woensdag 3 februari 2010

kroniek (4)


De telefoon ging en ik nam op. Als dat Martha niet was.
-Zal ik je eens vertellen wat ik nu weer heb meegemaakt?
-Ik dacht dat jij in de Jellinek zat?
-Dat is uitgesteld maar er is wel iets anders gebeurd, iets heel bijzonders, riep ze geheimzinnig euforisch. Van haar depressie van enige dagen geleden was niet veel meer te merken.
-Steek van wal, zei ik.
-Ik heb je toch weleens verteld over m’n maatje Ans, uit de Jellinek?
-Geen idee, maar ga door.
-Zij heeft sinds pas een interieurverzorger dus ik vroeg of hij ook wat voor mij kon doen, zoals boodschapjes halen en het huis stofzuigen. Enfin, hij wilde wel wat bijverdienen dus je begrijpt, hij komt hier ook enige uren per dag.
-Zo Martha, dat heb je dan mooi voor mekaar.
-Dat kun je wel zeggen. Gisteren toen hij aan het stofzuigen was, heb ik op zijn rug gezeten. We hebben gelachen, joh. Daarna zette ik de muziek heel hard en hebben we gedanst. Hij is fantastisch. Hij kookt en eet met zijn handen. Ik heb zelf ook weer gegeten omdat hij me gevoerd heeft. Ik heb zelfs zijn vingers afgelikt zo lekker was het. Ik heb nog nooit zo’n mooie jongen ontmoet. Hij is pikzwart en lacht voortdurend zijn parelwitte tanden bloot.
-En nu ben je hem de lesbische liefde aan het leren? herhaalde ik haar eigen woorden die ze sprak bij een vorige bijna identieke gelegenheid.
-Hoe raad je het. Hij wil de hele dag wel en is zo potent als wat.
Ik zag het voor me, dat witte gratenpakhuis samen met die zwarte.
-Fantastisch Martha maar bespaar me de details. Uit welk land komt Romeo dit keer?
-Uit Ethiopië. Ik heb hem gezegd dat hij bij me mag intrekken en dat komt goed uit want hij is hier net een maand illegaal en heeft op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij is nu even weg om zijn spullen te halen en komt met een half uur terug, vandaar dat ik jou bel om het te vertellen.
Moest ik nu voor de zoveelste keer zeggen dat ze stom bezig was?
-Goed gedaan kind, verder nog iets?
-Je klinkt helemaal niet enthousiast, je kunt toch wel blij voor me zijn dat ik eindelijk weer iemand heb.
-Natuurlijk Martha, wellicht kun je met hem in het huwelijk treden maar dan wel in de Gibbi, het keizerlijk paleis in Addis Abeba.
-Adies-wie-ba? vroeg ze.
-Ad-dis A-be-ba, de hoofdstad van Ethiopië.
-Oh dat… En wil jij dan mijn bruidsmeisje zijn?
-Allicht, dan rijden we na de plechtigheid door de met eucalyptusbomen omzoomde lanen. Ik hoop dat jullie nog lang en gelukkig leven en de groeten aan Romeo, zei ik en hing op. In wat voor wespennest begaf ze zich nu weer.
Nog geen twee uur later, Martha in lichte paniek aan de telefoon: -Hij is er nog steeds niet, snap jij dat nou, hij had nog wel zo gezegd dat hij meteen weer terug zou zijn, ik maak me ongerust, wat moet ik nou?
-Geen idee.
-Hij heeft namelijk mijn sleutels meegenomen en ik heb hem mijn bankpasje meegegeven zodat hij meteen een paar flessen port voor me mee kan nemen.
-Buitengewoon slim Martha, dus je hebt ook je pincode gegeven?
-Natuurlijk, anders kan hij toch niet pinnen.
-Juist ja, dat was ik even vergeten.
-Oh wacht, ik hoor de sleutels in het slot dat zal hem zijn, ik bel je nog.
-Je ziet maar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen