vrijdag 24 februari 2012

Soi Bobo


Rond het borreluur zouden we bij Adrienne zijn.
-Welkom in mijn stulpje, leuk dat jullie er zijn, verwelkomde ze Isis en mij hartelijk.
Ze had een piepklein huisje, drie kamertjes met veel tierelantijnen en prullaria.
Isis had een mooie Spaanse Jumillawijn meegenomen voor bij het eten en ik zoals beloofd een fles Kahlua.
We werden voorgesteld aan Babs, een kennis van Adrienne. Ze zag eruit, alsof ze net uit bad kwam: natte haren, schone kleren en glad geboend.
-Ik kom onder de douche vandaan, verklaarde Babs, een klein blond dikkertje, ten overvloede, haar kapsel.
-Interessant, merkte Isis op.
We schoten allen in de lach.
Babs had een zachtmoedig uiterlijk, treurende ogen en groot uitgevallen, vochtige lippen. Ze had een teruggetrokken kinnetje. Vanaf de onderkant van haar kin liep het vlees lillend door naar haar borst.
-We hebben vanavond een extra gast aan tafel. Ik dacht, waar er drie eten, kunnen er ook vier van mijn uiterst culinaire kookkunst genieten, zei Adrienne met een bevallige glimlach.
-Ik mocht mee-eten, maar moest me eerst ontdoen van vlo en luis, grinnikte Babs.
Ik vermoedde dat ze het nodige had meegemaakt. Nadat we ons met een glas wijn in de pluche kussens hadden geïnstalleerd, onthulde ze bijna onmiddellijk haar verhaal dat ze duidelijk kwijt wilde. Wij moedigden haar aan.
-Ik ben zo stom geweest om me letterlijk en figuurlijk een oor te laten aannaaien. Ik ben er met open ogen ingetrapt en hij heeft me uitgekleed tot op het bot, mompelde Babs. Vorig jaar had ik mijn baan opgezegd omdat ik een erfenisje had gekregen van mijn vader die na een lang ziekbed als laatste familielid was overleden. Ik wilde een wereldreis maken van dat geld, iets wat al jarenlang in mijn achterhoofd zat. Met een halve ton op zak meende ik wel ver te komen. Geld speelt geen rol dacht ik en begon mijn avontuur in Zuid-Amerika. Prachtige dingen gezien. Zijn jullie weleens in Vuurland geweest? Schitterend! Daar waan je je niet meer op deze wereld. Van daaruit vloog ik naar Australië en Nieuw-Zeeland en toen naar Azië. In India kwam ik toevalligerwijze in een negorij terecht en laat ik nou denken daar de Grote Liefde van mijn leven ontmoet te hebben.
-Moslim, Boeddhist of Hindoe? vroeg ik.
-Hindoe, hij scheen de held van het dorp te zijn en stond in hoog aanzien vanwege zijn uitzonderlijke intelligentie. Ook verrichtte hij wonderen en genas mensen op afstand, althans, dat vertelde hij.
-En jij geloofde dat allemaal? schamperde Adrienne.
-Waarom zou ik daaraan twijfelen, ik geloof nog steeds in de goedheid van de mens. Hij vertelde me in gebrekkig Engels dat hij stapelgek op me was. Ik was weliswaar twintig jaar ouder dan hij maar dat maakte hem niets uit en mij ook niet. Het karma had ons namelijk bij elkaar gebracht, zei hij.
-Wat bedoelde hij daarmee in vishnu’snaam, vroeg Isis bij wijze van kwinkslag.
-Wet van oorzaak en gevolg, weet je wel, zei Babs, lichtelijk op haar tenen getrapt. Je hebt oude en jonge zielen en hij vertelde mij dat wij oude zielen waren en dat we elkaar daarom hier op dit moment ontmoet hadden.
-Hoe heet die ouwe ziel van jou? vroeg Adrienne met enige spot in haar stem en schonk onze glazen nog eens vol.
-Soi Bobo, antwoordde Babs, er was echter een maar. Niemand mocht iets van onze verkering weten. Ik moest bijvoorbeeld altijd een halve meter achter hem lopen en we mochten elkaar in het openbaar absoluut niet aanraken, laat staan kussen. Zijn familie mocht er niets van weten dus alles moest stiekem. Ik had best wel begrip voor deze situatie want ik wilde niet dat hij uit zijn familie zou worden gestoten om mij.
Enfin, ik nodigde Soi Bobo uit mee naar Nederland te gaan. Daar had hij wel oren naar maar hij had geen rooie cent. Nou dat was geen enkel probleem want dat had ik. Dus ik gaf hem geld voor de reis en stortte nog 25.000 euro extra op zijn rekening want hij moest aan het consulaat laten zien dat hij geld had om weg te kunnen en Nederland in te mogen. Uiteindelijk liep alles spaak, volgens mij door allerlei bureaucratische regeltjes. Het was een grote teleurstelling voor ons want ik moest alleen naar huis en orde op zaken stellen omdat ik drie maanden weg was geweest. Er zat ook al een flink gat in mijn erfenis. Soi Bobo en ik belden of mailden elkaar dagelijks, ik had namelijk m’n laptop bij hem achtergelaten. Hij schreef me liefdesgedichten en liet me weten van ons geld een ashram te hebben gekocht. De mensen in het dorp hadden hem tot goeroe uitgeroepen. Ik zou zijn rechterhand worden en zijn raadgeefster, sprak hij. Hij vond dat hij goddelijke gaven had en het karma had hem verteld dat hij op weg naar verlichting was. Het leek hem een goed idee dat ik hem vanaf dat moment Swami Bobo zou noemen. Er moest nog wel wat geld komen voor ons goede doel. Ik heb flinke bedragen op zijn rekening gestort.
-Maar kind dan toch en dat allemaal in het kader van de grote goddelijke liefde, opperde ik.
Ongelooflijk dat iemand daar in kon trappen.
-Je moet toch ergens in geloven en kunnen vertrouwen, was mijn idee, verdedigde Babs zich wat pinnig.
Op een gegeven moment kwam ik erachter dat ik nog maar zes maanden van mijn geld zou kunnen leven op de manier zoals ik het deed. Ik besloot een ticket te kopen en naar mijn Bobo, pardon Swami Bobo, te gaan. Ik dacht, dan ga ik daar wonen en stel me ter beschikking aan mijn goddelijke goeroe. We zouden een imperium scheppen, had hij bedacht. Toen hij er echter achter kwam dat ik bijna door mijn geld heen was en er dus niets meer te plukken viel, draaide hij om als een blad aan een boom en liet me weten dat ik onmiddellijk de ashram moest verlaten omdat ik een slechte westerse uitstraling had. Ik snapte er helemaal niks van begrijpen jullie dat?
Ineens gaf Babs haar tranen de vrije loop en kwam alle frustratie van de laatste maanden er uit.
-Toen ik volkomen ontgoocheld in Nederland terugkwam, stond de deurwaarder voor mijn neus. Ik was blut en rekeningen van creditcards en cheques, die ik niet had uitgegeven, kwamen in dozijnen binnenstromen. Tot overmaat van ramp had ik een gigantische belastingaanslag omdat er iets met de erfenis niet goed was verrekend. Om een lang verhaal kort te maken: Ik werd mijn huis uitgezet, stond op straat en alles werd verkocht.
-En die cheques heeft die snotneus van een Jan-Lul-Bobo zeker allemaal van je gejat, veronderstelde Adrienne.
-Ik had hem nota bene nog zo vertrouwd, snotterde Babs, ik heb geen enkel zakelijk inzicht en zal het nooit krijgen ook.
-Ik zou die etterbak een flinke rot schop verkocht hebben of een kogel in z’n reet hebben geschoten maar dit had ik nooit gepikt, riep Isis verontwaardigd.
-Als iemand je op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe, staat in de bijbel, jammerde Babs door.
-Ook dat nog, riep Isis, nu ben je dus volkomen bankroet?
-Ja, het is niet te geloven, ik heb geen rooie cent meer. Een uitkering krijg ik niet omdat ik die erfenis heb gehad. Bovendien, als ik maar iets op m’n rekening zou hebben staan, krijg ik alle schuldeisers op mijn nek van de ongedekte creditcards. Ik sta als het ware met m’n rug tegen de muur en moet me met bedelen overeind houden. Ik kan niet van de wind leven en teer dus eigenlijk op de giften en gaven van voorbijgangers.
-En hij lekker de blits maken in dat dorp van hem met jouw geld, kon Isis niet nalaten eraan toe te voegen.
-Ja, en geen instantie kan me verder helpen. Ik kan niets bewijzen en ze bemoeien zich doodleuk nergens mee.
-Dat is bekend, zei ik, de overheid bemoeit zich altijd met dingen die haar niet aangaan maar bekommert zich verder nergens om.
-In ieder geval ben ik blij nu hier te zitten, beëindigde Babs haar verhaal, vanavond kruip ik bijtijds in mijn doos onder de brug, dan ben ik morgen vroeg weer op.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen