dinsdag 25 februari 2014

Bridge Vaardigheids Bewijs (vragen)

Van Robérto Stravers kreeg ik onderstaand nuttige bridgevaardigheids bewijs toegestuurd -met dank!- 
Een must voor alle bridgers.

Plezierig bridge is alleen mogelijk als de deelnemers op hoffelijke wijze met elkaar omgaan en weten wat hun rechten en plichten zijn.

Als je van de volgende 25 vragen er minstens 19 goed beantwoordt, is jouw bridgevaardigheid voldoende en mag je je als geslaagd beschouwen!

Vraag 1
Je neemt met je partner plaats; jullie tegenstanders zijn er nog niet.
  1. Je mag de kaarten nog niet uit het board halen.
  2. Je mag de kaarten wel uit het board halen en tellen, maar nog niet bekijken.
  3. Je mag de kaarten uit het board halen, tellen en op kleur sorteren.

Vraag 2
Eerste ronde; het spel hebben jullie net geschud. Er wordt rondgepast.
  1. Het spel moet opnieuw worden geschud.
  2. Het spel mag opnieuw worden geschud.
  3. Het spel mag níet opnieuw worden geschud.

Vraag 3
Het bieden is afgelopen; jij bent dummy in een 6SA-contract. Nadat je rechtertegenstander is uitgekomen en jij jouw kaarten hebt opengelegd, ben je bijzonder nieuwsgierig naar wat jouw partner in handen heeft.
  1. Je zult je nieuwsgierigheid moeten bedwingen tot na de 13e slag.
  2. Je mag tot en met de eerste slag achter je partner gaan staan om zijn hand te bekijken, maar tijdens het spel absoluut niets laten merken.
  3. Je mag achter je partner gaan staan t/m de laatste slag, maar je absoluut niet met het spel bemoeien.

Vraag 4
Aan jouw tafel zijn alle spellen gespeeld, maar de ronde is nog niet afgelopen.
  1. Je moet blijven zitten tot de ronde is afgelopen.
  2. Je mag opstaan en meekijken bij een andere tafel, mits dat een andere lijn is met andere spellen.
  3. Je mag opstaan en meekijken bij een andere tafel, mits jij die spellen al hebt gespeeld.

Vraag 5
Je speelde de eerste ronde op de zuidplaats. De volgende ronde speel je met jouw partner weer in de NZ-richting.
  1. Je moet dan weer op de zuidplaats gaan zitten.
  2. Je mag dan zowel noord als zuid gaan zitten.

Vraag 6
De verantwoordelijkheid aan tafel voor de juiste spellen in de juiste richting, ligt:
  1. bij de noordspeler
  2. bij de zuidspeler
  3. bij alle spelers

Vraag 7
Na de laatste pas moeten de biedkaartjes:
  1. meteen worden opgeruimd.
  2. blijven liggen tot wordt uitgekomen
  3. worden opgeruimd zodra duidelijk is dat geen van de spelers ze nog wil bekijken.

Vraag 8
Je past, maar ziet dan dat een aas verscholen zat achter een andere kaart. Je hebt geen 11 maar 15 punten.
  1. Zolang jouw linkertegenstander niet heeft geboden mag je die pas corrigeren.
  2. Zolang jouw partner niet heeft geboden mag je die pas corrigeren.
  3. Je mag in geen enkel geval de pas corrigeren.

Vraag 9
Tijdens de zesde slag kom je tot de ontdekking dat je in de vierde slag hebt verzaakt.
  1. Dat hoor je direct te melden.
  2. Dat hoef je niet te melden, maar dat is wel een beetje onsportief.
  3. Dat hoef je niet te melden, en dat heeft niets te maken met onsportief.

Vraag 10
Na partners 1SA – doublet – bied jij 2 als echt voor de hartens.
Je partner alerteert en legt desgevraagd uit dat jij daarmee lengte schoppen belooft. Jij weet echter zeker dat partner zich vergist; na een doublet is 2 echt
  1. je mag tijdens het bieden niets laten merken van partners verkeerde uitleg.
  2. Je moet de verkeerde uitleg meteen corrigeren.
  3. Je moet – zonder iets te zeggen – opstaan en naar de arbiter stappen.

Vraag 11
Je hebt 20-22 punten met een verdeelde hand en opent 2SA. Partner alerteert en legt desgevraagd uit dat je een zwakke hand belooft met lengte in de beide lage kleuren. Op dat moment realiseer je je dat je deze afspraak even was vergeten.
  1. Je mag niets laten merken van jouw fout.
  2. Je mag niets laten merken van jouw fout, maar moet de vergissing wel melden, meteen na het bieden als je leider of dummy wordt, of meteen na het spelen als je moet tegenspelen.
  3. Je moet deze vergissing meteen melden.

Vraag 12
West gever, niemand kwetsbaar

West Noord Oost Zuid
pas pas 3 4 (belooft lengte in klaveren en harten)

  1. Noord moet het 4-bod alerteren omdat het niets zegt over de geboden ruitenkleur.
  2. Noord moet het 4-bod alerteren vanwege de Hoofdregel van de Alerteerregeling: als je kunt vermoeden dat de tegenstanders een andere betekenis verwachten moet worden gealerteerd.
  3. Noord hoeft het 4-bod niet te alerteren, biedingen boven het 3-niveau hoeven niet te worden gealerteerd.
  4. Noord mág het 4-bod niet alerteren; de Hoofdregel geldt niet boven het 3-niveau.

Vraag 13
Als op een bridgeclub louter voor de gezelligheid wordt gespeeld:
a. corrigeer je een verzaking met elkaar zonder arbitrage te vragen.
b. vraag je alleen arbitrage als je er samen niet uitkomt.
c. vraag je geen arbitrage als een van de tafelgenoten zelf arbiter is.
d. corrigeer je een onregelmatigheid niet zonder arbiter.

Vraag 14
De strekking van de spelregels is in de eerste plaats:
a. om schade door onregelmatigheden te voorkomen of te herstellen.
b. om overtredingen te bestraffen.

Vraag 15
Als jouw partner in jouw ogen een ernstige biedfout heeft gemaakt:
a. vertel je hem dat meteen.
b. vertel je hem dat na afloop van dat spel.
c. vertel je hem dan na afloop van de ronde.
d. vertel je hem dat later, onder vier ogen.

Vraag 16
Als een tegenstander in jouw ogen een ernstige speelfout maakte:
a. zeg je daar niets van.
b. vertel je hem dat na afloop van dat spel.
c. vraag je na afloop van dat spel of je iets mag zeggen over zijn afspel.
d. zeg je alleen na afloop dat je het contract maakte dankzij het tegenspel.

Vraag 17
Je partner komt uit met V. Van een (binnen)serie komen jullie uit met de hoogste honneur. De leider vraagt aan jou naar de boodschap van deze uitkomst. Wat antwoord je als je ziet dat jijzelf B hebt?
a. Van een serie of binnenserie komen we uit met de hoogste honneur.
b. Daar geef ik liever geen antwoord op.
c. In de regel komen we van een serie of binnenserie uit met de hoogste
honneur. Maar daar wordt weleens van afgeweken.
d. Dat staat op onze systeemkaart.

Vraag 18
Je legde uit dat je partner met zijn V-uitkomst B belooft. De leider snijdt daarna over jouw partner op B. Nadat jij deze slag wint met B, zegt de leider tegen jou: ´Ik had jou eerlijker ingeschat.´ Welke reactie op deze beschuldiging is correct?
  1. ´Nog zo´n beschuldiging en we gaan even naar buiten!´
  2. ´Effe dimmen!´
  3. ´In dat geval kunnen we spreken van een misverstand; ik nodig de arbiter uit.´
  4. Zonder iets te zeggen het spel vervolgen.

Vraag 19
West Noord Oost Zuid Zuidhand
1SA doublet 2 4 3 2
pas pas doublet 2 H 9 4 3 2
V 4
7 6 5
Zuids 2-bod was bedoeld als transfer voor de hartenkleur. Noord alerteerde niet en paste, waardoor het er sterk op lijkt dat noord echte ruitens verwacht.
Zuid biedt na oosts tweede doublet zijn hartenkleur. Is dat correct?
a. Ja.
b. Nee.

Vraag 20
Als je rechtertegenstander een sprongbod doet:
a. Moet je tien seconden wachten mits hij het Stopkaartje gebruikte.
b. Mag je bieden zodra hij het Stopkaartje opruimt.
c. Mag je na tien seconden een bieding doen, ook als het Stopkaartje blijft
liggen.
d. Mag je na tien seconden bieden, mits het Stopkaartje dan is opgeruimd

Vraag 21
Dummy noord
A 3 2
Jouw oosthand
B 5 4
De leider speelt uit de hand 10 voor.
  1. Alleen als je ervan overtuigd bent dat jouw partner V of H zal bijspelen, mag jij 4 al vast in jouw hand nemen.
  2. Pas als jouw partner V of H heeft bijgespeeld, mag je 4 alvast in je hand nemen.
  3. Je mag 4 pas in je hand nemen nadat de leider een kaart van dummy heeft gespeeld.

Vraag 22
Artikel 74 gaat over optreden en fatsoen. In dat artikel staan verschillende gedragsregels voor de spelers, waaronder:
  1. zijn eerlijke mening geven in correct Nederlands en op beschaafde toon.
  2. voorkomen dat ergernis of verlegenheid ontstaat bij zijn tafelgenoten.
  3. op vriendelijke wijze vertellen op welke wijze zijn tafelgenoten het nóg beter hadden kunnen doen.
  4. een felle woordenwisseling tussen twee tegenstanders respecteren.
Vraag 23
Jouw rechtertegenstander opent 2; je linkertegenstander alerteert en legt desgevraagd uit dat dat Multi is. Jij weet wat dat betekent, maar ook dat jouw partner dat niet weet. Om die reden vraag je wat de Multi precies inhoudt.
a. Dat mag je doen.
b. Dat mag je niet doen.

Vraag 24
Je hebt met jouw partner de afspraak gemaakt dat jullie 3-openingen in een kleur een zwakke hand beloven met lengte in de aangrenzende hogere kleur. Zo belooft een 3-opening 6-9 punten en een 7-kaart harten.
  1. Deze afspraak moet je voor aanvang van elke ronde melden aan de nieuwe tegenstanders, het pré alert..
  2. Deze afspraak moet op jullie systeemkaart staan.
  3. Deze afspraak moet je alerteren.
  4. Zowel het pré alert, melding op de systeemkaart als alerteren is verplicht.
Vraag 25
Als je wilt stoppen met je vaste bridgepartner:
a. is hij de eerste die dat hoort.
b. vertel je dat nadat je een volgende partner hebt gevonden.
c. vertel je dat na afloop van de competitie.


Op de volgende pagina vind je de antwoorden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen