemaakt worden. Prettig genoeg vermaakte ik me in de kroeg en een half uur later kwam een zwaar gestreste Sooph binnen zwaaien. Bleek dat de heer des huizes eerder op de dag, toen de winkels open waren, twee componenten secondenlijm had gekocht. Het gebit werd wederom gelijmd maar Sooph stopte het in alle haast te snel in haar mond. De lippen verkleefd en de tong vastgeplakt aan het gebit. Met kunst en vliegwerk kwam het toch nog redelijk in orde, ware het niet dat het eten 's avonds bij onze vrienden wat zwaar viel vanwege de voelbare prop lijm.
Gelukkig had ik een verse pommodoressoep gemaakt die makkelijk naar binnen te lepelen was. De gamba's aten wat moeilijker omdat ze bang was weer haar gebit te breken. De wilde zalm was kantjeboord. De salade en nog harde worteltjes en broccoli die ze had meegenomen om te wokken waren niet te verteren.
Dat Sooph weinig van ons exquise diner tot zich nam, spreekt voor zich. Dit werd echter ruimschoots gecompenseerd door de veelheid aan wijnen die rijkelijk en probleemloos vloeide waardoor de verenkeling werd onttrokken aan het oog om zich weer tot de veelheid van wezen te verhandelen. De cuanto y tres bij de koffie was in het geheel niet te versmaden.
Het was zoals gewoonlijk een gezellige avond. Het goede van God is nog steeds niet verklaard maar Soophs ultieme liefde voor en vertrouwen in de Heer kent geen grenzen waardoor haar gebitsloze lot en het aangedane leed eenvoudiger te dragen is.


 Gezellig uit eten in de vorige eeuw: links Sooph/rechts Es

donderdag 1 januari 2009

toverboom es

Niets zo mooi om jullie, aandachtige lezers, op deze eerste nieuwjaarsdag het mythologische verhaal te vertellen over de toverboom es.
Ik, als eS, ben natuurlijk ongelooflijk gelukkig met zo'n verleden. Ik wil het jullie niet onthouden.
Ik wens jullie allen een inspirerend nieuwjaar!

TOVERBOOM  ES

De es (Fraxinus excelsior) is een van de heilige bomen uit de oudheid. Een oude Engelse toverspreuk luidt:" By oak, ash and thorn". De druïden geloofden dat de es mannelijke energie en de meidoorn vrouwelijke energie bevat. Op plekken waar deze drie bomen groeiden, zag men elfen. De oude Ieren noemden de es ‘uinsinn’. Hieruit afgeleid kreeg deze boom in het oud-Ierse ogham-boomalfabet de letter ‘N’. De es is één van de populaire bomen die naast een heilige bron groeide. Van de essen die op het eiland Man groeien, wordt gezegd dat zij de reinheid van de bronnen bewaken.  

In de Griekse en Germaanse mythologie staat de es in verbinding met goden als Uranus, Oceanus, Nemesis, Mars, Poseidon, Gwydion en Thor. De Griekse godin Nemesis (godin der wrekende gerechtigheid) droeg een essentak als symbool van de gesel, het heilige instrument van het recht.
Nemesis werd later ook in verband gebracht met Andrasteia, godin van de regenproducerende es, dochter van de zeegod Oceanus. Hierbij werd de gesel ritueel gebruikt om de vruchtbaarheid van bomen en gewassen te bevorderen. 
Thor/Donar, god van bliksem en donder, bezat magische speren van essenhout.
De Vikingers werden ook wel ‘mannen van de es’ genoemd omdat zij hun speren van essenhout maakten. Essenhout is sterk, hard, elastisch en duurzaam. Een kerkbank uit Suffolk zou 1000 jaar oud zijn. Essenhout is zeer geschikt om te stoken. Hiervan afgeleid is het Latijnse woord fraxinus wat vuurschijnsel betekent. Nog steeds wordt er in Engeland graag met essenhout gestookt, omdat het lang en intens brandt, droog of vers.

De es wordt ook in verband gebracht met waarzeggerij, voorspelling en inspiratie. Van de Germaanse oppergod Odin wordt gezegd dat hij zich aan een es ophing. Op deze manier hoopte hij verlicht te worden en de runen te kunnen lezen. In de Noorse mythologie en bij de oude Teutonen representeerde de es Yggdrasil, bekend als de Wereldboom of Boom van Tijd en Leven. De eerste man zou gemaakt zijn uit een es, de eerste vrouw uit een lijsterbes.
Een van de heksenvoorwerpen is de bezem die traditioneel gemaakt werd door berkentwijgen rond een stevige essentak te binden met behulp van wilgentenen.
De es werd in oude volksgebruiken geassocieerd met water en de heerschappij over de vier elementen: lucht,water,vuur en aarde. 


Magisch gebruik

Een van de belangrijkste eigenschappen van de es is bescherming. In het oude Engeland hing men een essenstaf boven deurposten om kwade geesten te weren. Men strooide essenbladeren in alle vier windrichtingen om het huis en de omgeving te beschermen. Ook maakte men van de groene schors een kousenband die men droeg om tovenaars en fysieke aanvallen op een afstand te houden. De es beschermde ook tegen slangenbeten, want slangen hebben een hekel aan het hout van essen.

De es had de reputatie om wratten te kunnen verwijderen. Men stak een naald in de bast van de es, trok hem er weer uit, prikte hem zachtjes in de wrat en dan terug in de bast, terwijl men zei: "Ashen tree, ashen tree, take this wart of me".
En recept om tijdens een zeereis niet te verdrinken was en is nog steeds het bij zich dragen van een kruis van essentakken. Van essenhout werden ook toverstaven en poppetjes gemaakt die geneeskracht zouden bezitten.

Misschien werkt het nog steeds wanneer je bij ziekte enkele essenbladeren in een bak met water strooit en die onder je bed zet. Je zou kunnen genezen. Het is wel belangrijk dat je de bak met water en bladeren de volgende ochtend weggooit want die hebben de ziekte naar zich toe getrokken. Je kunt deze procedure enkele keren met steeds vers water en nieuwe bladeren herhalen.
Bladeren kunnen ook in kleine zakjes mee gedragen worden ter bescherming tegen ziekte en kwade tover. Door bladeren in je jaszak of tasje bij je te dragen, kun je ook de liefde voor jou bij een leuke man opwekken.
Door met kerstmis essenhout te verbranden, zul je welvaart en welzijn voor je zelf en anderen kunnen bevorderen. Als je wilt dat je nieuw geboren kind een goede zanger wordt, begraaf dan zijn eerste geknipte nageltjes onder een es.
Nieuw geboren baby’s gaf men een theelepel essensap om hen gezond te houden. Kinderen met weke botten legde men bloot in een spleet van de essenbast.
Maar niet alle eigenschappen van de es zijn gewenst. Hij trekt namelijk de bliksem aan. Dus moet je nooit tijdens onweer onder een es schuilen. 


Legenden
Tyrol

Een kleine jongen klom in een grote boom. Van hieruit keek hij naar beneden en zag ineens dat aan de voet van de boom enkele tovenaars stonden. Zij deden iets gruwelijks. Zij sneden namelijk het lichaam van een vrouw in stukken en gooiden die zo hoog lucht in, dat het jongetje een van de stukken op kon vangen. De andere stukken vielen op de grond. Toen de tovenaars ze bij elkaar zochten, misten zij er een. Zij voegden de stukken samen en vervingen het missende deel door een stuk essenhout. De vrouw kwam weer tot leven.
Soms was de es ook een heksenboom in het heksenbos en mensen geloofden dat er een monster in een oude es zou wonen. In de Walpurgisnacht zouden de heksen de bladknoppen van de es eten om hun toverkunsten te versterken. Om ‘Askora’(essenvrouw) tevreden te stellen, moest men op Aswoensdag een offer brengen.
De zaden van de es werden altijd al gebruikt om te voorspellen. Wanneer er zich aan een es geen zaden ontwikkelden, was men ervan overtuigd dat de eigenaar van de boom geen geluk in de liefde zou hebben of dat een toekomstige onderneming mislukken zal.
Een oud Engels versje luidt als volgt:
‘Even-ash, even-ash, I pluck thee,
this night my own true love to see,
neither in his bed nor in the bare,
but in the clothes he does every day wear.,"

Wanneer men een essenblad in de linker schoen van een meisje of vrouw legde, zou zij gauw haar toekomstige echtgenoot ontmoeten.
Een ander Engels versje voorspelt het weer:
‘If the ash leaf appears befor the oak,
then there’ll be a very great soak.
But if the oak comes before the ash,
then expect a very small splash. 

(Vertaling:
 Staat de eik voor de es in’t blad, het zomerweer wordt schoon, niet nat.
Tooit de es zich voor de eik, regenstroom wacht weg en dijk.')



Volgens een legende uit Scandinavië schonk een reus eens een es aan een dorpsgemeenschap. Hij wilde dat de dorpsbewoners de es onder het altaar van de kerk zouden planten. Daarmee wilde hij de kerk vernietigen. Maar de mensen planten de es op een graf waar direct een steekvlam uit omhoog schoot.

Volgens een Saksische legende groeit er op het kerkhof van Nortorf, Holstein, geen es omdat men bang was dat de es iemand zou pakken. Iedere keer wanneer er een es kiemde, werd deze verwijderd door een ridder die op een wit paard reed, terwijl een ridder op een zwart paard probeerde hem tegen te houden. Als de zwarte ridder zou winnen, zou er een es groeien die groot genoeg zou worden om hem onder een paard te binden. Op die manier zou de koning in staat zijn om met zijn leger een veldslag te winnen.

Met dank aan Parva, een bevriend emailer, die mij op deze site attent maakte. 
Bronvermelding: http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/toverboom-es.htm