donderdag 10 januari 2008

elegie voor café de Westertoren



Vanmiddag ging ik naar café de Westertoren om een Westmalle Tripel te drinken. Groot was mijn verwondering de deur op slot te vinden. Nog groter mijn verbazing, door het raam loerend, de bar gesloopt te zien. Verbouwereerd toen ik na enig speurwerk te horen kreeg dat de kroeg -zomaar- was verdwenen.
De fundering was aan het zakken en het pand stond op instorten, werd mij verteld.
Alweer een stuk nostalgie erbij en een mooi stuk eigen Amsterdam weg, drong het pijnlijk tot mij door.
Het publiek bestond uit een mengeling van een zooitje ongeregeld, eigenheimers, zonderlingen en randfiguren.
Erna, de uitbaatster van het café, zwaaide sinds de jaren zeventig daar de scepter. Jaren later met de onontbeerlijke hulp van haar dochter Lolita. Vrouwen met het hart op de goede plaats. Dat ze daar een sociale functie hadden, was duidelijk.
Voor iedereen een goed woord. De armoedzaaier mocht op de pof drinken, de alcoholist die zich had misdragen, kreeg een forse schrobbering en de agressieveling een duidelijke waarschuwing, alvorens hij een caféverbod kreeg van enkele weken. Ontheemden, eenzamen en verlaten zielen voelden zich hier thuis.
De dames hadden er flink de wind onder.
Ik kwam er graag en regelmatig. In geen enkel café voelde ik me zo veilig als hier.
Niemand viel je lastig, vooral daar een paar oudgedienden aan de bar zich geroepen voelden zich als edele ridder en beschermer te gedragen.
Nu kan ik heel goed m'n eigen vrouwtje staan maar deze charmanterie vertederde en werd bovendien op sommige momenten door mij gewaardeerd.
Op het terrasje voor het raam van de gevel zag je zomers de stamgasten zitten en op het grote terras aan de Prinsengracht zaten de toeristen. Je had een prachtig uitzicht op de Westertoren en ook kon je van hieruit zien dat Anne Frank de hele dag door bezoek kreeg.
Dit was het café vanuit de zestiger jaren, toen ik nog in de Jordaan woonde, waar ik veel herinneringen aan heb.
De feesten die daar werden gevierd, het dichten in de kroeg, de middagen doorzakken. De meeste kroegvrienden van toen die nu bijna allemaal dood zijn.
Weemoedig nam ik afscheid van alweer een stukje verleden.


                         Erna, de bardame


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen