vrijdag 19 maart 2010

filosofisch testament

geschreven door Theo de Mare

Wat is voor mij het aantrekkelijke van taoïstische wijsheid?
Tao als weg naar een betere wereld?
Samenvattend:
1) Het is diep verbonden met de natuur. Dat betekent dat het groene denken, waarin ecologie, duurzaamheid centraal staan, kunnen bogen op een eeuwenoude levende filosofische traditie. Ik ben van mening dat het groene denken hier inspiratie kan vinden.
2) De dynamiek van het taoïsme, als procesfilosofie, dat primair gericht is op gebeurtenissen, spreekt me meer aan, dan een dingmatige filosofie.
3) De verbondenheid met waarheid.
4) Ik heb niet zo veel affiniteit met een religie, maar ik kan wel meer met beschaving. Binnen de taoïstische religie is de taoïstische grootmeester verantwoordelijk voor het streven naar beschaving. Dat maakt me toch wel nieuwsgierig naar deze religie!
5) Dat het taoïsme het lichamelijke voorrang geeft boven het denken. Veel Westerse filosofie negeert het lichamelijke en dat vind ik nogal eenzijdig.
6) De opvatting van Wu-Wei als een vorm van handelen, waarin natuurlijke spontaniteit duidelijk voorrang heeft boven het bewuste doelmatige handelen. Het gaat wel om handelen, maar zonder bedoelingen en vooral zonder obsessies. Voor mij is dat met name het geval bij spontane creativiteit (zie ook mijn nawoord, punt 10).
7) Dat leegte, stilte, rust en kalmte en harmonie belangrijke waarden van het taoïsme zijn. Ik breng leegte in relatie met mijn persoonlijke ervaringen: een langdurige baanloosheid.
8) De radicale openheid van het taoïsme. Het is verbonden met woorden zoals leegte, niets en stilte. Deze openheid zie ik als een sleutelwoord voor creativiteit. Zonder openheid blijf je hangen in het bestaande.
9) Dat het taoïsme het talige denken in termen van tegenstellingen (dualisme) weet te overwinnen. Harmonieuze gevoelens vervloeien in conflictueuze gevoelens en omgekeerd. Woorden blijven kunstmatige hulpmiddelen. Ze beletten ons het diepe inzicht in de dynamiek van de werkelijkheid als proces, als gebeurtenis, als ontstaan en vergaan.
10) Mijn nawoord is een pleidooi voor creativiteit, die ik zie als bron van hoop voor een betere wereld.

Uitwerking:

1) Het uitgangspunt is dat Tao verbonden is met de natuurprocessen (Tao van de Hemel, Tao van de Aarde) en de Tao van de mens en die vind je weer het sterkst in het pas geboren kind. Tao is het onuitsprekelijke en alles doordringende principe van het heelal. Het is datgene wat aan alles voorafgaat en waarin alles terugkeert. Dit beginsel omvat de twee grote krachten in de natuur, het Yin en het Yang, zoals het manlijke en het vrouwelijke.
Alles in de natuur is ontstaan en vergaan. De hele levende en niet-levende natuur is steeds bezig met veranderen, met vernieuwing. De natuur is een eeuwig recyclingproces. Is dat aantrekkelijk voor mij? Ja!
2) Het aantrekkelijke van het taoïsme voor mij is, dat het verbonden is met dynamiek, met worden, met creativiteit, met werkwoorden in plaats van met dingen, met essenties van dingen. De mens is in essentie een wordingsproces van ontstaan en vergaan, dat ontstaat en opgaat in het grote(re) geheel. En dat is aantrekkelijk voor mij, omdat veel Westerse filosofie draait om (dode) dingen (= SUBSTANTIEFILOSOFIE), of om levende wezens die in (verstarde) essenties vastgelegd zijn. Substantiefilosofie leidt dan snel tot een statische, schematische manier van denken.
3) Een van de aantrekkelijkste aspecten van het taoïsme is, dat het (ALS PROCESFILOSOFIE) voor mij de meest waarheidsgetrouwe benadering is van de werkelijkheid. Ik voel me al veel jaren verbonden met een procesbenadering van de werkelijkheid in plaats van de werkelijkheid opgevat als ding. Nadeel: het is ook veel lastiger, omdat het dingmatige tastbaar is, beschrijfbaar is, terwijl het procesmatige je steeds ontglipt. Kies je voor houvast, dan kan je dus beter niet voor het taoïsme kiezen.
Het wordende is niet te definiëren, omdat het levensproces in constante verandering is. Er bestaat ook een dynamische procesfilosofie in de Westerse filosofie, zoals bij Heracleitos, Bergson en Whitehead. Maar deze filosofen vertegenwoordigen een kleine minderheid van de Westerse filosofen.
4) Een ander aantrekkelijk aspect van het taoïsme is, dat het religieuze taoïsme verbonden is met het streven naar beschaving. Ik voel me daartoe aangetrokken als een richtinggevend ideaal. Verder spreekt het religieuze taoïsme me niet zo aan. Wat me vooral niet zo aanspreekt is, dat het bestaat uit een wagonlading van rituelen, waarmee ik totaal niet vertrouwd ben. Ook de voorouderverering staat als westerling heel ver van me af. Dat is het vervelende van de eigen conditioneringen, dat je dan niet meer geheel open kan staan voor andere culturen!
5) Het filosofische taoïsme, van mensen zoals Patricia de Martelaere spreekt me veel meer aan. Dat heeft onder andere te maken met de lichamelijke oriëntering van het taoïsme. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de klassieke Chinese geneeskunde (de acupunctuur), waarin energie en energiebanen een centrale rol spelen. Maar het heeft ook met Merleau-Ponty te maken, die op het einde van zijn leven zag dat het filosoferen vanuit het hoofd (:Descartes) failliet was. Een uitweg uit de crisis was voor hem aandacht voor het lichamelijke.
6) Wat me ook erg aanspreekt, is dat het loslaten en vergeten uitgebreid aan de orde komen. Het gaat dan vooral om het loslaten van obsessies van bijvoorbeeld de obsessie van het praktische nut, van het doelgerichte denken en handelen. Dat is de essentie van Wu-Wei = niet-handelen.
Ben ik dan tegen elk praktisch belang, praktisch nut? Nee, zeker niet. Maar ik ervaar in het doelmatige (theoretische) denken iets gekunstelds, iets dat eerder tot verkramping leidt, dan tot resultaten. Ik ervaar het theoretiseren meestal als iets onvruchtbaars. Ooit was ik bijvoorbeeld doelgericht bezig om de theorie van de artistieke creativiteit te formuleren. Daar ben ik tientallen jaren mee bezig geweest, maar het heeft geen enkele bijdrage gegeven aan mijn eigen artistieke productiviteit.
Filosoferen heeft dus voor mij ook met een praktische houding te maken. Dat lijkt in strijd met het denken van mensen zoals Zhuang Zi. Omdat ze meer waarde lijken te geven aan een zgn. nutteloze boom, in het nutteloze filosoferen in grote nutteloze woorden, zoals leegte, het Niets, de stilte en de uitgestrekte ruimte. Wat is het praktische nut van leegte, van Niets, van stilte? Van uitgestrekte ruimte van het niet-bestaan?
7) Ik heb ervaren dat een jarenlange werkloosheid (nauwkeuriger "baanloosheid") baanloosheid voor mij persoonlijke een bron van rijke ervaringen is geweest. Ik ben in contact gekomen met zeer kleurrijke interessante mensen, zoals de creatieve organisatieadviseur Aad van Deudekom die samen met een kring van mensen (randfiguren zoals ik) een interessante vrije tijdsbesteding wisten te scheppen. Dat je ook met relatief weinig geld een leuk leven kon hebben.
Ik denk aan mensen van de Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, waar we een leuk anarchistisch tijdschrift over alternatieve arbeid uitgaven. Of aan Harrie Pieron en anderen, die een Bond voor Gestudeerden in de Bijstand (voor mensen met hoge studieschulden) en een Bijstandsacademie hebben opgericht.
Ik denk aan de mensen die een persoonlijke groeiclub hebben opgericht voor gescheiden en werkloze mensen.
Ik ben door deze ervaringen anders gaan denken over baanloosheid. Voor veel mensen zijn ervaringen als baanloosheid negatief gekleurd. Veel mensen kunnen hier niet goed mee omgaan. Verveling, weinig geld horen erbij, en zijn niet leuk, maar helpen om inventiever te zijn met geld. Ik weet ook dat baanloosheid mij een grote ruimte heeft geboden voor hele waardevolle ervaringen en ontmoetingen, die ik zonder die baanloosheid waarschijnlijk nooit zou hebben meegemaakt. En dat geldt waarschijnlijk ook voor anderen.
8) Baanloosheid associeer ik met een open of lege agenda en dat kan een bron zijn van veel goeds. Dat is wat ik heb ervaren. Het is waarschijnlijk door bovenstaande ervaringen dat ik het taoïsme, waarin een radicale openheid of leegte of Niets, of niet-handelen zo prominent aanwezig zijn, zo op waarde ben gaan schatten.
9) Misschien vind ik het overstijgen van de tegenstellingen van woorden, van de taal wel het leukste en interessantste aspect van de taoïstische wijsheid. Het gaat dan om een woordloze dimensie van wijsheid, waarin tegengestelde begrippen in elkaar overvloeien. Ik denk dan bijvoorbeeld om de tegenstelling harmonie en conflict. Het is in mijn ogen onvruchtbaar om het streven naar harmonie geheel los te zien van conflict. Omdat gevoelens van harmonie en conflict nooit geheel van elkaar te scheiden zijn. In harmonie zit altijd al een potentieel van een conflict en omgekeerd. Dit geeft een dynamisering van het denken die me veel verder heeft geholpen in mijn denken over harmonie, dan te denken in een hokjesgeest van alleen maar harmonie.

10) Nawoord

Uitstapje naar creativiteit als teken van hoop voor een betere toekomst.

Mijn jarenlange onderzoek naar creativiteit (en harmonie) heeft me in contact gebracht met Aad van Deudekom, die mijn blikveld van creativiteit verruimd heeft met een sociale dimensie. Voor mij is hij een visionair. Hij geloofde in mensen. Hij had vertrouwen in het organisatietalent van mensen.
Een andere visionair was de beeldhouwer Ralph Prins die geloofde in het motto " Samen Spelen, Samen leven". Een bekendere visionair was Piet Mondriaan, die als niet-figuratief schilder heilig geloofde in een toekomstige harmonie voor de mensheid. Steeds was hij bezig te experimenteren om de dynamiek te vinden in die harmonie.
Ook ik ben van mening dat het spelen en het experimenteren hoogst noodzakelijk zijn om een vroegtijdige verstarring van jezelf te voorkomen. Jezelf ontwikkelen maakt het leven leuk!
De maatschappij kan niet zonder zulke creatieve visionaire mensen. Mensen die de hoop te voeden in een betere toekomst. Die heeft elke samenleving hard nodig. Ik zie leegte (soms aangeduid als verveling) of radicale openheid als belangrijke voorwaarden voor (spontane) creativiteit.
Zo zie ik scheppen en vernietigen als ogenschijnlijk tegenstellingen. Kijk je naar de natuur, dan zie je telkens weer dat na het massale afsterven in de natuur nieuw leven ontstaat.
We leven nu in tijden van crisis. In tijden van crisis zijn mensen met fantasie, verbeeldingskracht, kortom mensen met spontane creativiteit nodig. We staan in Nederland voor grote uitdagingen. Er is sprake van een kunstmatige tegenstelling tussen samenwerking of strijd. Het gaat om beiden. Er is sprake van een kunstmatige tegenstelling tussen hard bezuinigen, gematigd bezuinigen of investeren. Het gaat om onconventionele antwoorden, die de huidige grenzen van de partijpolitiek te boven gaan.
De hoop op een betere wereld wordt volgens mij het meest gevoed als het (ogenschijnlijke) onverzoenbare toch samenwerkt. Zie met name punt 9.
Pretenties van wijsheid, van moreel boven de ander verheven te zijn, zouden moeten worden losgelaten. Dat geldt ook voor alle pretenties. Jezelf op een voetstuk zetten, of de beginselen en opvattingen van anderen bij voorbaat als moreel verwerpelijk bestempelen, wat op hetzelfde neerkomt, maken de tegenstellingen alleen maar erger.
De hoop op een betere wereld wordt volgens mij het meest gevoed als wij in staat zijn tot een grotere openheid naar elkaar. Zodat het (ogenschijnlijke) onverzoenbare zich toch met elkaar kan verzoenen. Ik ben van mening dat het taoïsme daarom een positieve rol in onze crisis kan spelen.

Theo de Mare
Amsterdam, 19-3-2010

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen