donderdag 4 oktober 2007

de elektrische stoel (deel I)

Sedert enige jaren ervaar ik de wereld buitenshuis anders dan vroeger: op kruishoogte. Mijn gang over straat is namelijk via de elektrische stoel. Waarom dan, vraagt bijna iedereen zich onmiddellijk af.
Vaak is men te bescheiden om mij direct ermee te confronteren maar lees ik vraagtekentjes in de ogen. Natuurlijk lijden we allemaal aan een vorm van nieuwsgierigheid. Ikzelf op de eerste plaats. Het enige nadeel van mijn gevraag zou kunnen zijn dat ik nooit meer van de ondervraagde afkom. Het is me vaak genoeg gebleken dat ik in drie seconden een vraag stel en daar een één-urig antwoord op krijg. Vandaar dat ik niet meer luister naar een langdurige monoloog en wik en weeg alvorens ik naar iemands ellende informeer.
Dan ga ik nu in enkele zinnen de door mij doorstane kommer en kwel melden.
In oktober 1996 had het medisch bolwerk mij een botkanker beloofd en dat zouden ze bewijzen ook. Zestig dagen hielden ze me in spanning met uitsluitend dramatische berichtgevingen over gruwelijke operaties, chemokuren en een nabije dood. Stress en vertwijfeling alom maar ook relativering.
'Ergens' in m'n achterhoofd zei iets: laat ze maar lullen, er is met jou niets aan de hand. Uiteindelijk konden de witjassen na allerlei onderzoeken en biopties kwaadaardigheid uitsluiten en me vertellen dat het geen kanker was maar een steriele botontsteking. De sclerose (botverharding) had een snel groeiend karakter en in een mum van tijd had ik letterlijk en figuurlijk een blok aan m'n been. De foto vertoonde een schitterende rotsformatie.
Oppassen met breken, mevrouw, het bot is zo hard als graniet maar zo broos als kristal, één rare beweging en het zegt krak, zei de professor orthopeed mij en hij adviseerde me een kar aan te schaffen. 
Dat betekende inpassen en aanpassen dus.
Nu neig ik sowieso, ondanks m'n natuurlijke recalcitrantie, met de stroom mee te gaan want verzetten heeft geen zin en waarom zou ik het mezelf moeilijker maken dan het is. Zolang ik niet van wie dan ook afhankelijk hoef te zijn, gaat voor mij het leven gewoon door.
Bewust koketteren dan maar, vooral met je narigheid maar wel met stijl. Daarom die vreselijk saaie kar van een facelift voorzien. Iets wat ziek, zwak en misselijk lijkt, hoeft nog niet zo te zijn. Ik heb hem bekleed met fluwelen draperieën en maskers. M'n grootste lol is met scherpe bochten door het verlaten overzichtelijke Bilderdijkparkje te scheuren. Als een Lucky Luke schiet ik door de straten, m'n schaduw achterlatend en zie hoe ik mensen gelukkig kan maken door m'n verschijning. Wat heb ik zoal gehoord: het spook van de opera, gejaagd door de wind, rariteitencabinet, halloween, Dracula, Zorro, luide lachsalvo's en toesnellende toeristen met fotocamera's.
Sommigen denken dat ik een performance opvoer of met straattheater bezig ben.
The show must go on! Dankzij mijn elektrische stoel.

Zie ook:
de elektrische stoel (deel II)
little red rooster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen