woensdag 3 februari 2010

kroniek (1)


Ik zat flink te balen. Had ik me verdomme toch weer laten strikken voor een afspraak. Martha, mijn alcoholische zorgenkindje zou langskomen.Toen de bel ging stond ze triomfantelijk met een fles champagne voor de deur. Het liefst zou ze uren over haar eenzaamheid en haar zogenaamde emotionele afhankelijkheid willen praten. Haar manische depressiviteit kende geen grenzen. Of ze zat in haar manie met de nodige euforie of ze was 'zo depressief als een deur', zoals ze dat zelf noemde. Uiteraard was alcohol haar probleem maar daar mocht je het niet over hebben. Ze noemde zich lesbisch maar was ook op z’n tijd niet vies van mannen. Vooral getrouwde vrouwen vond ze buitengewoon interessant. De respectievelijke echtgenoot nam ze er dan maar op de koop bij.
Ik stelde pesterig voor dat een kop thee wel zou smaken. Een verwijtende blik was het gevolg. Uiteraard had ik me moeten schamen voor zoooo weinig empathisch vermogen en haastte mij de champagne te openen. Op het moment dat ik aan mijn tweede slok toe was, had Martha haar glas reeds geledigd. Er moest en zou een tweede achteraan en wel onmiddellijk. Mijn ergernis sloeg toe. Irritant die eeuwige inhaligheid. Natuurlijk lust ik hem zelf ook maar dat probleemdrinken was van een geheel ander kaliber. Na de champagne had ze haar zinnen op de bruine rum gezet en na het zoveelste glas zette ze de fles aan haar mond.
Opeens had ik schoon genoeg van haar georeer, trok haar van de stoel, zette haar op haar benen en onder een: -Zo kind, het is wel weer leuk geweest voor vandaag, sommeerde ik haar naar huis te gaan. Lekker met tramlijn 13.
Waarom moest ze nou eigenlijk naar huis. Het was net zo gezellig, zag ik haar denken. Natuurlijk had ze ’m wederom flink geraakt en ik dacht even aan de vorige uit de hand gelopen logeerpartij waar ze uiteindelijk bij de gratie gods zowaar mocht blijven slapen omdat ze ’m om had. Op een lullig dekentje had ze mogen liggen maar dat deerde haar niet. Tja, ze had toen wel een aantal sigarettenpeuken op de houten vloer uitgedoofd, een halve fles wijn over de oude pers laten lopen en haar natte onderbroek op de grond gelegd omdat ze niet meer bijtijds de wc kon halen.
Toen ik om zes uur ’s ochtends zelf naar het toilet moest en even de kamer inkeek, zat ze daar -ja inderdaad- even te roken. Dat was tegen alle huisregels in want roken deed je niet bij mij in de huiskamer. Ik hield niet van die stank. Roken gebeurde in de keuken. Razend was ik. Ik had haar bij de kraag gepakt en de deur uitgegooid: naar tram 13.
Ik zag hoe ze wederom door de gang zwabberde.
-Ik kom er zelf wel uit hoor, lispelde ze.          
-Je ziet maar, grijnsde ik.
Nauwelijks had ze de deur achter zich dichtgetrokken of ik hoorde haar met haar flesjes Amstel Gold het stenen trappetje afstuiteren. Ik wist dat ze zo om een taxi zou vragen en ja hoor vijf minuten later ging alweer de bel.
-Pak de telefoon maar, zei ik op ironische toon.
Wankelend op haar benen jammerde ze over een gat in haar hoofd dat bij nadere inspectie slechts een schrammetje bleek te zijn. Nog aanstellen ook. Toen het vervoermiddel voorreed en een keurige dame het portier openhield, rechtte Martha haar rug en ging nagenoeg zonder omwegen recht op haar doel af: de taxi.

kroniek (2)


Ik was net vijf minuten thuis toen de telefoon ging. Martha meldde zich. Ze was extreem euforisch en vertelde dat ze in de kroeg een man had ontmoet, zó fantastisch, zó intelligent, zó spiritueel.
Als ze dat zegt, moet je altijd oppassen. Iedereen die ze ontmoet, wordt op een voetstuk gezet en kan er later alleen nog maar verschrikkelijk aftuimelen. Martha mist een bepaald selectief vermogen. Nuanceren is haar vreemd.
-Iedereen heeft wel een goddelijke vonk, beweerde ze.
-Jaren zeventig gelul, zei ik.
-Deze man, van Zuidamerikaanse origine is zooooo spiritueel, hij heeft gitaar voor me gespeeld en voor me gekookt. Daarna hebben we elkaar gestreeld en de liefde bedreven.
-Met of zonder condoom, kon ik niet nalaten te vragen.
-Zonder natuurlijk, ik heb die dingen niet in huis, zei ze lichtelijk geïrriteerd.
-Dat is dan niet zo slim, Martha, bovendien hoe zit dat nou met jou, je valt toch niet op mannen, opperde ik moralistisch.
-Ach, bij gebrek aan wat anders. Ik heb geprobeerd hem de lesbische liefde te leren maar het is een echte fucker. Ik voel me wat rauw van binnen.
Na deze suggestieve opmerking zette ik mijn voorstellingsvermogen even op nul en vroeg ironisch wanneer ik de uitnodiging voor hun verloving kon verwachten.
-Nou, je zult raar staan te kijken, ging ze enthousiast verder, volgens mij zou dit best weleens serieus kunnen worden. Dan ben ik eindelijk van mijn vrouwenliefde genezen.
Welja, typisch Martha, de prins op het witte paard gevonden en lekker hard van stapel lopen.
-Hoe gaat het met de drank? stelde ik mijn niet gewaardeerde vraag.
-Goed, zei ze kortaf.
-Hoe goed? drong ik aan.
-Gestaag, je weet wel.
-Juist ja en hoe gaat het met eten?
-Slecht, ik krijg weer geen hap door mijn strot en kom nu ook niet meer de straat op.
In een zin gaf ze de situatie weer.
-Maar die fucker heeft toch lekker voor je gekookt?
-Ja, maar dat heeft hij zelf opgegeten.
Het is niet de eerste keer dat Martha met een dergelijk verhaal komt.
Een vreemde bijkomstigheid is dat Martha qua uiterlijk en gedrag iets van greta grimm I , mijn oude buurvrouw van 95 lentes, weg heeft. Ik kan het niet nalaten haar soms pesterig mevrouw Grimm te noemen, waarbij ze onmiddellijk de beledigde uithangt. De laatste tijd lijdt ze sterk aan 'incidenteel geheugenverlies', dat wekt bij mij de indruk dat ze met een stuk theater bezig is, net als Grimm. Bij Martha moet ik sterk mijn grenzen aangeven anders walst ze er genadeloos overheen. Ondanks haar zelf gecreëerde zieligheid is ze een expert in het manipuleren en chicaneren. Iedereen voor haar wagentje spannen zoals het haar uit komt en oeverloos doorzeuren. Uiteindelijk krijgt ze alles wat ze wil voor elkaar.
Af en toe moet ik naar haar blaffen: 'Terug in je mand', om haar duidelijk te maken dat ze zich op de rand van vrijpostigheid bevindt. Ze accepteert dat onmiddellijk en dat is maar goed ook.
-Nou Martha, veel plezier met je fucker, zei ik en hing op.

kroniek (3)


Martha in radeloze toestand aan de telefoon.
-Hoe gaat het met je? Dat is altijd een leuke binnenkomer.
-Z'n gangetje, Martha, maar hoe gaat het met jou?
-Nou, erg slecht eigenlijk. Ik heb al tien dagen niet meer gegeten. Ik kan geen voedsel binnenhouden omdat ik steeds moet kokhalzen. Daardoor ben ik duizelig en sta te trillen als een rietje. Ik zak door mijn benen en heb koorts en natuurlijk kom ik niet meer op straat. Ik heb vreselijke angsten.
Wat een mens zichzelf al niet kan aandoen. Wat een verval, verzwakking en verwaarlozing, wat een arme ik.
-Hoe gaat het met de drank?
-Nou, niet meer dan twee flessen port per dag, want wijn kan ik niet meer verdragen en een paar scheutjes rum ’s morgens in de koffie, dus dat valt wel mee.
Die was zich echt permanent iets aan het wijs maken. Het was vreemd dat ik geen compassie voelde, eerder irritatie. In het kader van: ieder mens creëert zijn eigen wereld, vond ik dat ze tegen beter weten in er iedere keer een enorme puinhoop van maakte.
-En nu, ben je met een stille zelfmoordactie bezig? Die vraag had ik al zo vaak gesteld.
-Nee, ik wil eigenlijk niet dood maar ik kan ook niet leven, dat is nou juist mijn probleem en mijn ziekte.
-En dan te weten dat je zoveel kwaliteiten hebt Martha, je verkwanselt je leven, zei ik zedenpredikend.
-Ik weet het maar het gaat niet anders, klaagde ze.
-Zijn er nog opnames in het verschiet?
-Ja, de huisarts is geweest en ik heb het voor elkaar, zei ze ineens triomfantelijk, als het een beetje meezit, word ik na het weekend opgenomen in de Detox van de Jellinek.
-Om voor de zoveelste keer af te kicken, bij te komen, op de rails gezet te worden en weer van vooraf aan te beginnen, klonk ik meedogenloos.
-Nee, als ik terugkom en weer helemaal op orde ben dan ga ik naar Zuid-Afrika. In Pretoria wonen vrienden van me. Ze maken hun eigen wijnen en ik ga daar druiven plukken. Ze hebben me al uitgenodigd. Zoals je weet heb ik daar vroeger gewoond toen ik twintig was en...
-Grootse plannen Martha, maar om even bij de les te blijven: eerst zien en dan geloven. Dit verhaal kwam me bekend voor, dat hoorde ik gedurende het laatste decennium minstens vier keer per jaar.
-Maar dit keer gaat het gebeuren, je zult het zien, riep ze euforisch.
-En hoe gaat het met je fucker? provoceerde ik tot slot.
-Daar wil ik het nu niet over hebben, dat is allang weer van de baan. Die dacht maar aan een ding: copuleren.
-Wat had jij dan gedacht?
Ze wilde duidelijk niet meer aan meneer de macho herinnerd worden.
Zonder antwoord af te wachten, wenste ik haar op ironische toon sterkte, kracht en vooral veel wijsheid toe en hing op.

kroniek (4)


De telefoon ging en ik nam op. Als dat Martha niet was.
-Zal ik je eens vertellen wat ik nu weer heb meegemaakt?
-Ik dacht dat jij in de Jellinek zat?
-Dat is uitgesteld maar er is wel iets anders gebeurd, iets heel bijzonders, riep ze geheimzinnig euforisch. Van haar depressie van enige dagen geleden was niet veel meer te merken.
-Steek van wal, zei ik.
-Ik heb je toch weleens verteld over m’n maatje Ans, uit de Jellinek?
-Geen idee, maar ga door.
-Zij heeft sinds pas een interieurverzorger dus ik vroeg of hij ook wat voor mij kon doen, zoals boodschapjes halen en het huis stofzuigen. Enfin, hij wilde wel wat bijverdienen dus je begrijpt, hij komt hier ook enige uren per dag.
-Zo Martha, dat heb je dan mooi voor mekaar.
-Dat kun je wel zeggen. Gisteren toen hij aan het stofzuigen was, heb ik op zijn rug gezeten. We hebben gelachen, joh. Daarna zette ik de muziek heel hard en hebben we gedanst. Hij is fantastisch. Hij kookt en eet met zijn handen. Ik heb zelf ook weer gegeten omdat hij me gevoerd heeft. Ik heb zelfs zijn vingers afgelikt zo lekker was het. Ik heb nog nooit zo’n mooie jongen ontmoet. Hij is pikzwart en lacht voortdurend zijn parelwitte tanden bloot.
-En nu ben je hem de lesbische liefde aan het leren? herhaalde ik haar eigen woorden die ze sprak bij een vorige bijna identieke gelegenheid.
-Hoe raad je het. Hij wil de hele dag wel en is zo potent als wat.
Ik zag het voor me, dat witte gratenpakhuis samen met die zwarte.
-Fantastisch Martha maar bespaar me de details. Uit welk land komt Romeo dit keer?
-Uit Ethiopië. Ik heb hem gezegd dat hij bij me mag intrekken en dat komt goed uit want hij is hier net een maand illegaal en heeft op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij is nu even weg om zijn spullen te halen en komt met een half uur terug, vandaar dat ik jou bel om het te vertellen.
Moest ik nu voor de zoveelste keer zeggen dat ze stom bezig was?
-Goed gedaan kind, verder nog iets?
-Je klinkt helemaal niet enthousiast, je kunt toch wel blij voor me zijn dat ik eindelijk weer iemand heb.
-Natuurlijk Martha, wellicht kun je met hem in het huwelijk treden maar dan wel in de Gibbi, het keizerlijk paleis in Addis Abeba.
-Adies-wie-ba? vroeg ze.
-Ad-dis A-be-ba, de hoofdstad van Ethiopië.
-Oh dat… En wil jij dan mijn bruidsmeisje zijn?
-Allicht, dan rijden we na de plechtigheid door de met eucalyptusbomen omzoomde lanen. Ik hoop dat jullie nog lang en gelukkig leven en de groeten aan Romeo, zei ik en hing op. In wat voor wespennest begaf ze zich nu weer.
Nog geen twee uur later, Martha in lichte paniek aan de telefoon: -Hij is er nog steeds niet, snap jij dat nou, hij had nog wel zo gezegd dat hij meteen weer terug zou zijn, ik maak me ongerust, wat moet ik nou?
-Geen idee.
-Hij heeft namelijk mijn sleutels meegenomen en ik heb hem mijn bankpasje meegegeven zodat hij meteen een paar flessen port voor me mee kan nemen.
-Buitengewoon slim Martha, dus je hebt ook je pincode gegeven?
-Natuurlijk, anders kan hij toch niet pinnen.
-Juist ja, dat was ik even vergeten.
-Oh wacht, ik hoor de sleutels in het slot dat zal hem zijn, ik bel je nog.
-Je ziet maar.

kroniek (5)


Ik had amper mijn ontbijt genuttigd en de helft van de krant gelezen of de telefoon ging.
- Hallo met Martha, stoor ik?’
- Ik ben aan m’n laatste hap toe en lees net de laatste pagina van het ochtendblad.
- Er is weer iets vreselijks met mij. Ik kom net van de huisarts vandaan. Ik heb last van condyloma.
- Wat is dat in normaal Nederlands?
- Ik heb wratten rondom mijn geslachtsdelen.
- Nou, dat heb je dan goed voor elkaar Martha van wie heb je ze opgelopen?
- Weet ik veel, ik heb ze nou eenmaal en daarmee uit, zei ze enigszins vinnig.
- Daarmee niet uit maar kan de pret juist beginnen, beklemtoonde ik nadrukkelijk.
Dat was nou typisch Martha. Je moest naar al haar verhalen luisteren maar mocht geen enkel commentaar leveren. Eigenlijk was een ja en nee genoeg. Bij mij werkte dat als een rode lap op een stier. Altijd opnieuw was zij een van de weinigen waarbij ik het koekje van eigen deeg teruggaf op een wat ironisch, moralistische manier. Ik kon niet anders. Ze riep het gewoon bij me op.
- Welke pret bedoel je eigenlijk?
- Wat had je gedacht van krabben omdat het jeukt bijvoorbeeld.
- Daar heb je gelijk in, ik krab me suf.
- Je weet toch wel dat die bloemkolen zeer besmettelijk zijn en snel groeien. Ze verspreiden zich als een gek.
- Ja dat weet ik, ik heb ze nu rond m’n anus, op m’n schaamlippen en m’n vagi...
- Martha, alsjeblieft bespaar me zoals gewoonlijk de details, ik heb net m’n laatste hap brood op.
- Sorry, maar het is behoorlijk pijnlijk en het geeft een branderig gevoel.
- Tja, wie zich brandt moet op de blaren zitten, zei ik m’n meest toepasselijke cliché uit de kast trekkend.
- Ja en dan zal ik je nog wat vertellen. Ik was net van m’n schaamluis af.
- Je bedoelt die grijsachtige insecten in je schaamhaar, ter grootte van een speldenknop, in de volksmond ook wel 'platjes' genoemd?
- Precies, heb jij dat weleens gehad omdat je het zo goed weet?
- Godzijdank nee, ik hou niet zo van die venerische aandoeningen.
- Wat had je gedacht van mij, je denkt toch niet dat ik het leuk vind?
- Beter uit je doppen kijken, lijkt mij, trouwens als je toch zo bezig bent, ik zou me maar eens op Aids laten testen.
- Hoezo Aids? Ik voel dat ik dat niet heb.
- Juist ja, dat kun je heel goed voelen, wees maar weer lekker naïef, kind. Hoe gaat het eigenlijk met Addis Abeba, wanneer gaan jullie trouwen?
- Oh die, die heb ik de deur uitgegooid, hij kwam me alleen maar uitvreten en ging volledig zijn eigen gang.
- Het is toch niet waar.
- Het is wél waar.
- Oh.
- Allemaal hetzelfde met die buitenlanders, het is ze maar om een ding te doen.
- Nee toch!
- Echt, ik ben er nu achter gekomen, je had gelijk, ik moet beter opletten. Ik had je toch verteld dat hij mijn bankpasje had meegenomen. Ik sta nu helemaal rood. Hij heeft honderden euro's voor zichzelf gepind. Ik moet zelfs hier en daar wat lenen.
- Ach, wat vervelend nou toch.
- Dat kun je wel zeggen maar hoe is het eigenlijk met jou?
- Goed.
- Met jou is het altijd goed, heb jij nou nooit eens iets te vertellen?
- Genoeg, maar niet nu.
- Wanneer dan wel.
- Te zijner tijd.
- Oh.
- Verder nog iets Martha? Ik heb nog ’t een en ander te doen.
- Wat dan wel?
- Dingen die jou niet interesseren.
Martha ineens obstinaat: -Je hebt het helemaal mis, natuurlijk ben ik in jou geïnteresseerd maar je vertelt me nooit wat, je bent zo gesloten, met jou gaat het altijd goed.
- Ach Martha dat heeft zo z’n reden, hè. Als ik je nu iets vertel en je bent het over twee minuten weer vergeten, heeft het voor mij weinig zin om nog maar iets te zeggen. Dan kan ik net zo goed tegen die muur hier tegenover me staan te lullen. Zonde van m'n energie. Dus met andere woorden, ik zwijg gewoon.
- Oh, waait de wind uit die hoek.
- Juist ja, uit welke dacht jij dan.
- Mag ik nog even iets zeggen?
- Ga je gang, je hebt nog drie minuten.
- Ik ga overmorgen naar de Jellinek, daar blijf ik dan een week dus als je me wilt komen opzoeken, zou ik dat zeer op prijs stellen.
Ik dacht even aan mijn laatste bezoekje Detox. Ik zag daar in een deprimerende ruimte onze voor het moment afkickende alcoholisten gezellig met z'n allen om de tafel geschaard. Blauw van de rook. Koppen koffie waren dit keer hun verslaving. Mens erger je niet had hier geen gek figuur geslagen.
- Ik peins er niet over, kind.
- Dat is dan jammer, ik had me er zo op verheugd dat je zou komen.
- Het zij zo, een prettige week in het gesticht. Dag Martha.

Diezelfde nacht kreeg ik wonderbaarlijk bezoek: beschouwingen van een virus

kroniek (6)


Ik was net de dood van een goede vriendin aan het verwerken toen Martha opbelde vanuit de Jellinek.
-Zou je me alsjeblieft even terug willen bellen? Er zijn een paar dingen gebeurd waar ik je dringend over wil spreken maar mijn muntjes voor de telefoon zijn op en ik heb geen geld bij me.
Mijn hoofd stond op dit moment helemaal niet naar Martha en haar verhalen maar het klonk zo urgent dat ik me liet verleiden tot een reactie.
-Blij dat je me terugbelt. Ik heb het afgelopen weekend tot drie keer toe een insult gehad.
-Zo, dat is niet mis. Je hoort vaker van zo’n aanval bij plotselinge alcoholonthouding. Het bekende delirium tremens met zijn daarbij behorende detoxicatieverschijnselen.
-Ik ben zelfs even bewusteloos geweest maar ik heb nu benzodiazepinen gekregen tegen de ontwenningsverschijnselen en slaaptabletten om een beetje redelijk de nacht door te komen en dan nog wat, mijn nagels laten los en mijn haar valt uit.
-Ik zou m’n leverfuncties maar eens laten nakijken om te weten of je geen levercirrose hebt. De eerste symptomen heb je laatst al genoemd zoals gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, misselijkheid, algehele vermoeidheid en slapte. Het ontbreekt bij jou nog maar aan blauwe plekken of plekjes met kleine, rode spinvormig gerangschikte bloedvaatjes in de huid.
-Dan vergis je je want dat heb ik namelijk ook. Blauwe plekken over mijn hele lichaam en bij mijn nagels en op andere plaatsen een soort schimmel, heeft de dokter gezegd.
Ik kon er niet warm of koud van worden. Wat deed dat mens zich toch allemaal aan. Het was sowieso niet te geloven dat het lichaam niet allang had medegedeeld dat ze het maar moest uitzoeken. Na jaren van verwaarlozing en excessief drankgebruik kon je toch niet verwachten dat het lijf maar ja en amen bleef zeggen. Dat ze het zolang had volgehouden was op zich al een raadsel.
-Dan is het eindelijk zo ver kind, dat betekent dunkt mij een absoluut alcoholverbod voor jou.
-Dat hebben ze hier ook al gezegd maar ik weet niet of ik dat kan. Misschien iedere dag maar één glaasje.
-Maak jezelf toch niets wijs Martha of je drinkt niets meer of je drinkt je lekker binnenkort het graf in. De keuze is aan jou. Je weet dat het niet bij één glas blijft. Hoe vaak hebben we het hier al niet over gehad. Je treedt in een voortdurende herhaling en je luistert gewoon niet.
-Nu moet je niet zo gaan moraliseren, ik kan er ook niets aan doen, jammerde ze.
-Natuurlijk moraliseer ik, ik kan en ik wil niet anders zo simpel ligt het. Als je nu alweer begint met dat ene glaasje als je straks thuis bent, denk ik dat mens is niet goed wijs, riposteerde ik.
Het begon me behoorlijk te irriteren. Net nog was ik bezig het fenomeen sterven van alle kanten te beschouwen. Mensen, zonder dat ze daar enige inspraak in hadden, kregen de meest vreselijke ziektes. Zomaar. En dan een Martha met een ijzersterk gestel die zo haar lichaam en leven verkwanselde. Ik had er genoeg van.
-Dit was het? vroeg ik met een flinke ergernis in mijn stem.
-Ja, vind je het niet erg genoeg.
-Ja, het is verschrikkelijk, zuchtte ik.
Ik had er geen zin meer in om maar steeds water naar de zee te dragen en beëindigde ons gesprek.
-Dag Martha, nog een prettige tijd in de Jellinek.

ode aan Antoinette Naaktgeboren

Ik ken geen helden maar wel één antiheld: mijn inmiddels overleden 83-jarige buurmeisje Antoinette.
Antoinette Naaktgeboren was een tangverlossing. Kennelijk was de tang uitgeschoten waardoor ze een lichte hersenbeschadiging had opgelopen.
'Ons Netteke' werd ze genoemd door haar veel oudere broers en zusters die haar als enigszins debiel behandelden vanwege haar onbevangenheid, argeloze optreden, naïviteit en kinderlijke onschuld. 'Een steek los', noemden ze dat.
Ons Netteke werd geboren op achtentwintig december.
-Mijn geboortedag is de dag van onnozele kinderen, bij ons katholieken de herinneringsdag van de kindermoord te Bethlehem, wist ze breed van stof en lang van draad aan een ieder die het wel of niet wilde horen met veel overtuiging duidelijk te maken.
Ons Netteke heeft een syndroom: ze itereert, oeverloos kletst ze zichzelf herhalend wel vijf kwartier in een uur.
Het gezin Naaktgeboren was vroeg vaderloos. De familie leed aan een soort godsdienstwaanzin. Broers en zusters waren al in hun jeugd gepredestineerd. Vanuit het rijke roomse leven werd hun een toekomst als kloosterling in het vooruitzicht gesteld. Gods woord was wet en Zijn gebod regeerde. Drie broers gingen naar het seminarium waarvan er twee daadwerkelijk priester werden. De derde 'bekeerde' zich tot afvallige. Hij had een andere missie: jonge meisjes redden van de straat. Twee zussen werden non en gingen voor eeuwig achter de tralies.
Ons Netteke bleef bij haar moeder. Moeder Naaktgeboren was de commandant in huis. Ze werd gedrild: -Antoinette, ga jij eens even voor moeder het portiek schrobben!
Twee halve dagen was ze, om een centje bij te verdienen, strijkster op de sociale werkplaats. Als ze thuis kwam werd ze onmiddellijk door moeder in de dweilhouding gezet.
Ons Antoinetje is, zolang ik hier woon, mijn buurvrouw-boven. Toen ze 63 jaar was, werd ze wees en gedurende de laatste twintig jaar moet ze het zonder moeder stellen. Ze is een karikatuur. Haar gestalte is twintig centimeter gekrompen, dat komt doordat ze chronisch haar hoofd buigt. Ze loenst, zodat ze sprekend op Marty Feldman lijkt. Door haar nog weinige grijze haar kun je de maan goed door de bomen zien schijnen, de schedel tekent zich glimmend af. Een zelfgebreid vest, scheef geknoopt en strak om het bovenlijf getrokken vaak binnenste buiten gekeerd en een plissé rok uit de jaren vijftig. Daaroverheen een warme wollen winterjas, een verfomfaaide hoed achterstevoren op haar hoofd, beide minstens zestig jaar oud en een paar zware Robinsonschoenen maken dit Eucalyptabeeld compleet.
Bij ons Antoinetje is de tijd stil blijven staan, ze leeft nog steeds in de schaduw van haar moeder. Breien kan ze goed en doet ze veel: voor de missie en voor Polen. Geregeld vraagt ze me de steken op haar breipen te tellen en wil ze weten wanneer ze moet meerderen of minderen -of ik dat weet-. Volgens mij zijn het lokkertjes om mij bij haar op bezoek te krijgen of je reinste manipulatie want door zich steeds van de domme te houden en zich als een kind op te stellen krijgt ons Antoinetje alles voor elkaar. Zo gek is ze nu ook weer niet.
Minstens drie keer per week meldt ze zich per telefoon: -Mevrouw, u spreekt met uw buurmeisje Antoinette, wilt u mij alstublieieieieft eeeeeeven helpen want ik kan de dop niet van de slaolie afkrijgen, of -hoe moet ik mijn speklapjes aanbraden, of -mijn lof koken, of -mijn stofzuiger aandoen, of -mijn gloeilamp verwisselen, of -mijn schilderijtje ophangen, of -wilt u mijn bril helpen zoeken, of -mijn muizenval zetten want ik heb zooooooo’n last van muizen… 
En dan loopt Mevrouw maar weer naar boven.
Als ons Antoinetje jarig is vangen we twee vliegen in een klap. We vieren dan ook nog even vierde kerstdag want ze heeft de hele kerst nog geen hond gezien. Daar houdt ze trouwens niet van, van honden.
Dan gaan we samen zingen, ons Antoinetje en ik: Van ze lang zal ze leven in de gloria.
De oude grammofoon komt op tafel en we jubelen mee: In ’t groene dal in ’t stille dal waar kleine bloempjes bloeien.
Daarna komen de pindanootjes van Calvé en we kwelen mee: In een blauw geruite kiel draaien wij weer eens aan het grote wiel.
En nu uit volle borst: Brandend zand en nergens water.
-Blieft u nog een borreltje, Mevrouw?
-Zalig kerstfeest en een fijne verjaardag Antoinette.
Ons Antoinetje is de eenvoud zelve. Iedere zondag gaat ze naar de kerk met een boek vol zilverwerk en elke dag bidt ze het rozenhoedje en hoopt vooral veel aflaten te verdienen. Aan de ene kant is ze dwangmatig en neurotisch, anderzijds ongekunsteld, natuurlijk en mooi van lelijkheid. Ze is van een arcadische schoonheid, ons Antoinetje.
Mijn nieuwe buurman hoorde ik ooit vragen: -Antoinette ben jij ooit getrouwd geweest?
Ze haalde verbaasd haar schouders op en riep uit: -De Heer is mijn Herder, mij zal het aan niets ontbreken!
Maar dan wel een herder zonder hond, want ze is bang voor honden, ons Antoinetje.

zondag 31 januari 2010

zaterdag 30 januari 2010

dinsdag 19 januari 2010

maandag 18 januari 2010