Posts tonen met het label filosofische gedachten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofische gedachten. Alle posts tonen

vrijdag 19 maart 2010

filosofisch testament

geschreven door Theo de Mare

Wat is voor mij het aantrekkelijke van taoïstische wijsheid?
Tao als weg naar een betere wereld?
Samenvattend:
1) Het is diep verbonden met de natuur. Dat betekent dat het groene denken, waarin ecologie, duurzaamheid centraal staan, kunnen bogen op een eeuwenoude levende filosofische traditie. Ik ben van mening dat het groene denken hier inspiratie kan vinden.
2) De dynamiek van het taoïsme, als procesfilosofie, dat primair gericht is op gebeurtenissen, spreekt me meer aan, dan een dingmatige filosofie.
3) De verbondenheid met waarheid.
4) Ik heb niet zo veel affiniteit met een religie, maar ik kan wel meer met beschaving. Binnen de taoïstische religie is de taoïstische grootmeester verantwoordelijk voor het streven naar beschaving. Dat maakt me toch wel nieuwsgierig naar deze religie!
5) Dat het taoïsme het lichamelijke voorrang geeft boven het denken. Veel Westerse filosofie negeert het lichamelijke en dat vind ik nogal eenzijdig.
6) De opvatting van Wu-Wei als een vorm van handelen, waarin natuurlijke spontaniteit duidelijk voorrang heeft boven het bewuste doelmatige handelen. Het gaat wel om handelen, maar zonder bedoelingen en vooral zonder obsessies. Voor mij is dat met name het geval bij spontane creativiteit (zie ook mijn nawoord, punt 10).
7) Dat leegte, stilte, rust en kalmte en harmonie belangrijke waarden van het taoïsme zijn. Ik breng leegte in relatie met mijn persoonlijke ervaringen: een langdurige baanloosheid.
8) De radicale openheid van het taoïsme. Het is verbonden met woorden zoals leegte, niets en stilte. Deze openheid zie ik als een sleutelwoord voor creativiteit. Zonder openheid blijf je hangen in het bestaande.
9) Dat het taoïsme het talige denken in termen van tegenstellingen (dualisme) weet te overwinnen. Harmonieuze gevoelens vervloeien in conflictueuze gevoelens en omgekeerd. Woorden blijven kunstmatige hulpmiddelen. Ze beletten ons het diepe inzicht in de dynamiek van de werkelijkheid als proces, als gebeurtenis, als ontstaan en vergaan.
10) Mijn nawoord is een pleidooi voor creativiteit, die ik zie als bron van hoop voor een betere wereld.

Uitwerking:

1) Het uitgangspunt is dat Tao verbonden is met de natuurprocessen (Tao van de Hemel, Tao van de Aarde) en de Tao van de mens en die vind je weer het sterkst in het pas geboren kind. Tao is het onuitsprekelijke en alles doordringende principe van het heelal. Het is datgene wat aan alles voorafgaat en waarin alles terugkeert. Dit beginsel omvat de twee grote krachten in de natuur, het Yin en het Yang, zoals het manlijke en het vrouwelijke.
Alles in de natuur is ontstaan en vergaan. De hele levende en niet-levende natuur is steeds bezig met veranderen, met vernieuwing. De natuur is een eeuwig recyclingproces. Is dat aantrekkelijk voor mij? Ja!
2) Het aantrekkelijke van het taoïsme voor mij is, dat het verbonden is met dynamiek, met worden, met creativiteit, met werkwoorden in plaats van met dingen, met essenties van dingen. De mens is in essentie een wordingsproces van ontstaan en vergaan, dat ontstaat en opgaat in het grote(re) geheel. En dat is aantrekkelijk voor mij, omdat veel Westerse filosofie draait om (dode) dingen (= SUBSTANTIEFILOSOFIE), of om levende wezens die in (verstarde) essenties vastgelegd zijn. Substantiefilosofie leidt dan snel tot een statische, schematische manier van denken.
3) Een van de aantrekkelijkste aspecten van het taoïsme is, dat het (ALS PROCESFILOSOFIE) voor mij de meest waarheidsgetrouwe benadering is van de werkelijkheid. Ik voel me al veel jaren verbonden met een procesbenadering van de werkelijkheid in plaats van de werkelijkheid opgevat als ding. Nadeel: het is ook veel lastiger, omdat het dingmatige tastbaar is, beschrijfbaar is, terwijl het procesmatige je steeds ontglipt. Kies je voor houvast, dan kan je dus beter niet voor het taoïsme kiezen.
Het wordende is niet te definiëren, omdat het levensproces in constante verandering is. Er bestaat ook een dynamische procesfilosofie in de Westerse filosofie, zoals bij Heracleitos, Bergson en Whitehead. Maar deze filosofen vertegenwoordigen een kleine minderheid van de Westerse filosofen.
4) Een ander aantrekkelijk aspect van het taoïsme is, dat het religieuze taoïsme verbonden is met het streven naar beschaving. Ik voel me daartoe aangetrokken als een richtinggevend ideaal. Verder spreekt het religieuze taoïsme me niet zo aan. Wat me vooral niet zo aanspreekt is, dat het bestaat uit een wagonlading van rituelen, waarmee ik totaal niet vertrouwd ben. Ook de voorouderverering staat als westerling heel ver van me af. Dat is het vervelende van de eigen conditioneringen, dat je dan niet meer geheel open kan staan voor andere culturen!
5) Het filosofische taoïsme, van mensen zoals Patricia de Martelaere spreekt me veel meer aan. Dat heeft onder andere te maken met de lichamelijke oriëntering van het taoïsme. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de klassieke Chinese geneeskunde (de acupunctuur), waarin energie en energiebanen een centrale rol spelen. Maar het heeft ook met Merleau-Ponty te maken, die op het einde van zijn leven zag dat het filosoferen vanuit het hoofd (:Descartes) failliet was. Een uitweg uit de crisis was voor hem aandacht voor het lichamelijke.
6) Wat me ook erg aanspreekt, is dat het loslaten en vergeten uitgebreid aan de orde komen. Het gaat dan vooral om het loslaten van obsessies van bijvoorbeeld de obsessie van het praktische nut, van het doelgerichte denken en handelen. Dat is de essentie van Wu-Wei = niet-handelen.
Ben ik dan tegen elk praktisch belang, praktisch nut? Nee, zeker niet. Maar ik ervaar in het doelmatige (theoretische) denken iets gekunstelds, iets dat eerder tot verkramping leidt, dan tot resultaten. Ik ervaar het theoretiseren meestal als iets onvruchtbaars. Ooit was ik bijvoorbeeld doelgericht bezig om de theorie van de artistieke creativiteit te formuleren. Daar ben ik tientallen jaren mee bezig geweest, maar het heeft geen enkele bijdrage gegeven aan mijn eigen artistieke productiviteit.
Filosoferen heeft dus voor mij ook met een praktische houding te maken. Dat lijkt in strijd met het denken van mensen zoals Zhuang Zi. Omdat ze meer waarde lijken te geven aan een zgn. nutteloze boom, in het nutteloze filosoferen in grote nutteloze woorden, zoals leegte, het Niets, de stilte en de uitgestrekte ruimte. Wat is het praktische nut van leegte, van Niets, van stilte? Van uitgestrekte ruimte van het niet-bestaan?
7) Ik heb ervaren dat een jarenlange werkloosheid (nauwkeuriger "baanloosheid") baanloosheid voor mij persoonlijke een bron van rijke ervaringen is geweest. Ik ben in contact gekomen met zeer kleurrijke interessante mensen, zoals de creatieve organisatieadviseur Aad van Deudekom die samen met een kring van mensen (randfiguren zoals ik) een interessante vrije tijdsbesteding wisten te scheppen. Dat je ook met relatief weinig geld een leuk leven kon hebben.
Ik denk aan mensen van de Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, waar we een leuk anarchistisch tijdschrift over alternatieve arbeid uitgaven. Of aan Harrie Pieron en anderen, die een Bond voor Gestudeerden in de Bijstand (voor mensen met hoge studieschulden) en een Bijstandsacademie hebben opgericht.
Ik denk aan de mensen die een persoonlijke groeiclub hebben opgericht voor gescheiden en werkloze mensen.
Ik ben door deze ervaringen anders gaan denken over baanloosheid. Voor veel mensen zijn ervaringen als baanloosheid negatief gekleurd. Veel mensen kunnen hier niet goed mee omgaan. Verveling, weinig geld horen erbij, en zijn niet leuk, maar helpen om inventiever te zijn met geld. Ik weet ook dat baanloosheid mij een grote ruimte heeft geboden voor hele waardevolle ervaringen en ontmoetingen, die ik zonder die baanloosheid waarschijnlijk nooit zou hebben meegemaakt. En dat geldt waarschijnlijk ook voor anderen.
8) Baanloosheid associeer ik met een open of lege agenda en dat kan een bron zijn van veel goeds. Dat is wat ik heb ervaren. Het is waarschijnlijk door bovenstaande ervaringen dat ik het taoïsme, waarin een radicale openheid of leegte of Niets, of niet-handelen zo prominent aanwezig zijn, zo op waarde ben gaan schatten.
9) Misschien vind ik het overstijgen van de tegenstellingen van woorden, van de taal wel het leukste en interessantste aspect van de taoïstische wijsheid. Het gaat dan om een woordloze dimensie van wijsheid, waarin tegengestelde begrippen in elkaar overvloeien. Ik denk dan bijvoorbeeld om de tegenstelling harmonie en conflict. Het is in mijn ogen onvruchtbaar om het streven naar harmonie geheel los te zien van conflict. Omdat gevoelens van harmonie en conflict nooit geheel van elkaar te scheiden zijn. In harmonie zit altijd al een potentieel van een conflict en omgekeerd. Dit geeft een dynamisering van het denken die me veel verder heeft geholpen in mijn denken over harmonie, dan te denken in een hokjesgeest van alleen maar harmonie.

10) Nawoord

Uitstapje naar creativiteit als teken van hoop voor een betere toekomst.

Mijn jarenlange onderzoek naar creativiteit (en harmonie) heeft me in contact gebracht met Aad van Deudekom, die mijn blikveld van creativiteit verruimd heeft met een sociale dimensie. Voor mij is hij een visionair. Hij geloofde in mensen. Hij had vertrouwen in het organisatietalent van mensen.
Een andere visionair was de beeldhouwer Ralph Prins die geloofde in het motto " Samen Spelen, Samen leven". Een bekendere visionair was Piet Mondriaan, die als niet-figuratief schilder heilig geloofde in een toekomstige harmonie voor de mensheid. Steeds was hij bezig te experimenteren om de dynamiek te vinden in die harmonie.
Ook ik ben van mening dat het spelen en het experimenteren hoogst noodzakelijk zijn om een vroegtijdige verstarring van jezelf te voorkomen. Jezelf ontwikkelen maakt het leven leuk!
De maatschappij kan niet zonder zulke creatieve visionaire mensen. Mensen die de hoop te voeden in een betere toekomst. Die heeft elke samenleving hard nodig. Ik zie leegte (soms aangeduid als verveling) of radicale openheid als belangrijke voorwaarden voor (spontane) creativiteit.
Zo zie ik scheppen en vernietigen als ogenschijnlijk tegenstellingen. Kijk je naar de natuur, dan zie je telkens weer dat na het massale afsterven in de natuur nieuw leven ontstaat.
We leven nu in tijden van crisis. In tijden van crisis zijn mensen met fantasie, verbeeldingskracht, kortom mensen met spontane creativiteit nodig. We staan in Nederland voor grote uitdagingen. Er is sprake van een kunstmatige tegenstelling tussen samenwerking of strijd. Het gaat om beiden. Er is sprake van een kunstmatige tegenstelling tussen hard bezuinigen, gematigd bezuinigen of investeren. Het gaat om onconventionele antwoorden, die de huidige grenzen van de partijpolitiek te boven gaan.
De hoop op een betere wereld wordt volgens mij het meest gevoed als het (ogenschijnlijke) onverzoenbare toch samenwerkt. Zie met name punt 9.
Pretenties van wijsheid, van moreel boven de ander verheven te zijn, zouden moeten worden losgelaten. Dat geldt ook voor alle pretenties. Jezelf op een voetstuk zetten, of de beginselen en opvattingen van anderen bij voorbaat als moreel verwerpelijk bestempelen, wat op hetzelfde neerkomt, maken de tegenstellingen alleen maar erger.
De hoop op een betere wereld wordt volgens mij het meest gevoed als wij in staat zijn tot een grotere openheid naar elkaar. Zodat het (ogenschijnlijke) onverzoenbare zich toch met elkaar kan verzoenen. Ik ben van mening dat het taoïsme daarom een positieve rol in onze crisis kan spelen.

Theo de Mare
Amsterdam, 19-3-2010

donderdag 1 november 2007

i.m. Sharon


Toen ik afgelopen dinsdagavond op de club aan het bridgen was, ging onverwachts mijn mobiel af. In de stilte en concentratie van het spel klonken de ijle klanken van Purcells Dido en Aeneas. Zeer ongemakkelijk mompelde ik dat het mijn begrafenismuziek was die ik als tune op mijn mobiel had gezet. Om alvast te wennen, schertste ik. Later bleek dat ik het bericht had gekregen dat Sharon was overleden.
Sharon, een Amerikaanse, die 40 jaar geleden, liftend uit Kopenhagen, het liberale tolerante Amsterdam kwam binnenlopen was trots op haar Nederlanderschap sinds 1975.
Ik ontmoette haar gedurende anderhalf jaar op de filosofiegroep bij Theo de Mare waar we twee keer per maand bijeenkwamen. Ze was iemand met grote sociale betrokkenheid. Eigenlijk een hippie in hart en nieren en trouw gebleven aan haar idealen. Ze was uitgesproken in haar denken over mondiale ontwikkelingen en haar verlangen naar alle Menschen werden Brüder. Ze ging geregeld naar andere culturen in Zuid- en Midden-Amerika voor contact, uitwisseling en vrijwilligerswerk. Een vrouw met het hart op de goede plaats.
Dat Sharon ziek was wist ik reeds vanaf 29 juni van dit jaar toen ze in een email te kennen gaf dat ze voortijdig haar reis in Guatemala en Mexico had moeten beëindigen omdat ze draadjes bloed in haar spuug ontdekte tijdens het hoesten. Het bleek dat ze drie kleine tumoren had, in haar long, schedel en de adrenaline klier boven de nier.
Hoe voelde ze zich? Verbijsterd, verdrietig en een beetje bang. Hoe kon ze, vroeg ze zich af, met haar gezonde levensstijl en positieve houding kanker krijgen. Ze schreef dat ze in een uitstekende conditie was, bevestigd door haar artsen die haar zouden helpen te herstellen. Wat er ook zou gebeuren, haar innerlijke vrede en rust zouden haar steun geven.
Drie weken later kreeg ze het slechte nieuws. Haar longkanker was ongeneeslijk. Ze had misschien een paar maanden, misschien een jaar. Triest maar niet tragisch dacht ze op het ene moment. Op een ander moment was ze het vergeten en genoot van alles om zich heen. Dan weer was ze volkomen verslagen, verbijsterd en dacht dat het niet waar kon zijn.
Eind augustus schrijft ze me dat ze zich uitstekend voelt. Ze is wel kortademig en gauw moe maar ze is niet afgevallen en de tumor in haar long is in de laatste twee maanden niet gegroeid. Ze denkt niet meer aan een naderende dood, al houdt ze er rekening mee dat dit zou kunnen veranderen.
De informatie over een uitvaart die ze heeft verzameld, heeft ze ironisch in een mapje rouwkost gestopt en terzijde gelegd.
Begin oktober krijg ik een email waarin ze vertelt dat de tumoren niet zijn verkleind maar juist in een heel snel en agressief tempo gegroeid. Het is nu niet een kwestie van maanden maar weken. Als ze zich fit genoeg voelt en toestemming krijgt, wil ze haar familie in de VS bezoeken. Ze heeft geen gevoelens van vrees of woede, wel verbijstering en verdriet maar ze kan dit allemaal verwerken, schrijft ze.
Half oktober laat ze weten niet naar de VS te gaan. Haar lievelingszus is op bezoek. Ze geniet enorm van de haar gegeven tijd. Iedere dag is een dag.
Dan besluiten Theo en ik op zeer korte termijn Sharon te bezoeken waar ze zich erg op verheugt. Dat vindt plaats op maandagavond 22 oktober. Ze komt op mij alert over en verre van terminaal. We filosoferen over het leven en de dood. We drinken een glas wijn en maken plezier. Verre van een begrafenisstemming. We beloven over veertien dagen terug te komen.
Maandagavond 29 oktober -precies vier maanden na de diagnose- is ze gestorven. In alle eenzaamheid. Men vond haar de volgende ochtend naast haar bed. Haar gezicht verkrampt. Een straaltje verdroogd bloed uit haar mondhoek. Aanstaande maandag, de dag van ons geplande bezoek, wordt ze gecremeerd. Op De Nieuwe Ooster.
Moedige strijdbare Sharon. We hebben gelukkig nog net bijtijds afscheid kunnen nemen.



dinsdag 10 oktober 2006

hoeveel globalisering verdraagt de mens

van de cover: 
De mens, meent Rüdiger Safranski, is een wezen dat over zichzelf kan nadenken. Dat onderscheidt hem van de dieren. Toch blijft de mens ook dierlijk. Die tweezijdigheid maakt hem, zoals Nietzsche zei, tot 'een onbepaald dier'- een wezen dat nog niet helemaal af is, maar dat zijn onvoltooidheid met handigheden en intellect weet te compenseren. Techniek en wetenschap stellen ons in staat ons van onze 'eerste' natuur los te maken en die te beheersen. 
Die vaardigheid is tegelijk ons probleem. Want in hoeverre kunnen we ons in onze tweede natuur - de cultuur - van de eerste losmaken? Leidt de poging tot opheffing van de eerste natuur niet automatisch tot de vernietiging van de tweede? Kijk naar het probleem van de wapenwedloop. Onze emoties, dus ook agressie en angst, horen tot de eerste natuur. Onze middelen die te beheersen, tot de tweede. Maar intussen hebben we de middelen zo ver ontwikkeld dat ze niet alleen aan onze eerste, maar ook aan onze tweede natuur een eind dreigen te maken. Hetzelfde geldt voor globalisering. Het onbehagen daarover stamt al uit de negentiende eeuw, en neemt steeds grotere vormen aan. In Hoeveel globalisering kan een mens verdragen gaat Rüdiger Safranski met behulp van de traditionele filosofie op zoek naar de grenzen van de globalisering.

De cursieve passages zijn fragmenten uit het boek van Rüdiger Safranski: Hoeveel globalisering verdraagt de mens? 
Mijn commentaar rood getypt heb ik als punten ter discussie genoemd op de filosofische avonden bij Theo de Mare.

***

Geschiedenis zou moeten ophouden een noodlot te zijn.
Leven we in een utopia? Adam en Eva werden immers reeds verdreven uit hun paradijs.

Nietzsches droom over de globale oecumene
–illusie- versus de mensheid in de vorm van een dramatische geschiedenis van vijandschap –werkelijkheid-

Het toekennen van een rede aan de mens, die in zekere zin a priori naar consensus streeft.

Voor de consensus –overeenstemming van gevoel- gaan twee vooraf: de persensus –het verlengen van het gevoel- De transsensus –het doorvoelen-.
Deze drie -affectieve- waarnemingen zijn onvermijdelijk met elkaar verbonden.
M.n. via consensus zouden de "vijandige energieën, de uitsluitingsmechanismen in het hart van de universalistische concepten bloot kunnen leggen". Helaas schijnt eenheid niet mogelijk te zijn. Ook bij het opheffen van de grenzen wordt de tegenstelling alleen maar groter. OVERAL gaan vijandige energieën schuil.
VOORAL onder de naam van God.
 

Een afgrenzende god, geen god van de hele soort. En zo raakte hij steeds bij de conflicten tussen hordes, stammen en naties betrokken...
De God van het O.T: hij sluit een bondgenootschap met zijn volk tegen de rest v.d. wereld. 

Ziet hier: Exodus, dood, verderf en alweer verdeeldheid. Te vuur en te zwaard wordt de ander bestreden. Om een idee, een beeld, een obsessie, een: wie niet voor mij is is tegen mij!

De mens als bewust wezen heeft zijn geborgenheid in het hier en nu verloren.

Begint het niet reeds bij de geboorte. Het hechtgedrag: een veilig huis, een liefdevolle ouder, koestering. Zorg en basiszekerheid. Geven wat een nieuw leven toekomt.
Als men dit alles ontbeert en de wortels reeds op jeugdige leeftijd ontworteld blijken te zijn, kun je het lijk al zien drijven. Naast deze dreiging voor de pasgeborene, het vervolgens opgelopen trauma, ligt de toekomstige dreiging alweer op de loer. Hoe kun je zorg dragen voor de toekomst, als jou zelf de zorg is ontbeerd. De dreigende gevaren. Je kwetsbaarheid. Eten of gegeten worden. Strijd om de macht.
Zo binnen zo buiten, zo klein zo groot... De machtsmonopolie van de staat.


De armoede lijdt, zij vecht niet. Alleen de gekwetste eer of het verlangen naar roem en erkenning bindt de strijd aan. Voor de "menselijke waardigheid" wordt niet alleen vrede gesticht, maar ook oorlog gevoerd. Zo is ervoor gezorgd dat concurrentie, strijd, oorlog en vijandschap niet ophouden.

Zo blijven bloedwraak, manipulatie, onderdrukking en overheersing voortbestaan. Zo is het gras bij de ander altijd groener.

De maatschappij valt uiteen in de anarchie van geweld. De strijd om onderscheid en erkenning wordt naar buiten toe verlegd, naar de grens van de maatschappij, waar de wereld van de vreemden begint, die dan tot vijanden worden verklaard.

En vice versa!

In de stoffelijke werkelijkheid grenzen de mensen aan elkaar, ze stuiten op elkaar in de ruimte, onderscheiden zich en gaan uiteen. Hoe kun je de ander vertrouwen als het al zo moeilijk is jezelf te vertrouwen? Hoe kun je met de ander tot een vergelijk komen als dat met jezelf nauwelijks lukt? Hoe moet je het met vreemdelingen uithouden als je het nauwelijks met jezelf uithoudt?

De overeenkomsten en herkenbaarheden tussen mensen zijn groot en bekend: we hebben allemaal een neus, twee ogen en een mond etc. We weten allemaal wat emoties zijn, maar... de verschillen zijn veel en veel groter.
Vrede in eigen huis bewaren is al een hele klus. Dan volgt je geliefde, je gezin, je familie, je buren, je vrienden, kennissen. Het verschil van mentaliteit tussen stedelingen en dorpelingen is al groot. Boven en onder de grote rivieren. Binnen en buitenland. Oosten en westen. Europeaan en niet-europeaan. Het verschil van kleur, van klimaat. Kortom: de culturele verschillen en godsdiensten. –lees: fundamentalisme-
Zolang de stelling blijft gehandhaafd: wie niet voor mij is is tegen mij, is er van samenzijn of harmonie nooit en te nimmer sprake en is wezenlijke vrijheid ver te zoeken. Ik ben geen nihilist, maar na het lezen van dit hoofdstuk valt één en ander nog eens te bezien.


Rüdiger Safranski

Hoeveel globalisering verdraagt de mens
uitgeverij Atlas

maandag 2 oktober 2006

zelf

Een mengeling van mogelijkheden stroomde de afgelopen week binnen. Ik leed weer eens aan mijn vele dilemma’s want wat ik ook de revue liet passeren; ze kwamen en gingen. Om maar enige thema’s te noemen: scepsis, cynisme, dilemma’s, agnosticisme, zelfspot...
Bij zelfspot aangekomen ging de rem van mijn associatief vermogen los: zelfverloochening, zelfbehagen, zelfzucht, zelfbehoud, zelfbesef, zelfvertrouwen, zelfbespiegeling, zelfvoldoening, zelfbewust, zelfvernietiging, zelfkant, zelfbeschikking, zelfverheffing, zelfkant, zelfbeklag, zelfkennis, zelfkritiek, zelfdoding, zelfoverschatting, zelfstandigheid, zelfverwijt, zelfbeheersing, zelfverzekerd, zelfbeeld, zelfbeschouwing, zelfexpressie, zelfbezinning... Mij dunkt, alles even interessant.

Toen kwam ik simpelweg uit bij het ZELF. Letterlijk: de eigen persoon of het eigen wezen.
Na wat naslagwerk kwam ik in van Anima tot Zeus een prachtige passage over het ZELF tegen. Ik zou het met mijn eigen woorden niet mooier kunnen vertellen.


Het zelf is een intuïtief concept, een grensbegrip dat als hulpstructuur functioneert om alle psychische verschijnselen in een concept onder te brengen. Het bewustzijn, het ego, wordt niet beschouwd als het centrum van de gehele psyche. Een groot deel van de psyche is aanwezig in het onbewuste. Er is daarom een samenhangend concept nodig dat zowel de bewuste als de onbewuste verschijnselen omvat. Het zelf omvat zowel het centrum van de psyche als de gehele psyche. Het zorgt voor het behoud van de identiteit door alle fasen van het leven heen. Het zelf is het archetype met de grootste curiositeit. Het is autonoom ten opzichte van het bewustzijn. Het is het centrale archetype, het archetype van de totaliteit, de heelheid van de mens. Het is het meest actief in het religieuze symbolische leven.
Het zelf is het integratieve centrum van de gehele psyche, dus zowel van het bewuste deel, dat door het ik wordt gereguleerd, als van het onbewuste deel van de psyche. Het vormt daarom als het ware de eigenlijke persoonlijkheid die iemand is. Het ik is in de loop van de bewustzijnsontwikkeling uit het zelf ontstaan. De krachten van het ik botsen later tegen de krachten van het zelf.
Het ik neigt tot handhaving van de statusquo en de gegeven persoonlijkheid. Het zelf is geneigd tot dynamiek, verandering en herbeoordeling van de bestaande toestand.
Het ik beheert niet de gehele psyche. Dat doet het zelf. Dit is een grootheid die boven het bewuste ik staat en die functioneert in de dimensies ruimte en tijd. Over het zelf, dat niet gebonden is aan de dimensies ruimte en tijd, heeft het ik geen zeggenschap door middel van de wil.
In het onbewuste bestaan naast ontbindende neigingen ook integrerende, opbouwende neigingen, die afkomstig zijn van dit regulerende centrum, het zelf. (creativiteit) Dit zelf is niet alleen het integratieve middelpunt maar bepaalt ook de totale omvang van het bewustzijn en van het onbewuste.
Het zelf als centrale autoriteit bepaalt de doelgerichtheid van het persoonlijk leven. Het ervaren van een functionerende ego-zelf-as brengt de zinvolheid van het leven in het bewustzijn. Het zelf is het archetype dat de mens als gids door het leven naar zijn bestemming leidt. De termen levensinstinct en persoonlijk daimon worden in dit verband ook gebruikt.
Het zelf treedt in onbewuste fantasieën op als hogere of ideale persoonlijkheid, zoals Zarathoestra bij Nietzsche. De archaïsche trekken van het zelf worden in symbolen wel van het ‘hogere’ zelf gescheiden weergegeven, bijv. Als Mephisto naast Faust. Empirisch heeft het zelf een goede, lichte zijde en een kwade, donkere schaduwkant.
Het zelf is de bron van dromen, waardoor het ik communiceert. Psychisch vindt tijdens een droom, visioen, extatische toestand of religieuze beleving de eerste ontmoeting met het zelf plaats, met negatieve ervaringen als angst en afschrikwekkende verwarring. Deze ervaringen zijn kenmerkend voor een onvoorbereid samentreffen met het onbewuste.
De symbolen waarin het zelf wordt uitgebeeld, zijn zodanig dat daarin de vereniging van de donkere en lichte aspecten van de psyche tot uitdrukking komen. Erotische symbolen drukken ongerealiseerd religieus zoeken uit, een vereniging met het zelf. Religieuze symbolen die betrekking hebben op de godheid komen frequent voor.

vrijdag 17 februari 2006

de onbewogen beweger

beweegt niet uit zichzelf
per definitie veroorzaakt
iets anders de beweging