dinsdag 2 oktober 2007

de elektrische stoel (deel II)

In de tijd dat ik nog swingend over straat liep en in de verte een scootmobiel aan zag komen stuntelen, mompelde ik geregeld binnensmonds: daar heb je de terreur.
Menigmaal ben ik tegen m'n schenen of kuiten gereden of zag ik in de supermarkt een stelling ineenstorten als er weer eens een ongecoördineerde invalide achteruit reed in plaats van vooruit. Dit onvergetelijke schouwspel heb ik ooit mogen meemaken bij de Blokker, dwars door de glasvitrine reed de oude man.
Wat mij vooral zo ergert is de mentaliteit van onze gebrekkige medemens.
Je op de stoep tegemoetkomend, hebben ze het idee dat ze op alles en iedereen voorrang hebben. Zich overal doorheen persen en je de pas afsnijden is een vaak voorkomend euvel.
Toen ik dus het genoegen mocht smaken om zelf in de elektrische stoel te rijden, was mij een ding duidelijk: ik zou het goede voorbeeld geven en zodoende het imago van de invalide en bejaarde opvijzelen.
Ik rij niet graag als een slak over de stoep. Soms kan ik het niet vermijden.
Zoals iedereen bekend is, staan de trottoirs van Amsterdam stampvol met her en der geparkeerde en onderuitgevallen fietsen, soms rijen dik. Of er staat weer een vrachtwagen te laden en te lossen of er moet weer zo nodig een huis gezandstraald worden met als gevolg een steiger tot bijna bij de goot.
Op zo'n moment van smalle doorgang zie je de wrevel reeds in de ogen van de tegemoetkomende wandelaar en kun je zijn gedachte lezen: weer zo'n stumper die moet voordringen.
Als ik dan stop en pontificaal een uitnodigend elegant gebaar van gaat uw gang maak, zie je zowaar een glimlach verschijnen.
Zoals ik reeds in de elektrische stoel (deel I) aangaf, scheur ik graag langs 's-heren wegen. Van verre overzie ik de straat en zo mogelijk geef ik vol gas.
Laatst zag ik een invalide-medemens gehavend en bekneld in de bosjes liggen, haar kar met een wiel in de lucht.
Ben gekanteld en gevallen, kon ze tussen twee astma-aanvallen uitbrengen. Algauw kwamen een paar vriendelijk potige mannen aanlopen om de vrouw uit haar benarde positie te bevrijden.
Op dat moment ontstond bij mij het alleraardigste idee om mijn rijkunsten te vertonen, mijn misdeelde naasten hier en daar wat aanwijzingen te geven en ze te vertellen wat ze vooral niét moesten doen. Ik meldde mij aan als vrijwilliger bij allerlei hulpinstanties en menigeen zou het in beraad nemen en in de groep gooien.
De grote dag was aangebroken. Het experiment zou plaatsvinden en we verzamelden ons bij een buurthuis.
In een praatje vooraf vertelde ik dat je nooit ineens het gas moet loslaten omdat je dan onmiddellijk een achterligger in je nek krijgt. Te langzaam rijden op een fietspad is ook geen goed idee want voor je het weet, rij je in file met jou als koprijder. Ik hoef niet uit te leggen dat dit irritatie en frustratie oplevert voor diegenen die haast hebben achter jou.
Dan is het terugnemen van gas voor de bocht en geven erin een nieuwtje voor iemand die nooit z'n rijbewijs heeft gehaald. Dat je met je gewicht moet spelen in zo'n bocht hadden ze helemaal nog nooit gehoord. Van diversen vernam ik dat ze slagzij hadden gemaakt.
Daarna kwam het praktische gedeelte. We hadden een plein uitgezocht met enige obstakels, een hellinkje en een paar bomen. Ik zou ze laten zien hoe je kunt slalommen.
Na mijn rondje gemaakt te hebben zag ik wat witte en groene gezichten.
Na zich vermand te hebben, piepend: dat durven wij niet, reden ze in optocht dapper achter me aan.
Ik hield me in.
Alle obstakels waren genomen en men waande zich een hele Piet. In de volgende ronde moedigde ik meneer van Dalen aan alleen een rondje te maken.
Mijn waarschuwende: rustig aan hoor mocht niet baten.
Overmoedig reed hij vol gas weg en door de bocht. Het lichaam zwenkte precies naar die kant waar het niet zijn moest, alle drie de wielen van de vloer en de kar op z'n kant.
Meneer van Dalen werd met lichte schaafwonden onder de kar vandaan getrokken. Geschrokken en bleek werd de oude baas afgevoerd. Daarna heb ik de rest van het gezelschap verteld wat er mis was gegaan en laten zien hoe het wél moest.
Iedereen knikte heftig ja, blij dat ze weer naar binnen mochten want daar stond de koffie klaar.
De rijles is slechts eenmalig geweest.

Moraal van het verhaal: wil ik eens iets doen voor mijn medemens, is het weer niet gelukt.

zie ook: little red rooster

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen