auteur: P.F. Thomése
Eind 2010 reisde P.F. Thomése door Israël en de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook om een indruk te krijgen over het langdurige conflict tussen Palestijnen en Israéli's. Sceptisch en zonder geloof begaf hij zich als waarnemer naar het Heilige Beloofde Land.
De delegatie bestond verder uit Antoine Bodar -intellectueel, priester en azijnpisser van het zuiverste water- en de schrijvers Rosita Steenbeek en Jan Siebelink. Zij werden gevolgd door een cameraploeg.
Zeer goed bespiegelend geschreven en flink cynisch. Ondanks alle ellende over de religieuze en politieke idiotie aldaar, schoot ik af en toe in de lach om zijn laconieke beschouwingen.
P.F. Thomése
Grillroom Jeruzalem
uitgeverij: Contact
donderdag 27 oktober 2011
woensdag 26 oktober 2011
boekenmaniak
Van tijd tot tijd ben ik een periodiek maniakale boekenwurm. Als ik het -weer- op m'n heupen krijg, verslind ik literatuur. Alle recensies worden afgewerkt, selecteer boeken naar mijn smaak en ga vervolgens met mijn lijstje naar de bibliotheek waar ikzelf een kritisch oog laat vallen op de inhoud om uiteindelijk een keuze te maken. Een bezoek aan de bibliotheek kost mij enkele kostbare uren. Het is niet sporadisch dat ik met tien boeken thuis kom. Dit kan maanden duren tot de verwoede leesdrift overdrijft en er weken lang geen boek meer wordt aangeraakt. Ik heb me zelfs weleens afgevraagd of dit pathologisch is.
Boeken kopen doe ik allang niet meer omdat inmiddels mijn boekenkast uitpuilt. Ik kan zeer goed 'snellezen'. Bij een oninteressante passage of een oeverloze uitweiding snel ik door de regels heen. De draad van het verhaal raak ik zelden of nooit kwijt omdat ik alles registreer. Daartegenover, als ik getroffen wordt, kan ik ademloos letter voor letter tot mij nemen.
Ik heb een zeer onhebbelijke gewoonte, althans dat is mij aangepraat door mijn omgeving.
Menig huisgenoot heeft mij betrapt. Men heeft mij zelfs een literaire barbaar genoemd. Als ik aan een nieuw boek begin en na enige pagina's goed in het verhaal zit, wil ik onmiddellijk weten hoe het afloopt. Ik sla dan het achterste hoofdstuk of de laatste bladzijden op om de clou of het plot te lezen.
Dit onderwerp heb ik onlangs besproken in mijn kennissenkring. Ik was toch reuze nieuwsgierig of anderen dat herkennen. De koppen knikten allen ontkennend. Natuurlijk wilde iedereen z'n zegje hierover doen:
... Es, ik ben geshockeerd - volgens mij heb je geen geduld om je mee te laten voeren - je zoekt veiligheid en wil alles onder controle houden - je bent nieuwsgierig - weerzinwekkend, omdat je de spanning eruit snijdt - tegen alle leesregels in - dit ruikt naar instantbevrediging - bij de konijnen af - je bent geen boek waardig ...
Ik ging in zelfbeschouwing, nam het -goedbedoelde- rijtje kritiek nog eens door en kwam tot de volgende conclusie: Als het begin van een boek bij mij aanslaat, wil ik het nauwkeurig lezen. De spanning van een ooit naderend einde wordt mij te machtig waardoor de kans groot is dat ik het inhoudelijk ga afraffelen. Dat vind ik zonde van het boek. Als ik in den beginne alvast de clou weet, heb ik rust en kan ik uiterst voldaan en op mijn gemak vanaf het begin tot het einde doorlezen. Het allerbelangrijkste is dat ik er zelf vrede mee heb. Met een film is dat hetzelfde. Ik hoor graag van tevoren waar het over gaat en hoe het afloopt, liefst tot in de details. Dan ga ik het zelf bekijken.
Ik hou niet van verrassingen. Een onaangekondigd gezelschap mensen voor mijn huisdeur is de grootste nachtmerrie. Een surpriseparty kan me gestolen worden en van een onverwachts verrassingsreisje ga ik over m'n nek.
In het verlengde hiervan maar dan wat anders komen we op het volgende. Anderen vertellen mij dat ze bij een maaltijd het lekkerste voor het laatst bewaren. Ook dit werkt bij mij tegengesteld. Ik eet allereerst mijn lekkerste hapje op.
Stel dat de bom valt!
Boeken kopen doe ik allang niet meer omdat inmiddels mijn boekenkast uitpuilt. Ik kan zeer goed 'snellezen'. Bij een oninteressante passage of een oeverloze uitweiding snel ik door de regels heen. De draad van het verhaal raak ik zelden of nooit kwijt omdat ik alles registreer. Daartegenover, als ik getroffen wordt, kan ik ademloos letter voor letter tot mij nemen.
Ik heb een zeer onhebbelijke gewoonte, althans dat is mij aangepraat door mijn omgeving.
Menig huisgenoot heeft mij betrapt. Men heeft mij zelfs een literaire barbaar genoemd. Als ik aan een nieuw boek begin en na enige pagina's goed in het verhaal zit, wil ik onmiddellijk weten hoe het afloopt. Ik sla dan het achterste hoofdstuk of de laatste bladzijden op om de clou of het plot te lezen.
Dit onderwerp heb ik onlangs besproken in mijn kennissenkring. Ik was toch reuze nieuwsgierig of anderen dat herkennen. De koppen knikten allen ontkennend. Natuurlijk wilde iedereen z'n zegje hierover doen:
... Es, ik ben geshockeerd - volgens mij heb je geen geduld om je mee te laten voeren - je zoekt veiligheid en wil alles onder controle houden - je bent nieuwsgierig - weerzinwekkend, omdat je de spanning eruit snijdt - tegen alle leesregels in - dit ruikt naar instantbevrediging - bij de konijnen af - je bent geen boek waardig ...
Ik ging in zelfbeschouwing, nam het -goedbedoelde- rijtje kritiek nog eens door en kwam tot de volgende conclusie: Als het begin van een boek bij mij aanslaat, wil ik het nauwkeurig lezen. De spanning van een ooit naderend einde wordt mij te machtig waardoor de kans groot is dat ik het inhoudelijk ga afraffelen. Dat vind ik zonde van het boek. Als ik in den beginne alvast de clou weet, heb ik rust en kan ik uiterst voldaan en op mijn gemak vanaf het begin tot het einde doorlezen. Het allerbelangrijkste is dat ik er zelf vrede mee heb. Met een film is dat hetzelfde. Ik hoor graag van tevoren waar het over gaat en hoe het afloopt, liefst tot in de details. Dan ga ik het zelf bekijken.
Ik hou niet van verrassingen. Een onaangekondigd gezelschap mensen voor mijn huisdeur is de grootste nachtmerrie. Een surpriseparty kan me gestolen worden en van een onverwachts verrassingsreisje ga ik over m'n nek.
In het verlengde hiervan maar dan wat anders komen we op het volgende. Anderen vertellen mij dat ze bij een maaltijd het lekkerste voor het laatst bewaren. Ook dit werkt bij mij tegengesteld. Ik eet allereerst mijn lekkerste hapje op.
Stel dat de bom valt!
dinsdag 25 oktober 2011
Tom Turbeau
geboren in negentienzevenenvijftig
een wolk van een baby wij noemen hem Tom
een rechtschapen jongen ja, dat spreekt voor zich
een spruit uit het mos, een nog jonge blom
het was op een vochtige dag in oktober
op de vijfentwintigste wel te verstaan
een tijd van veilig, behoudend en sober
van stamppot met worst, een lach en een traan
precies om kwart over acht in de avond
kwam jij ter aard, je eerste levenskreet
een luide hier ben ik klonk uit jouw mond
jouw moeder, zij werkte zich in het zweet
alweer een jaar later, je tante was veertien
je moeder ging week'lijks naar het Hoofdstadkoor
op woensdagavond kwam ik sindsdien
op jouw passen, dat ging zo jaren door
wie gaf jou de luier, wie gaf jou de fles
je kunt het wel raden, dat was tante Es
wie deed jou lachen, wie trok een gek gezicht
wie deed gordijntje open en gordijntje dicht
op bezoek in de Tuinstraat, je was dertien toen
we klopten de kleedjes, we veegden de vloer
Herodus in 't visnet, aten kip of kalkoen
eenendertigen en pesten, een opgelegd pandoer
je grapjes die ben ik nog lang niet vergeten
zo lag je die ene keer met billen bloot
in bad en hoe kon ik het weten
ik schrok me rot en dacht die is dood
of die andere keer in de Ardennen
je liep hollend vooruit, je nam de wijk
er was daar verder geen mens te bekennen
en bij de auto lag jij daar voor lijk
en dan die ene vakantie naar Napels en Rome
je trok rare gezichten en als een halve zool
daar achterin die auto, een ieder die jou zag komen
dacht, ach die arme mensen hebben een mongool
toen ging jij een kraakpand bewonen
dat was in de Kerkstraat bij het Frederiksplein
je ging daar zelfs samenwonen
maar bleek algauw geen rozengeur en maneschijn
ik hield me bezig met bewustzijn en prana
en als ik de deur uitging
dan paste jij op Iwana
onvoorwaardelijk en zonder beding
bij tij en ontij, door weer en wind
mijn rots in de branding
jij zorgde voor mijn kind
als ik me sublimeerde in zelfontwikkeling
negentien jaar geleden, met veel vermaak
wij waren een dankbaar object
kroop jij uit de kist onder het nodige gekraak
en deed op deze wedding jouw act
op m'n verjaardag verschijnt vaak een schildering
eigener dan het duurste cadeau
een collage of pentekening
gemaakt door de hand van Tom Turbeau
altijd heb ik op jou kunnen bouwen
kan immer van jou op aan
daarom mijn grenzeloos vertrouwen
en ben ik jou zeer toegedaan
je kunt bij mij een potje breken
voor de een ben ik je tante voor de ander je zus
ik hou op met verder preken en spreken
en dat voor een criticus, cynicus, agnosticus
Tom vijftig vandaag
dit is wat ik jou wil geven
je familie bijeen; wat ik jou toedraag
is een lang en heel mooi leven
eS
25 oktober 2007
een wolk van een baby wij noemen hem Tom
een rechtschapen jongen ja, dat spreekt voor zich
een spruit uit het mos, een nog jonge blom
het was op een vochtige dag in oktober
op de vijfentwintigste wel te verstaan
een tijd van veilig, behoudend en sober
van stamppot met worst, een lach en een traan
precies om kwart over acht in de avond
kwam jij ter aard, je eerste levenskreet
een luide hier ben ik klonk uit jouw mond
jouw moeder, zij werkte zich in het zweet
alweer een jaar later, je tante was veertien
je moeder ging week'lijks naar het Hoofdstadkoor
op woensdagavond kwam ik sindsdien
op jouw passen, dat ging zo jaren door
wie gaf jou de luier, wie gaf jou de fles
je kunt het wel raden, dat was tante Es
wie deed jou lachen, wie trok een gek gezicht
wie deed gordijntje open en gordijntje dicht
op bezoek in de Tuinstraat, je was dertien toen
we klopten de kleedjes, we veegden de vloer
Herodus in 't visnet, aten kip of kalkoen
eenendertigen en pesten, een opgelegd pandoer
je grapjes die ben ik nog lang niet vergeten
zo lag je die ene keer met billen bloot
in bad en hoe kon ik het weten
ik schrok me rot en dacht die is dood
of die andere keer in de Ardennen
je liep hollend vooruit, je nam de wijk
er was daar verder geen mens te bekennen
en bij de auto lag jij daar voor lijk
en dan die ene vakantie naar Napels en Rome
je trok rare gezichten en als een halve zool
daar achterin die auto, een ieder die jou zag komen
dacht, ach die arme mensen hebben een mongool
toen ging jij een kraakpand bewonen
dat was in de Kerkstraat bij het Frederiksplein
je ging daar zelfs samenwonen
maar bleek algauw geen rozengeur en maneschijn
ik hield me bezig met bewustzijn en prana
en als ik de deur uitging
dan paste jij op Iwana
onvoorwaardelijk en zonder beding
bij tij en ontij, door weer en wind
mijn rots in de branding
jij zorgde voor mijn kind
als ik me sublimeerde in zelfontwikkeling
negentien jaar geleden, met veel vermaak
wij waren een dankbaar object
kroop jij uit de kist onder het nodige gekraak
en deed op deze wedding jouw act
op m'n verjaardag verschijnt vaak een schildering
eigener dan het duurste cadeau
een collage of pentekening
gemaakt door de hand van Tom Turbeau
altijd heb ik op jou kunnen bouwen
kan immer van jou op aan
daarom mijn grenzeloos vertrouwen
en ben ik jou zeer toegedaan
je kunt bij mij een potje breken
voor de een ben ik je tante voor de ander je zus
ik hou op met verder preken en spreken
en dat voor een criticus, cynicus, agnosticus
Tom vijftig vandaag
dit is wat ik jou wil geven
je familie bijeen; wat ik jou toedraag
is een lang en heel mooi leven
eS
25 oktober 2007
maandag 24 oktober 2011
dans dans dans (Murakami)
Ik was al onder de indruk van de jacht op het verloren schaap van Haruki Murakami, toen nog niet wetende dat dans dans dans een verrassend vervolg is dat zich vier jaar later afspeelt. (We zitten in 1983) Het kan los worden gelezen van voorgaand boek.
Ik citeer een stukje smulwerktekst. Even ter intro: de (naamloze) ik-figuur, wars van de perverse hyperkapitalistische (nep)maatschappij, betreedt in zijn queeste het in luxueus nieuwe stijl verbouwde Dolfijnenhotel, waar hij reeds eerder (maar toen nog vervallen, shabby en mysterieus) was geweest.
... Zo'n dertig seconden later kwam ze terug in het gezelschap van een man van rond de veertig in een zwart pak. Overduidelijk een ervaren rot in het hotelwezen. Ik had voor mijn werk al meerdere keren met dergelijke figuren te maken gehad. Het ware rare jongens. Ze spreidden te allen tijde een glimlach tentoon, maar voor elke situatie een andere. Ze beschikten over wel vijfentwintig soorten. Van de beleefde onderkoelde grijns tot de voldane, maar perfect beheerste grimas. Die lachgradaties hadden allemaal een nummer, van één tot en met vijfentwintig. En die gebruikten ze afhankelijk van de situatie, alsof ze een gofstok uitkozen. Zulke types waren het.
'Hoe kan ik u helpen?' zei hij, terwijl hij me hoffelijk toeknikte met een lach ergens uit het middensegment van zijn repertoire. Mijn kledij leek geen al te beste indruk op hem te maken, want zijn glimlach zakte drie geledingen. Ik droeg een warm halflang jachtvest met bont aan de binnenkant (en een Keith Haring-badge op de borst gespeld), een wollen muts (het type dat het Alpenkorps van de Oostenrijkse landmacht draagt), een robuuste broek met tal van zakken en stevige werklaarzen bestemd om op besneeuwde wegen te wandelen. Het waren allemaal degelijke kwaliteitsproducten, practisch ook, maar een tikkeltje te heavy duty voor deze hotellobby. Maar dat was mijn schuld niet. Het ging om een verschil in levenswijze, een verschil in opvattingen. De man monsterde mijn Disneyhorloge met de blik van een dierenarts die de verstuikte voorpoot van een kat bestudeert...
In zijn boeken, tot op heden door mij gelezen, verkent hij de grenzen van het bewustzijn. Prachtig hoe Murakami schrijft over de saaiheid van het bestaan. Daartegenover heeft hij eveneens oog voor de verwondering.
Het was wederom lezend genieten en de volgende gedachte kwam spontaan bij me naar boven borrelen: er wordt continue strijd gevoerd. Een tweegevecht van ik en de wereld. Daar waar tweeheid is, is echter ook eenheid. Duel in dualiteit als tegenstelling tussen twee polen. Een polariteit in uitersten waarin beweging en leven onontkoombaar verbonden zijn.
Duelleren, schaken, schieten, schermen. Polemiek of duel per gitaar:
Ik citeer een stukje smulwerktekst. Even ter intro: de (naamloze) ik-figuur, wars van de perverse hyperkapitalistische (nep)maatschappij, betreedt in zijn queeste het in luxueus nieuwe stijl verbouwde Dolfijnenhotel, waar hij reeds eerder (maar toen nog vervallen, shabby en mysterieus) was geweest.
... Zo'n dertig seconden later kwam ze terug in het gezelschap van een man van rond de veertig in een zwart pak. Overduidelijk een ervaren rot in het hotelwezen. Ik had voor mijn werk al meerdere keren met dergelijke figuren te maken gehad. Het ware rare jongens. Ze spreidden te allen tijde een glimlach tentoon, maar voor elke situatie een andere. Ze beschikten over wel vijfentwintig soorten. Van de beleefde onderkoelde grijns tot de voldane, maar perfect beheerste grimas. Die lachgradaties hadden allemaal een nummer, van één tot en met vijfentwintig. En die gebruikten ze afhankelijk van de situatie, alsof ze een gofstok uitkozen. Zulke types waren het.
'Hoe kan ik u helpen?' zei hij, terwijl hij me hoffelijk toeknikte met een lach ergens uit het middensegment van zijn repertoire. Mijn kledij leek geen al te beste indruk op hem te maken, want zijn glimlach zakte drie geledingen. Ik droeg een warm halflang jachtvest met bont aan de binnenkant (en een Keith Haring-badge op de borst gespeld), een wollen muts (het type dat het Alpenkorps van de Oostenrijkse landmacht draagt), een robuuste broek met tal van zakken en stevige werklaarzen bestemd om op besneeuwde wegen te wandelen. Het waren allemaal degelijke kwaliteitsproducten, practisch ook, maar een tikkeltje te heavy duty voor deze hotellobby. Maar dat was mijn schuld niet. Het ging om een verschil in levenswijze, een verschil in opvattingen. De man monsterde mijn Disneyhorloge met de blik van een dierenarts die de verstuikte voorpoot van een kat bestudeert...
In zijn boeken, tot op heden door mij gelezen, verkent hij de grenzen van het bewustzijn. Prachtig hoe Murakami schrijft over de saaiheid van het bestaan. Daartegenover heeft hij eveneens oog voor de verwondering.
Het was wederom lezend genieten en de volgende gedachte kwam spontaan bij me naar boven borrelen: er wordt continue strijd gevoerd. Een tweegevecht van ik en de wereld. Daar waar tweeheid is, is echter ook eenheid. Duel in dualiteit als tegenstelling tussen twee polen. Een polariteit in uitersten waarin beweging en leven onontkoombaar verbonden zijn.
Duelleren, schaken, schieten, schermen. Polemiek of duel per gitaar:
zondag 23 oktober 2011
de Schopenhauerkuur
Afgelopen week heb ik een uitermate fascinerend boek gelezen: 'de Schopenhauerkuur'. Een mix van literatuur, psychobiografie, filosofie en psychotherapeutische pedagogiek.
Geschreven door de auteur Irvin Yalom. Onder andere schrijver van: 'Nietzsches tranen' en 'de therapeut'.
Geschreven door de auteur Irvin Yalom. Onder andere schrijver van: 'Nietzsches tranen' en 'de therapeut'.
Van de cover:
... Op de dag dat psychiater Julius Hertzfeld te horen krijgt dat hem waarschijnlijk nog maar één jaar rest, begint hij met een onderzoek naar de betekenis van zijn leven. Hij zoekt daartoe na meer dan twintig jaar contact met Philip, een aantrekkelijke, arrogante, contactgestoorde, seksverslaafde man, die drie jaar bij hem in therapie zat, zonder enig resultaat. Philip blijkt tot Julius grote verbazing intussen gepromoveerd te zijn in de filosofie en een opleiding te volgen tot therapeut. Julius biedt zich aan als zijn supervisor, onder voorwaarde dat Philip aan zijn therapiegroep zal deelnemen. Al snel blijkt een van de andere leden van de groep een traumatische ervaring met Philip te hebben gehad. Zij is hier nooit overheen gekomen. Terwijl de groepsleden proberen om te gaan met deze ontvlambare situatie en Julius einde schrikbarend dichtbij komt, stijgt het niveau van de therapie tot ongekende hoogte, met buitengewone veranderingen bij elk groepslid als gevolg...
***
***
Ik beoordeel boeken met een cijfer. Nooit deel ik een tien uit, maar dit boek kreeg van mij een negeneneenhalf. Weergaloos mooie roman.
Een aanrader!
Irvin Yalom
de Schopenhauerkuur
Uitgeverij: Balans
Irvin Yalom
de Schopenhauerkuur
Uitgeverij: Balans
zaterdag 22 oktober 2011
Haruki Murakami
Als het om lezen van boeken gaat, ben ik akelig kritisch. Ze passeren niet zomaar mijn eenpersoonsballotagecommissie.
Na De opwindvogelkronieken een door mij verslonden ongelooflijk goede pil van bijna 900 pagina's nam ik na een bibliotheekbezoek er gelijk drie mee naar huis.
De jacht op het verloren schaap sloeg ik met een zucht van genoegdoening dicht. Wat een schrijver, wat een fantasie. Over de inhoud ga ik het niet hebben want dat is via internet te lezen.
Wél benadruk ik zijn eigenheid van schrijven. De lezer wordt in een wereld van alledaagsheid geslingerd waar realisme en mythologie de boventoon voeren. Metafysische vraagstukken en historische verkenningen worden je aangereikt. Beeldend bizar absurdistisch absurd met fenomenale dialogen, gedachtekronkels en taalgebruik. Het ging bij mij zover dat ik de landkaart van Japan erbij heb gehaald om de ikfiguur in het boek op zijn reis te volgen. Hij neemt je mee naar het noordelijkste deel van Japan: Hokkaido, waar 'de jacht' begint.
Zonder weerga: een aanrader!
De trilogie: 1q84 ligt nog op stapel.
Na De opwindvogelkronieken een door mij verslonden ongelooflijk goede pil van bijna 900 pagina's nam ik na een bibliotheekbezoek er gelijk drie mee naar huis.
De jacht op het verloren schaap sloeg ik met een zucht van genoegdoening dicht. Wat een schrijver, wat een fantasie. Over de inhoud ga ik het niet hebben want dat is via internet te lezen.
Wél benadruk ik zijn eigenheid van schrijven. De lezer wordt in een wereld van alledaagsheid geslingerd waar realisme en mythologie de boventoon voeren. Metafysische vraagstukken en historische verkenningen worden je aangereikt. Beeldend bizar absurdistisch absurd met fenomenale dialogen, gedachtekronkels en taalgebruik. Het ging bij mij zover dat ik de landkaart van Japan erbij heb gehaald om de ikfiguur in het boek op zijn reis te volgen. Hij neemt je mee naar het noordelijkste deel van Japan: Hokkaido, waar 'de jacht' begint.
Zonder weerga: een aanrader!
De trilogie: 1q84 ligt nog op stapel.
vrijdag 21 oktober 2011
Bittere Bloemen
Hij ligt je of hij ligt je in het geheel niet, zijn laatste boek verguisd en bejubeld: Jeroen Brouwers.
De afgelopen week Bittere Bloemen gelezen, nou ja, zeg maar verslonden. Wat een schrijver!
In zijn lyrisch proza verhaalt hij over de hoogbejaarde, op sterven na dood zijnde, doctor emeritus Julius Hammer die na een langdurig ziekenhuisverblijf -plastic slangen aan zijn lichaamsdelen, kunstmatig gevoed en beademd, – tegen zijn zin op reis wordt gestuurd door zijn onuitstaanbare, bedillerige en bemoeizuchtige dochter Eva. Los van geleerde, ex-rechter, ex-schrijver is hij ook nog aartskankeraar, criticus, cynicus, zwartgallige. Niets is goed of het deugt niet. De gehele mensheid krijgt een veeg uit de pan.
Totdat hij zijn vroegere leerlinge Leentje -ik heet Pearlene corrigeert zij hem steevast- tegen het lijf loopt. Dat maakt alles goed. Zij toen zeventien en hij vijfenveertig jaar ouder was verliefd op deze onbereikbare nimf. In lyrische bewoordingen en trefzekere metaforen vertelt hij over haar schoonheid in tegenstelling tot zijn aftands aflopende seniele, walgelijke ouderdom. Een absurdistisch meesterwerk.
Ik laat Brouwers graag zelf aan het woord in enige passages:
Onvast op zijn potloodbenen schuifelt hij langs de reling, die hij niet durft los te laten, naar de wenteltrap. Van bovenaf kijkt hij op de gewelven van parasols in de logokleuren van het reisbureau annex de scheepvaartonderneming: banen blauw, banen geel, assymetrisch afgewisseld. Daaronder het gedoe van de medepasssagiers, bijna zonder uitzondering zo goed als naakt, niet geplaagd door esthetische bezwaren die hemzelf ervan weerhouden er zo bij te lopen. Niet xe9xe9n jeugdig, fraai gesculptureerd lichaam om het verstolen welgevallen, ontroering ook, heel even vanuit de ooghoek naar te kijken, – het gaat om gevorderd middelbare mannen met puilpenzen en beplagde navel-, tepel-, rugpartijen, druipend van zweet, en hun vrouwelijke gezelschap, zelfde kaliber, even vet voorzien van uitstulpsels, ribbels en plooien, maar niettemin zich bh-loos etalerend, borsten, buiken, dijen als griesmeeldril… pag. 17
… terug naar het bed, terug de lange gang op, waar in het doodse licht niets dan dilettantenrotzooi aan de muren hing, in dit hele ziekenhuis niet xe9xe9n interessant schilderij.
Bij aankomst zowel als bij het afscheid kuste zij zijn wang of voorhoofd, hem zo onder haar borstgewicht plettend dat hij het er benauwd van kreeg, – men kon dit vaststellen op de monitors, waar in regelmatige curvenpatroon opeens op- en neerwaarts uitschietende piepen vielen waar te nemen. Soms opende ze een van zijn ogen: 'Kan je me zien, pappie?'
Ja, het kwam voor dat hij haar even kon zien, in wazig clair-obscur, in korrelige mist, waarna hij dankbaar was als ze het ooglid weer over zijn netvlies terugvouwde. In ieder geval kon hij haar altijd ruiken als ze in de buurt was: een niet precies te definixebren, toch opdringerige vrouwengeur, ongeveer zoals kippen ruiken als ze zijn natgeregend.
Ze had haar intrek genomen in zijn huis, waar ze samen met de hoofddoekvrouw was gaan rondrauzen in kamers, kasten, kisten, laden en dozen, zodat hij bij thuiskomst, half juni, niets meer op de vertouwde plaatsen terugvond, zelfs niet zijn vulpennen, die altijd in het gelid als van orgelpijpen rechts naast het van vlekken doortrokken vloeiblad op zijn schrijftafel lagen. Ook dat vloeiblad: weg… pag. 52
'Uw veter is los.' Pearlene zakt voor hem neer.
Hij zet meteen een stap achteruit, stel je voor. Hij kan zelf de knopen van zijn hemd, de rits van zijn broek, zijn schoenveters beheren, hij heeft daar geen assistentie bij nodig, van ziekenhuisvrouwen niet, Eva niet, Mittra niet, hij slaat iedereen met de opgerolde krant van zich weg. Leentje staat hij uit liefde niet toe dat ze voor hem knielt, hij zou voor haar willen knielen.
Zijn benen buigend om de veter te kunnen strikken slaat hij voorover. Boven op haar. Zij klapt met een schreeuw, in zijn oor, ruggelings tegen de tegels met keizerlijke leliemotieven, zijn stokkerige lijf languit over zich heen, zijn hete zweet als ijskoude spatten in haar gezicht. Neerstortend tussen haar kniexebn botst zijn schaambeen op het hare, voelt hij haar tepels tegen de zijne, zijn wang schampt haar wang en slaat tegen de vloer.
Wat mij hier in alle eigenlijkheid overkomt, is het vonnis voor mijn kledderige bestaan. Waarom, dit denkt hij achteraf, niet nu meteen gestorven, nu hij haar lichaam onder zich voelt, zijn armen raar verstrengeld met die van haar. Hij stottert al verontschuldigingen op het moment dat hij zijn evenwicht verliest, waarbij er iets kraakt in zijn kleren en er iets gebeurt met zijn knie… pag. 100/101
Verlatenheid is eenzaamheid in eindeloos meervoud. Zoals het uitzicht nu bestaat uit grauwe leegte waar wind doorheen giert, zo verlaten beseft men altijd te zijn, gevoegd bij het zekere weten dat daar geen verandering in zal komen. In de steek gelaten, zoals dit panorama suggereert te zijn, zo is hijzelf, mijmert hij, zonder dramatiek, die is er allang vanaf, en zonder zelfcompassie, die hij ook niet meer tot zich toelaat, het is niet meer dan een objectieve vaststelling. Hij is niet van was, dus nooit gesmolten. Hij is integendeel van ijzer, dat niet is gaan roesten van zijn tranen, want die slikt hij door bij het ophalen van zijn neusinhoud… pag. 227
Eerder gelezen van deze schrijver: o.a. Datumloze dagen, geheime kamers e.a.
Weergaloos mooi.
Jeroen Brouwers
Bittere Bloemen
Uitgeverij: Atlas, 2011
De afgelopen week Bittere Bloemen gelezen, nou ja, zeg maar verslonden. Wat een schrijver!
In zijn lyrisch proza verhaalt hij over de hoogbejaarde, op sterven na dood zijnde, doctor emeritus Julius Hammer die na een langdurig ziekenhuisverblijf -plastic slangen aan zijn lichaamsdelen, kunstmatig gevoed en beademd, – tegen zijn zin op reis wordt gestuurd door zijn onuitstaanbare, bedillerige en bemoeizuchtige dochter Eva. Los van geleerde, ex-rechter, ex-schrijver is hij ook nog aartskankeraar, criticus, cynicus, zwartgallige. Niets is goed of het deugt niet. De gehele mensheid krijgt een veeg uit de pan.
Totdat hij zijn vroegere leerlinge Leentje -ik heet Pearlene corrigeert zij hem steevast- tegen het lijf loopt. Dat maakt alles goed. Zij toen zeventien en hij vijfenveertig jaar ouder was verliefd op deze onbereikbare nimf. In lyrische bewoordingen en trefzekere metaforen vertelt hij over haar schoonheid in tegenstelling tot zijn aftands aflopende seniele, walgelijke ouderdom. Een absurdistisch meesterwerk.
Ik laat Brouwers graag zelf aan het woord in enige passages:
Onvast op zijn potloodbenen schuifelt hij langs de reling, die hij niet durft los te laten, naar de wenteltrap. Van bovenaf kijkt hij op de gewelven van parasols in de logokleuren van het reisbureau annex de scheepvaartonderneming: banen blauw, banen geel, assymetrisch afgewisseld. Daaronder het gedoe van de medepasssagiers, bijna zonder uitzondering zo goed als naakt, niet geplaagd door esthetische bezwaren die hemzelf ervan weerhouden er zo bij te lopen. Niet xe9xe9n jeugdig, fraai gesculptureerd lichaam om het verstolen welgevallen, ontroering ook, heel even vanuit de ooghoek naar te kijken, – het gaat om gevorderd middelbare mannen met puilpenzen en beplagde navel-, tepel-, rugpartijen, druipend van zweet, en hun vrouwelijke gezelschap, zelfde kaliber, even vet voorzien van uitstulpsels, ribbels en plooien, maar niettemin zich bh-loos etalerend, borsten, buiken, dijen als griesmeeldril… pag. 17
… terug naar het bed, terug de lange gang op, waar in het doodse licht niets dan dilettantenrotzooi aan de muren hing, in dit hele ziekenhuis niet xe9xe9n interessant schilderij.
Bij aankomst zowel als bij het afscheid kuste zij zijn wang of voorhoofd, hem zo onder haar borstgewicht plettend dat hij het er benauwd van kreeg, – men kon dit vaststellen op de monitors, waar in regelmatige curvenpatroon opeens op- en neerwaarts uitschietende piepen vielen waar te nemen. Soms opende ze een van zijn ogen: 'Kan je me zien, pappie?'
Ja, het kwam voor dat hij haar even kon zien, in wazig clair-obscur, in korrelige mist, waarna hij dankbaar was als ze het ooglid weer over zijn netvlies terugvouwde. In ieder geval kon hij haar altijd ruiken als ze in de buurt was: een niet precies te definixebren, toch opdringerige vrouwengeur, ongeveer zoals kippen ruiken als ze zijn natgeregend.
Ze had haar intrek genomen in zijn huis, waar ze samen met de hoofddoekvrouw was gaan rondrauzen in kamers, kasten, kisten, laden en dozen, zodat hij bij thuiskomst, half juni, niets meer op de vertouwde plaatsen terugvond, zelfs niet zijn vulpennen, die altijd in het gelid als van orgelpijpen rechts naast het van vlekken doortrokken vloeiblad op zijn schrijftafel lagen. Ook dat vloeiblad: weg… pag. 52
'Uw veter is los.' Pearlene zakt voor hem neer.
Hij zet meteen een stap achteruit, stel je voor. Hij kan zelf de knopen van zijn hemd, de rits van zijn broek, zijn schoenveters beheren, hij heeft daar geen assistentie bij nodig, van ziekenhuisvrouwen niet, Eva niet, Mittra niet, hij slaat iedereen met de opgerolde krant van zich weg. Leentje staat hij uit liefde niet toe dat ze voor hem knielt, hij zou voor haar willen knielen.
Zijn benen buigend om de veter te kunnen strikken slaat hij voorover. Boven op haar. Zij klapt met een schreeuw, in zijn oor, ruggelings tegen de tegels met keizerlijke leliemotieven, zijn stokkerige lijf languit over zich heen, zijn hete zweet als ijskoude spatten in haar gezicht. Neerstortend tussen haar kniexebn botst zijn schaambeen op het hare, voelt hij haar tepels tegen de zijne, zijn wang schampt haar wang en slaat tegen de vloer.
Wat mij hier in alle eigenlijkheid overkomt, is het vonnis voor mijn kledderige bestaan. Waarom, dit denkt hij achteraf, niet nu meteen gestorven, nu hij haar lichaam onder zich voelt, zijn armen raar verstrengeld met die van haar. Hij stottert al verontschuldigingen op het moment dat hij zijn evenwicht verliest, waarbij er iets kraakt in zijn kleren en er iets gebeurt met zijn knie… pag. 100/101
Verlatenheid is eenzaamheid in eindeloos meervoud. Zoals het uitzicht nu bestaat uit grauwe leegte waar wind doorheen giert, zo verlaten beseft men altijd te zijn, gevoegd bij het zekere weten dat daar geen verandering in zal komen. In de steek gelaten, zoals dit panorama suggereert te zijn, zo is hijzelf, mijmert hij, zonder dramatiek, die is er allang vanaf, en zonder zelfcompassie, die hij ook niet meer tot zich toelaat, het is niet meer dan een objectieve vaststelling. Hij is niet van was, dus nooit gesmolten. Hij is integendeel van ijzer, dat niet is gaan roesten van zijn tranen, want die slikt hij door bij het ophalen van zijn neusinhoud… pag. 227
Eerder gelezen van deze schrijver: o.a. Datumloze dagen, geheime kamers e.a.
Weergaloos mooi.
Jeroen Brouwers
Bittere Bloemen
Uitgeverij: Atlas, 2011
dinsdag 18 oktober 2011
van de liefde ende rook

verliefdheid
het veelbezongen wonder
stokpaardje van menig dichter
tijdelijke verstandsverbijstering
met obsessief gedrag
de hele wereld vergeten
enkel en alleen die ene
ultieme verblinding
nog beter dan god
zweer mij eeuwig trouw
zal sterven zonder jou
claimgedrag en jaloezie
ik ben zeer selectief
niet gauw verliefd
zie altijd weer een haak of oog
ode aan de vergankelijkheid
Oh vergankelijkheid
zonder schone beloftes
sta jij volop in het leven
fluistert mij zeer pril
een inherente nabije dood
inmiddels meer dan een halve eeuw
met al jouw schoonheid en verval
neem je deel aan de algehele vernietiging
ben je mooi van lelijkheid
waarbij iedere rimpel jou vertelt
een geschiedenis van leven en wellicht lijden
jouw dwingende dominantie
straalt macht en kracht uit
een ieder is onder de indruk
van jouw overweldigende manier van aanpak
je gaat over lijken
jouw overheersing kent geen grenzen
destructie is jouw wapen
jij confronteert en transcendeert
jij werkt ondergronds en ondermijnend
maar bovenal diep penetrerend
jij verwoest ziel en zaligheid
verwelking, bederf, verrotting en stank
zijn jouw uitgesponnen draden
je beheerst mutaties en transmuteert tot stof der aarde
het wezen van jouw heerschappij is diep en duister
zo worden wij wijselijk ouder
aan algehele aftakeling onderhevig
koester ik jou tot de dood
mij vertellend
carpe diem, quam minimum credula postero
zonder schone beloftes
sta jij volop in het leven
fluistert mij zeer pril
een inherente nabije dood
inmiddels meer dan een halve eeuw
met al jouw schoonheid en verval
neem je deel aan de algehele vernietiging
ben je mooi van lelijkheid
waarbij iedere rimpel jou vertelt
een geschiedenis van leven en wellicht lijden
jouw dwingende dominantie
straalt macht en kracht uit
een ieder is onder de indruk
van jouw overweldigende manier van aanpak
je gaat over lijken
jouw overheersing kent geen grenzen
destructie is jouw wapen
jij confronteert en transcendeert
jij werkt ondergronds en ondermijnend
maar bovenal diep penetrerend
jij verwoest ziel en zaligheid
verwelking, bederf, verrotting en stank
zijn jouw uitgesponnen draden
je beheerst mutaties en transmuteert tot stof der aarde
het wezen van jouw heerschappij is diep en duister
zo worden wij wijselijk ouder
aan algehele aftakeling onderhevig
koester ik jou tot de dood
mij vertellend
carpe diem, quam minimum credula postero
maandag 17 oktober 2011
nog wat te zeggen
ik heb geen zin
om tegen je aan te praten
of naar je te schreeuwen
ik wil je wel wat vertellen
zodat je hoort
wat ik te zeggen heb
als jij niet kunt luisteren
zeg ik geen woord meer
en zal voor eeuwig zwijgen
om tegen je aan te praten
of naar je te schreeuwen
ik wil je wel wat vertellen
zodat je hoort
wat ik te zeggen heb
als jij niet kunt luisteren
zeg ik geen woord meer
en zal voor eeuwig zwijgen
is het dan nooit genoeg
meer dan genoeg
naar mijn genoegen
tekort aan patronen
van volle verwachting
swing ik door het bestaan
zet de tering naar de nering
ga me geregeld te buiten
aan verdoving van versnapering
geniet het leven optimaal
val me niet gauw een buil
aan teloorgang en tegenslag
maak me niet druk
om triviale triomfen
transcendentie en transparantie
vallen mij ten deel
zo beleef ik mijn dag
van komische tragiek
spot en zelfspot
eenheid in polariteit
naar mijn genoegen
tekort aan patronen
van volle verwachting
swing ik door het bestaan
zet de tering naar de nering
ga me geregeld te buiten
aan verdoving van versnapering
geniet het leven optimaal
val me niet gauw een buil
aan teloorgang en tegenslag
maak me niet druk
om triviale triomfen
transcendentie en transparantie
vallen mij ten deel
zo beleef ik mijn dag
van komische tragiek
spot en zelfspot
eenheid in polariteit
is dit wel gezond
vraag ik mij zelden af
ik denk voel en doe
volgens eigen inzicht
kabbelen op de levensstroom
van beweging wijsheid en weten
het bestaan vieren met
nectar en ambrozijn
morbide melancholie
in vergetelheid en fluistering
van de nacht
het ochtendgloren tegemoet
ik denk voel en doe
volgens eigen inzicht
kabbelen op de levensstroom
van beweging wijsheid en weten
het bestaan vieren met
nectar en ambrozijn
morbide melancholie
in vergetelheid en fluistering
van de nacht
het ochtendgloren tegemoet
zondag 16 oktober 2011
wie denkt ze wel dat ze is
zij kijkt in de spiegel
sporen van geleefd leven
reizigster in de geest
staat er middenin en neemt afstand
arrogant en verlegen
wie denkt ze wel dat ze is
op het scherp van de snede
lijdt aan dilemma's, wetende
dat twijfel de enige zekerheid is
uitdaging en anarchie
vaststaande vorm doorbrekend
opgelegde regels overschrijdend
gotiek, vergane glorie en verval
ruïnes, begraafplaatsen en roofvogels
terugkerende elementen
introvert als extrovert
absurdisme, spot en zelfspot
geniet zij het leven optimaal
sporen van geleefd leven
reizigster in de geest
staat er middenin en neemt afstand
arrogant en verlegen
wie denkt ze wel dat ze is
op het scherp van de snede
lijdt aan dilemma's, wetende
dat twijfel de enige zekerheid is
uitdaging en anarchie
vaststaande vorm doorbrekend
opgelegde regels overschrijdend
gotiek, vergane glorie en verval
ruïnes, begraafplaatsen en roofvogels
terugkerende elementen
introvert als extrovert
absurdisme, spot en zelfspot
geniet zij het leven optimaal
goede verstaander
doet er niet toe
wat jij van mij vindt
voor vilein gevlei en gefleem
ben ik ongevoelig
kritiek glijdt langs me heen
gaat erom hoe ik jou
beleef, rijk aan belang
dat ik in jou stel
maakt jouw compliment
zinrijk voor mij
van jou de waardering
mij betekenisvol
is het mooiste compliment
wat jij van mij vindt
voor vilein gevlei en gefleem
ben ik ongevoelig
kritiek glijdt langs me heen
gaat erom hoe ik jou
beleef, rijk aan belang
dat ik in jou stel
maakt jouw compliment
zinrijk voor mij
van jou de waardering
mij betekenisvol
is het mooiste compliment
wild geboren
start je motor
euforisch op de snelweg
het avontuur tegemoet
wat je ook ontmoet
laat het gebeuren
omhels de wereld
verschiet meteen je kruit
explodeer in leegte
hou van rook en vuur
heftig staalgeweld
ik speel met de wind
die mij zegt dat ik besta
als een onbevangen kind
geboren om wild te zijn
kunnen wij hoog stijgen
ik wil nooit sterven
(geïnspireerd, vertaald en bewerkt)
euforisch op de snelweg
het avontuur tegemoet
wat je ook ontmoet
laat het gebeuren
omhels de wereld
verschiet meteen je kruit
explodeer in leegte
hou van rook en vuur
heftig staalgeweld
ik speel met de wind
die mij zegt dat ik besta
als een onbevangen kind
geboren om wild te zijn
kunnen wij hoog stijgen
ik wil nooit sterven
(geïnspireerd, vertaald en bewerkt)
Abonneren op:
Posts (Atom)




