donderdag 6 november 2008

Anemie


Vorige maand stond er in de krant.  
Aanbieding: onze ouderwetse bloedworst, recept uit grootmoeders tijd bij slagerij La Viande

Mijn bloedhond Anemie kijkt me kwijlend aan. Sinds ik haar heb leren lezen moest ik een abonnement op de Trouw nemen.
Geen schepsel op aarde is zo intelligent, aanhankelijk en eerlijk als een hond, blaft ze me dagelijks toe. 
De Trouw is een paradijsblad voor dieren, een lui- en lekkerland. 
Een hele pagina is gewijd aan Dieren en hun benodigdheden.
Uren kan Anemie turen op deze bladzijde: Alles voor de huisvesting, verzorging en voeding van uw hond.
Bij het woord voeding loopt het water haar in de bek. Ze denkt dan aan haar dagelijkse portie rauwe pens. Vooral de penetrante geur brengt haar in extase.
Dierenasielen. Ze moet er niet aan denken.
Dierenwinkels, gespecialiseerd in frettenbenodigdheden en chinchilla’s. Dat vindt ze maar niks.
Dierenartsen en -klinieken. In geval van nood.
Dierenbescherming. In bijzondere omstandigheden zoals bijvoorbeeld zinloos geweld.
Dieren-fysiotherapeuten en -psychologen. Een filosofisch geblaf met de hondenfluisteraar is nooit weg.
Dierengroothandel. Hier moet ze erg kwispelen, dat gaat vanzelf, behalve bij alle africhtingsmaterialen.
Dierenhulp. Je kan maar niet weten.
Dierenpensions. Voor het geval dat.
Dierenbegraafplaatsen en crematoria de Eeuwige Jachtvelden. Lijkt haar wel wat te zijner tijd. 
Kan ze oneindig dromen van fretten- en chinchillaworst.
Bij de alinea Dierentuin gaan haar haren recht overeind staan en snuift ze verachtelijk. 
Tijdens ons laatste bezoek aan Artis heeft ze een serieus gesprek gevoerd met een wolf op leeftijd die achter een ijzeren hek zat. Anemie was daarna boos en verdrietig. Ademloos heeft ze geluisterd naar haar verre neef. Hij sprak met haar over zijn jarenlange gevangenis. Ze trok haar lip op tijdens de dialoog, gromde wat en leek op een vampier met haar lange ontblote hoektanden. Zelfs haar kluif moest ze niet meer. Een tijd lang heb ik haar niet meer horen blaffen van pure emotie.
Voor Anemie steek ik mijn hand in het vuur. Goudeerlijk is ze, behalve die ene keer bij La Viande.
In een vlaag van verstandsverbijstering had ze een worst gestolen.
Niet omdat ik thuis niets te eten krijg, haastte ze zich mij toe te brommen naderhand, maar hij lag daar te pronken en uit te wasemen in de etalage.
Ze kon eenvoudigweg de verleiding niet weerstaan. Het was slechts een sprong en maken dat je weg komt.
Jan Speksnijder, de eigenaar van de zaak, had haar tot aan de hoek van de straat met een slagersmes achterna gezeten onder luid gekrijs: Onbetrouwbare rot hond, dit is de vierde keer dat je mijn worst steelt, ik maak nog eens gehakt van jou.
Die dag zat ik heerlijk van mijn wijn te genieten toen Anemie binnen kwam galopperen. De resten bloedworst kleefden aan haar bek en snorharen.
Die Speksnijder zoekt spijkers op laag water en maakt van een mug een olifant, kefte ze obstinaat. Ik ben nog eerlijker dan de Dierenleenbank en heb slechts één keer de weelde van de worst niet kunnen weerstaan. Hij noemt mij een dief en zegt dat ik vier keer heb gestolen en dat is niet waar.
Ze zag er bleek van. Ze heeft een hoge tol moeten betalen. 
Onze dagelijkse wandel is nu niet meer langs La Viande
Anemie heeft een voorlopig straatverbod gekregen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen