zaterdag 30 juni 2012

het Nationale Canta Ballet

Twee maanden geleden werd mij door een kennis gevraagd om mee te doen met het Nationale Canta Ballet.
Ik had geen notie van wat me te wachten stond maar mijn interesse was gewekt mede dankzij mijn steun en toeverlaat: de little red rooster
Vrijblijvend meldde ik me aan en de dame van de productie was blij om me voor dit spektakel te kunnen noteren aangezien ze nog een aantal Canta's tekort kwamen.
Dat er ongeveer tien redelijk zware repetitiemiddagen aankwamen, realiseerde ik me nog niet zo snel.
Vooral het tussendoor oeverloze wachten tijdens het repeteren, viel mij niet mee en vond ik zonde van mijn tijd. Maar eenmaal a gezegd...
Welnu, ik heb er geen moment spijt van gehad, integendeel.

In het kader van 'het Nationaal Ballet 50 jaar' vonden er twee voorstellingen plaats op donderdagavond 28 juni in de Westergasfabiek de Gashouder. Beide waren geheel uitverkocht. Een meer dan duizendkoppig zeer enthousiast publiek -per optreden- was hartverwarmend en adembenemend.
Kortom: een fantastisch spectaculaire voorstelling.

Met enigszins lichte spanning wacht ik, zie onderstaand filmpje, als koprijder in scène 1 vanuit Poort 2 op het signaal van de coach om me in te voegen in de kring der rode monstertjes.




Scène 2, registratie vanaf de tribune:



Ovatie van het uitbundige publiek:




Nota bene stond er in Het Parool van vrijdag 29/6 (kunst en media) een verslag over de uitvoering met een foto van mijn Canta op het moment dat vier dansers van het Nationaal Ballet mijn rijdende little red rooster uitspringen en hun acrobatische toeren showen.




De voorstelling wordt zondag 1 juli uitgezonden op Nederland 2 om 19.00 uur.
De registratie hiervan verschijnt binnenkort op dit blog.
Inmiddels (2/7) ziet hier:  Het Nationale Canta Ballet 



vrijdag 22 juni 2012

weer alarm

Werd ik gisteravond wreed overvallen door een gigantisch noodweer.
Hadden ze me maar gewaarschuwd!
Ik zette een voet buiten de deur en gleed uit in een plas waarin ik bijna verzoop. Alsof dat nog niet genoeg was, trof mij op een haar na een bliksemflits gepaard gaande met razend gedonder.
Door het oog van de naald...
Gelukkig kon ik mij vertroosten in De Encyclopedie van de Domheid waarover later absoluut meer.



dinsdag 19 juni 2012

Heidegger en het hangbuikzwijn bij de hemelpoort

auteurs: Thomas Cathcart & Daniel Klein

Inmiddels is wel duidelijk dat vergankelijkheid, verval, dood en vooral optimaal leven mijn onbedaarlijke interesse hebben.
Zo werd mij enige weken geleden op het zonnige strand van IJmuiden een boek onder mijn neus geduwd: humoristische beschouwingen over leven, dood, hiernamaals en alles ertussenin.

Tekst van de cover: 
... Creperen, de geest geven, de pijp uit gaan, het loodje leggen, het anker lichten en de steven westwaarts keren. Het onderwerp 'dood' heeft mensen sinds het begin der tijden achtervolgd, geobsedeerd en gefascineerd. Grote denkers als Paulus en Schopenhauer, Descartes en Dylan Thomas, Plato en Peggy Lee hebben het onderwerp afgestruind en er van alles en nog wat bij bedacht, van engelen tot zombies. Cathcart & Klein nemen ons mee op een tocht door de geschiedenis van de dood en beschouwen de manieren waarop we de dood benaderen - en waarom we het leven hartstochtelijk liefhebben. Daarbij stellen ze zich de vraag of er echt een hiernamaals is. Met evenveel ernst als humor gaan ze op de Laatste Dingen in...

***

Inhoud:
Deel I     Dood! Wat wou je eraan doen?
Deel II    De eeuwigheid komt altijd onverwachts
Deel III   Ouderwetse onsterfelijkheid - zielenpoten en -knijpers
Deel IV   Leven post mortem: briefkaarten van gene zijde
Deel V    De dood als ultieme lifestyle
Deel VI   Biotechnologie: het laatste nieuws
Deel VII  Het einde

In hoofdstuk 6 van deel II 'het eeuwige nu' is er een vraagstelling of er niet één van de grote denkers zegt dat de dood gewoon klote is.

Citaat pagina 95/96:
Na alle filosofische af- en overwegingen die op de een of andere manier de dood een plaatsje geven, vaak als logische en wenselijke pedant van die andere boekensteun, de geboorte, en alle theologische en culturele paradigma's die de dood voorstellen als opmaat tot iets grootsers, is het wel verfrissend om boos te zijn dat het leven een eind kent.
Boos? Razend!
Maar eerlijk gezegd kunnen we op niet één grote filosoof of wereldreligie komen die het standpunt aanhangt dat de dood een gruwelijk vooruitzicht is, verder niks, een vuile rotstreek. Het zou uiteraard niet logisch zijn om te veronderstellen dat een godsdienst deze mening aan zou hangen: verzoening, op wat voor manier dan ook, is een van dé redenen waarom een godsdienst mensen aanspreekt. Als een godsdienst zou zeggen dat de dood het einde is en nog klote ook, duurt het niet lang eer hij de tent kan opdoeken.
Maar je zou toch zeggen dat een van die waarheidsvinders die bekendstaan onder de naam 'filosoof', recht voor zijn raap zou zeggen dat de dood iets vreselijks is. Nee dus. Razen tegen de dood lijkt te zijn voorbehouden aan dichters. 
Dylan Thomas zei het zo:

ga niet stilletjes de nacht in
de ouderdom moet razen
tieren als de dag ten einde loopt
en woedend schreeuwen
over het sterven van het licht

Een relativerende verhandeling over de filosofie, dood en leven. Satirisch, vol ironie en (zelf)spot met zowel snedige als melige grappen.

Thomas Cathcart & Daniel Klein 
Heidegger en het hangbuikzwijn bij de hemelpoort
239 pagina’s
Uitgeverij: De Bezige Bij, 2011 
vertaling: Pol de Ruiter

zondag 17 juni 2012

Death

... en dan kan zomaar, voor je 't in de gaten hebt, de Man met de Zeis voor de deur staan

 
 


beidt uw tijd 

 

zaterdag 19 mei 2012

ontstaan van het heelal

Al meer dan een decennia heb ik geen televisie in huis. Het ding kwam me eindeloos m'n strot uit. Wel heb ik een paar informanten die mij als het nodig is op de hoogte houden wanneer zich, een van de zeldzaamheden, een interessant programma heeft voorgedaan. Dan is er altijd nog uitzending gemist om het misgelopen item te bekijken.
Zo vernam ik dat op de avond van Hemelvaartsdag professor Robbert Dijkgraaf een boeiend hoorcollege heeft gegeven over het ontstaan van het universum, de oerknal en de planeet aarde.
Een parallel universum heeft mij sowieso altijd al gefascineerd.
Deze reis door de universa, ruimte en tijd geeft weer eens de nietigheid aan van ons mens-zijn ten opzichte van die gigantische kosmos.

* college over het ontstaan van het universum
* nabeschouwing, vraag en antwoord


Of om met de filosofische wijsheid van Saswitha te spreken:
Leven is de echo van het Heelal
die zich buigt over zichzelf
ter onderzoek naar zijn tegengesteldheid

* http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1304897  
 16 november 2012
Robbert Dijkgraaf neemt ons mee op reis naar de microkosmos onder de titel Het Allerkleinste. De professor belooft Quantum-theater.

  

woensdag 16 mei 2012

autonomie

mijn alter ego is mijn beste vriend
door dik en dun gaan we
meer dan zes decennia
door het leven

behoefte aan vrienden minimaal
ze zijn dan ook
op een hand te tellen
aan kennissen geen gebrek

vrijblijvendheid hiervan
kan me ten zeerste bekoren
was mijn huis vroeger de zoete inval
waar iedereen kon meedrinken eten en blowen

moet men nu van goeden huize komen
zich in mijn vesting binnen te dringen
voel me verre van gastvrij
ben een gastvrouw van niets

simpelweg te vermoeiend
en teveel rompslomp
bovendien slaat mij bij
het minste geringste de verveling toe

maandag 7 mei 2012

De Engelse Reet



Na een bezoekje aan de Slegte loop ik graag door de rustige Schuttersgalerij die grenst aan de drukke Kalverstraat. Een fraai stuk historisch Amsterdam.
In deze galerij hangen in het openbaar een aantal grote 17e eeuwse schuttersdoeken.
Richting Spui ligt het Begijnhof en links de Begijnensteeg met café De Engelse Reet. Hier ben ik in meer dan vier decennia niet meer geweest.

In tegenstelling tot heden ten dage behoorde de kroeg in de jaren zestig  bij mijn bijna dagelijkse bezigheden. Of ik bleef in de Jordaan bij Café de Westertoren, lees ode aan onze iconen of ik ging het centrum in. 
Scheltema aan de N.Z. Voorburgwal was dan mijn eerste aanleg. Tegenover dit café hadden in die tijd veel uitgeverijen van kranten zich gevestigd. Het publiek bij Scheltema bestond uit kunstenaars, schrijvers en journalisten. Het was niet ongewoon wanneer ik bijschoof aan de stamtafel om met nog een paar schrijvers improviste gedichten of limericks te creëren en voor te dragen na het vooraf verzinnen van een paar thema's.
Vervolgens waren De Koningshut met Harry Sr. achter de bar en Hoppe of De Zwart een optie om te bezoeken.
Via de Leidsestraat kon ik regelmatig achterop het pierement zittend meeliften richting Leidseplein naar Reijnders en een paar huizen verderop Eijlders.
Soms zwenkte ik af naar De Engelse Reet.

De moeite waard om dit etablissement, dat uit 1893 dateert, weer eens te bezoeken. Tot mijn grote genoegen is alles nog steeds bij het oude gebleven en daar hou ik van, nostalgisch als ik ben.
Letterlijk en figuurlijk een bruin café. Opvallend is het ontbreken van een bar en muziek.


Teun, de uitbater, die hier al bijna dertig jaar de scepter zwaait, schuift een schilderij opzij en laat mij het verschil van kleur zien.
Vijfenveertig jaar geleden zijn de muren door mijn vader voor het laatst geschilderd, glundert hij.
Het café heet eigenlijk De Pilsener Club maar sinds 1920 kreeg het een alias: De Engelse Reet.
Waarom Engelse Reet, wil ik weten.
Wat had je gedacht, riposteert hij.
Reet, kier, spleet, kloof...
Ja, dus de nauwe doorgang van de Engelse kerk op het Begijnhof naar hier.
Had ik eerder kunnen bedenken met mijn associatief vermogen.
Hoeveel bieren worden hier geschonken?
Ongeveer tweeëntwintig, telt Teun.


Als je hierachter mijn tap wilt zien, ben je welkom.
Dat laat ik me geen twee keer zeggen, ik betreed graag een authentiek domein waar de sfeer van zo'n 120 jaar spiritualiën voelbaar is en mijn fantasie gevoed wordt. 
Links van het gangetje is de tap in een nisje verdekt opgesteld.



Ik zie een schilderij van een valk met een kroon op zijn kop hoog aan de muur hangen en wil weten of dat enige symbolische betekenis heeft.
Jazeker, daar zit een heel verhaal bij.
't Zou niet zo zijn.
De Engelse Reet schenkt het unieke Van Vollenhoven's Stout op fles. Eens per jaar vindt er een presentatie plaats dan komt dit bier van het fust. Het is een jaarlijkse traditie die druk bezocht wordt, aldus Teun.
Ik mag het genoegen smaken het bier te proeven maar je moet ervan houden, het beste vergelijk is de Quinness, van een koffie-achtige bitterheid, dus een échte Stout. 
Via het getoonde foto- en knipselboek over de historie van de brouwerij van de familie Van Vollenhoven word ik weer een en ander wijzer.


















De gekroonde Valk was een bierbrouwerij gelegen tussen de
Hoogte Kadijk en de Nieuwe Vaart. Rond 1900 was het bedrijf de grootste brouwerij van de stad.
* De brouwerij en azijnmakerij, werd in 1733 in Amsterdam opgericht door Jan van den Bosch. De familie Van Vollenhoven nam het bedrijf in 1791 over en gaf haar naam aan verschillende bieren. Het op de bierflessen afgebeelde beeldmerk toonde een valk met een kroontje op de kop.Ter gelegenheid van het 100 jarige bestaan van het bedrijf in 1891 werd op een 5,5 meter hoge zuil bij de toegangspoort een gietijzeren beeld van een gekroonde valk geplaatst. Tegenwoordig staat de zuil met daarop een replica van het beeld op de hoek van de Hoogte Kadijk en de Buiten Kadijken. 

* citaat uit Gekroonde Valk historie



Mijn volgende gang is naar de Hoogte Kadijk om daar de Gekroonde Valk in al zijn glorie te aanschouwen en voor eeuwig vast te leggen. Een afzakkertje op steenworp afstand daarvan, bij café Scharrebier op het Rapenburgerplein, ligt voor de hand.












woensdag 25 april 2012

Carmina Burana

van Carl Orff
muziekuitvoering door Geert Groote College in de Vredeskerk
20 april 2012


zaterdag 21 april 2012

Nanette, lieve vriendin, 55 geworden
en om dit feest te veraangenamen
nodigt zij ons uit bij de Indonees
met al haar vriendinnen tezamen

je interesse in astrologie is mij welbekend
zonneklaar dat tussen schaduw en maanlicht
een present der lichtende facetten
voor de hand ligt

I Tjing en tarot zijn jou niet vreemd
raadplegen van het orakel
planeten in verhouding met de goden
van passiespel tot minnespel

jouw werk, interesse en omgang
met onze Islamitische gemeenschap
brachten mij bij een roman van een Arabische schrijver
ik koos voor dit boek, na het lezen van de achterflap

in deze controversiële allegorie Kinderen van Gabalawi
zegt hij alle gevestigde religies vaarwel en laat god
in de gedaante van een zwarte bediende vermoorden
en evoceert hiermee over zichzelf het noodlot

vandaag Nanettes feest
een hoogtijdag van memorabele schoonheid
ik wens je nog vele jaren levensgenieten toe
met een goede gezondheid

van harte-lijks
es
21 april 2012

zondag 15 april 2012

love in vain

over liefde gesproken
 
Mick Jagger
 


                                                                           Rod Stewart

Willem Waterman (deel I)



Ik was begin twintig. De jaren vijftig hadden we gelukkig achter ons liggen. Uit pure compensatie en om uit die grijsgrauwe sleur te breken, stortte ik me in het uitgaansleven. Kroeg in kroeg uit stond als eerste op mijn lijst. Drinken, de lust van m’n leven. De wilde wijventijd was aangebroken.
In die tijd draaide ik rond in een kringetje van kunstenaars, semi-kunstenaars en intellectuelen. Een scènetje van veel pathetisch gepraat, gedrevenheid en geëxalteerdheid met natuurlijk een maximum aan drank. Al gauw hadden we het predikaat van langharig werkschuw tuig.
Zo was er Willem Waterman, met verschillende pseudoniemen waaronder Willy van der Heide en Willem van den Hout. Schrijver was hij van beroep, bekend van de Bob Eversserie.
Hij had het rauwe uiterlijk van een zeebonk met zijn kapiteinspet op en grote snor. In die tijd leefde hij op een schip. Dagelijks peddelde hij met z’n bootje door de grachten en meerde dan aan bij een bootterras aan de Prinsengracht waar ik en m’n vriendinnen in het zonnetje aan het borrelen waren.
Vloekend kwam hij aan en vloekend met bulderende lach vertrok hij weer. Geregeld ergerden we ons aan zijn gescheld en getier, een kakofonie van woorden. Naarmate de alcohol vloeide, ontstond er een overmaat van woorden, een crescendo van blaaskakerij en gelal, een ware terreur.
In de verte zagen we Willem alweer aan komen tuffen. We besloten hem een lesje te leren. De niets vermoedende Willem verankerde zijn bootje, stapte ‘godverdomme middag dames’ kretend op het terras, begon met overslaande stem te oreren en werd meteen door een paar potige meiden vastgegrepen. Vervolgens rukten we hem het hemd van zijn lijf en scheurden de broek van zijn kont en gooiden de heftig tegenspartelende Willem in de gracht. Z’n kleren erachter aan.
Zo droop hij af met een zwaar onthutst gezicht en uitgelachen door al die pimpelende dames op het terras. Het temperde enigszins zijn seksistische gelul.

zie ook: Willem Waterman (deel II)

zaterdag 14 april 2012

Willem Waterman (deel II)


Ondanks z'n geloei en georeer had Willem ook een andere kant. Ik vond de schreeuwlelijk een boeiende man met kwaliteiten. Hij verstond absoluut de kunst van het leven en noemde zich bij herhaling een Pallieterachtig figuur. Hij deed precies waar hij zin in had en had schijt aan de wereld.
Hij schreef beeldend zoals hij sprak en andersom. Door de tijd heen ontmoetten we elkaar geregeld in de kroeg en hielden contact.
Nadat hij zijn boek: Toen ik een nieuw leven ging beginnen en andere waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig had geschreven, ontving ik eind '78 een brief van hem. Daarin stelde hij voor om samen met mij een boek te gaan schrijven.
Hij had al twee titels in zijn hoofd.
Het zou: De man die vrouwen begreep worden en hij veronderstelde dat geen enkele vrouw zo'n boek zou kunnen laten liggen.
Deze brief kwam ik onlangs tegen in een oude doos. Ik heb 'm gescand en doe er hieronder gewag van.



Bij tijd en wijle schreven Willem en ik stukken tekst die op een oude rammelende schrijfmachine door hem werd uitgetypt. Het begon al een aardig manuscript te worden. Ondanks dat hij zichzelf een hoge ouderdom had beloofd en hij al zijn vijanden had willen overleven is hij slechts 69 geworden.
Begin '85 werd een verwaarloosd hartinfarct Willem fataal.
Ons boek is er nooit gekomen en het manuscript is tot mijn leedwezen verloren geraakt.


 zie ook: Willem Waterman (deel I)

vrijdag 13 april 2012

De Roof van de Sabijnse Maagden

Dit sous-realistisch proefstuk geschreven door Willem W. Waterman en geïllustreerd door Flip van der Burgt bestaat uit vier delen:
Intro
De Naderende Ruiters
De Strijd in Sabine
De Kampplaats

Exemplaar 73 kreeg ik op 25 mei 1970 cadeau. Op 19 augustus 1972 schreef Willem zijn speciale opdracht in deze bundel.

Hieronder volgt de weergave.

donderdag 12 april 2012

De Roof van de Sabijnse Maagden

 
 
 
 
De Roof
van de Sabijnse
Maagden
 
 
een sous-realistisch proefstuk in klankkleur, ritme en plastiek
 
 
NEDERLANDSCHE KEURBOEKERIJ N.V. - AMSTERDAM
Willem W. Waterman
Flip van der Burgt

woensdag 11 april 2012

Intro

Intro
Verzonken in Morpheus' tochtvrije spelonken,
virgijne Sabijnen, twaalfmaal een dozijn,
zo toeven de reinen en rusten en ronken:
de pronk der Romeinen - uitbundig van lijn.
De zwoelige wind kust hun woelige vormen -
het maanlicht ruist neer op hun duldeloos naakt
en rust op hun boezems, de reeds zo enorme:
een lust voor het oog van de éne, die waakt.
Want La Lesbia waakt! Geen slaap brengt verkwikking
aan haar, die de maagdenschaar rusteloos hoedt;
die bekoorlijke ooien, belust op een fikking,
ten prooi aan de prang van hun bruisende bloed.
Die satrapen aangapen als bronstige schapen,
belust op Zodiac's zwervende ram;
hun tedere schaam orthodox voor het kapen,
maar... La Lesbia waakt bij het hek op de dam.
La Lesbia waakt in het purperen duister:
drie centenaars rosbief... vol innige schroom.
Haar maagden ontstijgt een onzegbaar gefluister:
het zwanger symptoom van erotisch gedroom.
Ah... stringent firmament vol autarkische zonnen,
astraal cellofaan rond een maandagse lunch -
Spartaans carnaval vol van klanken in tonnen;
aangrijpend symbool van een doopvont vol punch.
Hecht cataclysma van whisky in vaten,
croquant ambrozijn op hemelse pof -
nostalgische neus op immense prelaten,
synthetisch serpent op een laars en een slof;
vertoornd molecuul vol sucaden ionen,
barbaars circonflex in een verveloos land -
futiel dromend Lipsslot - met dertien Mormonen,
op oudejaarsavond bij kaarslicht gestrand.
De marmeren zaal is vol krolse fantomen:
de wellust omzweeft dit vestaalse paleis;
hun onderbewustzijn ontploft in hun dromen
en Priapus pijpt in dit preuts paradijs!
Doch... La Lesbia waakt! Geen zwoele creaties
doorwoelen haar zuiver clitorische brein -
zij is immuun voor genotsaspiraties,
anders dan die van het lesbisch festijn.
Zij treedt in het maanlicht van sponde tot sponde,
de zwijgende ronde der vrouw van gezag.
Ginds heeft haar bronstbeet een boezem geschonden:
dat schouwspel ontlokt haar een tedere lach.
Doch een soort praemonitie van kwalijke euvels
brengt onrust teweeg in haar gigantesk gat.
Zij treedt voor het raam en ziet uit naar de heuvels:
een glooiende ring rond de slapende stad.
Het ruimteloos zwerk staat bezaaid met protonen;
een roerdomp beloert het Canal du Midi.
Een zwanger gerucht treft de wakende schone:
een Rooms a-b-c? Of een Grieks phi-chi-psi?
De nacht is hautain als een zwijgzaam conclave.
Het voorgevoel zingt als een vals carillon.
Haar vrezend gemoed is vol roerende have.
Een zilvervos zingt zijn geschrokken pardon
In Orion luidt een verloren triangel.
Zij waant zich een bruid als een koperen non.
Een Fatum vol wodka vertrekt uit Archangel -
een wiegelied deint sur les ponts d'Avignon.
Doch... La Lesbia waakt! Geen manzieke weelde
floreert in haar schromeloos, waardig gemoed,
dat wars is van beelden, die zelden verveelden,
en menig Sabijn stiekem zwijmelen doet.
Haar sobere ziel kent beduchte neurose.
Grif klimt langs haar kleurloze meridiaan
het ontzet amulet van een boze psychose,
waar het mannelijk lid naar een trouwma gaat staan.
Gij, Trots van de rijdende Water- en Vuurvrouwen;
Jonkvrouw de Pas du Plaisir à Minuit;
Groot-Vizierin der Romeinse Kartouwen,
Beschermvrouwe ook van het Kuise Etui.
Immens is de deugdkracht die straalt uit haar wezen.
Die eert en boetseert haar prozaïsche pui.
Haar afkeer van masculijn kozen en kezen
bloeit stil en sereen... als een tedere ui.
Ja - La Lesbia waakt! Al horen haar oren
geen dreigende klank en geen tastbaar tumult:
haar vreze is juist, want het Lot, hun beschoren,
ijlt droomloos nabij - in een stofwolk gehuld.