donderdag 26 februari 2009

De Tuinen

 
Ik ben geen snoeper maar waar ik niet van af kan blijven is zwart-op-witachtige drop. Als kind bietste ik soms bij mijn moeder om voor vijf cent een dropveter of een puntje zwart-op-wit te kopen. Vaak zonder succes want vijf cent was in die tijd een hoop geld. Was ze echter in een royale bui en had ze een paar centen over dan was ik met mijn verworven dropbuit de hemel te rijk.
Zoetigheid kan me niet zo bekoren maar de lust naar drop is me nooit vergaan.
Als ik nou toch drop eet, prefereer ik de soort zonder geur- en kleurstoffen. Zo natuurlijk mogelijk en daarom kwam ik bij De Tuinen terecht. De heksendrop bleek m'n favoriet. Wel duurder dan de schepdrop van Etos en Kruidvat maar ik had het idee dat er minder rotzooi doorheen zat. Ook was het voorverpakt in tegenstelling tot het grote graaiwerk in de potten van genoemde drogisterijen en bovendien had het meer smaaksensatie.
Ik weet, het zijn luxe problemen maar onlangs werd ik geconfronteerd met een stukje elementair -in mijn ogen- misbeleid van De Tuinen. Ik stuurde ze een email.
Laat de volgende correspondentie maar voor zich spreken:

Was ik vandaag bij een van uw filialen van de Tuinen om onder andere mijn wekelijks geliefde heksendrop te halen, voelde ik onmiddellijk het verschil in gewicht.
Andere verpakking? Tot mijn grote verbazing was de prijs hetzelfde: 2 euro.
Thuis gekomen zag ik tot mijn verbijstering een verschil van 85 gram. Had de vorige verpakking een inhoud van 225 gram, deze was nu gedegradeerd tot 140 gram. Een exorbitante prijsverhoging, of liever gezegd een rigoureuze gewichtsverlaging van meer dan 60%.
En dat, nu de recessie is toegeslagen en er van hogerhand wordt beloofd in deze peperdure tijd voedingsmiddelen en lekkernijen in prijs te verlagen, want laat het gezegd zijn, dit is natuurlijk een belachelijk hoog bedrag: 2 euro -in mijn ogen nog steeds 4.40 gulden- voor nog geen anderhalf ons drop. Schande!
Gaarne hierop uw reactie.
Met vriendelijke groet,
Es van Essen


Beste Es van Essen,
Helaas heeft u helemaal gelijk.
Wij zijn echter veranderd van leverancier en kopen deze drop nu ook duurder in.
We kunnen helaas niets veranderen aan dit grote prijsverschil.
Het spijt ons verschrikkelijk.

Met vriendelijke groet,
Service Desk,
De Tuinen B.V
.


Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik nou met zo'n reactie aan moet maar jullie -beste webloggers- zullen hier wel een mening over hebben.
Ben benieuwd!

maandag 23 februari 2009

metamorfose

                                                               zij zet haar pruik af
                                                            kijkt in haar toverspiegel
                                                            en doft zich snel weer op

ozzy

ik ben niet moeilijk
glimlacht mijn neef verstolen
maar ook niet mak'lijk



schaakstuk

                                                               geen knol aanwezig
                                                         in een veld paardebloemen
                                                               zie wel een lam gods



vrijdag 20 februari 2009

... met gezondheidswijzer


Dat ik niet de enige ben die bijna dagelijks bestookt wordt met commerciële telefoontjes is me inmiddels duidelijk geworden. Dat het alom een ware terreur is, blijkt eveneens.
Doorgaans meldt men zich met de vraag of er met de vrouw des huizes wordt gesproken. Mijn vraag wordt met een wedervraag beantwoord: wat wilt u?
Eigenlijk wil ik zeggen: wat mot je, maar m'n ingeboren gevoel voor beleefdheid en stijl houdt het netjes.
Dan wil men mij in een spaarfonds stoppen, of beleggingen aansmeren, of een verzekering, of groene energie, of een abonnement en ga zo maar door.
Ik ben er in het geheel niet van gediend en maak ze onmiddellijk duidelijk dat ik geen zin heb in dergelijke opdringerige telefoontjes en nooit meer gebeld wens te worden. Mijn allergie groeit met de dag voor deze malafide praktijken. Ik wens met rust gelaten te worden en niet privé gestoord door Jan Rap en z'n maat.

Enige dagen geleden spande de telefonische terreur de kroon.
Op mijn antwoord apparaat: Miep Ossekop van Gezondheidswijzer. Zou u mij terug willen bellen. Ik ben morgen bereikbaar tussen -- en -- uur op telefoonnummer xxxxxxxxxx.
Het klonk urgent. Een scala aan gevoelens overviel me, waaronder nieuwsgierigheid.
Gezondheidswijzer, nooit van gehoord en al helemaal niet van Miep Ossekop.
Op voorhand wrevel, stel dat het weer eens reclame is en vervolgens ontstaat een bijna sardonisch genoegen om mevrouw Ossekop haarzelf de oren te wassen.
Ik wilde wel eens weten wat Ossekop te melden had, dus belde haar.
Met Miep Ossekop van Gezondheidswijzer...
U spreekt met Es van Essen, u stond op mijn antwoordapparaat...
Goede middag mevrouw Van Essen, kent u ons blad Gezondheidswijzer?..
Nooit van gehoord...
Ja, dat is een blad dat gaat over... en... want... als... maar...
Hoe haalt u het in uw hersens om mij over die reclametroep terug te laten bellen, wat een ongehoorde brutaliteit...
Maar mevrouw Van Essen, mag ik het u even uitleggen, andere mensen vinden dat niet erg en wij...
Wat heb ik in godsnaam met andere mensen te schaften...
Ja maar LIEVE SCHAT...
Lieve schat? Hoezo lieve schat! Nog familiair ook, ik ben uw lieve schat niet...
Maar wij...
Ik wil nooit meer iets van u horen...

tuut tuut tuut

dinsdag 17 februari 2009

jaardag

meer dan een halve eeuw gelee
de zeventiende
van de sprokkelmaand
gaf ik mijn eerste levenskreet

op deze gedenkwaardige dag
blijft mijn hart in eigen huis
bij mijn dierbaren

vrijdag 13 februari 2009

Marat/ De Sade



Ben ik net bekomen van de fascinerende uitvoering van die Zauberflöte jongstleden najaar, nam mijn dochter me mee naar het toneelstuk Marat/ De Sade vorige week vrijdagavond.
Leerlingen in de leeftijd van vijftien/zestien jaar van het Geert Groote College speelden daar de sterren van de hemel. Toen we de theaterzaal betraden stonden de 'krankzinnigen' allen in het wit gekleed in hun rol van gestoorden. Ik kon een associatie met one flew over the cuckoo's nest dat zich eveneens afspeelt in een psychiatrische inrichting, niet onderdrukken. Lange jaeger onderbroeken van Jansen & Tilanus met laaghangend kruis en halfkwijlende openhangende monden. Het was inderdaad een gekkenhuis. Mijn lach ging van oor tot oor.
De vervolging van en de moord op Jean-Paul Marat (1793) is een opvoering met verschillende dimensies in de tijd. We kijken naar een stuk in een stuk. Historische figuren -zoals Voltaire- passeren de revue. Het verhaal vindt plaats in 1808, na de Franse revolutie. Hij wordt vermoord door Charlotte Corday, een meisje van adellijke afkomst.
De directeur van het gesticht houdt toezicht en de verpleging moet de orde bewaren.
De Franse aristocraat markies de Sade is opgenomen in het krankzinnigengesticht van Charenton wegens zijn pornografische geschriften en sociaal opruiend gedrag. In de wasruimte van het gesticht regisseert hij toneelstukken.
Hoewel ze elkaar nooit ontmoet hebben, gaat De Sade, zittend in een crapaud, in dialoog met de Franse revolutionair en fanaticus Marat, die vanwege zijn huidziekte aan ongelooflijke jeuk lijdt en ter verlichting daarvan in bad zit. Het is een imaginair gesprek, een intellectuele discussie, met filosofisch getinte teksten en een kritiek op de moraal.
Wat betekent vrijheid nu werkelijk.
Marat, een gedreven journalist en tegen de monarchie, is vriend van het volk omdat hij alle misstanden aan de kaak stelt. Hij verkondigt de maatschappelijke bevrijding maar is ook verantwoordelijk voor de dood van honderden Fransen tijdens de Franse revolutie. Wie niet voor mij is, is tegen mij. Als je in de ogen van Marat vijand van de revolutie was, werd je opgespoord en was de guillotine je eindstation.
De Sade heeft het over persoonlijke bevrijding los van eigen remmingen. Hij valt de hypocrisie aan. Maatschappelijke revolutie zal niet werken als je je niet kunt bevrijden uit je eigen ketenen, je persoonlijke gevangenis.
Vrijheid gelijkheid broederschap. Een fel contrast tussen de individualist De Sade en de socialist Marat. Ze spreken zichzelf ook tegen. Marat blijft zijn sociale ideologieën volgen, De Sade ziet niets in een revolutie en gelooft niet in de absolute waarheid. Een uitbeelding van menselijke strijd en lijden waarbij de vraag gesteld wordt of ware revolutie komt uit het veranderen van de samenleving of het wijzigen van zichzelf.
Het is een stuk van tragikomisch, sardonisch leed-vermaak.

Het meisje dat De Sade speelt, vertolkt met heldere stem haar glansrol. Enige acteurs brengen met veel elan hun psychische aandoeningen over. Charlotte Corday wordt regelmatig benaderd en betast door een van de verliefde mannelijke patiënten.
Marat/ De Sade is een opvoering met muziek. De liederen geven commentaar op thema's en onderwerpen van het spel. Er wordt knap pianospel geleverd en de zangers en zangeressen laten zich -revolutionair- in volledige overgave gaan.
De verschillende belevingen in de tijd werken wat vervreemdend. Het is een voorstelling vol tegenstellingen, met een overdaad aan bewegingen en ingebouwde dramatische elementen, die een overweldigende indruk achterlaat. Ik heb buitengewoon genoten en spreek mijn waardering uit naar de regisseuse en alle spelers. Het is niet niets om zo'n moeilijk stuk op de planken te zetten.


De vervolging van en de moord op Jean-Paul Marat, opgevoerd door de verpleegden van het krankzinnigengesticht van Charenton, onder regie van de heer De Sade, opgevoerd in de theaterzaal van het Geert Groote College.

donderdag 5 februari 2009

parfum

Een van de verschrikkelijkste uitvindingen in de geschiedenis vind ik het parfum. Op zich heb ik er niets op tegen maar wat ik niet zie zitten is het overvloedig en mateloze gebruik ervan. Soms ruik je eerst de parfum, dan zie je pas de persoon en vervolgens laat hij of zij zijn/haar geurspoor na. De ene is wat beter te verdragen dan de ander maar doorgaans ben ik er allergisch voor.
Een van mijn meest uitstekend functionerende zintuigen is mijn reuk. Het verschaft me een breed scala van emoties.
Op de eerste plaats: genot en genoegen. Welk een ware vreugd te wandelen langs de branding en de zilte geuren te mogen ruiken en proeven van de zee. Welk een hoogtepunt me te mogen bevinden in een tuin van geurig tijm of een veld van weelderig welriekende jasmijn. Ik weet nog de pretentieloze bedwelming van de Patchouli. Eind jaren zestig geurde heel Amsterdam naar deze etherische olie.
Op de tweede plaats: grote ergernis.
Ik zat samen met een goede kennis in een restaurant me uitermate te verheugen op de dingen die zouden komen. Het etablissement was oogstrelend, keurig gesteven linnen tafellakens met bijpassende servetten kunstig gevouwen en fraai kristal- en zilverwerk.
Bij het binnenkomen werden onze jassen aangenomen en werden we naar onze plaatsen begeleid. Ik had een gezellige tafelgenoot, het kon niet beter. Een mooi glas wijn, de amuse stemde me prettig en er was een veelbelovende menukaart. Verrukkelijke geuren uit de keuken kwamen me tegemoet en het water liep me in de mond. De ietwat ouderwetse gastheer was een aardige hoffelijke man. Klant was hier -nog- koning. Het was echt voortreffelijk. Mijn humeur was stralend, het kon bijna niet meer stuk. Het zou een fantastische avond worden… 
Het voorgerecht werd geserveerd door de ober met een licht Frans accent. Bedreven, geduldig en beleefd legde hij uit wat er op het bord lag. We genoten, het was tong- en oogstrelend.
En toen, ja, toen werden we grof gestoord door de openslaande deur. Twee heren met hun dames kwamen zeer luidruchtig binnen. Ze werden begeleid naar een tafel uitgerekend pal naast de onze. Ineens rook ik van dame één haar parfum, een indringende walm van synthetisch-chemische geurstof. En gadverdamme, ook dame twee, haar parfum was nog penetranter en overheersender dan die van dame één. De heren wilden niet onderdoen. Zij hadden zich rijkelijk besprenkeld met aftershave. Tot overmaat van ramp stak het hele gezelschap ook nog een dikke sigaar op.
Mijn eetlust was weg, m'n goede humeur ook.

vrijdag 30 januari 2009

gedichtenbal

Vorige week schreef m'n gastcolumnist  ronald m.offerman reeds over de dichter des vaderlands. Hij nodigde me uit om met een aantal dichters, bekend van Eijlders waar we iedere derde zondag van de maand gedichten voordragen, mee naar Paradiso te gaan.
In het kader van 'poëzie en de stad' is daar het literaire Weerwoordfestival gaande en afgelopen woensdagavond het Gedichtenbal.
Bij Paradiso binnengekomen, kan ik meteen doorlopen, dankzij mijn plaatsing op de gastenlijst. Een jonge dame spreekt me, als welkom, dichterlijk aan en mij wordt een glas sprankelend op champagne lijkend vocht, dat later prosecco blijkt te zijn, aangeboden.
Dat is nog eens een aardige binnenkomer. Ik zie de bekende Eijldersgezichten: Ronald M.Offerman, de huisdichter Dirk Oudshoorn, Floor Voerman, Paul Lokkerbol.
Met de laatste ben ik zomer 2007 in de prijzen gevallen bij een poëziewedstrijd. Hij als eerste en ik als derde met m'n gedicht: ode aan de Baarsjes
Dit tot mijn grote verbazing omdat het eerder een anti-ode is over het stadsdeel waar ik overigens met veel plezier woon.
Jos Zuyderwijk, de alwetende op gebied van poëzie, proza en literatuur, altijd aanwezig op deze evenementen zwaait me hartelijk tegemoet en struint naar voren om een beste plaats te veroveren. Op de voet gevolgd door Sander Brouwer met wie ik doorgaans op de Eijlderszondagen achterin de kroeg op het podium zit.
Ze hebben een plaatsje tussen hen in voor me vrijgehouden.
Het spektakel kan beginnen. Vanavond zal de nieuwe stadsdichter van Amsterdam gekozen worden.
Manza, de Brusselse stadsdichter laat een Franstalige rap en enige gedichten horen. Op een groot scherm kan je de Nederlandse vertaling lezen.
Cees Nooteboom leest voor uit eigen werk. Hij neemt ons mee langs de graven van beroemde dichters en denkers. Zo vraagt hij zich af wie er in het graf van de dichter ligt. Niet de dichter zelf, is zijn eigen antwoord. Zo stond hij ooit bij een graf waar te lezen stond: Absint, afblijven, dit is voor de dichter.
We horen Theo Nijland aan de piano vol overgave een gedicht zingen van de voormalige, reeds overleden stadsdichter Adriaan Jaeggi.
Ben Zwaal draagt een gedicht voor uit zijn bundel Zouttong. Hierin onderzoekt hij het water. Zout water dat bij vloed terecht komt onder het lichtere zoete rivierwater.
Inmiddels haalt Jos nog een prosecco en brengt Luc de Vos, geïnspireerd door stadsdichter Robert Anker, een gedicht van hem ten gehore.
Tijdens de pauze wordt het tijd om de benen te strekken en genieten we van de hapjes die ons worden aangeboden.
Het woord is aan Remco Campert. Nostalgische gedichten uit de jaren zestig, zeventig. Hij sluit af met een gedicht van zijn vader Jan Campert.
Dan wordt op het einde van de avond de nieuwe Amsterdamse stadsdichter, de opvolger van Robert Anker bekend gemaakt. Het is de in Marokko geboren Mustafa Sitou. Hij leest zijn eerste stadsgedicht voor: Stadsdichter stamelt...
De eerste alinea uit zijn gedicht heb ik overgenomen:

Van wal steken 't eeuwige heden in
dat er geweest is en gaat komen?
Poldermoskee in Mokums Paradijs,
Spinoza en slavernij, Tante Leen de
tachtigers een sardonische halsband-
parkiet om maar iets te noemen,
twee november tweeduizend vier
en ook Lennon en de holocaust was hier...

Epiloog.
Dat Amsterdam zich volop in het mondiale gebeuren bevindt, laat dat duidelijk zijn.
De presentatie was in handen van een Vlaamse spreker. Twee meisjes droegen een gedichtje voor waarvan er één over Groningen ging.
De Brusselse stadsdichter liet zijn Franstalige rap horen en we hebben nu een Marokkaanse Amsterdamse stadsdichter.
Ramsy Nasr, in 2005 stadsdichter van Antwerpen en van Palestijnse origine is dichter des vaderlands geworden.
Anno 2009 hoeft het Nederlanderschap niet meer in je genen te zitten om uitgeroepen te worden tot een der groten.
Als dat geen integratie is dan weet ik het ook niet meer.

vrijdag 23 januari 2009

little red rooster


Ik heb een hekel aan reizen. Of dat nou per auto, trein, bus of vliegtuig is, mijn aversie kent geen grenzen. Chaos, opstoppingen, omleidingen en files zijn schering en inslag.
Ik keek verbijsterd mijn ogen uit toen ik onlangs noodgedwongen met iemand meereed richting zuiden des lands. Het verkeer is toegenomen in kwadraat, er worden almaar snelwegen aangelegd en steden groeien door hun expansie naar elkaar toe. Het polderlandschap krimpt en het zal me niet verbazen wanneer Nederland te zijner tijd nog eens de hoofdstad van Europa wordt: volkomen geasfalteerd en bebouwd.
We hebben nu al een der grootste vliegvelden ter wereld. Een vliegreisje naar de zon betekent uren voor vertrek op Schiphol aanwezig zijn.
Reeds tien jaar vlieg ik niet meer en vijftien jaar geleden zei ik m'n laatste voiture vaarwel. De tijd dat ik nog lang 's-heren rustige wegen trok met m'n ouwe eend is voorgoed voorbij. Mijn autogeschiedenis bestond doorgaans uit vehikels: fiatje 600, eend, renault 4, renault 5-bestel, en een volvo amazone. Met de laatste zoefde ik langs de weg. In die grote bak verzoop ik achter het stuur gezien m'n lengte maar aangezien ik nooit blootshoofds de deur uitging en ga, leek het nog wat met m'n hoed op.
Daar ik een rotpoot heb en me een val of gebroken been niet kan permitteren, gezien het risico van amputatie, is lopen of fietsen geen optie meer. Jarenlang maakte ik dankbaar gebruik van de scootmobiel, lees:  de elektrische stoel (deel I) + de elektrische stoel (deel II)
totdat mijn overgeërfde astmatische bronchitis en bronchiëctasie in een natte koude winter, via een griep, me de das omdeden en deze in een longontsteking ontaardde.
Dat was einde elektrische stoel.
De laatste jaren verbreedde mijn horizon zich niet veel verder dan de grenzen van Amsterdam, daarentegen reis ik oneindig in de geest. Sinds ik in een Canta rij, is er een nieuwe vrijheid ontstaan.
Dacht ik nog wel als geboren en getogen Amsterdammer alle plekken en paden van en rondom de hoofdstad van het land te kennen: mis, helemaal mis...
De eerste cantatocht was al een openbaring. Hoewel ik flinke vaart maak, zijn mijn medecantarijders doorgaans nogal sukkelig van rijaard. Daardoor word je door de doorsnee automobilist aangezien als 'niet volwaardig' maar dat is hun probleem. Het wordt lastiger wanneer je onvermijdbaar op een B-weg zit: snijden aan de orde van de dag en de wegpiraten halen je levensgevaarlijk in, nog net een obstakel tussen beide rijstroken ontwijkend, om vervolgens met een scherpe manoeuvre pal voor je neus met piepende remmen tot bijna stilstand te komen. Drie minuten later staan ze te wachten voor het stoplicht.
Er mag op het fietspad gereden worden met een Canta. In de stad vind ik dat geen optie gezien het rijtempo aldaar. Buiten de grenzen is het een ander verhaal. Dwars door het natuurgebied of polderland kom ik binnendoor- en buitenomweggetjes tegen van een arcadische schoonheid.
Mijn favoriete tripjes zijn:
* Door natuurgebied Spaarnwoude naar Spaarndam waar Hansje Brinker met zijn vinger het gat in de dijk dichthoudt om het dorp te redden van een overstroming.
* Langs het Noordhollandskanaal met de pont over naar Ilpendam en dwars door Waterland richting Monnickendam en over de dijk naar Marken.
* Via Ruigoord naar IJmuiden.
* De weg naar Den Ilp met op de terugweg het Twiske of het Ilperveld.
* Een kringetje stiltegebied Ronde Hoep, van de Botshol naar Nes aan de Amstel en café de Zwarte Kat bezoeken.
* Langs het Amsterdamrijnkanaal naar Weesp of via (Bl)ijburg naar Muiden en bij ome Ko een drankje drinken.
Als ik dan in de verte de snelweg zie met één grote lint van auto's, kan ik me de Majesteit zelve voelen in mijn kleine Red Rooster middenin het barre land.



donderdag 8 januari 2009

Sooph

Het was geen prettig uiteinde voor Sooph, een vriendin van mij, cum laude afgestudeerd filosofe.
De laatste dag van het jaar zou ze doorbrengen bij een bevriend stel in IJmuiden. In de bus onderweg nam ze een hap stokbrood en een vermaledijd krak waarschuwde haar voor hetgeen ze zou zien.
Een déjà vu van twee dagen terug viel haar ten deel: ja hoor, het bovengebit doormidden. Had ze nog wel zo met contactlijm geploeterd om de twee stukken aan elkaar te zetten, was het weer zover.
Naar huis terugkeren wilde ze niet, dus dan maar doorrijden.
Het gezellig avondje was gekomen. Tot diverse keren toe werd er gepoogd het gebit te lijmen maar zonder succes. Velpon werkte niet. Inmiddels had ze de helft van de tube lijm in haar mond gestopt.
Voor Sooph geen lekkere happen meer maar gelukkig nog wel rijkelijk stromende spiritualiën.
De volgende nieuwjaarsdag was ze gedoemd in bed te blijven want tandeloos was binnen haar beleving niet om aan te zien, hoewel gastheer en -vrouw haar verzekerden dat ze zich nergens voor hoefde te schamen.
Op 2 januari hadden we afgesproken bij een paar oude vrienden voor ons jaarlijks traditionele nieuwjaarsetentje waarbij iedereen een gerechtje maakt. Even gebruikelijk en van oudsher gaan Sooph en ik dan even een uurtje vooraf borrelen in een café.
Op punt van vertrek naar afspraak kreeg ik telefonisch te horen dat het wat later zou worden en het hoe en waarom zou mij dan aldaar duidelijk gemaakt worden. Prettig genoeg vermaakte ik me in de kroeg en een half uur later kwam een zwaar gestreste Sooph binnen zwaaien. Bleek dat de heer des huizes eerder op de dag, toen de winkels open waren, twee componenten secondenlijm had gekocht. Het gebit werd wederom gelijmd maar Sooph stopte het in alle haast te snel in haar mond. De lippen verkleefd en de tong vastgeplakt aan het gebit. Met kunst en vliegwerk kwam het toch nog redelijk in orde, ware het niet dat het eten 's avonds bij onze vrienden wat zwaar viel vanwege de voelbare prop lijm.
Gelukkig had ik een verse pommodoressoep gemaakt die makkelijk naar binnen te lepelen was. De gamba's aten wat moeilijker omdat ze bang was weer haar gebit te breken. De wilde zalm was kantjeboord. De salade en nog harde worteltjes en broccoli die ze had meegenomen om te wokken waren niet te verteren.
Dat Sooph weinig van ons exquise diner tot zich nam, spreekt voor zich. Dit werd echter ruimschoots gecompenseerd door de veelheid aan wijnen die rijkelijk en probleemloos vloeide waardoor de verenkeling werd onttrokken aan het oog om zich weer tot de veelheid van wezen te verhandelen. De cuanto y tres bij de koffie was in het geheel niet te versmaden.
Het was zoals gewoonlijk een gezellige avond. Het goede van God is nog steeds niet verklaard maar Soophs ultieme liefde voor en vertrouwen in de Heer kent geen grenzen waardoor haar gebitsloze lot en het aangedane leed eenvoudiger te dragen is.


 Gezellig uit eten in de vorige eeuw: links Sooph/rechts Es

donderdag 1 januari 2009

toverboom es

Niets zo mooi om jullie, aandachtige lezers, op deze eerste nieuwjaarsdag het mythologische verhaal te vertellen over de toverboom es.
Ik, als eS, ben natuurlijk ongelooflijk gelukkig met zo'n verleden. Ik wil het jullie niet onthouden.
Ik wens jullie allen een inspirerend nieuwjaar!

TOVERBOOM  ES

De es (Fraxinus excelsior) is een van de heilige bomen uit de oudheid. Een oude Engelse toverspreuk luidt:" By oak, ash and thorn". De druïden geloofden dat de es mannelijke energie en de meidoorn vrouwelijke energie bevat. Op plekken waar deze drie bomen groeiden, zag men elfen. De oude Ieren noemden de es ‘uinsinn’. Hieruit afgeleid kreeg deze boom in het oud-Ierse ogham-boomalfabet de letter ‘N’. De es is één van de populaire bomen die naast een heilige bron groeide. Van de essen die op het eiland Man groeien, wordt gezegd dat zij de reinheid van de bronnen bewaken.  

In de Griekse en Germaanse mythologie staat de es in verbinding met goden als Uranus, Oceanus, Nemesis, Mars, Poseidon, Gwydion en Thor. De Griekse godin Nemesis (godin der wrekende gerechtigheid) droeg een essentak als symbool van de gesel, het heilige instrument van het recht.
Nemesis werd later ook in verband gebracht met Andrasteia, godin van de regenproducerende es, dochter van de zeegod Oceanus. Hierbij werd de gesel ritueel gebruikt om de vruchtbaarheid van bomen en gewassen te bevorderen. 
Thor/Donar, god van bliksem en donder, bezat magische speren van essenhout.
De Vikingers werden ook wel ‘mannen van de es’ genoemd omdat zij hun speren van essenhout maakten. Essenhout is sterk, hard, elastisch en duurzaam. Een kerkbank uit Suffolk zou 1000 jaar oud zijn. Essenhout is zeer geschikt om te stoken. Hiervan afgeleid is het Latijnse woord fraxinus wat vuurschijnsel betekent. Nog steeds wordt er in Engeland graag met essenhout gestookt, omdat het lang en intens brandt, droog of vers.

De es wordt ook in verband gebracht met waarzeggerij, voorspelling en inspiratie. Van de Germaanse oppergod Odin wordt gezegd dat hij zich aan een es ophing. Op deze manier hoopte hij verlicht te worden en de runen te kunnen lezen. In de Noorse mythologie en bij de oude Teutonen representeerde de es Yggdrasil, bekend als de Wereldboom of Boom van Tijd en Leven. De eerste man zou gemaakt zijn uit een es, de eerste vrouw uit een lijsterbes.
Een van de heksenvoorwerpen is de bezem die traditioneel gemaakt werd door berkentwijgen rond een stevige essentak te binden met behulp van wilgentenen.
De es werd in oude volksgebruiken geassocieerd met water en de heerschappij over de vier elementen: lucht,water,vuur en aarde. 


Magisch gebruik

Een van de belangrijkste eigenschappen van de es is bescherming. In het oude Engeland hing men een essenstaf boven deurposten om kwade geesten te weren. Men strooide essenbladeren in alle vier windrichtingen om het huis en de omgeving te beschermen. Ook maakte men van de groene schors een kousenband die men droeg om tovenaars en fysieke aanvallen op een afstand te houden. De es beschermde ook tegen slangenbeten, want slangen hebben een hekel aan het hout van essen.

De es had de reputatie om wratten te kunnen verwijderen. Men stak een naald in de bast van de es, trok hem er weer uit, prikte hem zachtjes in de wrat en dan terug in de bast, terwijl men zei: "Ashen tree, ashen tree, take this wart of me".
En recept om tijdens een zeereis niet te verdrinken was en is nog steeds het bij zich dragen van een kruis van essentakken. Van essenhout werden ook toverstaven en poppetjes gemaakt die geneeskracht zouden bezitten.

Misschien werkt het nog steeds wanneer je bij ziekte enkele essenbladeren in een bak met water strooit en die onder je bed zet. Je zou kunnen genezen. Het is wel belangrijk dat je de bak met water en bladeren de volgende ochtend weggooit want die hebben de ziekte naar zich toe getrokken. Je kunt deze procedure enkele keren met steeds vers water en nieuwe bladeren herhalen.
Bladeren kunnen ook in kleine zakjes mee gedragen worden ter bescherming tegen ziekte en kwade tover. Door bladeren in je jaszak of tasje bij je te dragen, kun je ook de liefde voor jou bij een leuke man opwekken.
Door met kerstmis essenhout te verbranden, zul je welvaart en welzijn voor je zelf en anderen kunnen bevorderen. Als je wilt dat je nieuw geboren kind een goede zanger wordt, begraaf dan zijn eerste geknipte nageltjes onder een es.
Nieuw geboren baby’s gaf men een theelepel essensap om hen gezond te houden. Kinderen met weke botten legde men bloot in een spleet van de essenbast.
Maar niet alle eigenschappen van de es zijn gewenst. Hij trekt namelijk de bliksem aan. Dus moet je nooit tijdens onweer onder een es schuilen. 


Legenden
Tyrol

Een kleine jongen klom in een grote boom. Van hieruit keek hij naar beneden en zag ineens dat aan de voet van de boom enkele tovenaars stonden. Zij deden iets gruwelijks. Zij sneden namelijk het lichaam van een vrouw in stukken en gooiden die zo hoog lucht in, dat het jongetje een van de stukken op kon vangen. De andere stukken vielen op de grond. Toen de tovenaars ze bij elkaar zochten, misten zij er een. Zij voegden de stukken samen en vervingen het missende deel door een stuk essenhout. De vrouw kwam weer tot leven.
Soms was de es ook een heksenboom in het heksenbos en mensen geloofden dat er een monster in een oude es zou wonen. In de Walpurgisnacht zouden de heksen de bladknoppen van de es eten om hun toverkunsten te versterken. Om ‘Askora’(essenvrouw) tevreden te stellen, moest men op Aswoensdag een offer brengen.
De zaden van de es werden altijd al gebruikt om te voorspellen. Wanneer er zich aan een es geen zaden ontwikkelden, was men ervan overtuigd dat de eigenaar van de boom geen geluk in de liefde zou hebben of dat een toekomstige onderneming mislukken zal.
Een oud Engels versje luidt als volgt:
‘Even-ash, even-ash, I pluck thee,
this night my own true love to see,
neither in his bed nor in the bare,
but in the clothes he does every day wear.,"

Wanneer men een essenblad in de linker schoen van een meisje of vrouw legde, zou zij gauw haar toekomstige echtgenoot ontmoeten.
Een ander Engels versje voorspelt het weer:
‘If the ash leaf appears befor the oak,
then there’ll be a very great soak.
But if the oak comes before the ash,
then expect a very small splash. 

(Vertaling:
 Staat de eik voor de es in’t blad, het zomerweer wordt schoon, niet nat.
Tooit de es zich voor de eik, regenstroom wacht weg en dijk.')



Volgens een legende uit Scandinavië schonk een reus eens een es aan een dorpsgemeenschap. Hij wilde dat de dorpsbewoners de es onder het altaar van de kerk zouden planten. Daarmee wilde hij de kerk vernietigen. Maar de mensen planten de es op een graf waar direct een steekvlam uit omhoog schoot.

Volgens een Saksische legende groeit er op het kerkhof van Nortorf, Holstein, geen es omdat men bang was dat de es iemand zou pakken. Iedere keer wanneer er een es kiemde, werd deze verwijderd door een ridder die op een wit paard reed, terwijl een ridder op een zwart paard probeerde hem tegen te houden. Als de zwarte ridder zou winnen, zou er een es groeien die groot genoeg zou worden om hem onder een paard te binden. Op die manier zou de koning in staat zijn om met zijn leger een veldslag te winnen.

Met dank aan Parva, een bevriend emailer, die mij op deze site attent maakte. 
Bronvermelding: http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/toverboom-es.htm

woensdag 31 december 2008

nieuwjaarswens 2009

vlammen vuur en licht
geven allicht
aan een zwartwit uitzicht
een kleurig inzicht

donderdag 11 december 2008

kaketoe


Tom Turbeau heeft een kaketoe. De vogel kan duidelijk haar ei niet kwijt want voor de tweede keer sinds korte tijd lijdt zij aan een cloaca prolaps. Cloaca, dat vanuit het latijn letterlijk 'riool' betekent, is de opening in het lichaam van sommige dieren waardoor zowel ontlasting, urine en genitale afscheidingen (eieren) worden afgegeven.
Bij een prolaps komt een gedeelte van de darmen door de cloaca naar buiten. Vaak een probleem bij vrouwelijke vogels. Neurologische problemen of legnood zijn doorgaans de oorzaak bij deze verzakking of uitstulping. Als er niet operatief wordt ingegrepen, kan dit tot de dood leiden.
Dat betekent een veroordeling tot de dierenarts.
Vorige week ging hij met het arme beestje naar de dokter. Natuurlijk moeten we blij en dankbaar zijn dat er specialisten voor onze gevederde vrienden bestaan maar je wordt niet vrolijk van wat ze rekenen voor zo'n behandeling. Deze specialist heeft het monopolie op het gebied van vogels hier in Amsterdam, dus kan hij vragen wat hij wil.

Hieronder de gespecificeerde nota van de dierenarts. Kijk even met mij mee:
1 consult papegaai (15 min) 43.60
35 min. operatie 138.50
30 min. assistente 18.00
1 Vicryl hechtmateriaal 13.10    (drie draadjes!)
7 Isofluraan inh. narcose 46.50
1.4 Vibramycine (1ml) injektie 14.43
1 gebr. steriele set instrum 17.70
1 set chir. Hadschoenen 4.20
1 sondevoeding 3.15
0.08 rimadyl injektie 1 ml 9.55
10 ml Baytril 10% 13.75
2 opname vogel 16.00
Totaal:  338.48  euro

Je zult nu maar een arm, eenzaam mens zijn, gelukkig en tevreden met hond, kat en kanariepiet die de lust in je leven zijn. Godzaljebewaren als een van je dieren iets overkomt: ziek worden of een ongeluk krijgen.
Geld heb je niet, laat staan voor de abominabele bedragen die een dierenarts vraagt. Je beestje waar je zoveel om geeft wil je niet laten verkommeren en financiële clementie vanuit een dierenpraktijk bestaat niet. Met je rug tegen de muur dus, naar de bank van lening en de gaarkeuken.
Zolang ik te eten en drinken heb, een dak boven mijn hoofd en een warme kachel, interesseert geld me niet. Mijn prioriteiten liggen doorgaans elders.
Mocht ik echter aspiraties krijgen tot kapitalist word ik in mijn volgend leven beslist dierenarts.

maandag 8 december 2008

de kortste dag van het jaar


Toen ik vandaag bij de Amstel vele kippen zag lopen, werd ik bevangen door nostalgie en dacht met heimwee aan de hoenders van enige jaren geleden. Iedere dag weer een indrukwekkend frivool tafereeltje in eigen tuin totdat een steenmarter er rigoureus een einde aan maakte. Hij had drie van de hennen de halzen opengereten en uitgezogen. Net bezig zijnde met nummer vier kon ik, gealarmeerd door heftig spektakel en gegil in het hok, schijnend met de zaklantaarn, hem op heterdaad betrappen. De andere waren zo in shock, dat het nooit meer is goedgekomen. Als een dief in de nacht was het roofdier het hok ingeslopen en had zo zijn destructieve dracula-achtige daad verricht. Hij zou ieder moment weer kunnen toeslaan, de moordenaar. De lol was er toen voorgoed vanaf.
Wat eraan vooraf ging: 

2003.
Het wordt leeg en kaal in de tuin hoewel het onkruid welig tiert. De brandnetels, balsemien, berenklauw en distels staan manshoog te wuiven in de wind. Het jong ontluikende groen wordt ieder jaar meedogenloos weggepikt door onze tuinbewoonsters. Geen blad blijft onberoerd. Na een ijverig speuren hebben ze het hele landje kaalgegraasd. De laatste Oen die haar naam dankt aan ultiem sullig gedrag was ooit -in haar jonge jaren- een struise brahma met bevederde poten en fraaie donzige onderbroek. Nu strompelt ze vertwijfeld als ma Flodder door het struweel en laat haar staart hangen. Ze eet bijna niet meer, zit in een hoekje, maakt zich niet meer schoon en rouwt om haar net overleden zus. Het is een trieste aanblik. Huize Avondrood heeft haar kleur verloren.
We besluiten enige jonge hennen te adopteren. Vier kuikens halen we bij een kinderboerderij. Zij mogen achterop de fiets. Om een niet nader te verklaren reden denken we dat er misschien wel hanen tussen zouden kunnen zitten. Dat is echter niet te realiseren in een stadstuin gezien hun enthousiaste gekraai. Menig gefrustreerde buur zal zich hierover ergeren, weten wij. Daarom willen we er voor de zekerheid nog twee hennen bij.
Kort daarna op een mooie warme dag gaan we met de bus naar Marken. Mijnheer Peereboom aldaar heeft twee jonge leghorns te koop volgens een advertentie. Op het eerste gezicht vallen we als een blok voor een zwarte met bruine kraag en de andere nemen we er op de koop toe bij. Op de terugweg stinken de twee de doos uit. We hebben sterk de indruk dat ze met visresten zijn gevoerd. Voordeel is dat iedereen in de bus op veilige afstand blijft van enige meters.
Thuis aangekomen laten we de twee Markenaars kennismaken met de andere kippen. Zoals altijd zullen we onze adopten een naam geven. Dit mag echter niet over één nacht ijs gaan omdat de naam iets met het dier zelf te maken moet hebben. Door nauwlettend gadeslaan ontstaat het in de loop der tijd vanzelf.
Inmiddels weten we dat het allemaal hennen zijn. Zes stuks in totaal, niet helemaal de bedoeling. Dat worden heel wat eieren van de zomer.
De Noord-Hollandse blauwe heet Sok daar zij de kleur en structuur van een geitenwollensok heeft.
Dan is er de witte hen -de meest opvallende behalve wanneer er sneeuw ligt- die de kont van de Oen schoon houdt doordat ze alle vastgeplakte en verkleefde veren wegpikt. Daarom noemen wij haar Kappertje. Zij bezorgt onze Oen predikaat Miss World Geriatrie.
De bruine Welsumer Geus genaamd, wegens democratisch en moedig gedrag, is de enige liberaal waar nog menig VVD’er een puntje aan kan zuigen.
De vijftenige grijskleurige Dorking heet Dorrestijn gezien de overeenkomst met onze cabaretier en zijn weemoedige blik. Haar zelfspot, melancholieke kijk op de wereld en schuchter voorkomen vormen de basis van haar bestaan.
Onze favoriet uit Marken, een bastaard Leghorn en iets onbestemds hebben we Peereboom genoemd omdat het de naam is van haar vorige eigenaar. Haar zus de bruine Leghorn heet Holmaat gezien haar schaduwhouding en imitatiegedrag naar Peereboom.
De Oen wordt opperbevelhebber over het grut. Zij is Dame en Meesteres over het stelletje anarchisten dat met moeite binnen de perken blijft. Ze is gewassen en geschoren door het Kappertje, is geheel opgefleurd sinds het kroost rond haar heen rent, eet zich weer barstensvol en ziet eruit alsof ze een facelift heeft gehad. Men behandelt haar met gepaste eerbied en respect. Zij staat bovenaan de hiërarchie.
Peereboom blinkt vanaf de eerste dag uit in buitengewoon gedrag. Een echte autonoom. Ze trekt zich nergens wat van aan en rent je spontaan en onbevangen tegemoet als je naar buiten komt. Bovendien is ze duidelijk intelligenter dan haar medezusters.
Qua slimheid, uitgezonderd het eieren leggen, heb ik niet zo’n hoge pet op van een kip. Na honderden keren realiseren ze zich nóg niet dat ze op een hek moeten springen om ergens te komen en er niet tegenaan. Hardleersheid is hen niet vreemd. Deze Peereboom echter heeft een pientere blik, wikt, beschikt en doet wat ze doen moet. Zij is de enige die tegen zonsondergang voor ons venster komt kijken en met haar snavel tegen het raam tikt: komt er nog wat van, wij willen graan!
Deze week, de kortste dag van het jaar, staan we weer eens de loftrompet te blazen over Peereboom: wat een schitterende ranke kip, wat een prachtige rode kam en lellen, wat een heerlijk eigen-wijs karakter. 
We raken niet uitgepraat over onze lieveling: wat kakelt ze toch alsof ze haar ei niet kwijt kan.   
Maar kippen leggen geen eieren in de winter, dat gebeurt pas in het voorjaar.
Ja, tenzij ze een lamp in het hok hebben om door langer licht de dag te verlengen.
En daarmee zeker de kippenclan besodemieteren.
Nee, dat willen we toch niet. Dan maar volgens het natuurlijke ritme zoals het hoort want er is al zoveel verstoord.
Ineens is Peereboom verdwenen en rent even later plotseling, nu hard kakelend, door de tuin. We kijken in het hok en daar ligt in de hoek een schattig eitje. Uniek te noemen in onze twintigjarige kippengeschiedenis. Het is de kortste dag van het jaar. En onze legster is voorlopig nog niet uitgelegd.

Wat eraan vooraf ging:  de pikorde