maandag 31 december 2007

inspirerend 2008

                                                                  deze nieuwjaarswens
                                                           geeft aan een zwartwit uitzicht
                                                                     een helder inzicht


dinsdag 25 december 2007

ode aan Jorge de la Piedra

zondag is geschied
in de tweede uitleg
jorge op de kerstdrive als tweede uit de bus
en dat "zomaar" voor de vuist weg

naar eigen zeggen
het was geen grote kunst
een stel bridgedebielen
als tegenpartij heel wat geklunsd

bijna vier jaar zijn eraan voorafgegaan
we bridgeden aanvankelijk tesaam
dat liep uit op een onenigheid
en was bepaald niet aangenaam

we kozen voor een andere partner
gingen vreemd op bridgegebied
met wederzijds genoegen
en niet voor ons verdriet

vandaag spelen we samen
jij de dealer, niet kwetsbaar, van dit spel
laat je niet aftroeven door Rein
die biedt torenhoog, dat weet je wel

die toren is inhoudelijk wat waard
crème de la crème van het zuiverste soort
kwaliteit meneertje
zoals het behoort

de feestelijke verlichting
komt je wellicht goed te pas
Jacob ontdekte een nieuw speeltje
was daar flink mee in zijn sas

hij vernielde de lampjes
een voldongen feit
welaan, dan wordt het nu tijd
voor onze copieuze kerstmaaltijd

... en nog vele vrederijke jaren
kerst 2007

woensdag 12 december 2007

Maloe Melo

 
  
Onlangs ging ik op een donderdagavond weer eens naar Maloe Melo, mijn favoriete bluescafé, waar ik heel wat voetstappen heb liggen. 
Bij binnenkomst lacht Jur, de man achter de bar met een altijd bungelende sigaar tussen de lippen, me tegemoet. Het is de avond van de jamsession. 
Gelukkig voor mij, maar ik denk niet voor de band en de bar, zijn er niet veel mensen. Vaak krijg ik last van een lichte claustrofobie als het zo gigantisch druk is en er een adembenemende blauwe rookwalm hangt.
De bassist, annex zanger, valt me onmiddellijk op door z'n sterke gitaarspel. Na wat speurwerk op internet weet ik dat het om Otis Hornesby gaat. 
Wat me een prettig gevoel geeft, is dat de sologitarist een jonge jongen is. Het doet me deugd als ik onze jeugd met de blues in de weer zie. Bovendien speelt hij zeker niet onverdienstelijk. Zijn houding laat wat te wensen over. Wellicht wat meer vuur?
De slaggitarist valt ook al bij me in de smaak en brengt een aardig gitaarspel ten gehore. 
Je ziet en hoort het onmiddellijk wanneer de muzikanten goed kunnen luisteren naar elkaar. Dan pas is er werkelijke harmonie en raakt men goed op elkaar ingespeeld. 
De (muziek)egotrippers onder ons vallen op door hun eigen liederlijke gangetje te gaan en, hoe goed hun spel dan ook, het zal in samenwerking met anderen nooit wat worden. Ook de drummer kan m'n goedkeuring wegdragen. 
Het kost me altijd veel moeite om op m'n plaats te blijven zitten als ik muzikaal geraakt word. Dus ook deze keer is het heerlijk swingen.
Na de pauze komt er een dame stereotype Rockin Billy met Dolly Parton allures op het podium. Met haar elektrische gitaar vervalt ze in de bekende uit het hoofd geleerde loopjes en riedeltjes. Ik word er niet warm of koud van en ook de band raakt mijns inziens niet echt geïnspireerd. Bovendien zingt ze lichtelijk vals.
Na de pauze krijgen we een andere gitarist, een drummer en een contrabassist die in combinatie met de zang en het gitaarspel van Otis spetterende blues laten horen. 
Het is weer als vanouds genieten. 

maandag 10 december 2007

steigers

Ik was die nacht laat naar bed gegaan. Het was eigenlijk al tegen de ochtend dat ik m'n ogen sloot. Het ontwaken zou laat in de ochtend plaatsvinden. Althans, dat dacht ik.
Ik word met grof geweld gewekt door het geluid van kletterende metalen buizen en schreeuwende mannen. Mijn wekker staat op zeven uur. Het huis van de buren moet van nieuwe raamkozijnen worden voorzien. Godverju, pas twee uur geslapen. Ik draai me op m'n andere zij, mijn hoofd onder de dekens. Het lijkt wel of die herrie nog luider wordt. De beweegreden zal zijn: wij voor dag en dauw op, jullie ook vroeg wakker, denk ik rancuneus. Mijn irritatie groeit met de minuut en ik krijg de neiging die lui een emmer water over hun kop te gooien. Door m'n ergernis kan ik nu helemaal niet meer slapen. Als het half negen is, is de klus geklaard en gaan de steigerbouwers weg. Eindelijk kan ik me dan in de armen van Morpheus vlijen. Ik slaap de slaap der schonen en verdomd...  het huis aan de overkant dat net z'n onderhoudsbeurt heeft gehad wordt ontsteigerd. Weer datzelfde rotlawaai. De buizen worden gewoon op straat gekletterd. Die dag is er van slapen niets meer gekomen en m'n goeie humeur is met de noorderzon vertrokken.
De volgende ochtend, acht uur, tijd voor de slopers van de kozijnen. Dat scheelt in ieder geval één uur met gisteren. Nog moe van de dag ervoor ben ik bijtijds naar bed gegaan. Toch blijf ik nog even liggen maar dreun zowat m'n bed uit. Van ellende sta ik maar weer op. Tot tien uur een getimmer van jewelste en daarna is het stil.
In de gauwigheid hebben ze een uitzichtverpestende ecobox voor m'n raam gezet. Zodra ik uit m'n venster kijk is het: zicht poepdoos.
Er volgen twee dagen van noeste arbeid. De hele stellage staat in de volle breedte op het trottoir. Indien je je heel smal maakt zou je er nog net langs kunnen maar dat wordt verhinderd door een witrood plastic lintje dat aan de leuning van mijn portiek is geknoopt zodat de uitgang wordt belemmerd tenzij ik me buk of eroverheen stap. De eerste keer ruk ik het lintje van de leuning en haal m'n hand eraan open. Als ik thuiskom zit het kreng alweer om de leuning geknoopt. Geen werkman te bekennen. Ik pak de schaar en knip nijdig het lintje door en voel me de koningin zelve.
Dit herhaalt zich nog gedurende de twee volgende dagen om de haverklap. Tegelijkertijd vraag ik me af of ze nou echt zo achterlijk zijn of doen alsof.
De grote stilte. Tien dagen geen arbeider te bekennen. Er ligt een ravage van houtschilfers, gebladderde verf en splinters glas voor m'n deur. Van aanvegen en opruimen hebben ze nog nooit gehoord. De steiger nutteloos in al zijn glorie op de stoep. Dan komt het grote tumult in kwadraat terug, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, getimmer, mechanisch gejank en gedreun. Zelfs in het weekend gaat het door. Uiteindelijk heb ik ze duidelijk kunnen maken dat ze het lintje ergens anders aan moeten knopen. Met een blik van: die is gek, willigen ze m'n commandoverzoek in.
Het einde is voorlopig nog niet in zicht, dus kan ik nog even lekker doorzeuren...

woensdag 5 december 2007

chez georges


Ik werd uitgenodigd voor een etentje bij Chez Georges waar ik in de vorige eeuw al eens zeer culinair had gedineerd. Het kleine knusse restaurant is opgedeeld in begane vloer, een opkamertje en een kamertje enkele treden omlaag. 
Mijn tafelgenoot en ik werden door de uiterst charmante ober Robert begeleid naar een tafel in de diepte grenzend aan de keuken. De tafels gedekt met damasten tafellakens en servetten waren een lust voor het oog. 
Voor een haastige hap moet je hier niet zijn. De hele avond is voor jou gereserveerd en op je gemak kun je genieten van de culinaire hoogstandjes en de uitstekende bediening. Zeg maar gerust verwennerij. 
Ik schat dat er plaats is voor ongeveer vijfendertig personen. Dit alles in tegenstelling tot de rumoerige grandcafés met harde muziek waar alles echoot en trendy jong publiek trekt.
We begonnen met een aperitiefje van champagne met perziklikeur en werden aangenaam verrast met een amuse: een bouillon met garnalen, donkerbruin brood en boter. 
Na het bekijken van de menukaart kozen we voor een vijfgangenmenu. Mijn tafelgenoot de vlees- en ik de visvariant. Ondanks mijn viseten kozen we voor een fles pinot noir. 
De eerste gang werd opgediend. Ik beperk me tot mijn eigen menu. Een verrukkelijke combinatie van een (foute?) foie gras met fijngesneden rib eye en jamon serrano overdekt met een saus van karamel en framboos. Zeer kunstig opgemaakt.
Inmiddels druppelden de gasten binnen. Ik had een directe inkijk in de keuken en zag Georges druk in de weer met kokkerellen en het opmaken van de borden. Ongelooflijk wat een organisatie. Wanneer  ik twee gasten te eten heb, krijg ik het al spaans benauwd.
De tweede gang bestond uit gamba's en gerookte zalm in een botersaus. Ook al even smakelijk en tongstrelend.
Gelukkig werd het roken beperkt tot het opkamertje en hadden we beneden geen last van geurverpestende walmen. 
Zelfs tafelgenoot en nog twee heren van een nabije tafel gingen uit vrije wil naar buiten om aan hun verslaving te voldoen. Dat was wel wat anders dan de vorige week, zei de ober, toen werden overal sigaren gerookt. Het stond blauw.
De derde gang, tarbot met dragonsaus. De vis was heerlijk, hoewel de zoetige ietwat weeïge smaak van de dragon mij enigszins tegenstond maar dat heeft meer met persoonlijke weerstand te maken.
Mijn bewondering werd groter naarmate de avond vorderde. Ik zag dat de twee vriendelijke obers bedreven, met volle borden, over trappetjes en door smalle gangetjes moesten laveren. Ze werden menigmaal voor de voeten gelopen door de gasten die beurtelings het toilet bezochten. Menig gast zag ik reeds uitbuikend de stoel naar achteren schuiven waarna de doorgang nog nauwer werd. De dame achter de bar had oog voor de lege glazen die onmiddellijk werden bijgevuld.
De vierde gang was een hertenbiefstuk met een morilleroomsaus, het vlees was mooi rouge en heerlijk mals. Mijn scherpe zakmesje hoefde ik niet uit mijn zak te halen want het restaurantmes sneed er met gemak doorheen.
Het was reeds rond tien uur en tijd voor het nagerecht. Ik ben niet zo'n liefhebber van toetjes maar na dit bacchanaal met toch wel machtige sausen en mooie wijnen was het dessert een welkome verfrissing van ijs, chocolade en aardbeien.
De afwezigheid van muziek werd buitengewoon op prijs gesteld. Je zult maar verrast worden met opdringerige muzak. 
De maaltijd werd afgesloten met koffie en likeur. 
We hebben uitstekend en copieus gedineerd.