maandag 10 december 2007

steigers

Ik was die nacht laat naar bed gegaan. Het was eigenlijk al tegen de ochtend dat ik m'n ogen sloot. Het ontwaken zou laat in de ochtend plaatsvinden. Althans, dat dacht ik.
Ik word met grof geweld gewekt door het geluid van kletterende metalen buizen en schreeuwende mannen. Mijn wekker staat op zeven uur. Het huis van de buren moet van nieuwe raamkozijnen worden voorzien. Godverju, pas twee uur geslapen. Ik draai me op m'n andere zij, mijn hoofd onder de dekens. Het lijkt wel of die herrie nog luider wordt. De beweegreden zal zijn: wij voor dag en dauw op, jullie ook vroeg wakker, denk ik rancuneus. Mijn irritatie groeit met de minuut en ik krijg de neiging die lui een emmer water over hun kop te gooien. Door m'n ergernis kan ik nu helemaal niet meer slapen. Als het half negen is, is de klus geklaard en gaan de steigerbouwers weg. Eindelijk kan ik me dan in de armen van Morpheus vlijen. Ik slaap de slaap der schonen en verdomd...  het huis aan de overkant dat net z'n onderhoudsbeurt heeft gehad wordt ontsteigerd. Weer datzelfde rotlawaai. De buizen worden gewoon op straat gekletterd. Die dag is er van slapen niets meer gekomen en m'n goeie humeur is met de noorderzon vertrokken.
De volgende ochtend, acht uur, tijd voor de slopers van de kozijnen. Dat scheelt in ieder geval één uur met gisteren. Nog moe van de dag ervoor ben ik bijtijds naar bed gegaan. Toch blijf ik nog even liggen maar dreun zowat m'n bed uit. Van ellende sta ik maar weer op. Tot tien uur een getimmer van jewelste en daarna is het stil.
In de gauwigheid hebben ze een uitzichtverpestende ecobox voor m'n raam gezet. Zodra ik uit m'n venster kijk is het: zicht poepdoos.
Er volgen twee dagen van noeste arbeid. De hele stellage staat in de volle breedte op het trottoir. Indien je je heel smal maakt zou je er nog net langs kunnen maar dat wordt verhinderd door een witrood plastic lintje dat aan de leuning van mijn portiek is geknoopt zodat de uitgang wordt belemmerd tenzij ik me buk of eroverheen stap. De eerste keer ruk ik het lintje van de leuning en haal m'n hand eraan open. Als ik thuiskom zit het kreng alweer om de leuning geknoopt. Geen werkman te bekennen. Ik pak de schaar en knip nijdig het lintje door en voel me de koningin zelve.
Dit herhaalt zich nog gedurende de twee volgende dagen om de haverklap. Tegelijkertijd vraag ik me af of ze nou echt zo achterlijk zijn of doen alsof.
De grote stilte. Tien dagen geen arbeider te bekennen. Er ligt een ravage van houtschilfers, gebladderde verf en splinters glas voor m'n deur. Van aanvegen en opruimen hebben ze nog nooit gehoord. De steiger nutteloos in al zijn glorie op de stoep. Dan komt het grote tumult in kwadraat terug, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, getimmer, mechanisch gejank en gedreun. Zelfs in het weekend gaat het door. Uiteindelijk heb ik ze duidelijk kunnen maken dat ze het lintje ergens anders aan moeten knopen. Met een blik van: die is gek, willigen ze m'n commandoverzoek in.
Het einde is voorlopig nog niet in zicht, dus kan ik nog even lekker doorzeuren...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen