woensdag 17 februari 2010
dinsdag 16 februari 2010
vijfenzestig winters
Vijfenzestig jaar gelee werd ik in de barre hongerwinter geboren.
Met ingang van deze jaardag heb ik de status van bejaarde verworven en ga genieten van mijn AOW.
Volgaarne wil ik de scheppers van dit creatuur memoreren. In 1954 kreeg ik voor mijn verjaardag een poesiealbum. De eerste twee gedichtjes zijn geschreven door mijn ouders.
Of deze waterman de wijze raad van vader en moeder nou ter harte heeft genomen en zomaar klakkeloos opgevolgd, valt te bezien. In ieder geval heeft het wel bijgedragen tot een vrijheids- en levensgenietend persoon.
17 februari
't Was in Sprokkelmaand 1945
Dat omstreeks het zestiende uur
Onz' Esje werd geboren
Er waren vele zorgen
Want het land dat was in nood
Maar met Gods hulp
Werd jij, mijn kindje, groot
Onz' Esje is nu negen jaar
En lang reeds op de school
Verleden tijd is nu geschiedenis
Leef kindje in de jool
Maar wat ik je nu raden moet
Voor het leven dat nog komt
Houd steeds je oog op God gericht
In voor- en tegenspoed
Wees altijd goed voor mens en dier
Gehoorzaam thuis, op school
Leef altijd in de reine deugd
En houd je ogen fier
Zorg dat jij je nooit behoeft te schamen
voor houding of gedrag
En toon de wereld altijd steeds
Een vrolijk, gulle lach
Je liefhebbende vader
Ook moeder wil in je boek
Een klein gedichtje schrijven
Wat een herinnering is
En je steeds bij zal blijven
Ik wens je een gezond
En een lang gelukkig leven
Dat is mijn kind
Dat God alleen je kan geven
Wees altijd een braaf
en een deugdzaam kind
Dan word je steeds
Door iedereen bemint
Je liefhebbend moeder
maandag 15 februari 2010
zondag 14 februari 2010
zaterdag 13 februari 2010
vrijdag 12 februari 2010
donderdag 11 februari 2010
zondag 7 februari 2010
woensdag 3 februari 2010
Greta Grimm (1)
Ik was blij vandaag niets om handen te hebben op een bezoek bij buurvrouw Greta Grimm na. Het arme mens dat inmiddels de eerbare leeftijd van 95 had bereikt, was al jaren aan haar bed gekluisterd en wilde niet naar een verzorgingstehuis. Trouwens daar was toch geen plaats. Ze was zowel lichamelijk als geestelijk behoorlijk afgetakeld. Thuiszorg? Ho maar! Ze moest het doen met de door het rijk zo veel geloofde en geprezen mantelzorg. Familie, vrienden, kennissen en buren werden vriendelijk doch dringend verzocht aan te rukken.
In een vlaag van verstandsverbijstering had ik ooit de sleutel geaccepteerd van een familielid. Wil jij contactpersoon zijn, buurvrouw, jij woont pal naast haar, dat lijkt ons wel gemakkelijk.
Ja reuze makkelijk dacht ik later, toen ik de consequenties overzag van deze roekeloze instemming. Ik zat er aan vast voor lange tijd. Wie had kunnen bevroeden dat die ouwe taaie haar val van destijds al drie jaar lang zou overleven. Natuurlijk dacht iedereen dat de toen 92-jarige mevrouw Grimm het loodje zou leggen om het maar eens oneerbiedig te zeggen nadat ze vier dagen onderkoeld in haar huis in haar eigen uitwerpselen had gelegen. Op zich vond ik het niet zo erg een boodschapje voor haar te doen of een kopje thee te zetten. Haar eeuwige claimgedrag echter was bijna niet te verteren. Al haar fantastische verhalen en tirades van kliemen en klagen. Niets was goed of het deugde niet. Boodschappen neerzetten en er van door gaan, je kon het vergeten.
En dan te weten dat ik met Greta, het prototype van de ouwe vrijster, alweer bijna een kwart eeuw geleden, menig avondje gezellig was doorgezakt. Ze was toen lerares Duits en een interessante welbespraakte dame van goede Duitse komaf, een rots in de branding. Geregeld paste ze op mijn dochter als ik ‘s avonds uitging. Al op jeugdige leeftijd dreunde mijn oogappel vol trots het rijtje voorzetsels op die de vierde naamval regeren: durch - für - ohne - um - entlang - bis - gegen - wieder. Het mag gezegd worden, dankzij Greta spreekt ze bijna vlekkeloos Duits.
Deze dagelijkse zorg nu voelde ik als een verplichting die ik bijna niet meer kon opbrengen. De kring van hulpvaardigen werd hoe langer hoe kleiner. Moest ik Greta nou aan haar eenzaamheid overlaten. Dat was dus het lot of noodlot als je ouder werd, ten prooi vallen aan de willekeur van een passant. Gruwelijk. De hoogbejaarde vrouw was de laatste tijd wel erg wantrouwig. Ze ‘zag’ donkere mannen door haar tuin lopen, inbrekers en ander gespuis in de bomen zitten en mannen met witte jassen aan die haar weg wilden komen halen.
Nee mevrouw Grimm, zei ik, uw deur zit goed op slot en er kan niemand in uw tuin komen.
Je liegt, je liegt, gilde ze over haar toeren met overslaande stem alsof ik in een tegen haar beraamd complot zat. Jullie spannen allemaal samen, allemaal tegen mij, jullie willen mij opsluiten, brieste Grimm met verwijtende blik en het schuim op de lippen.
Eigenlijk had ik er schoon genoeg van maar ik had haar ooit beloofd zolang het binnen mijn vermogen zou liggen haar buiten het bejaardentehuis te houden. Greta wilde thuis sterven.
Voor wat hoort wat maar voor hoe lang nog. Nooit meer zou ik ooit nog eens zo’n belofte doen.
In een vlaag van verstandsverbijstering had ik ooit de sleutel geaccepteerd van een familielid. Wil jij contactpersoon zijn, buurvrouw, jij woont pal naast haar, dat lijkt ons wel gemakkelijk.
Ja reuze makkelijk dacht ik later, toen ik de consequenties overzag van deze roekeloze instemming. Ik zat er aan vast voor lange tijd. Wie had kunnen bevroeden dat die ouwe taaie haar val van destijds al drie jaar lang zou overleven. Natuurlijk dacht iedereen dat de toen 92-jarige mevrouw Grimm het loodje zou leggen om het maar eens oneerbiedig te zeggen nadat ze vier dagen onderkoeld in haar huis in haar eigen uitwerpselen had gelegen. Op zich vond ik het niet zo erg een boodschapje voor haar te doen of een kopje thee te zetten. Haar eeuwige claimgedrag echter was bijna niet te verteren. Al haar fantastische verhalen en tirades van kliemen en klagen. Niets was goed of het deugde niet. Boodschappen neerzetten en er van door gaan, je kon het vergeten.
En dan te weten dat ik met Greta, het prototype van de ouwe vrijster, alweer bijna een kwart eeuw geleden, menig avondje gezellig was doorgezakt. Ze was toen lerares Duits en een interessante welbespraakte dame van goede Duitse komaf, een rots in de branding. Geregeld paste ze op mijn dochter als ik ‘s avonds uitging. Al op jeugdige leeftijd dreunde mijn oogappel vol trots het rijtje voorzetsels op die de vierde naamval regeren: durch - für - ohne - um - entlang - bis - gegen - wieder. Het mag gezegd worden, dankzij Greta spreekt ze bijna vlekkeloos Duits.
Deze dagelijkse zorg nu voelde ik als een verplichting die ik bijna niet meer kon opbrengen. De kring van hulpvaardigen werd hoe langer hoe kleiner. Moest ik Greta nou aan haar eenzaamheid overlaten. Dat was dus het lot of noodlot als je ouder werd, ten prooi vallen aan de willekeur van een passant. Gruwelijk. De hoogbejaarde vrouw was de laatste tijd wel erg wantrouwig. Ze ‘zag’ donkere mannen door haar tuin lopen, inbrekers en ander gespuis in de bomen zitten en mannen met witte jassen aan die haar weg wilden komen halen.
Nee mevrouw Grimm, zei ik, uw deur zit goed op slot en er kan niemand in uw tuin komen.
Je liegt, je liegt, gilde ze over haar toeren met overslaande stem alsof ik in een tegen haar beraamd complot zat. Jullie spannen allemaal samen, allemaal tegen mij, jullie willen mij opsluiten, brieste Grimm met verwijtende blik en het schuim op de lippen.
Eigenlijk had ik er schoon genoeg van maar ik had haar ooit beloofd zolang het binnen mijn vermogen zou liggen haar buiten het bejaardentehuis te houden. Greta wilde thuis sterven.
Voor wat hoort wat maar voor hoe lang nog. Nooit meer zou ik ooit nog eens zo’n belofte doen.
Greta Grimm (2)
Ik kwam net bij Grimm vandaan. Het werd hoe langer hoe gekker met de oude dement wordende vrouw. Greta had weer iets in haar hoofd gehaald. De jonge verpleger die me komt wassen, is verliefd op mij, vertelde ze. Met een verheerlijkt gezicht deed ze het verhaal uit de doeken: Hij was vandaag voor het eerst gekomen, kwam de kamer binnen en had gezegd: Dag Mevrouwtje Grimm, lekker geslapen vannacht, ik ben Christiaan.
Op het eerste gezicht leek hij op haar grote liefde van 73 jaar geleden die ook toevallig Christiaan had geheten.
Jou ken ik, had ze gezegd. Jij bent de man van mijn dromen, mijn Casanova, mijn Christiaan. Ik heb je gezocht mijn leven lang. Dankzij God heb jij mij eindelijk gevonden. Ze had haar nachthemd omhoog getrokken en gezegd: Kus mijn borsten.
Ik had quasi ontsteld gestameld: Maar mevrouw Grimm, dat kan toch niet.
Ja, ging ze met een ondeugend gezicht verder en weet je wat hij toen deed? Hij pakte het aangebroken pakje margarine waar ik vroeger de karbonaadjes in bakte en heeft me helemaal daarmee ingesmeerd en gemasseerd, eerst van achteren en toen van voren, voegde ze er schalks aan toe. Wil je het verhaal nog verder horen? Greta kon er niet genoeg van krijgen en zonder mijn antwoord af te wachten: Hij schoof me op in bed, kleedde zich uit en is dicht tegen me aan komen liggen en… de rest vertel ik niet, besloot ze ineens met vastberaden en uitgestreken gezicht.
Ik was lichtelijk onpasselijk geworden.
Jij vertelt toch niets aan mijn vader en moeder hè buurvrouw, fleemde ze.
Nee mevrouw Grimm, ik zal zwijgen als het graf. Wat zal ik vandaag voor u meenemen, een broodje halfom?
Nee, doe mij maar zes washandjes, zes handdoeken, zes theedoeken, voor mijn uitzet.
Wat moest ik met Greta, dit kon toch niet langer.
Op het eerste gezicht leek hij op haar grote liefde van 73 jaar geleden die ook toevallig Christiaan had geheten.
Jou ken ik, had ze gezegd. Jij bent de man van mijn dromen, mijn Casanova, mijn Christiaan. Ik heb je gezocht mijn leven lang. Dankzij God heb jij mij eindelijk gevonden. Ze had haar nachthemd omhoog getrokken en gezegd: Kus mijn borsten.
Ik had quasi ontsteld gestameld: Maar mevrouw Grimm, dat kan toch niet.
Ja, ging ze met een ondeugend gezicht verder en weet je wat hij toen deed? Hij pakte het aangebroken pakje margarine waar ik vroeger de karbonaadjes in bakte en heeft me helemaal daarmee ingesmeerd en gemasseerd, eerst van achteren en toen van voren, voegde ze er schalks aan toe. Wil je het verhaal nog verder horen? Greta kon er niet genoeg van krijgen en zonder mijn antwoord af te wachten: Hij schoof me op in bed, kleedde zich uit en is dicht tegen me aan komen liggen en… de rest vertel ik niet, besloot ze ineens met vastberaden en uitgestreken gezicht.
Ik was lichtelijk onpasselijk geworden.
Jij vertelt toch niets aan mijn vader en moeder hè buurvrouw, fleemde ze.
Nee mevrouw Grimm, ik zal zwijgen als het graf. Wat zal ik vandaag voor u meenemen, een broodje halfom?
Nee, doe mij maar zes washandjes, zes handdoeken, zes theedoeken, voor mijn uitzet.
Wat moest ik met Greta, dit kon toch niet langer.
Greta Grimm (3)
Weet je dat Suze Slettenhaar en ik vandaag gewonnen hebben met klaverjassen buurvrouw, opende Grimm haar monoloog.
Daar gaan we weer, dacht ik. Wat zal ik vandaag voor fantastisch verhaal te horen krijgen?
Ik zag het wel hoor dat Helga Holle de kaarten had gemerkt en naar Frieda Freiburg zat te lonken. Ze waren aan het seinen. Mij hoeven ze niks meer wijs te maken. Desondanks zijn Suze en ik kampioen geworden. Grimm hield zich vast aan de greep boven haar bed en hees zich trots omhoog. Ik wilde haar feliciteren met haar overwinning en haar in haar waan laten maar zover liet ze het niet komen, luisteren deed ze allang niet meer.
Zal ik je es wat zeggen, Suze heeft ons iets in vertrouwen verteld, een groot geheim.
Het zal wel, dacht ik. Ik kende freule Slettenhaar, mevrouw Holle en Freiburg van vroeger. De twee laatsten waren oude Duitse vriendinnen van Grimm vanuit haar jeugd toen ze nog in Hamburg woonde. Een halve eeuw geleden waren ze naar Amsterdam gekomen en daar gebleven. Freule Slettenhaar was de dochter van een barones had Grimm me ooit verteld. Wekelijks kwamen ze bij elkaar voor hun kaartavondje onder het genot van een Schnapps of het gepimpel van een citroentje met suiker. Ze waren kort na elkaar overleden jaren geleden. Grimm was de laatste der Mohikanen.
Kopje thee, mevrouw Grimm?
Greta negeerde mijn vraag en ging onverstoorbaar verder op fluistertoon: Suze heeft een geheime liefde en dat mag Johan, haar man, niet weten. We hebben haar moeten zweren het nooit aan iemand door te vertellen. Suze, heb ik gezegd, ik zweer je op het graf van mijn moeder dat ik nooit iets zal verraden. Helga zwoer op de bijbel. Frieda verklaarde plechtig: Nooit, nee nooit freule Slettenhaar zal ik uw trouweloosheid openbaren en stak twee vingers in de lucht. Schön ist es auf der Welt zu sein, had Suze opgelucht gekweeld, schonk de glazen nog eens vol en proostte: op ons geheime genootschap. Grimm liet haar oogleden half over haar ogen zakken en zei ineens met dubbele tong: Vandaar dat ik wat aangeschoten ben, ik heb een beetje teveel gedronken.
Er was een actrice aan haar verloren gegaan, dacht ik. Die vrouw moest haar leven lang alles verdrongen hebben en ik fungeerde kennelijk momenteel als biechtvader.
Ze herstelde zich razendsnel, was plots weer ‘ontnuchterd’ en keek me voor het eerst recht aan: Buurvrouw, als je mijn vriendinnen ziet, laat je écht niets merken hè. Dit is een geheim tussen jou en mij, trouwens volgende week komt Suze niet naar ons kaartavondje, heeft ze gezegd, dan gaat ze eh… je weet wel… Wil jij dan voor haar invallen. Dan spelen wij samen. Je zult zien dat we zullen winnen, laat dat maar aan mij over.
Daarbij knipoogde ze naar me met een samenzweerdersgezicht.
Wie weet, zei ik en ging thee zetten.
Daar gaan we weer, dacht ik. Wat zal ik vandaag voor fantastisch verhaal te horen krijgen?
Ik zag het wel hoor dat Helga Holle de kaarten had gemerkt en naar Frieda Freiburg zat te lonken. Ze waren aan het seinen. Mij hoeven ze niks meer wijs te maken. Desondanks zijn Suze en ik kampioen geworden. Grimm hield zich vast aan de greep boven haar bed en hees zich trots omhoog. Ik wilde haar feliciteren met haar overwinning en haar in haar waan laten maar zover liet ze het niet komen, luisteren deed ze allang niet meer.
Zal ik je es wat zeggen, Suze heeft ons iets in vertrouwen verteld, een groot geheim.
Het zal wel, dacht ik. Ik kende freule Slettenhaar, mevrouw Holle en Freiburg van vroeger. De twee laatsten waren oude Duitse vriendinnen van Grimm vanuit haar jeugd toen ze nog in Hamburg woonde. Een halve eeuw geleden waren ze naar Amsterdam gekomen en daar gebleven. Freule Slettenhaar was de dochter van een barones had Grimm me ooit verteld. Wekelijks kwamen ze bij elkaar voor hun kaartavondje onder het genot van een Schnapps of het gepimpel van een citroentje met suiker. Ze waren kort na elkaar overleden jaren geleden. Grimm was de laatste der Mohikanen.
Kopje thee, mevrouw Grimm?
Greta negeerde mijn vraag en ging onverstoorbaar verder op fluistertoon: Suze heeft een geheime liefde en dat mag Johan, haar man, niet weten. We hebben haar moeten zweren het nooit aan iemand door te vertellen. Suze, heb ik gezegd, ik zweer je op het graf van mijn moeder dat ik nooit iets zal verraden. Helga zwoer op de bijbel. Frieda verklaarde plechtig: Nooit, nee nooit freule Slettenhaar zal ik uw trouweloosheid openbaren en stak twee vingers in de lucht. Schön ist es auf der Welt zu sein, had Suze opgelucht gekweeld, schonk de glazen nog eens vol en proostte: op ons geheime genootschap. Grimm liet haar oogleden half over haar ogen zakken en zei ineens met dubbele tong: Vandaar dat ik wat aangeschoten ben, ik heb een beetje teveel gedronken.
Er was een actrice aan haar verloren gegaan, dacht ik. Die vrouw moest haar leven lang alles verdrongen hebben en ik fungeerde kennelijk momenteel als biechtvader.
Ze herstelde zich razendsnel, was plots weer ‘ontnuchterd’ en keek me voor het eerst recht aan: Buurvrouw, als je mijn vriendinnen ziet, laat je écht niets merken hè. Dit is een geheim tussen jou en mij, trouwens volgende week komt Suze niet naar ons kaartavondje, heeft ze gezegd, dan gaat ze eh… je weet wel… Wil jij dan voor haar invallen. Dan spelen wij samen. Je zult zien dat we zullen winnen, laat dat maar aan mij over.
Daarbij knipoogde ze naar me met een samenzweerdersgezicht.
Wie weet, zei ik en ging thee zetten.
kroniek
Hier verschijnt een dezer dagen de eerste van een zesdelige kroniek over de avonturen van een aan spiritualiën verslaafd fenomeen mens.
Fragmenten uit: Verborgen jaargangen.
Fragmenten uit: Verborgen jaargangen.
Abonneren op:
Posts (Atom)














