zondag 30 september 2012

Stromboliweg



Een van de rafelrandjes, het westelijk havengebied van Amsterdam, is een plek waar ik graag kom. Deze landtong in het Noordzeekanaal waar -hoe lang nog?- oude woonboten liggen, is bevolkt door een handjevol kunstenaars, krakers en randfiguren. Doodlopend op het einde hiervan staat een tafeltje met bankje opgericht door krakersbeweging Jeremiah Day.
Aan dit tafeltje drink ik graag in alle stilte de meegenomen Westmalle tripel.
Omdat het vrij afgelegen ligt ademt het vooral op zondag, wanneer er geen industrie is, een enigszins louche sfeer uit. Daar hou ik van.

Nabij ligt het ADM-terrein, de vroegere scheepswerf van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij gekraakt in 1987, een grote vrijplaats waar vele experimenten, culturele projecten en performances plaatsvinden en jaarlijks het grote Robodock festival geschiedt.




woensdag 19 september 2012

zondag 9 september 2012

Wish You Were Here

vannacht bedacht ik nog een nummer om 
 te completeren




vrijdag 7 september 2012

geur des doods


Met het stijgen der jaren worden enige van mijn zintuiglijke functies wat minder. Het gehoor lijdt aan een familiaire doofheid. De middentonen kan ik slecht verstaan, een hoorapparaat stel ik nog even uit maar is niet onwaarschijnlijk op korte termijn.
Ook valt me op dat de leesbril niet meer los te zien is van mij. De letters worden onscherp.
De gevoelswaarneming middels de tastzin is er beter op geworden. Smaak heeft zich door de jaren heen verfijnd, aangezien ik nauwkeurig en selectief proef. Mijn reuk is analoog aan een speurhond, schijnt niet te willen verouderen en het zesde zintuig, de intuïtie, heeft zich in de loop van het leven sterk ontwikkeld.
Die reuk kan weleens tot excessen leiden.
De laatste twee dagen word ik overvallen door een smerige geur bij het betreden van de huiskamer. Naarmate de uren verstrijken wordt deze geur een stank, zo penetrant dat het niet meer mijn neus wil verlaten en de echo hiervan, ook buitenshuis, blijft hangen. Ik verdenk een dooie muis van deze lijklucht.
Al maanden lang heb ik last van muizen.
Thor en Henkie (alias Sjako) zijn nog zo gewaarschuwd dat zij geen huisdieren mogen houden, maar tevergeefs. In de nacht- en avonduren houden ze hen graag gezelschap. Er valt altijd wel een verloren zaadje te vinden en ze lopen gewoon over de zitstok. Ze voelen zich hier thuis, want schrikken doen ze niet meer. Soms schieten ze weg als ik van me laat horen maar komen twee minuten later weer terug.
Zoals eerder gezegd heb ik een hekel aan gif of een dodelijke muizenklem maar vang ze wel geregeld met een diervriendelijke val. De muis blijft leven en wordt een eind van huis weer vrijgelaten.
Allereerst maar eens zoeken naar de stank-boosdoener onder de penantkast.
In de lade liggen vele muizenkeutels en aangevreten papier. Ook hier en daar wat wolletjes. Ze hebben er duidelijk een nestje gemaakt maar verder geen muis te bekennen. Even verderop staat naast de beul van de houtkachel een als blokkendoos opgestapelde houtbult voor de komende winter.
Vanmorgen werd ik doodmoe wakker. In mijn droom heb ik de bult hout van ongeveer twee meter breed en een meter hoog lopen versjouwen op zoek naar het lijk. Verder onderzoek is noodzakelijk. Op mijn buik liggend snuffel ik centimeter voor centimeter de houtstapel af.
Tot grote opluchting ruik ik slechts hout en geen lijklucht. Naast de kachel staat een rariteitenkabinet. De geur wordt allengs sterker. Ja hier zal het zijn. Ik pak mijn zaklamp en zie daar tot grote vreugd en walging een grijs monstertje liggen in staat van ontbinding. Het is opa muis, de grootste en brutaalste, door mij Japie genoemd de laatste maanden.
Hij heeft een pracht van een begraafplaats uitgezocht en ligt met zijn kop naast een verdroogd rood roosje in een met aarde opgedekte bruine bloempot, naast een kattenkop en een in Ierland gevonden schapenschedel met mijn leesbril op. Een waterpijp met slang en een dennenappel versieren het geheel.

Japie, toen je je laatste uur voelde aankomen, heb je je afgezonderd. Een mysterieuze plek heb je uitgezocht om te sterven. Je bent een huismuis naar mijn hart.

maandag 3 september 2012

muis in huis

Huisdieren zoek ik graag zelf uit, als ik ze al zou willen.
Het muizenaanbod is de laatste tijd niet te verteren maar ik heb een hekel aan klemmen. Vooral wanneer een muis niet op slag dood is en met verbrijzelde poot in zo'n val komt te zitten.
Gif zie ik ook niet zitten.
De muisvriendelijke val is een uitvinding. Het diertje loopt er argeloos in op het lokaas af en de deur sluit zich achter hem. Vervolgens mag hij een eindje met me mee uit rijden om niet minder dan twee kilometer van mijn huis af uitgelaten te worden in een gezellig plantsoentje.
Niet dichter bij want de muis schijnt dan, slim als hij is, eerder thuis te zijn dan jij.
 

 

 



 

vrijdag 24 augustus 2012

grafschrift

door Wislawa Szymborska (1923-2012)

Hier ligt, zo ouderwets als komma en punt
zekere maakster van enige verzen.
Gegund is haar de eeuwige rust, al verwarde het lijk
traditie met avant-garde in haar praktijk.
Op dit graf kunt u daarom niet veel verwachten,
alleen deze uil, wat klitten en dit rijm.
O passant, pak uit uw tas uw elektronisch brein
en weeg Szymborska's lot in uw gedachten.

uit: Einde en begin

vrijdag 17 augustus 2012

in memoriam Charles

Charles, een van de medebridgers van de club waar ik al jaren regelmatig vertoef, is overleden. Vorig jaar september werd bij hem een uitgezaaide botkanker ontdekt. Zich laten behandelen wilde hij aanvankelijk niet.
Ach, dan ga ik gewoon dood, kan me niets schelen, was zijn herhalend adagium.
Uiteindelijk werd het een lijdensweg van chemokuren, beenmergtransplantaties en bloedtransfusies. Dat alles met één hoop: genezing.
Inmiddels vraag ik me af wat daar de zin van is want de man voelde zich, mede 'dankzij' genoemde behandelingen, dood- en doodziek en vanuit het ziekenhuis moet men vanuit hun expertise geweten hebben dat dergelijke diep ingrijpende behandelingen slechts kort uitstel van executie zouden zijn.

Vrienden had hij niet, alleen zijn hond Kimberly waar hij gek op was. Door zijn onbehouwen en lomp gedrag wekte hij weerstand bij menig voorbijganger. Hij was een fanatiek bridger, grof gebekt, enigszins contactgestoord en maakte van zijn hart geen moordkuil. Ondanks zijn drukte mocht ik hem graag, achter die grote bek zat een kleine eenzame jongen met een goed hart. Hij had een bepaalde humor die mij regelmatig deed grijnzen.

Een paar bridgers en ik bezochten hem in het ziekenhuis. Het was tenhemelschreiend wat we daar aantroffen. Ondanks zijn zwakte en ellende wilde hij slechts één ding: bridgen. Weliswaar vielen de kaarten uit zijn handen maar met enige improvisatie maakten we er een gezellige middag van.
Zienderogen zag je hem aftakelen. Afgelopen zondag 12 augustus is Charles uit zijn lijden verlost.



Charles april 2012

maandag 13 augustus 2012

eten én gegeten worden

Armin Meiwes (1 december 1961) is een Duitser die in 2002 bekend werd als de internet-sekskannibaal, de Hannibal van Hessen, de Kannibaal van Rotenburg of als Armin Menschenfresser (mensenvreter). Hij werd ervan beschuldigd Bernd Jürgen Brandes in maart 2001 te hebben gedood en opgegeten. Het unicum is het feit dat het slachtoffer er zelf om had gevraagd, en zelfs samen met Meiwes zijn eigen penis heeft geprobeerd te consumeren. Meiwes en Brandes hadden elkaar via het internet leren kennen. Meiwes zocht al jaren iemand om op te eten, terwijl Brandes graag opgegeten wilde worden. Meiwes had al meerdere slachtoffers benaderd, maar zij haakten allemaal op het laatste moment af. Brandes bleek echter een gewillig slachtoffer. Wel had hij een wens: eerst wilde hij dat zijn moordenaar zijn penis amputeerde en daarna wilde hij zijn penis samen met zijn moordenaar opeten, alvorens gedood te worden. Inmiddels richtte Meiwes een kamer van zijn huis speciaal in als 'slachtkamer'. Er werd een 'slachtbank' klaargezet, aan het plafond kwamen vleeshaken, en door middel van oude matrassen langs de muren hoopte Meiwes eventuele pijnkreten van Brandes te kunnen dempen. Na een tijd met elkaar gecorrespondeerd te hebben maakten zij een afspraak. Brandes had zelfs een dag vrij gevraagd van zijn werk. Per trein reisde hij naar Kassel, waar hij Meiwes ontmoette. Ze reden naar Meiwes' huis in Rotenburg a/d Fulda. Daar werd Brandes uiteindelijk op zijn eigen verzoek vermoord. Meiwes en Brandes dronken naakt koffie, waarna Brandes een grote hoeveelheid slaapmiddelen en een fles Schnaps consumeerde. Daarna sneed Meiwes op Brandes' verzoek zijn penis af, en verbond de wond zodat Brandes bij bewustzijn bleef om de penis te kunnen opeten. Eerst probeerden zij samen de penis van Brandes op te eten, wat wegens de taaiheid van het vlees zo goed als onmogelijk was. Er werden nog pogingen gedaan het vlees beter eetbaar te maken door het in een braadpan te bereiden, maar dit gaf maar nauwelijks resultaat en leidde er uiteindelijk toe dat het vlees te verbrand was om nog te eten. Zij hebben uiteindelijk niet de gehele penis geconsumeerd. Meiwes liet Brandes vervolgens op eigen verzoek doodbloeden: aanvankelijk in bad, ten slotte in de 'slachtkamer'. Om de tijd te doden las Meiwes een Star Wars pocket. Ten slotte raakte Brandes buiten bewustzijn en sneed Meiwes hem, zoals afgesproken, de keel door. Daarna at of bewaarde Meiwes zijn vlees. De hele geschiedenis legde Meiwes vast op video. De zaak kwam uiteindelijk aan het licht toen Meiwes opnieuw op internet begon te adverteren voor slachtoffers, en daarbij opschepte over wat hij had gedaan. De zaak is voor juristen zeer interessant, omdat Brandes zelf om zijn dood had verzocht. "Levensberoving op verzoek" of euthanasie was wat Meiwes' advocaten bepleitten, maar de rechter te Kassel veroordeelde hem na een lang aanslepende rechtszaak tot 8,5 jaar gevangenisstraf wegens doodslag. Motivering hierachter was dat Meiwes wist of had moeten weten dat Brandes psychische problemen had, en hem bovendien alcohol en medicijnen had toegediend. Ook was de daad vanuit Meiwes enkel gericht op diens seksuele genot, en niet op Brandes. Het gerechtshof in Frankfurt heeft op 9 mei 2006 hem in hoger beroep veroordeeld tot levenslang wegens moord en verstoring van de rust van de doden. De motieven rondom het zich vrijwillig laten slachten en opeten van Brandes, en de gruwelijke daad van Meiwes, zijn nog altijd in een sluier van geheimzinnigheid gehuld.
Over dit voorval werd door de Zweedse deathmetal band Bloodbath het nummer 'Eaten' geschreven, Amerikaanse metalband Macabre het nummer 'The Wüstenfeld Man Eater' (van het album Murder Metal, 2003) en door de Duitse metalband Rammstein het nummer 'Mein Teil' (van het album Reise, Reise, 2004) geschreven. Het boek 'De maagd Marino' van Yves Petry (2010) is eveneens op dit verhaal gebaseerd.

bronvermelding tekst : wikipedia





 ... voor de verandering een metalband bij de blues/rock

vrijdag 10 augustus 2012

Marty Feldman


altijd weer één de pineut... (eind jaren zestig)



zondag 5 augustus 2012

Bergen aan Zee

een waar genoegen
vol-ledig genieten met
één heer, vier dames




(4.8.2012)


zondag 29 juli 2012

die goeie goddelijke markies

door Gust Gils

ware de markies de Sade twee eeuwen
later geboren en vandaag dus volop in leven
dan zou hij - om zich te wreken
ongetwijfeld, want hoe zou zelfs hij dit
tuig van zijn deur kunnen weren -
het kleurige relaas hebben geschreven
stel ik me voor, van hoe hij op een keer
één van die duoos vrouwelijke
getuigen van Jehova naar binnen nodigde
om vervolgens, in het soort van debat
waarvan de markies het geheim bezat
deze trutten het schromelijke
van hun bijbelse dwalingen
onweerlegbaar te bewijzen
om hen tenslotte, dit hoeft geen betoog,
niet enkel te verleiden
(anale penetratie obligaat)
maar ook tot lesbiese praktijken
over te halen
om van de bonte rest te zwijgen -
kortom, een orgie van averechtse bekeringsijver
waarna het nu verlichte tweetal
bezield en nimfomaan, van deur tot deur
(onder de naam getuigen van de Sade)
voortaan de ware leer, die van de goddelijke markies
met woord, en daad vooral,
zou gaan verspreiden.

uit: literair akkoord 18 
(1974)

donderdag 19 juli 2012

in de kraag grijpen

*

Vandaag lees ik: Protestmars tegen slecht zomerweer

Het weer moet gearresteerd worden, het cachot in, vierendelen, stenigen of aan de galg ermee!



woensdag 18 juli 2012

De Encyclopedie van de Domheid (1)

Wanneer een boek mij intrigeert, wordt mijn maniakale alter ego gewekt en wil ik onmiddellijk weten welke boeken de bewuste schrijver nog meer op zijn naam heeft staan. Ondanks mijn sterk ontwikkelde maatgevoel pleegde mijn vader zaliger mij geregeld om de oren te slaan met een: met jou is het altijd hollen of stilstaan.
Hij had in zekere zin gelijk. Zelf zou ik het periodieke gekte willen noemen. Hetzelfde vindt plaats bij schrijven, dichten of schilderen. Wanneer na verloop van enige tijd de magie voor het begeerde onderwerp tanende is en mijn aandacht afglijdt, richt mijn blik zich op een ander object om me daar volledig op te storten.
Uit pure noodzaak, omdat mijn boekenkast uitpuilt, heb ik ooit besloten geen boeken meer te kopen. De openbare bibliotheek is een aardig alternatief waar ik zo nodig aan mijn gerief kan komen.
Zo nam ik dit keer drie delen van De Encyclopedie van de Domheid mee en zal ze als losse items plaatsen op dit blog.

* De Encyclopedie van de Domheid (1)
* Morosofie, dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen (2)
* Deskundologie, domheid als levenskunst (3)

Van de cover:
... De domheid manifesteert zich op elk gebied, bij ieder mens, te allen tijde. Iedere speurtocht naar de domheid krijgt zodoende als vanzelf iets encyclopedisch. Matthijs van Boxsel  heeft er zijn levenswerk van gemaakt alle facetten van de domheid in kaart te brengen. In de jaren tachtig verschenen drie delen, die stormachtig werden onthaald door de pers. De boekjes waren al snel uitverkocht. Daarna was het lange tijd stil. Van Boxsel werkte in die periode aan een definitieve theorie van de domheid. Om de ideeën voor zijn nieuwe boek uit te proberen, gaf hij met groot succes meer dan honderd lezingen in het hele land voor literaire verenigingen, managers, scholieren, huisartsen enzovoort... 

**
Graag wil ik in dit item enige treffende passages uit het boek citeren die mij stante pede aanspreken:  

Als ik over domheid spreek, dan doel ik niet op de nar, niet op de zieke en niet op de ongeschoolde mens. Evenmin heb ik het gemunt op de enkeling die anders handelt dan de massa, integendeel. De domheid die mij interesseert betreft veeleer de regel dan de uitzondering. Ik heb het over de domheid die typisch is voor de mens in het algemeen, een domheid die zelfs noodzakelijk is voor onze ontwikkeling. (pag. 27)

Er is geen andere hel dan de angst, die overigens onlosmakelijk met het bestaan is verbonden. Angst vergalt ons plezier, maar houdt tevens de wereld draaiende. Uit angst voor de dood storten wij ons in het leven. Doodsangst prikkelt de blinde, onbevredigbare begeerte naar seks, macht en roem; wat weer angst opwekt voor straf, pijn en... dood. Dat is de cirkel waarin wij gevangenzitten. De spanning tussen doodsangst en levenslust vormt de existentiële hel. Angst voor de dood leidt uiteindelijk tot een haat jegens jezelf.
De enige weg uit dit inferno is ataraxie, een toestand vrij van zorg en vrees. De epicurist tracht zich te verlossen van zijn waanbeelden door afzijdig te leven en hartstochtelijk zijn hartstochten te beteugelen. Ook deze poging zich met het bestaan te verzoenen heeft iets zelfdestructiefs. Ataraxie is in het uiterste geval een vorm van levende dood, een variant op de ultieme domheid: het verstommen uit angst een domheid te begaan. Bang voor het leven verlangt de epicurist heimelijk naar de dood.
Lucretius pleegde op vijfenveertigjarige leeftijd zelfmoord. (pag. 81)

De vorst is per definitie een bedrieger; hij is iemand die bij toeval op de lege plaats van de macht belandt en vervolgens handelt alsof hij het mysterieuze Volk belichaamt. De vorst dankt zijn fascinerende gezag niet aan zijn kwaliteiten maar aan het feit dat hij een geheiligde ruimte bezet binnen de democratische orde.
Om een eind te maken aan zijn charisma moeten wij de kloof blootleggen tussen de vorst en de plaats. De ontmaskering maakt een eind aan de macht van de vorst maar niet aan de lege plaats die hij bezet. De plaats van het tekort kan niet worden opgeheven omdat deze structureel noodzakelijk is ten gevolge van de immanente dwaasheid van de democratie. (pag. 152/153)

Allereerst de klassieke domheid die wordt gekenmerkt door een fundamentele naïviteit. Hier is de bijbelse zinsneden van toepassing: 'Heer vergeef het hun, want zij weten niet wat zijn doen'.
Het beeld dat de domoor heeft van de realiteit spoort niet met de feiten. Hij zit met zijn hoofd in de wolken en is blind voor de werkelijkheid. Door de sluiers weg te scheuren, onthullen wij hem de naakte waarheid. (pag. 177)
Matthijs van Boxsel
De encyclopedie van de domheid - 184 pagina’s
E. Querido’s uitgeverij, 1999

dinsdag 17 juli 2012

Morosofie, dwaze wijzen en wijze dwazen in Vlaanderen (2)

auteur: Matthijs van Boxsel

* De Encyclopedie van de Domheid (1)
* Morosofie, dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen (2)
* Deskundologie, domheid als levenskunst (3)

Van de cover:
... In het tweede deel van de Encyclopedie van de Domheid staan morosofen centraal, Nederlandse en Vlaamse denkers wier theorieën over het bestaan zo absurd zijn dat ze van de weeromstuit een literaire kwaliteit krijgen. Morosofie is wetenschap in wonderland. In deze studie worden ruim honderd van de meest spectaculaire zienswijzen uit de twintigste eeuw samengevat.  Het criterium is originaliteit.
De Morosofie biedt een encyclopedische wandeling door een sprookjesachtige wereld.
Verspreid over de vier onderdelen (De Wereld, Het Woord, De Tijd, en De Cirkel) wijst Van Boxsel verder op constanten in Nederlandse waanwijsheid door de eeuwen heen...

***

Wikipedia zegt er het volgende over:
Een morosofie (van het Grieks Μόρια: gekte en Σοφία: wijsheid) is een evident absurde waanwetenschappelijke theorie. Een 'waangeleerde' of 'waanwijze' wordt ook wel morosoof genoemd. Anders dan de, middelmatiger, pseudowetenschappen zijn morosofieën vaak zo bizar en ongerijmd dat ze welhaast literaire kwaliteit krijgen. Morosofen zijn vaak autodidact, en dikwijls obsessieve enige aanhangers van hun eigen theorieën. Belachelijk en schijnbaar ongevaarlijk stellen ze zich vaak te kijk, met publicaties (op eigen kosten), interviews, lezingen, en gaan welwillend in dovemansdiscussies met gelegenheidsopponenten. Hun redeneringen zijn vaak moeilijk te weerleggen, want vaak geconstrueerd uit combinaties van verschillende uiteenlopende disciplines. 

De morosofen zijn de spoken van de wetenschap omdat zij herinneren aan de domheid waaruit al onze kennis wordt geboren. In hun theorieën herkennen wij de onverantwoorde dromen, de koppigheid en de dwalingen die ook de reguliere wetenschap teisteren én draaiende houden. Wetenschap is de geschiedenis van gecorrigeerde dwaasheden. Strikt genomen is alle kennis waanwijsheid. Als je maar lang genoeg wacht verkeert iedere wetenschappelijke theorie in een karikatuur van zichzelf. (pag. 30)

Morosofen in de ware zin des woords weten wijsheid en domheid te verzoenen. Hun intelligentie en idiotie vinden een modus vivendi. Met enorme krachtsinspanning weten ze de gekte uit hun lichaam en wereld te verbannen naar het fantasme. De hallucinatie wordt een fictie, teruggebracht tot beelden en formules die hen niet langer obsederen. Het is niet makkelijk om in de metaforen, allegorieën en verhalen de waanbeelden te herkennen die hun leven tot voor kort hebben verziekt.
Met behulp van denkbeeldige steun oriënteren ze zich binnen een verder routineus bestaan. Morosofen leven niet in een droomwereld, maar lijden een normaal leven bij de gratie van een fantasme waarin de idiotie is bezworen. Wat velen gewend zijn te zien als een ziekteverschijnsel is in feite een succesvol genezingsproces, een ingewikkelde verdediging tegen de domheid. 
Veel morosofen gaan door voor originele types, die zich prima kwijten van hun taken in het dagelijks leven, al zijn ze daarnaast in de ban van een absurd systeem.  ((pag. 46)

Tot slot een eerste inventarisatie van morosofen uit Nederland en Vlaanderen in de twintigste eeuw. (pag. 257/258)

Matthijs van Boxsel, Morosofie
Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen 
De encyclopedie van de domheid 
258 pagina’s
E. Querido’s uitgeverij, 2001

maandag 16 juli 2012

Deskundologie, domheid als levenskunst (3)

auteur: Matthijs van Boxsel

* De Encyclopedie van de Domheid (1)
* Morosofie, dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen (2)
* Deskundologie, domheid als levenskunst (3)

Van de cover:
... Domheid valt niet uit te roeien zonder ook de mens uit te roeien maar dat zou een domheid in het kwadraat zijn. De enige uitweg is het verzinnen van steeds nieuwe strategieën om de domheid het hoofd te bieden. Domheid is zo bezien de motor van onze beschaving.
In dit deel van De Encyclopedie van de Domheid voert de auteur ons wederom langs staaltjes deskundige domheid. (...) Het poldermodel is de domheid ten top.
Opnieuw een boek voor mensen die genot beleven aan nutteloze eruditie...

***

Ook deze keer volsta ik met enige citaten uit het boek die voor zichzelf spreken. 

Domheid is onbedoelde zelfdestructie. Domheid is het handelen tegen beter weten in. Domheid is het vermogen tegen je eigenbelang in te gaan, met de dood als uiterste gevolg. Dit talent is typisch menselijk.
Om te beginnen is de mens de enige diersoort die bij zijn geboorte zo stom is door gekrijs de aandacht te trekken van wilde dieren. Bovendien komt de mens pimpelpaars ter wereld, zodat hij niet met een schutkleur tussen de struiken kan verdwijnen. Ook is de mens een van de weinige zoogdieren die bij de geboorte niet kan lopen.
Erger nog: anders dan dieren die een instinct tot zelfbehoud bezitten, is de mens in staat omwille van een gril zichzelf en zijn soort op het spel te zetten. Voor een waanidee over ras, natie, sekse of geloof offeren wij onszelf en onze naasten.
Enerzijds bedreigt domheid onze cultuur iedere dag opnieuw, anderzijds vormt domheid de mystieke grondslag van ons bestaan. Want om niet aan zijn domheid ten onder te gaan, is de mens gedwongen zijn intelligentie te ontwikkelen. Alle strategieën om de domheid te beheersen, vormen bij elkaar onze beschaving. Cultuur is het tijd- en plaatsgebonden product van een reeks min of meer mislukte pogingen greep te krijgen op de zelfdestructieve gekte die van alle landen en tijden is. (pag. 34/35)

Poldermodel is een typisch Nederlands woord waarin trots en zelfspot doorklinken. Enerzijds is de polder synoniem met achterlijk, benepen; polderjongens zijn bonken, ongepolijste domme types. Anderzijds staat de polder voor nuchterheid, zakelijkheid, calvinisme. Nieuw is de associatie met modderen, problemen verdoezelen, op de lange baan schuiven. In antwoord op de economische recessie, stijgende arbeidskosten, faillissementen, banenverlies en uit de hand lopende overheidsfinanciën besluiten de werkgevers en werknemers tot loonmatiging in ruil voor werk. De economie weet zich te herstellen, terwijl de overheid zich terughoudend opstelt. De wereld kijkt vol bewondering naar het succes van dit harmoniemodel. (pag. 126)

Milieuverveling is de bron van milieuvervuiling. (...)
Wie zich verveelt wordt vervelend; geen wonder dat de deskundologen de bron van alle ellende weten te lokaliseren in een klier. 'Verveling is een sap: een lichaamsvocht dat geproduceerd wordt door een klier -de vervelingsklier-. Deze klier schuilt op een voor de hand liggende, maar door iedereen verzwegen plaats : de linkerknieholte.
Opnieuw bewijst de Deskundologie  te kunnen bogen op een lange traditie: de knie geldt bij vele volkeren als de plaats waar de kracht  van het lichaam zetelt. De Bambara's uit Mali noemen de knie de knoop van de stok van het hoofd. Plinius de Oudere wijst op het religieuze karakter van de knie. Knielen is ontzag tonen. Door de knieën gaan is een gebaar van nederigheid of aanbidding. (pag. 212)

Megalomane overheidsprojecten, ondoorzichtige bestemmingsplannen, defensiestrategiën van adviescolleges, rapporten van welstandscommissies en aanstuurprojecten ontnemen ons het uitzicht op de toestand van Nederland. (pag. 213)

Matthijs van Boxsel, Deskundologie
Domheid als Levenskunst
[De Encyclopedie van de domheid]
280 pagina’s
Uitgeverij Querido © 2006