donderdag 13 oktober 2011

dwalingen van een dichter



een dolende dichter te dwaalwijk
die gaf met zijn schrijfsels een inkijk
zijn duistere droom
het was een syndroom
van geestrijk en klankrijk en zinrijk

zestig

ben je helemaal zestig
zei ik als eind vijftiger
tegen een eenenzeventigjarige

neen, zei de laatste
ik ben zeventig-plus
dank voor je compliment

ode aan de Baarsjes



oh mooie Baarsjes
met je hondenpoep en kattenpis
fietsen schots en scheef
over stoepen en langs gevels
mij doet manoeuvreren


vrachtwagens lossend en ladend op trottoirs
versperrend de wandelgang
een gillende mercedes
door de straten scheurt 

mij de weg afsnijdt

loszittende straattegels
mij doen struikelen
was mijn tred vroeger
argeloos door de nacht
 

moet nu mijn waakzaam oog
speurend voor en achter
mij behoeden voor de val uit het duister
zomaar uit het niets
mijn mooie Baarsjes

... en  won met 'mijn mooie Baarsjes' in juli 2007 de derde prijs

grafschrift

naden barsten op de muur
waar profeten schreven
helder zonlicht beschijnt
instrumenten van dood

mens verscheurd door
nachtmerries en dromen
zonder lauwerkrans
als stilte schreeuwen verdrinkt

zaden van tijd gezaaid
tussen ijzeren poorten van het lot
water gegeven door handelingen
van hen die weten en gekend zijn

kennis als dodelijke vriend
door ongeschreven regels
lot der mensheid
in handen van dwazen

verwarring zal mijn weelderig
wervelende eenwording zijn
van horror en bovennatuurlijk
gebroken gebarsten weggekropen

als we het maken
kunnen wij rusten en lachen
ik vrees
dat ik morgen zal huilen

(geïnspireerd, vrij vertaald en bewerkt)



woensdag 12 oktober 2011

vier elementen

als aardworm op deez' aardkloot
vermeng ik mij in de materie van het hier en nu

als onweerstaanbaar water
wijst het mij de weg naar het weten

als lichtende lucht
beweeg ik me door de talloze tunnels van het labyrint

als vlammend vuur
versta ik de veelheid van de beperking

zo voel ik het verschil
zo duelleer ik in dualiteit
zo ervaar ik de eenheid
zo neem ik waar

zo existeer ik

(1976)

 

passie

reina claudia
gij zo zoet en sappig
gehuld in groen gewaad

ik verzeker u
met hand op het hart
mijn hoofse liefde

gelouterd
voor heden
en altoos
met edele groet
uw zeer toegenegen
hertog jan

zonnegod

verheven rijdt hij
koninklijke phoebus
in zijn triomfwagen

wapperend met gouden haren
heersend met scepter
regeert hij de wereld

ode aan I

daar waar verlichting is is warmte
daar waar een eenling is is een tweeling

de androgyne verschijning
symbool van samenvoeging der tegenstellingen

moge deze achtendertigste jaardag
38 = 11 = 2
2 de quintessens

wezen van dit jaartal
je veel geluk gezondheid harmonie en wijsheid brengen

in liefde

Es
10 juni 2010

ode aan Q

vandaag vieren we je eerste lustrum
de quint der getallen
om je te laten kennismaken
met de magische microwereld
heb ik een doosje gecreëerd
met spannende dingen
die je onder de loupe kunt nemen

het zal me niet verwonderen
wanneer jij over vijfig jaar
als oma allang onder de groene zoden ligt
dit kistje
wederom te voorschijn tovert
uit een oude doos

in liefde
oma Es
8 juli 2010

dinsdag 11 oktober 2011

ontheemd (1)


vier jaar oud
loop ik op kwade maandagochtend
argeloos aan de hand van moeder
naar het amstelstation

alles grauw en kaal
het vriest
mijn eerste treinreis
naar Zeist

niet wetende waarom word ik
in een koloniehuis gestopt

zeven weken om bij te komen
ik walg van voedsel

mijn stadsneus te bleek
boslucht zou goed zijn voor mij
hebben ze bedacht

mijn moeder onderweg
buitengewoon zwijgzaam

ontheemd (2)


ik ben zuster Bos
hoor ik haar zeggen
ze staat me tegen
op het eerste gezicht

eng mens koude vissenogen
vinnig gezicht lang en mager
in wit uniform gestoken

kapje op het hoofd
haar in een netje
samengebonden tot
een knotje in haar nek

een wrat op haar kin
een paar grote haren
verbouwen haar gezicht
tot heksenmasker

ontheemd (3)

u moet maar meteen gaan
anders is het afscheid zo zwaar
zegt ze met strenge blik
tegen mijn beduusde moeder

verslagen blik
ik zie pijn in haar ogen
haar tranen wegslikkend
prevelt ze dag kind

daar gaat ze
mijn steun en toeverlaat
haar die ik het meest vertrouw
in mijn korte leventje

weg...

het wordt zwart om me heen
ik blijf achter in een gevangenis
van verlatingsangst

waarom gebeurt dit
wat heb ik misdaan 

de boel bij elkaar gegild
geen land met me te bezeilen
word ik meteen in bed gestopt

ontheemd (4)

om bij te komen
zegt Bos
wie niet horen wil
moet maar voelen
is haar motto

ik ben onhandelbaar
niemand kan voelen
wat zich afspeelt
achter die muur van verzet

voel me verschrikkelijk
in de steek gelaten, verraden
eenzaam, verdrietig en verscheurd

kinderen om een lange 
tafel aan de dis
weeë geur door het huis
mijn keel op slot

als frites gesneden
ligt koolraap op mijn bord
mijn vaders aversie
ik hoor hem zeggen
dooie vingertjes

mij staat een ding te doen
het kostelijk voedsel
onder tafel gooien

al gauw wordt duidelijk
wat er gaande is
boosdoener is gauw gevonden
je verrader slaapt niet

ontheemd (5)

zuster Bos dat enge mens
komt met onheilspellend gezicht
dreigend op me af
sleurt me van tafel

lel om de oren
meegesleept naar de keuken
een stuk koolraap
in mijn mond gepropt

straal misselijk kots ik
de inhoud van de dag
over haar net
gestreken uniform

razend is ze
over de knie
met vlakke hand
op blote billen

naar bed want
dat doe je
met stoute kinderen

ziek van ellende
snik ik me in slaap

ontheemd (6)


wandelend door een
eindeloos bos

onhoudbare aandrang
moet poepen, piep ik
wachten tot
we thuis zijn, hoor ik

te zware belasting
ontlast zich
leidster tiert
tien meter vooruit lopen, jij

kinderen lachen me uit
wijzen naar mij
tot in het diepst
van mijn ziel vernederd

weergaloos verlangen
onbeschrijfelijke heimwee
naar huis

volmaakt
troostloze treurigheid