dinsdag 5 februari 2008

mond en klauwzeer

Als ik ‘s morgens wakker word overvalt me vaak een heftig verlangen. Vooral als ik de vorige avond te diep in het glaasje heb gekeken en met een kater ontwaak, kan dit lustgevoel extreme proporties aannemen.
Een bepaalde gedrevenheid maakt zich dan van mij meester. Op de automatische piloot verman ik me tot de primaire plichtplegingen: opstaan, koffiedrinken , douchen en aankleden. De focus is ingedaald en vernietigt alles wat zou kunnen beletten mij van het grote gebeuren af te houden.
Eindelijk dan, het is zover. Excessief monter stappen we, als de koninGin zelve, voorwaarts bijna recht op ons doel af: de Kakerssteeg. Onderweg schieten mij actuele fragmenten door het hoofd: de blaren op bek en been van het beest, oftewel het koteletje besmet door mond en klauwzeer. Het biefstukje van het mestkalf met of zonder BSE, mevrouw?
Zalm en paling uit de kweekvijver volgestouwd met geur- en kleurstoffen en vergeven met antibiotica. Het zal me niet verbazen wanneer het vleesschandaal van nu het vismonster-equivalent van morgen zal zijn en de soja allang geen soja meer is vanwege zijn genetische manipulatie.
Dus daarom nog meer mijn tred versneld naar de Kakerssteeg.
Van verre glimlachen ze me al tegemoet. Ik ben een inmiddels welgeziene gast en door de jaren heen weten ze precies wat ik bedoel: Een stevige aan de staart, zonder uitjes, zonder zuur.
Neen, geen smaakbedervers op mijn hartelap.Ter plekke schoonmaken en wel te verstaan door diegene die al aan het schoonmaken is. De ander rekent af. Je moet er niet aan denken dat de ander met z’n smerige geldhanden aan jou zo maagdelijke haring komt, mijmer ik voort zonder al té smetvreesachtig te lijken. Daarom wordt er naar een adres gezocht waar deze combinatie in perfecte harmonie geschiedt. Per slot van rekening weet de haring van esthetische wanten aldus geen vieze vingers aan zo’n gevoelig haringlijfje.
Bij geen voedsel loopt het water me zo door de mond als bij een haring.
Treiterig gaan er minstens drie kostbare minuten filerend voorbij, het lijken wel uren. En dan is het moment aangebroken: het proeven, het smaken, het keuren en het genieten van de vis. Ik zal er verder geen woord aan verspillen. Sterker nog, woorden tekort. Alles wat ik hier aan toe zou voegen zou als geëxalteerd of euforisch overkomen. Niets is zó vreugdevol als dát moment: een ware catharsis van smaak. Ik voel me weer mens en denk: vis moet zwemmen. De gedachte heeft zich vastgezet in de volgende handel en wandel.
De kroeg

gedicht: ode aan een haring

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen