woensdag 3 februari 2010

Greta Grimm (3)

Weet je dat Suze Slettenhaar en ik vandaag gewonnen hebben met klaverjassen buurvrouw, opende Grimm haar monoloog.
Daar gaan we weer, dacht ik. Wat zal ik vandaag voor fantastisch verhaal te horen krijgen?
Ik zag het wel hoor dat Helga Holle de kaarten had gemerkt en naar Frieda Freiburg zat te lonken. Ze waren aan het seinen. Mij hoeven ze niks meer wijs te maken. Desondanks zijn Suze en ik kampioen geworden. Grimm hield zich vast aan de greep boven haar bed en hees zich trots omhoog. Ik wilde haar feliciteren met haar overwinning en haar in haar waan laten maar zover liet ze het niet komen, luisteren deed ze allang niet meer.
Zal ik je es wat zeggen, Suze heeft ons iets in vertrouwen verteld, een groot geheim.
Het zal wel, dacht ik. Ik kende freule Slettenhaar, mevrouw Holle en Freiburg van vroeger. De twee laatsten waren oude Duitse vriendinnen van Grimm vanuit haar jeugd toen ze nog in Hamburg woonde. Een halve eeuw geleden waren ze naar Amsterdam gekomen en daar gebleven. Freule Slettenhaar was de dochter van een barones had Grimm me ooit verteld. Wekelijks kwamen ze bij elkaar voor hun kaartavondje onder het genot van een Schnapps of het gepimpel van een citroentje met suiker. Ze waren kort na elkaar overleden jaren geleden. Grimm was de laatste der Mohikanen.
Kopje thee, mevrouw Grimm?
Greta negeerde mijn vraag en ging onverstoorbaar verder op fluistertoon: Suze heeft een geheime liefde en dat mag Johan, haar man, niet weten. We hebben haar moeten zweren het nooit aan iemand door te vertellen. Suze, heb ik gezegd, ik zweer je op het graf van mijn moeder dat ik nooit iets zal verraden. Helga zwoer op de bijbel. Frieda verklaarde plechtig: Nooit, nee nooit freule Slettenhaar zal ik uw trouweloosheid openbaren en stak twee vingers in de lucht. Schön ist es auf der Welt zu sein, had Suze opgelucht gekweeld, schonk de glazen nog eens vol en proostte: op ons geheime genootschap. Grimm liet haar oogleden half over haar ogen zakken en zei ineens met dubbele tong: Vandaar dat ik wat aangeschoten ben, ik heb een beetje teveel gedronken.
Er was een actrice aan haar verloren gegaan, dacht ik. Die vrouw moest haar leven lang alles verdrongen hebben en ik fungeerde kennelijk momenteel als biechtvader.
Ze herstelde zich razendsnel, was plots weer ‘ontnuchterd’ en keek me voor het eerst recht aan: Buurvrouw, als je mijn vriendinnen ziet, laat je écht niets merken hè. Dit is een geheim tussen jou en mij, trouwens volgende week komt Suze niet naar ons kaartavondje, heeft ze gezegd, dan gaat ze eh… je weet wel… Wil jij dan voor haar invallen. Dan spelen wij samen. Je zult zien dat we zullen winnen, laat dat maar aan mij over.
Daarbij knipoogde ze naar me met een samenzweerdersgezicht.
Wie weet, zei ik en ging thee zetten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen