vrijdag 30 juni 2006

mijn vaders dood

Confrontatie met de dood is iedere keer weer een fascinerend en schokkend proces. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het overlijden van mijn vader. Hij was bijna achtenzeventig en had twee beroertes gehad waardoor hij halfzijdig verlamd was maar geestelijk goed bij de tijd. Na revalidatie in Zonnestraal te Hilversum, waar ik hem regelmatig in zijn invalidenwagentje rondreed, was er een plaatsje voor hem in een verpleegtehuis tussen de dementen. Verschrikkelijk vond hij dat. Ik ook en ik zag hem in verval en aftakeling wegkwijnen. Ook hij was het liefst in zijn eigen huis gestorven en zag dat zijn levenslange schrikbeeld, het bejaardentehuis, nee nog erger bewaarheid werd.
Hij lag al in coma en ik was naast hem op bed gaan liggen die nacht. Praten kon hij niet meer, alles was al gezegd. Ik heb altijd gehoopt dat hij mijn nonverbale aanwezigheid gevoeld zal hebben. Hij stierf vroeg in de ochtend.

Op zijn rouwcirculaire zette ik de volgende woorden:
de overgave tot het eeuwig leven was een grote strijd
nu, moe van leven en verlost van lijden
kan hij zich koesteren in de schoot der eeuwigheid

Bij de begrafenis had ik de volgende afscheidswoorden gesproken:
vader,
mijn scheppende kracht
mijn veilige haven niet meer hier
overgegaan als bloemen in hun zaad 
uw creatief wezen altijd in mij verankerd
nu kunt u rusten in eeuwigheid
en in eeuwigheid zullen we elkaar ontmoeten
 zo zijn en blijven wij met elkaar verbonden

maart 1980

vrijdag 9 juni 2006

papegaaienspeelgoed


Drie dagen geleden op 6 juni was Jacob de papegaai jarig en kreeg van een goede vriend een kleurige trapeze en een mini-carrousel.
Goed bedoeld en denkende dat Jacob hiermee in zijn knollentuin zou zijn, was het tegendeel de werkelijkheid. Hij was er bang voor. Als de dood. Angstig deinsde hij terug bij het verschijnen van dit papegaaienspeelgoed. De held.
Er was ook een gebruiksaanwijzing bij en een waarschuwing.
Ik citeer: Vogelspeelgoed niet geschikt voor kinderen. Let er op dat uw vogel, terwijl hij speelt, geen deeltjes van het speelgoed afbijt en opeet. Gebruik het speelgoed niet meer als het beschadigd ís.
Mijn bek viel open van verbazing. Hoezo, niet meer gebruiken als het beschadigd is? En dan te bedenken dat Jacob in enkele minuten een boomtak bewerkt waarbij splinters en spaanders afvliegen en de rest versnippert tot er bijna niets meer overblijft. Of een kippenboutje sloopt, het merg eruit peuzelt waarna er slechts nog wat pulver resteert.
Hoezo moet je dan opletten dat de vogel geen deeltjes van het speelgoed afbijt. Waar dient het dan voor? Om te spelen toch, dat betekent: rossen en reupen.
De vogel kan niet weten dat hij keurig de trapeze moet beklimmen of een rondje draaien in de carrousel.
Gek is hij op een stuk touw dat finaal wordt uitgeplozen of het scheuren van een krant. Fanatiek zie je hem daarmee aan de gang. Beuken en vernielen, dat is de boodschap.
Ik was blij dat Jacob niet instemde met zijn goed bedoelde cadeau. Anders was hij blij gemaakt met een dooie mus, omdat hij na één knauw zijn speelgoed had moeten afstaan.