donderdag 16 april 2009

verrijzenis


Opa Olivier was geen verliezer. Hij had zijn leven gestreden voor God, Volk en Vaderland. De strijd tussen recht en onrecht was zijn stokpaardje.
Ik jaag farizeeërs, schriftgeleerden en huichelaars mijn tempel uit, was zijn veel gehoord adagium. Daarmee gaf hij te kennen: wees oprecht, draai er niet omheen.
Hij had een hekel aan schijnheiligheid en haatte hoogmoed en arrogantie. Was hij het slachtoffer van zijn hoge leeftijd geworden waar werkelijkheid en verbeelding door elkaar heenliepen of was hij een ziener?
Opa Olivier liep doorgaans op een schoen en een slof. Hij was de held van Huize Sint Petrus. Hij had de respectabele leeftijd van 105 bereikt en had als oudste bewoner privileges verworven. Opa Olivier waande zich het eeuwige leven en zag zich als Gods Zoon.
Afgelopen goede vrijdag ging ik naar het bejaardentehuis. Daar zat opa Olivier met de doornenkroon op zijn hoofd, Christus Zelf te wezen. Hij had twaalf oude mannen om zich heen verzameld.
Aangenaam, de bende van twaalf mijn apostelen, zei hij met enige stemverheffing. Hij stond erop om die middag aan het kruis genageld te worden. Dan zou hij als lam Gods de zonde van de wereld wegwassen, had hij gepreveld. De mensheid zou zonder gewin of verlies voortgang maken. Als hij zou overlijden, moest men hem in doeken wikkelen en zou zijn begrafenis in aanwezigheid van zijn engelen -de bejaarden- moeten plaatsvinden, had hij verder gemompeld.
Alles in het juiste midden, opa? vroeg ik.
Alle hens aan dek, fluisterde opa Olivier die bijna verdronk in de oceaan van het  leven.
Tot ziens bij de wederopstanding, waren zijn laatste woorden.
Met Pasen is hij ten hemel gestegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten