donderdag 8 oktober 2009

paddestoelen

Vandaag zijn de paddestoelen bij mij in de tuin in grote getale uit de grond geschoten. Wie kan mij vertellen hoe deze paddestoelen heten. Blijft de hamvraag overeind: zijn ze eetbaar.
Ik heb ze met verschillende lichtval gefotografeerd. Ze voelen op de kop wat slijmerig aan.
Laat de deskundige(n) volgaarne opstaan.
















dinsdag 29 september 2009

Koekoek



Vier jaar geleden ontmoette ik schrijver en filmmaker Hans Koekoek op het Boekenbal voor Vrije -en Eigenzinnige- Schrijvers. Dit Boekenbal werd georganiseerd door Boekenmaker waar je je boek in eigen beheer kunt uitgeven en zo je wil directeur van je eigen uitgeverij worden. 
Buiten zang en dans was er gelegenheid om infostands over schrijven te bezoeken en een aantal auteurs droegen voor uit eigen werk.
Koekoek heeft ruim dertig boeken op zijn naam staan waarvan menig verhaal hilarisch, bizar en absurdistisch. Hij en ik wisselden elkaar onze boeken uit. Dit historisch moment werd fotografisch vastgelegd.
In 2006 was ik getuige van een van Koekoeks spectaculair jaarlijks cultureel geslaagde avondjes in Hilversum met velerlei optreden van schrijvers, dichters en musici. Ook was er een mentalist die illusionair en suggestief theater liet zien.  
Door de tijd heen onderhielden we zo nu en dan een goed-aardig vilein gevatte emailcorrespondentie dat resulteerde afgelopen zondag tot een voordracht bij Eijlders. Het dichtseizoen was daar weer begonnen. Ik zou Koekoek introduceren bij Ronald Offerman en hij zou een stukje proza weergeven. 

Als ik Eijlders binnenstap zit Koekoek al aan tafel. Hij heeft een Kennisje meegenomen dat, naar eigen zeggen, dolle herinneringen heeft aan Eijlders en ook zij wil graag getuige zijn van de dichtmiddag. 
Mijn plek is steevast achterin de kroeg op een van de verhogingen. Zo kan ik alles goed overzien met dekking in de rug. 
Ik strompel het trappetje op met Koekoek -zonder Kennis- in het kielzog. We hijsen ons het podium op. Een rondje dichters is voorbij en het is even pauze. 
Kennis wordt gesommeerd ook boven plaats te nemen maar blijft liever zitten waar gezeten wordt. Dit met oog op foto's die straks gemaakt moeten worden. 
De volgende ronde zijn wij aan de beurt: ik ben nummer vier en hij vijf. Altijd aangenaam op voorhand te weten, dan kun je je even instellen op de dingen die komen gaan. 
Eijlders thema van deze maand gaat over eten. Ik heb een oud gedicht uit de kast getrokken en enigszins bewerkt voor deze keer. Het is mijn ode aan een haring
Dan vertelt Koekoek een kort geestig verhaal over een pastoor. Sowieso krijg ik de indruk dat geloof en ongeloof heden ten dage zijn stokpaardjes zijn, gezien zijn boek: Ongelovige verhalen. In deze bundel heeft hij zijn tegendraadse religieuze verhalen bijeengebracht. 
Kennis knipt foto's maar wordt achteraf ernstig berispt over het feit dat, ondanks zijn instructies, de foto's uit een verkeerde hoek zijn gemaakt. Aan de horizontale shot is niet gedacht, het publiek is onzichtbaar maar natuurlijk kun je nooit technisch tippen aan iemand die filmmaker is. 
Gebrom alom.
Dan drinken we nog een wijntje en wordt het tijd om huiswaarts te gaan.
En hoe vond Koekoek de middag/avond, wordt hem bij het afscheid gevraagd. 
Hij had toch wel een wat dichterlijk hoger niveau verwacht. 
Tja, het is natuurlijk wel zo dat iedereen bij Eijlders, zonder enige selectie, mag voordragen. Maar dat is wellicht Eijlders charme: laagdrempelig.
Koekoek en Kennis stappen op. Dan hoor ik een kreet en zie verschrikte gezichten. Koekoek is zijn tasje met fototoestel kwijt dat op tafel heeft gestaan. Er wordt overal gezocht. 
Gestolen? 
Er wordt bij Eijlders nooit gestolen, hoor ik organisatoren van de dichtmiddag annex stamgasten roepen.
De grote tas wordt diverse keren op z'n kop gezet maar... geen tasje en al helemaal geen fototoestel. 
Dit is natuurlijk geen leuk Mokums grapje meer. 
Ben je een keer in Sodom en Gomorra, raakt je camera ook nog spoorloos.   
Totdat Kennis triomfantelijk met tasje en inhoud aan komt zetten. Iedereen blij en opgelucht behalve Koekoek die nog na-bozig uithaalt naar Kennis over vermeende slordigheid want het vermaledijde tasje met toestel lag uiteindelijk onder, in plaats van op, tafel waar Koekoek aanvankelijk heeft gezeten.  
Hij zou wel blij en dankbaar mogen zijn omdat ik het gevonden heb, hoor ik Kennis prevelen. 
Het waren aangename uurtjes.

Finis coronat opus.







donderdag 3 september 2009

grijze golf

De Gemeente Amsterdam heeft het beste met zijn inwoners voor. Ontvang je een uitkering, behoor je tot de minima of heb je de leeftijd van 65 jaar bereikt dan kom je voor de stadspas in aanmerking. De stadspas geeft kortingen op culturele, sportieve en educatieve attracties en activiteiten. Met de stadspasbon krijg je, net als vroeger bij De Gruyter, extra snoepjes -reductie- van de maand waaronder in augustus een uur met de Pannenkoekenboot.
Kost het normaliter vijftien euro voor een volwassene, nu slechts drie, enne... zoveel pannenkoeken eten tot je er dood bij neer valt.
Dat is letterlijk en figuurlijk even smikkelen en smullen voor onze stadspasgebruiker.
Kleinzoon is allang beloofd om eens gezellig met grootouwelui een vaartochtje over het IJ te maken. Vorige week was het dan eindelijk zover. Om half vijf zou de afvaart geschieden en om kwart over vier zal de poort naar de boot worden geopend.
Niet wetende dat de hele grijze golf is uitgerukt met dezelfde gedachte, zien we daar voor de hekken de oudjes met stadspas in de hand staan dringen. Met zachte drang wordt onze medemens in de herfst van zijn leven door de bemanning vriendelijk verzocht wat afstand te nemen.
Ik sta er geamuseerd bij en kijk ernaar. Collectieve zelfspot slaat toe. Wat bezielen ze toch om altijd weer die ellebogen te gebruiken en zich, zelfs op deze leeftijd, als eerste door een deur te persen. Temeer daar de plaatsen gereserveerd zijn dus ze niet bang hoeven te zijn om over de reling te hangen.
Eindelijk wanneer alle ouders en grootouders met (klein)kinderen op hun plaats zitten en de boot vertrekt, kan het eetfestijn beginnen.
De bemanning, door ervaring wijs geworden, legt door de microfoon uit dat we per tafel worden uitgenodigd om een pannenkoek te halen met spek, kaas of naturel en verder is er een zelfbedieningstafel met allerlei lekkernijen. Dat is maar goed ook want in gedachte zie ik de massa douwen, persen, porren, stoten, een zet geven om als eerste de grootste pannenkoek te bemachtigen.
We krijgen een plaats aangewezen naast de zelfbedieningstafel, eerste rang dus. Zo kan ik het ene moment een blik naar buiten werpen om het IJ voor de zoveelste keer te bewonderen en de andere maal heb ik een riant uitzicht over de mensheid die zich na een haastige eerste ronde tegoed doet aan een volgende pannenkoek.
Nu ben ik van huisuit een kleine eter en vruchten uit blik kan ik sowieso al niet uitstaan vanwege het zoetige geleigehalte.
Ik zie deze en gene de spekpannenkoek, grijp en graai, beleggen met de ene lekkernij na de andere. Laat ik duidelijk zijn: Eerst een laag hagelslag, dan de brie, daarbovenop vijf plakken salami en ham en dan nog eens de perziken uit blik, overdekt met een lepel stroop.
Men is uitgehongerd. Met het bord torenhoog beladen, waggelt men naar zijn plaats.
Dan wordt de ballenbak geopend, het speelparadijs voor kinderen. Ze stormen massaal naar het vooronder. Menig kleinkind gaat met opa of oma aan de hand de ballenbak in. Wel schoenen uit. Het is daar dolle pret.
Het uur vliegt voorbij. Wat hebben we genoten en kleinzoon heeft er weer een dierbare herinnering bij.

vrijdag 28 augustus 2009

ferme jongens stoere knapen

Gingen we ooit als ferme jongens stoere knapen op de fiets door weer en wind, nu zie je bijna alle vaders en moeders met hun kroost met helmpjes op en in bakfietsen gepropt door de stad trekken.
Het zal je toch gebeuren dat veel van deze schatjes zelf actie zouden moeten ondernemen en kou vatten. Een zeiltje erover heen want ze kunnen weleens natregenen. Een ramp, dat bakfietsengebeuren en een grote ergernis. In de volle breedte worden ze op de stoep geparkeerd zodat de voetganger nauwelijks doorgang vindt. Mobiel bellend zit moeder op zo'n fiets, let niet op het verkeer en zwenkt naar links. Dan passeert een auto die haar en de vier kinderen schept. Het hele gezin ligt op straat. 
Gingen we ooit op ons negentiende of twintigste de deur uit, menig ouderpaar zit heden nog steeds opgescheept met de allang volwassen zoon of dochter. Ze zijn me daar gek om op eigen benen te staan. Moeders pappot is wel zo gemakkelijk: aanschuiven, verzorgd worden en potverteren. Levenslang in de watten leggen of liever gezegd liefdevol doodknuffelen.
Collectief zie je niets anders. Onder het mom van alles onder controle wordt er zo langzamerhand een angstcultuur gekweekt in ons eens zo nuchtere Nederlandje. Nuanceren en relativeren is er nagenoeg niet meer bij. Het beste te illustreren met het zogenaamde noodweer van vorige week. Donder en bliksem werden voorspeld. In mijn eigen kringen werden twee afspraken afgezegd. 'Noodweer zou kunnen toeslaan onderweg', werd ons met waarschuwend opgeheven vingertje toegeroepen. Op de radio hoorde ik de volgende dag een opname van een dame die door de luidspreker schalde: wil iedereen zo spoedig mogelijk strand en zee verlaten want er is noodweer op komst. Er waren diezelfde dag in mijn contreien drie druppels regen gevallen.
Zo komt de regering, alias Pleegzuster Bloedwijn, met haar goedbedoelde adviezen.
Betutteling alom. Nog even en niemand kan meer eigen initiatief ontwikkelen of nemen. Het wordt ons ingefluisterd, wat heet: gedicteerd, door Hogerhand.
Eigen verantwoordelijkheid wordt op voorhand reeds in de kiem gesmoord. Ongeveer een half jaar geleden werd ons de Mexicaanse griep beloofd. Het zou wereldwijd een pandemie worden, achteraf niet veel erger dan een gewoon griepje. Tallozen zouden getroffen worden en het moeten bekopen met de dood. Magere Hein zou op vele deuren kloppen. Voor kapitalen is er geïnvesteerd in tamiflu, zodanig dat er weer een gat in de zorgverzekeringskas zit en onze premies volgend jaar wederom vrolijk met tien euro per maand verhoogd worden.

donderdag 20 augustus 2009

P.C.


Noodgedwongen rij ik vanmiddag door de P.C. Hooftstraat en omstreken. Centrum van chique- en klatergoud-Amsterdam, in de plebs- en elitemond P.C. genoemd. Hier verkeert het episch centrum van Masserati, Ferrari, Alfa Romeo, Porsche, Lamborghini.
Tweede wagen in het poepchique gezin, speciaal voor moeder de vrouw, is een Hummer of SUV. Dit soort Range Rover, bedoeld als terreinwagen, scheurt, de waanzin ten top, met hoge snelheid door de stad, met name door de P.C.Hooft.
Je treft hier evenzo flanerende en winkelende dames aan op zoek naar het meest trendy japonnetje van de dag, om morgen voor eeuwig vergeten in de kast te laten hangen. Zo zie je keurige heren, net in het pak en ruim besprenkeld met de meest decadente geuren aftershave. Het is warm, enigszins broeierig.
Vanmiddag treft mij daar een vreselijke rioollucht, liever stank genoemd, alsof er een bus peuters met poepbroeken is uitgelaten.
P.C. wordt voor mij W.C.: Walgelijk Closet.
De kouwe kak ruikt echter niets vanwege riant geparfumeerde zelfbesprenkeling.
Zwoegend en zwetend gaat het leven verder obsessief op zoek naar het volgende merkkledingvermaak van couturier X.

maandag 17 augustus 2009

Taal is zeg maar echt mijn ding


Van de cover:
... Paulien Cornelisse schrijft over taal. Niet over hoe het zou moeten, of hoe verschrikkelijk het is dat er mensen zijn die 'groter als mij' zeggen. Nee. Het gaat over taal zoals die op dit moment gesproken wordt. Dat is soms walgelijk, en soms aandoenlijk. Wat volgens Paulien Cornelisse in ieder geval vaststaat, is dat mensen bíjna nóóit zeggen wat ze bedoelen. ('Als ik even heel eerlijk ben' lijkt de opmaat tot vriendelijk commentaar, maar is meestal de inleiding tot keiharde kritiek onder de gordel).
Veel mensen vinden dat wij ons vooral door het gebruik van taal onderscheiden van de wilde beesten. Paulien Cornelisse ziet taal niet als een teken van civilisatie, maar meer als een voortzetting van omgangsvormen uit de oertijd. We zijn nog steeds bezig elkaar te vlooien en tegen elkaar te gillen, alleen doen we dat nu op een veel ingewikkelder manier. Je hebt ook mensen die niet willen toegeven dat de discussie inmiddels een ruzie aan het worden is. Die zeggen bijvoorbeeld: 'Grappig dat je dat zegt,' terwijl het helemaal niet grappig is...

Met veel plezier en enigszins leedvermaak gelezen. Een boek naar mijn hart waar ik veel over zou kunnen zeggen maar dat doe ik niet gezien het aantal huidige recensies.
Voor een ieder die maar enigszins geïnteresseerd is in de NEDERLANDSE TAAL raad ik aan: lezen.

auteur: Paulien Cornelisse
Taal is zeg maar echt mijn ding
uitgeverij: Atlas Contact
april 2009

woensdag 15 juli 2009

ode aan onze iconen


Toen ik afgelopen zaterdag vernam dat Simon Vinkenoog stervende was, flitste het door mij heen dat precies acht jaar geleden monumentje en rocker Herman Brood van het dak af was gesprongen, de dood tegemoet. Hoe ik zo goed weet dat dat op 11 juli plaatsvond, komt doordat een mij geliefd familielid op die dag jarig is.
Bij overlijden komen weer herinneringen boven van vroeger zoals in de jaren zestig in café de Westertoren op de Prinsengracht, inmiddels ook verleden tijd, lees: elegie voor café de Westertoren waar Vinkenoog en eveneens Johnny van Doorn (the Selfkicker) vaak onder invloed van drank en drugs hun voordrachten ten toon spreidden en ook Bart Huges, de man die een gaatje in zijn hoofd boorde om zijn bewustzijn te verruimen, regelmatig zijn neus liet zien.
Evenzo in de zeventiger jaren, wanneer we met een aantal dichters, schrijvers, filosofen borrelden in literair café Miller in de Binnen Bantammerstraat.
Dichter en spraakwaterval Vinkenoog had doorgaans het hoogste woord. In de jaren zeventig/tachtig was ik geabonneerd op de tweemaandelijkse Kroniek van onze beschaving: Bres, met artikels over (oosterse)filosofie, spiritualiteit, esoterie, tantrisme en zenboeddhisme. Daar schreef Vinkenoog jarenlang zijn rubriek Wereld in Beweging.
Het stemt mij enigszins weemoedig wanneer een icoon onze wereld verlaat. Zeker wanneer dit het fenomeen mens betreft dat niet slechts orakelt over vrijheid en authenticiteit maar het ook laat zien door op zijn eigen gedreven wijze aanwezig te zijn en te leven in een hier en nu waar morgen niet bestaat.

Verwijzingen naar autobiografische verhalen die zich afspelen in de zestiger jaren, waarvan de hoofdrolspelers inmiddels zijn overleden:

vrijdag 3 juli 2009

kersenboom


Ik heb reeds twee jaar een kersenboom in mijn tuin. Dit jaar draagt hij voor het eerst vrucht. Dat wil zeggen, ik telde in totaal 21 kersen.
Eergisteren zag het ernaar uit dat er drie kersen geoogst konden worden. Wat een euforie. Ze smaakten sappig, zoet en knapperig. In een woord verrukkelijk. De andere waren nog niet geheel op kleur.
Tot vandaag. Deze ochtend, genietend van de koelte in mijn souterrain en daardoor laat uit mijn bed komend, ben ik van plan om het restant te plukken.
Ik maak een kop koffie om bij te komen van de nacht. Glunderend kijk ik naar de kersenboom. Opeens zie ik iets zwarts voorbijfladderen dat neerstrijkt in mijn boom. Ik kijk goed, nu ineens volkomen wakker en alert en zie dat een merel druk bezig is z'n maag te vullen.
Nu hebben alle vogels al m'n bessenboom geplunderd, wat ik niet erg vind, maar deze brutaliteit...
Ik schuifel de tuin in, betrap de merel op heterdaad en kan hem bijna aanraken, zo driftig is hij met de kers in de weer. Ik zie dat er vele aangevreten zijn maar wat nog erger is, er hangen er geen 21 minus drie meer. Verdomd, ze zijn me een slag voor. Er zit al een flink gat in m'n opbrengst. Onmiddellijk pak ik een bakje en ben blij dat ik er nog negen kan redden. Inmiddels zie ik dat een merel een kers tussen z'n snavel heeft en kwetterend z'n jong ermee voedert.
Rovers, dieventuig. In de gevangenis ermee of op z'n minst nestarrest of een enkelbandje.

dinsdag 30 juni 2009

donderdag 28 mei 2009

donderdag 21 mei 2009

schubertiade

Afgelopen zondag was het weer dichtersmiddag bij Eijlders. Het lag allang in de lijn der verwachtingen dat ik met een van de dichters een Schubertvoordracht zou doen. De afsluiting van het dichtseizoen leek ons een geschikt moment.
Van tevoren hadden Jan Willem van Hamel en ik enigszins geoefend en besloten drie of vier liederen ten gehore te brengen.

Schubertiades zitten er bij mij ingeramd. Toen ik vier jaar oud was, leerde mijn vader me noten lezen. Ik was eerder met het notenschrift bekend dan met het alfabet. Kort daarop kreeg ik pianoles en op mijn zevende begeleidde ik mijn vader met Schubert, Mozart en allerlei klassiekers.
Noot voor noot maakten we ons de muziek vanaf het blad eigen. Van een opnameapparaat, bandrecorder of tapedeck hadden we nog nooit gehoord. Het was verbazingwekkend, me veel later realiserend, dat het hele repertoire er zo goed op maat en ritme inzat.
Mijn vader had voor mij een carrière in petto als concertpianiste of pianolerares. Naar het conservatorium zou ik gaan.
Iedere dag moest en zou ik een uur toonladders en etudes oefenen en na het avondeten werd mij min of meer bevolen aan de piano plaats te nemen om mijn vader met zijn sonore basbariton te begeleiden.
De piano stond bij ons thuis voor het raam en likkebaardend zag ik tijdens het spel mijn vriendjes op straat ravotten. Wat wilde ik daar graag bijzijn. Een corrigerende tik van mijn vader tegen mijn paardenstaart bracht mij weer bij de les en -schijnbaar- aandachtig volgde ik via het klavier zijn gezang.
Concertpianiste ben ik echter nooit geworden en pianospelen doe ik tegenwoordig sowieso niet zoveel behalve op verjaardagen. Met mijn familie rond de vleugel geschaard, kwelen we het repertoire van vroeger.

Bijzonder is dat je het pianospel nooit verleert. Net zoals fietsen en zwemmen. Een paar keer oefenen en het zit weer in de vingers.
J.W. en ik hadden afgesproken samen een eigen invulling te geven aan Schubert. We zouden het min of meer aan 'het toeval' overlaten.
Het eerste nummer vol weemoed en melancholie: 'Ihr Bild' uit 'Schwanengesang' tekst Heinrich Heine, zong en begeleidde ikzelf. Het lied eindigt in een tragedie: ...Auch meinen Thrähnen flossen mir von den Wangen herab. Und ach ich kann es nicht glauben dass ich dich verloren hab...
Na de dood van mijn vader kon ik de laatste regel niet meer met droge ogen uitzingen. Later, tijdens een onstuimige liefdesrelatie heb ik ooit samen met mijn uitverkorene de laatste zin veranderd in: ...Und ach ich kann es nicht glauben dass ich dich gefunden hab...
Vervolgens vertolkten we gezamenlijk 'der Tod und das Mädchen' uit 'Ausgewählte Lieder'.
J.W. zong 'Ungeduld' uit 'Die schöne Müllerin' -tekst Wilhelm Müller- met een geweldig elan. Bij het refrein:... Dein ist mein Herz, dein ist mein Herz, und soll es ewig ewig bleiben... nodigde hij het publiek uit om mee te zingen. Het was hilarisch, iedereen in de kroeg jubelde en juichte mee.
Tot slot 'Gute Nacht' uit de 'Winterreise' -evenzo tekst Wilhelm Müller-. We zouden kijken of het er van kwam en wisten dat er wat dissonanten inzaten maar die werden door J.W. slim en op eigen wijze ludiek opgevangen door improviserend ter plekke en tussen de bedrijven door Nederlandse tekst in te voegen. Het was een geweldige performance.

Prettig was de informele sfeer. Tekst kwijt of valse noot maakte niets uit. Iedereen was laaiend enthousiast. Zeker voor herhaling vatbaar. In september begint het dichtseizoen weer bij Eijlders.