donderdag 1 november 2007

i.m. Sharon


Toen ik afgelopen dinsdagavond op de club aan het bridgen was, ging onverwachts mijn mobiel af. In de stilte en concentratie van het spel klonken de ijle klanken van Purcells Dido en Aeneas. Zeer ongemakkelijk mompelde ik dat het mijn begrafenismuziek was die ik als tune op mijn mobiel had gezet. Om alvast te wennen, schertste ik. Later bleek dat ik het bericht had gekregen dat Sharon was overleden.
Sharon, een Amerikaanse, die 40 jaar geleden, liftend uit Kopenhagen, het liberale tolerante Amsterdam kwam binnenlopen was trots op haar Nederlanderschap sinds 1975.
Ik ontmoette haar gedurende anderhalf jaar op de filosofiegroep bij Theo de Mare waar we twee keer per maand bijeenkwamen. Ze was iemand met grote sociale betrokkenheid. Eigenlijk een hippie in hart en nieren en trouw gebleven aan haar idealen. Ze was uitgesproken in haar denken over mondiale ontwikkelingen en haar verlangen naar alle Menschen werden Brüder. Ze ging geregeld naar andere culturen in Zuid- en Midden-Amerika voor contact, uitwisseling en vrijwilligerswerk. Een vrouw met het hart op de goede plaats.
Dat Sharon ziek was wist ik reeds vanaf 29 juni van dit jaar toen ze in een email te kennen gaf dat ze voortijdig haar reis in Guatemala en Mexico had moeten beëindigen omdat ze draadjes bloed in haar spuug ontdekte tijdens het hoesten. Het bleek dat ze drie kleine tumoren had, in haar long, schedel en de adrenaline klier boven de nier.
Hoe voelde ze zich? Verbijsterd, verdrietig en een beetje bang. Hoe kon ze, vroeg ze zich af, met haar gezonde levensstijl en positieve houding kanker krijgen. Ze schreef dat ze in een uitstekende conditie was, bevestigd door haar artsen die haar zouden helpen te herstellen. Wat er ook zou gebeuren, haar innerlijke vrede en rust zouden haar steun geven.
Drie weken later kreeg ze het slechte nieuws. Haar longkanker was ongeneeslijk. Ze had misschien een paar maanden, misschien een jaar. Triest maar niet tragisch dacht ze op het ene moment. Op een ander moment was ze het vergeten en genoot van alles om zich heen. Dan weer was ze volkomen verslagen, verbijsterd en dacht dat het niet waar kon zijn.
Eind augustus schrijft ze me dat ze zich uitstekend voelt. Ze is wel kortademig en gauw moe maar ze is niet afgevallen en de tumor in haar long is in de laatste twee maanden niet gegroeid. Ze denkt niet meer aan een naderende dood, al houdt ze er rekening mee dat dit zou kunnen veranderen.
De informatie over een uitvaart die ze heeft verzameld, heeft ze ironisch in een mapje rouwkost gestopt en terzijde gelegd.
Begin oktober krijg ik een email waarin ze vertelt dat de tumoren niet zijn verkleind maar juist in een heel snel en agressief tempo gegroeid. Het is nu niet een kwestie van maanden maar weken. Als ze zich fit genoeg voelt en toestemming krijgt, wil ze haar familie in de VS bezoeken. Ze heeft geen gevoelens van vrees of woede, wel verbijstering en verdriet maar ze kan dit allemaal verwerken, schrijft ze.
Half oktober laat ze weten niet naar de VS te gaan. Haar lievelingszus is op bezoek. Ze geniet enorm van de haar gegeven tijd. Iedere dag is een dag.
Dan besluiten Theo en ik op zeer korte termijn Sharon te bezoeken waar ze zich erg op verheugt. Dat vindt plaats op maandagavond 22 oktober. Ze komt op mij alert over en verre van terminaal. We filosoferen over het leven en de dood. We drinken een glas wijn en maken plezier. Verre van een begrafenisstemming. We beloven over veertien dagen terug te komen.
Maandagavond 29 oktober -precies vier maanden na de diagnose- is ze gestorven. In alle eenzaamheid. Men vond haar de volgende ochtend naast haar bed. Haar gezicht verkrampt. Een straaltje verdroogd bloed uit haar mondhoek. Aanstaande maandag, de dag van ons geplande bezoek, wordt ze gecremeerd. Op De Nieuwe Ooster.
Moedige strijdbare Sharon. We hebben gelukkig nog net bijtijds afscheid kunnen nemen.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen